1. Ondernemerschap versnelt gebiedsaanpak


“Veel te veel geld én grond voor natuurdoelen blijft hangen in de bureaucratie. Zo staan er al jaren vele tientallen miljoenen bij het Groenfonds geparkeerd omdat de natuurcompensatie van de Tweede Maasvlakte maar niet tot stand komt. Er liggen in het hele land honderden miljoenen euro’s en duizenden hectares te wachten op daadkracht. Private partijen met een direct belang in natuur, toekomstgerichte landbouw of waterbeheer kunnen die daadkracht leveren.” Dat zegt Wouter Helmer, jarenlang directeur van stichting Ark Natuurontwikkeling en nu voltijds bezig met Rewilding Europe. Ark werkt aan twee voorbeelden in het zuiden van het land.
“Vier keer zo snel, twee keer zo goedkoop. En dit kan overal in Nederland.” Zo beschrijft het consortium van Ark Natuurontwikkeling, groene projectontwikkelaar Habitura en rentmeesterkantoor Van Soest (AHV) zijn werk voor de gebiedsontwikkelingen in het Grenspark Kempen-Broek en Drielandenpark Vaals-Gulpen. Risicodragend ondernemerschap lijkt het geheim van het succes.
Provincie Limburg heeft het consortium bijna €14 miljoen gegeven voor diverse doelen, zoals 250 hectare NNN ( Natuurnetwerk Nederland), 150 hectare verbeterde landbouwgrond en 25 hectare extra waterberging in Kempen-Broek. Provincie Limburg betaalt €50.000 per hectare gerealiseerde NNN. Ark betaalt voor de grond gemiddeld €43.000. Die marge van €7000 kan Ark-medewerker Ger van de Oetelaar verklaren: "Blijven we zitten met landbouwgrond en boerderijen dan is dat risico voor ons."
Binnen vier jaar waren al zeven vrijwillige kavelruilen tot stand gekomen. Die zijn gelukt omdat alle partijen er voordeel van hebben. Eind 2013 was 70% van de 500 hectare al binnen. Maar de inrichting loopt met 200 hectare NNN achter op schema, omdat daarvoor andere grond gekocht moet worden. Zo heeft Ark aansluitend net over de grens in België grond gekocht – zonder Limburgs geld - van Natuurpunt omdat daar het laagste punt van het gebied ligt.
AHV heeft meer geldbronnen gevonden, zoals Europese subsidies, natuur- en CO2-compensatie, zodat het totaalbudget ruim €17 miljoen beloopt. Binnen dat budget heeft AHV alle ruimte. Zodra rentmeester Peter van Soest een boer vindt die grond wil ruilen, volstaat een telefoontje met Ark om een afspraak met de notaris te maken. “Ark wordt zo tijdelijk eigenaar van grond en soms ook een boerderij, en hoopt voor afloop van het project alle bezit weer verkocht te hebben.”
Wouter Helmer, Ark: “Bij de tweede kavelruil van 250 hectare in Kempen-Broek, op 7 december 2011, waren dertig partijen betrokken, waaronder 21 boeren. Voert de overheid dergelijke transacties zelf uit, dan vergt dat jaren, wat de samenleving ook veel meer geld kost. Nu werd de ruil van 231 percelen in negen maanden rondgezet.”
Een van de doelen is een aaneengesloten natuurgebied van 25.000 hectare creëren, waarvan een flink deel in Vlaanderen. Bestuurders spreken al hoopvol van ‘de Veluwe van het zuiden’. Het waterschap Peel en Maasvallei doet mee bij het herstellen van de moerasfunctie om daarmee bovenstrooms meer water vast te houden.
Boeren met slechtere grond in het natuurgebied krijgen de kans te ruilen met betere grond dicht bij huis, die opgeleverd wordt met slimme drainage en egalisatie met voedselrijke grond die in natuurgebieden verwijderd wordt om de grond daar te verschralen.
Ruilgrond wordt ingebracht door de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en door boeren die willen stoppen. Boeren die natuur willen gaan beheren, biedt Ark een tweejarige opleiding. De recreatie profiteert met honderden kilometers aan routes voor wandelaars, fietsers, ruiters, menners en mountainbikers. Zie: kempenbroek.nl.

