1. Warmte en brandstof uit vergisting


Vergisting is nu bezig met de verwachte schaalsprong. “Dit wordt de derde waardestroom van de Nederlandse veeteelt, naast vlees en zuivel”, verwacht Jan Willem Straatsma, manager duurzame melkveehouderij bij FrieslandCampina. Boeren die hun vee ook op stal hebben, kunnen baat hebben bij een mestvergister. Ook veehouderijen op bijvoorbeeld landgoederen kunnen met een co- of mestvergister de kringloop verder sluiten en de emissies op omringende natuur aanzienlijk terugbrengen.

Voorbeelden

Minister van Economische Zaken Henk Kamp heeft op 4 oktober 2016 het startsein gegeven voor Coöperatie Jumpstart. Hij deed dit door de ingebruikname van de eerste standaard monomestvergister bij melkveehouderij Sassinga van de familie Heeg in het Friese Hinnaard. Jumpstart is een coöperatie die melkveehouders faciliteert bij de plaatsing en het gebruik van monomestvergisters. Met toevoeging van andere stoffen dan mest, spreken we van co-vergisters.
De minister maakte 13 september 2017 bekend dat er van de SDE+-regeling een bedrag van €130 miljoen subsidie gaat naar 103 monomestvergisters die coöperatie Jumpstart gaat plaatsen bij leden. FrieslandCampina, een van de initiatiefnemers van Jumpstart, gaat groene energie van zijn leden-melkveehouders afnemen. Verder betaalt FrieslandCampina een deelnemend lid €10 per ton verminderde CO2. Jumpstart staat ook open voor melkveehouders die geen lid zijn van FrieslandCampina. Nog eens €47 miljoen subsidie gaat naar plannen voor koemestvergisters van individuele melkveehouders.
Monomestvergisting levert warmte en biogas op. Het biogas kan worden opgewaardeerd tot groen gas en aan het aardgasnet worden geleverd. Of het kan worden gebruikt om een warmtekrachtinstallatie aan te drijven die stroom en warmte levert. Verder draagt het vergisten van mest bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder methaan.
Minister van Economische Zaken Henk Kamp: “Met monomestvergisters slaan we meer vliegen in een klap. We gebruiken mest voor de productie van hernieuwbare energie. Eén vergister biedt voldoende gas en elektriciteit voor ongeveer 40 huishoudens en levert daarmee een bijdrage aan het doel om 14 procent hernieuwbare energie te produceren in 2020. Daarnaast voorkomen monomestvergisters broeikasgasemissies uit mest wat leidt tot minder uitstoot van methaan en CO2.”
Roelof Joosten, ceo FrieslandCampina: “Melkveehouders worden op deze manier ook duurzame energieproducent. Als straks het restproduct gebruikt mag worden als grondstof voor kunstmestvervanger is de kringloop gesloten. Wij hebben ons ingespannen om bestaande bottlenecks rondom monomestvergisting op te heffen, en gezorgd dat coöperatie Jumpstart klaar is voor de start. Het is nu aan de leden om het tot een succes te maken.”
De coöperatie Jumpstart heeft collectieve afspraken gemaakt met leveranciers, financiers, afnemers en instanties. Daarmee zijn een aantal belangrijke knelpunten zoals te dure installaties, onbereikbare financiering, te lage opbrengsten en onzekerheid over subsidies weggenomen. Hierdoor komt de monomestvergister binnen het bereik van een grotere groep melkveehouders. Het streven is er in 2020 bij duizend melkveehouders een mestvergistingsinstallatie op het erf staat. Dit draagt naar verwachting 2-3 PJ (= 0,1 - 0,15 procentpunt) bij aan het doel van 14% groene energie in 2020. 
Coöperatie Jumpstart faciliteert de plaatsing van monomestvergisters op geschikte melkveebedrijven, zoals bedrijven vanaf 120 koeien en met stalsystemen met een dichte vloer. Voor bedrijven met roostervloeren geldt een ondergrens van 150 koeien. Jumpstart helpt melkveehouders alleen als er bij weidegang voldoende stalmest beschikbaar is voor een rendabele exploitatie. Voor de capaciteitsbepaling van een monomestvergister wordt uitgegaan van stalmestproductie in de zomer, wanneer koeien veel van hun mest in de weide achterlaten.
De zuivelsector wil zich klimaatneutraal ontwikkelen. Dat gebeurt met maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren, zoals een langere levensduur van de koe, voer dat leidt tot minder methaanuitstoot en het hanteren van de KringloopWijzer om efficiënt (en dus met minder verliezen) met mineralen om te gaan. Samen met wind- en zonne-energie, maken monomestvergisters boerderijen tot klimaatneutrale producenten.  Bron: Persberichten Jumpstart, 04-10-2016, EZ 13-9-2017, zie: jumpstartua.nl
De Rabobank is nog niet onverdeeld enthousiast. “Energie uit mest is een mooi idee, maar lastig rendabel te krijgen”, zegt sectormanager duurzame energie Rabobank Hans van den Boom op 29 augustus 2016 in het Financieele Dagblad. Volgens de Rabobank staan er in Nederland 130 vergisters, merendeels gebouwd tussen 2002 en 2012. De laatste vier jaar zijn er nog veertig bijgekomen. Deels monovergisters, met alleen mest, maar veel meer co-vergisters met toevoeging van andere organische stof zoals aardappelschillen, uienloof of andere reststromen uit de voedingsindustrie. Honderd staan er op boerenerven, de rest op industrieterreinen, bij waterzuiveringsinstallaties en voedselverwerkende bedrijven. Van den Boom: “Meer dan de helft is te klein, met een productiecapaciteit van een megawattuur of minder.” Zie: FD 29-8-2016.

