UPG Nieuws

Voorgenomen verkoop Park Vliegbasis Soesterberg

 Gedeputeerde Staten van de Provincie hebben besloten de verkooponderhandelingen over Park Soesterberg met Het Utrechts Landschap te hervatten. Dit besluit is begin oktober per brief medegedeeld aan diverse belanghebbenden, waaronder het UPG. Gesteld werd, dat partijen die bezwaar zouden hebben tegen een onderhandse verkoop aan HUL, dit voor 10 november kenbaar konden maken bij de advocaat van de provincie, door een kort geding aan te spannen.

Omdat deze handelwijze in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, heeft het UPG bij de advocaat van de Provincie bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen werkwijze.

In het kader van de gelijkberechtiging dient ook Park Soesterberg door de Provincie te worden verkocht middels een openbare- en marktconforme verkoopprocedure, waarin iedere belangstellende die aan de verkoopvoorwaarden voldoet kan meedingen.

Met het voornemen van GS worden de IPO-afspraken inzake gelijke berechtiging van alle natuurbeheerders, zoals in 2015 vastgelegd in de Notitie Beheer en Eigendom, met voeten getreden . Dat GS op deze wijze een termijn stellen en geïnteresseerden dwingen een kort geding aan te spannen, is volgens het UPG ook niet rechtmatig.

Twee geïnteresseerde particulieren hebben alsnog besloten een kort geding aan te spannen, dat dient op 22 november.

In 2009 zou Park Soesterberg om niet aan HUL worden doorgeleverd. Dit is destijds onder meer opgehouden totdat er duidelijkheid zou zijn over de uitkomsten van lopende onderzoeken naar de staatssteunkwestie. Deze duidelijkheid is er intussen al geruime tijd: alle voorgenomen grondtransacties van de overheid die nog geen beslag hebben gekregen in een notariële akte van levering, dienen via openbare, transparante en marktconforme verkoopprocedures te verlopen.

Zo is het wat het UPG betreft ook met de voorgenomen overdracht van Park Soesterberg. Dat HUL sinds 2009 het beheer van het Park op kosten van de Provincie heeft uitgevoerd, doet hier niets aan af (UPG-brief dd 17-11-2016). 

Het UPG heeft zijn bezwaren tegen de handelwijze van GS ook kenbaar gemaakt aan de Statencommissie Ruimte, Groen en Water  met het verzoek zich uit te spreken over de handelwijze van GS.