Een roodborstje in Kempen-Broek. Foto: Jac. Janssen / Flickr

Overheden en ondernemers geven het gebied op de grens van Brabant en Belgisch Limburg een economische, ecologische en maatschappelijke impuls. Hiertoe hebben 12 partijen op 23 oktober 2015 een intentieverklaring getekend, te weten de gemeenten Cranendonck en Weert, provincies Noord-Brabant, Limburg en Belgisch Limburg, zinkfabriek Nyrstar, waterschappen De Dommel en Peel en Maasvallei, Natuurmonumenten, stichting ARK, Centrale Zandwinning Weert en Grenspark Kempen-Broek.
De eerste vier projecten sluiten aan bij reeds lopende ontwikkelingen en initiatieven. Het gaat om het verbinden van het te ontwikkelen Duurzaam Industriepark Cranendonck met zijn groene omgeving; een ecologische en recreatieve verbinding over de Zuid-Willemsvaart en de Kempenweg; ontwikkelen van de haven tot een knooppunt voor vervoer over weg, water en spoor; optimaliseren van de weg- en waterinfrastructuur. Deze gebiedsontwikkeling is een continu proces waar projecten aan kunnen worden toegevoegd. Bron: provincie Noord-Brabant, 23/10/15. Zie: brabant.nl/actueel/nieuws/2015/oktober/gebiedsontwikkeling-cranendonck-weert-kempen-broek.aspx.

Iets dergelijks gebeurt in het Drielandenpark. Dat is het groene hart binnen de stedencirkel van Maastricht, Luik, Aken, Heerlen, Sittard en Hasselt. Het is beter bekend als het heuvelland van Zuid-Limburg met de aangrenzende Duitse, Waalse en Vlaamse heuvels. Het Drielandenpark is 50 bij 50 kilometer groot; Ark concentreert zich op de Nederlandse gemeenten Vaals en Gulpen-Wittem. Hier werkt de organisatie aan de ontwikkeling van brede, natuurlijke bosrandzones rond het Vijlenerbos  en aan natuurontwikkeling in Geuldal met zijdalen. Tussen 2010 en 2017 heeft Ark negen ruilverkavelingen tot stand gebracht en daarmee 86 hectare nieuwe natuur gerealiseerd. In de planning zitten nog eens 44 hectare. Betrokken ruilpartners zijn agrariërs en andere particulieren, waterschap Roer en Overmaas, gemeenten en natuurorganisaties. Daarnaast werkt Ark in het aangrenzende Belgische deel van het Geuldal, in de gemeente Plombières, tussen 2014 en 2017 aan 35 hectare natuur.
De nieuwe natuur draagt behalve aan natuurdoelen in de beekdal- en bosecosystemen ook substantieel bij aan het vasthouden van water bovenstrooms. Zo worden drainages verwijderd en natte bronweides hersteld. Ook wordt de toestroom van water naar het dal afgeremd door verruwing van de vegetatie op steile hellingen, spontane en aangeplante   struwelen en extensief jaarrond begraasde, ruige graslanden. Tevens wordt het waterbergend vermogen van de Geul verbeterd door het dal  en het riviertje om te vormen  tot dynamische natuur.  
Recreatie en ecotoerisme profiteren van aantrekkelijker landschap. Ook wordt het netwerk aan wandel- en struinroutes uitgebreid. Zie: ark.eu/ark/kom-kijken/drielandenpark.


