alleen voor FPG-ledenDit hoofdstuk is voor u niet geheel zichtbaar, omdat u niet bent ingelogd.
Inloggen kunt u in de linker kolom bij Mijn FPG.
Bent u FPG-lid en heeft u nog geen inlogcode of kunt u anderszins niet inloggen? Neem contact op!

Nieuws dossier NSW

Opzienbarende uitspraken over Taxatiewijzer

Op 26 november 2015 heeft de rechtbank Arnhem een belangrijke uitspraak gedaan voor eigenaren van landgoederen met een NSW-status. Het gaat om een zaak waarbij twee NSW-landgoederen een beroep in hebben gesteld tegen WOZ-beschikkingen van de gemeente Zevenaar. Met toepassing van de vernieuwde Taxatiewijzer 2013 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) waren veel hogere WOZ-waarden vastgesteld voor hun woningen dan in voorafgaande jaren.

De landgoederen betoogden dat de taxatiewijzer met de huidige tekst niet bruikbaar is voor de taxatie van woningen op een NSW-landgoed. De nieuwe berekeningsmethode leidt volgens hen namelijk ten onrechte tot een plotselinge stijging van de waarde, door een te lage NSW-korting.

In beide zaken heeft de rechtbank als volgt geoordeeld: “De rechtbank is van oordeel dat de vernieuwde taxatiewijzer, zoals deze is toegepast bij de taxatie door verweerder (de gemeente) inderdaad niet goed bruikbaar is voor het taxeren van de woning." Voorts heeft de rechtbank een aantal tegenstrijdigheden in de taxatiewijzer geconstateerd.

Voor landgoedeigenaren vooral van belang is het oordeel van de rechtbank dat het bepalen van de Waarde Economisch Verkeer (WEV) van een woning plaats moet vinden vóór de vaststelling van de WOZ-waarde. Bij het bepalen van de WEV moeten waardedrukkende factoren die losstaan van de NSW-status, zoals de bouwkundige staat, monumentenstatus, ligging en beperkingen in het bestemmingsplan, worden meegewogen.

Ten aanzien van één object heeft de rechtbank de WEV € 200.000 lager vastgesteld dan in de bestreden aanslag (voor de andere objecten bestond geen geschil over de WEV). Pas daarna kwam de NSW-korting (instandhoudingslast) aan de orde. Daarbij heeft de rechtbank, in overeenstemming met een arrest van de Hoge Raad uit 2008, alleen de instandhoudingslast van de te waarderen woning met ondergrond zelf beoordeeld. Dus niet die van het gehele NSW-landgoed, zoals voordien gebruikelijk was.

Aangezien de door de gemeente gehanteerde NSW-kortingen van 4 tot 10%, afhankelijk van ieder object, naar het oordeel van de rechtbank in het geheel niet waren onderbouwd, heeft de rechtbank zelf op verzoek van de landgoederen ‘in goede justitie' deze percentages vastgesteld op 20 tot 25 % voor de verschillende objecten.

Voor zover bekend zijn dit de eerste gerechtelijke uitspraken waarbij zo principieel de vernieuwde taxatiewijzer wordt afgekeurd als middel om de WOZ-waarde van NSW-objecten te bepalen. Het ligt dus voor de hand dat eigenaren van NSW-landgoederen, wanneer hun gemeente de taxatiewijzer hanteert, daar tegen opkomen met een beroep op deze twee uitspraken van de rechtbank Arnhem. Met name van belang is het eisen van een deugdelijke onderbouwing van de gemeente voor de gehanteerde NSW-korting.

Via deze link komt u bij één van de twee uitspraken. De Federatie Particulier Grondbezit en Vereniging Particulier Historische Buitenplaatsen nemen de uitspraken uiteraard mee in de gesprekken met de VNG en de Waarderingskamer.