2. Habitatbanking 

Versnelling en vereenvoudiging van natuurcompensatie rolt wellicht uit een nieuw project dat habitatbanking heet. Het ministerie van EZ en het Platform BEE (Biodiversiteit, Ecologie en Economie) hebben het Nationaal Groenfonds gevraagd een habitatbanking systeem te ontwikkelen voor vrijwillige natuurcompensatie. Een partij die biodiversiteit creëert, kan daarop rechten uitgeven die een habitatbank vervolgens verkoopt aan partijen die hun negatieve invloed op biodiversiteit willen of moeten compenseren.
Met andere woorden: een partij die grond bezit, kan investeren in de kwaliteitsverbetering van natuur en landschap, wat dan resulteert in een toename van de (waarde van de) biodiversiteit van het terrein bovenop wat al aanwezig is. Voor deze toename van biodiversiteitswaarde kan de investeerder biodiversiteitscredits krijgen. Deze credits kan de eigenaar via een bank, de habitatbank, verkopen aan een partij die de eigen, negatieve invloed op de biodiversiteit wil of moet compenseren.
Voor bedrijven vormt dit het sluitstuk van hun duurzaamheidsbeleid omdat habitatbanking hen in staat stelt de voetafdruk te neutraliseren. Voor terreinbeherende instanties biedt habitatbanking een financieel instrument om verbetering van bestaande natuur- en landschapswaarden te bereiken.
Op 10 maart 2014 vond een Groene Tafel plaats over dit onderwerp, waarbij naast deelnemers uit het bedrijfsleven en natuur- en landschapsorganisaties ook toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma deelnam. Tijdens dit overleg bleek interesse bij bedrijven om dit systeem nader uit te werken. Randvoorwaarden zijn: eenvoud, transparantie en betrouwbaarheid. Het systeem zou niet in de richting van een verplichting moeten gaan, het moet helpen vraag en aanbod bij elkaar te brengen.
De staatssecretaris heeft aangegeven dat de overheid niet het voortouw neemt. Het initiatief moet uit de markt komen. Wel wil de overheid een bijdrage leveren aan het borgen van de geloofwaardigheid van het systeem en aan de benodigde kwantificering. Ter vergelijking, de markt voor biodiversiteitscredits in de Verenigde Staten bedraagt nu al enkele miljarden dollar op jaarbasis en groeit nog steeds. Het Nationaal Groenfonds bepleit de oprichting van een Green Deal waarin betrokken bedrijven participeren. Bron: rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2014/11/03/mogelijkheden-voor-private-en-maatschappelijke-financiering-voor-natuur.
Met vier pilots in Gelderland heeft adviesbureau Gemeynt de ervaring met habitatbanking uitgebreid. Het eindrapport van april 2017 pleit voor een grootschalig experiment, zowel met vrijwillige als verplichte compensatie. Zie: gemeynt.nl/nl/download/eindrapport-habitatbanking-gelderland.

. Om natuurkwaliteit makkelijk en objectief te meten ontwikkelde Sweco (voorheen Grontmij) de Natuurpuntencalculator. De calculator kent veel toepassingen, zoals natuurcompensatie en habitatbanking, maar ook natuurinclusief bouwen, aanbestedingen, milieueffectrapportages en maatschappelijke kosten-batenanalyses.
De calculator is een applicatie die natuurpuntenberekeningen automatiseert door gebruik te maken van gegevens van onder andere de Nationale Databank Flora en Fauna. De applicatie houdt rekening met de omvang van gebieden, de kwaliteit en het type natuur. De formule ‘oppervlakte x (maal) natuurkwaliteit x (maal) weegfactor’ geeft als resultaat een betrouwbaar getal dat de natuurwaarde aangeeft.
Ook medewerkers zonder ecologische opleiding kunnen werken met de calculator. Hulp bij de ontwikkeling van de Natuurpuntencalculator kreeg Sweco van de Rijksuniversiteit Groningen, stichting De Gemeynt en experts van andere organisaties. Zie: www.sweco.nl/natuurpuntencalculator.

. Een andere toepassing van het natuurpuntensysteem staat in het onderzoeksrapport Delfstofwinning en Natuur van Albert Vliegenthart van de Vlinderstichting en Friso van der Zee van Wageningen Environmental Research, maart 2018: http://www.wijnaerden.nl/filemanager/Rapport-Delfstofwinning-en-Natuur-(2018).pdf. Dit onderzoek brengt de biodiversiteitswinst in kaart van 28 ontgrondingen in uiterwaarden van grote rivieren die samen 3400 hectare nieuwe natuur hebben opgeleverd. Daarnaast heeft de zand- en grindwinning geleid tot een waterstandverlaging van 370 centimeter waarmee de kans op overstromingen aanzienlijk is verminderd.

. Groot-Brittannië en Duitsland hebben al ervaring. Het Duitse systeem van habitatbanking - Flächenpools & Ecocontos - begon in 1993 vanwege de geringe effectiviteit van bestaande compensatiesystemen. Het gaat om compensation pools waarbij publieke en private partijen compensatieprojecten uitvoeren.
De partijen kunnen eco-credits genereren door geschikte terreinen aan te kopen en deze te ontwikkelen als compensatiegebied vooruitlopend op het verzoek deze aan te bieden voor compensatie. Zij kunnen ook eco-credits verdienen door bestaande terreinen te verbeteren. Deze eco-credits worden ingezet voor de Impact Mitigatie Regulering die veroorzakers van onvermijdbaar biodiversiteitsverlies verplicht dit verlies te compenseren.
Duitsland kent diverse methoden om te bepalen hoeveel credits een compensatieproject waard is. Schaarste van geschikt land belemmert het Duitse systeem. Dit leidt tot vertragingen en dure landaankopen of maakt compensatie soms niet mogelijk. Bron: Ecosystemen in het buitenland. Toepassing in pilots en beleid. Notitie Planbureau voor de Leefomgeving Frans Oosterhuis, Arjan Ruijs, 15 september 2015. Zie: themasites.pbl.nl/natuurlijk-kapitaal-nederland/wp-content/uploads/2014/PBL-2015-Ecosysteemdiensten-in-Buitenlands-Beleid-1840.pdf.
Deze notitie beschrijft onder meer inzamelacties in de Verenigde Staten waarbij lokale inwoners betalen om habitats met kenmerkende soorten te beschermen. In andere gevallen betaalt de bevolking om gebieden te beschermen tegen overstromingen. Andere ecosysteemdiensten kunnen meeliften met dit soort initiatieven. Ook een instrument als habitatbanking valt hieronder.
Zie ook ‘Van Dominee tot Koopman? Habitatbanking in Nederland: themasites.pbl.nl/natuurlijk-kapitaal-nederland/nieuws/gebiedspilots-zijn-nodig-om-habitatbanking-van-de-grond-te-krijgen?utm_source=e-mailnieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=Nieuwsbrief+Natuurlijk+Kapitaal+Nederland.

. Een andere manier om natuurwaardes zichtbaar te maken heet MKBA-Werkwijzer Natuur. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft die Werkwijzer laten opstellen voor het opstellen van maatschappelijke kostenbatenanalyses (MKBA’s) bij maatregelen met natuureffecten. De Werkwijzer vormt een actualisatie van en aanvulling op eerdere documenten die ondersteuning boden bij het opstellen van MKBA’s met natuureffecten. De Werkwijzer is zowel van toepassing op maatregelen vanuit het natuurbeleid als op maatregelen in andere beleidsterreinen waar natuureffecten als neveneffecten optreden, bijvoorbeeld bij investeringen in infrastructuur. Voor zulke maatregelen moeten de effecten van ingrepen op ecosystemen en op de biodiversiteit worden bepaald.
Een MKBA richt de aandacht vooral op welvaartseffecten van veranderingen in maatschappelijke functies van ecosystemen. De Werkwijzer Natuur biedt een kader, een systematische werkwijze en praktische tips om zulke effecten te bepalen en kan zo helpen om de besluitvorming te verbeteren.
Een bijzonder punt in de Werkwijzer is dat niet alleen in geld uit te drukken welvaartseffecten worden behandeld. Ook kunnen MKBA’s met de Werkwijzer veranderingen in biodiversiteit monetair waarderen, zelfs als daarvoor onvoldoende kennis beschikbaar is. Zie: MKBA-Werkwijzer Natuur op de site van het ministerie van LNV. Bron: Ministerie van LNV, 13/12/18.


3. Wegverbreding helpt landgoed

 Landgoed Het Westersche Veld, ten zuiden van Rolde in Drenthe, profiteert van compensatienatuur. Omdat in totaal 13 geldbronnen bijdroegen aan een succesvolle omvorming in 2000, beschikt het landgoed nu over een beleggingsfonds waarvan het rendement het beheer financiert. Een van de 13 partijen was Rijkswaterstaat dat compensatienatuur zocht voor verbreding van de N33 waar een groep levendbarende hagedissen moest wijken. Een andere geldbron was de stichting Face die de aanleg van bos subsidieerde als CO2-compensatie. Face eiste minimaal 6500 bomen per hectare waardoor stamreiniging ontstaat. Dat is afsterven van onderste takken zodat zich weinig knoesten vormen.
Landgoed Het Westersche Veld telt 193 hectare, waarvan oorspronkelijk 62 hectare bos, 38 hectare natuur en 93 hectare landbouw. In 2000 is van die landbouwgrond 71 hectare omgezet in bos en natuur. De overige 22 hectare is bestemd voor agrarisch natuurbeheer. Nieuwe heide kwam snel tot stand na weghalen van de bouwvoor, soms tot op het leem, en direct daarna uitstrooien van heideplagsel van aanliggende percelen in een verhouding 1 hectare oude hei op 10 hectare nieuwe heide. Volgens mede-eigenaar Michael Duintjer komen op die manier de specifieke wortelschimmels van de heide mee. Vergrassing deed zich nauwelijks voor, wel opslag van grove den en vooral berk, die jaarlijks door studenten wordt verwijderd.
Een projectgroep leidde de planvorming richting natuur, landschap, houtproductie en recreatie. De projectgroep bestond uit gemeente, waterschap, eigenaar, Arcadis/Heidemij, het toenmalige DLG en ministerie van LNV, onder voorzitterschap van provincie Drenthe. De omvorming herstelde de radiale ontginningsstructuur met de kerk van Rolde als richtpunt.
De 14 aandeelhouders zijn allemaal 3e generatie van de oprichter Steven Duintjer uit Wildervank. In de Landgoed-BV zijn de meningen verdeeld. Een deel wil economisch rendement, een ander deel wil ecologische ontwikkelingen. Bron: mede-eigenaar ing. Michael Duintjer en ing. Meino Lumkes van provincie Drenthe in De Levende Natuur, september 2012 Themanummer Particulier Natuurbeheer. Zie: natuurtijdschriften.nl/download?type=document;docid=580412.


4. Subsidie voor agrarisch waterbeheer


Boeren rond het Overijsselse Reggedal gaan aan de slag met waterbeheer. Ongeveer honderd boeren uit Enter en omgeving maken kans op een subsidie van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) om een bedrijfswaterplan te maken en bijbehorend werk te financieren. Waterschap Vechtstromen is in dit gebied via een pilot bezig met de herinrichting van de Regge. Het riviertje moet weer gaan meanderen, waardoor het gebied beter is voorbereid op klimaatveranderingen. En provincie Overijssel wil nieuwe natuur.
Dat werk heeft invloed op de landbouwgrond in de buurt van het pilotgebied. Vandaar dat LTO Noord op het idee kwam om het werk aan de Regge te verbinden met een DAW-project. "Als je in een gebied toch bezig bent met water dan kun je er meer grondgebruikers bij betrekken", stelt voorzitter Martin Immink van de afdeling West-Twente van LTO Noord.
Voorafgaand aan het DAW-project lieten 19 boeren alvast een bedrijfswaterplan maken. Die plannen en het daaruit voortvloeiende werk zijn gefinancierd door waterschap Vechtstromen. Voor het DAW-project, waaraan ruim honderd boeren kunnen meedoen, wordt een beroep gedaan op Europees POP3-geld.
Jurgen Neimeijer, regiocoördinator DAW van LTO Noord, organiseert bijeenkomsten om ervaringen te delen van de boeren die al een plan hebben laten maken. Geïnteresseerden kijken ook op landgoed Twickel waar een groep boeren al langer bezig is met water en bodemvruchtbaarheid. Bron: LTO Noord, 18/10/16. Zie: ltonoord.nl/thema/omgeving/water/nieuws/2016/10/18/landbouw-enter-aan-de-slag-met-water.


5. Ruilbeurs voor landschapselementen

 Een bijzondere vorm van natuurcompensatie organiseert provincie Overijssel in Noordoost-Twente. Het lijkt nog het meest op een ruilbeurs voor landschapselementen. Een deel van de boeren krijgt toestemming voor het kappen van heggen en houtwallen, mits elders in de regio de verwijderde begroeiing gecompenseerd wordt. Deze cascobenadering kwam tot stand door samenwerking van boeren en hun LTO-vertegenwoordigers, Landschap Overijssel en het adviesbureau Alterra.
De afspraken zijn vastgelegd in een beleidsdocument waarin een kaart zit waar wel en waar niet gekapt mag worden. De gemeentelijke kapverordening en het provinciale ruimtelijke beleid zijn daarop aangepast. Bron: ‘Leren van het energieke platteland, Lokale en regionale coalities voor duurzame plattelandsontwikkeling’, Planbureau voor de Leefomgeving, augustus 2013. Zie: pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/PBL_2013_Hoofdrapport_Het%20energieke%20platteland_769.pdf.

Voorbeelden

  • Iets dergelijk gebeurt in het nabijgelegen Twickel. Het landgoed wil de eigen boeren toekomst bieden en tegelijk het kleinschalige landschap behouden. Twickel onderzoekt de mogelijkheden om de landbouwstructuur duurzaam te verbeteren door landschapselementen te verwijderen en elders te herplanten zodat de pachters efficiënter kunnen werken. Samen met gebiedscoördinatoren in Zuidwest-Twente heeft Bureau Stimuland met vijftig pachters besproken welke landschapselementen zij als een obstakel ervaren.
    Stimuland bracht wensen en opties in beeld, waarna een landschapsarchitect van landgoed Twickel naging of deze landschapselementen verwijderd en elders herplant kunnen worden.
    Daarnaast wordt gewerkt aan vrijwillige kavelruil. Het project past in de versterking van de landbouwstructuur binnen het Pact van Twickel, een meerjarige overeenkomst tussen provincie Overijssel, waterschap Regge en Dinkel, Regio Twente, drie gemeenten Hof van Twente, Hengelo, Borne en stichting Twickel. Het landgoed neemt een deel van de kosten voor zijn rekening. De deelnemende pachters bekostigen zelf ook een deel. Bron: Stimuland, 16/10/13. Zie ook: stimuland.nl/nieuws/show/landbouwverkenning-landgoed-twickel-krijgt-vervolg.

  • Nog een voorbeeld: Nieuwe natuurzone op bedrijfsterrein. Rendac, IVN en Brabants Landschap hebben een klein natuurgebied gecreëerd op het terrein van het kadaververwerkingsbedrijf op de grens van Son en Best. Aanleiding voor de aanleg is een uitbreiding van de kantoorruimte op grond die in het Natuurnetwerk Nederland ligt. Dat vergde compensatie via de aanleg van nieuwe natuur.
    Samen met IVN en Brabants Landschap heeft het bedrijf een plan gemaakt rond de koelvijver op het eigen terrein. Er is een nieuw ven gegraven. Ook zijn er een winterverblijf voor vleermuizen, een nestwand voor ijsvogels, schelpenstrandjes voor de kleine plevier en nestkastjes voor de grote gele kwikstaart aangelegd. Bij aanleg en beheer werkt IVN samen met de afdeling VMBO Groen van het Kempenhorstcollege. Bron: Eindhovens Dagblad, 27/09/13.

Pad in houtwal als voorbeeld van een landschapselement. Foto: Alex Hoekerd / Flickr