  •  Meer pluimveemest.  Co-vergisters gebruiken zelden meer dan 10% pluimveemest. Pluimveehouder Bert Huisman uit Dalfsen waagde zich er toch aan. Het kan dankzij een stikstofstripper. Op zijn nieuwe bedrijf Greendal voedt Huisman zijn biovergister met een derde pluimveemest. Hij hergebruikt zelfs al zijn afvalstoffen.
    Al sinds 2004 is Huisman op zoek naar een goedkopere manier om van zijn kippenmest af te komen. "Ik moest in die tijd €30 tot €40 per ton betalen om de mest af te voeren." Hij plaatste een biovergister op zijn erf met een vermogen van 52.000 ton biomassa per jaar. Hij produceert jaarlijks 11,5 miljoen kWh elektriciteit.
    "Met meer dan 10% pluimveemest verzuren veel biovergisters”, vertelt René Cornelissen van Cornelissen Consulting Services “Daarom pasten we een stikstofstripper toe. Die haalt ongeveer 80% van de ammonium-stikstof uit het digestaat (vergiste mest). Van de stikstof maken we kunstmest."
    "We willen de combinatie nog slimmer maken door het hele digestaat te hergebruiken. De dikke fractie exporteren we als kunstmest naar Duitsland en Polen. De dunne fractie gebruiken we voor de productie van algen in een vijver. Met de eiwitrijke algen voeren we de kippen. Met deze installatie produceer je uit digestaat veevoer."
    Het vroeg wel doorzettingsvermogen van Huisman. "Het is moeilijk om de juiste vergunningen te regelen en het vervolgens te financieren", zegt de pluimveehouder. Maar het is hem uiteindelijk gelukt met subsidie van RVO.nl uit de Tender Groen Gas (Topsector Energie Regelingen). Daarnaast ondersteunde de provincie Overijssel het project. Hij kreeg een lening van het mestinvesteringsfonds.
    Gaat deze Greendalvergister geld opleveren? Cornelissen: "Het is rendabel. De extra investering voor de stikstofstripper vergde bijna €1 miljoen. Dat verdienen we makkelijk terug. Omdat we niets hoeven te betalen voor de belangrijkste grondstof: de pluimveemest." Bron: Nieuwe Oogst / RVO

  • Omwonenden van mestvergisters in Friesland willen onderzoek naar de gezondheidseffecten van de gassen die vrijkomen uit mestvergisters en bij het uitrijden van digestaat. Nu FrieslandCampina duizend boeren helpt bij het bouwen van een mestvergister, zullen omwonenden meer problemen ervaren, verwacht de werkgroep Max5odeur. Ook bestaan er plannen van het Fries-Amerikaanse bedrijf Universal Energy Solutions dat €100 miljoen wil investeren in mestvergisters in Friesland.
    Sommige mestvergisters staan dichtbij woonwijken. Omwonenden van een mestvergister op zo’n 300 meter van Tirns klagen over geuroverlast en een toename van vrachtverkeer. In Easterein staat een mestvergister op 350 meter van een woonwijk. Omwonenden vinden dat dergelijke installaties thuis horen op een industrieterrein. De GGD Friesland is benaderd voor een gezondheidsonderzoek. Bron: Werkgroep Max5odeur, 17/07/16, max5odeur.nl.

  • Risico van mestverwerking is beperkt, blijkt uit onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van mestverwerking voor omwonenden, in opdracht van de provincie Noord-Brabant. Vergeleken met de uitstoot van een pluimveebedrijf is de emissie vanuit een mestverwerkingsinstallatie marginaal, concludeert de onderzoekscommissie. Zij verwacht dat de lucht uit een mestverwerkingsinstallatie niet veel contaminanten (ziekmakende stoffen) zal bevatten. Mits de installatie goed ontworpen en aangelegd is, er sprake is van een professionele bedrijfsvoering met kennis van zaken en dat er voortdurend gemonitord wordt. De mest moet in afgesloten vrachtwagens worden aangeleverd. De installatie is gesloten en werkt met onderdruk. De afgezogen lucht krijgt een behandeling in geavanceerde luchtzuiveringsinstallaties. De dikke fractie wordt hygiënisch gereinigd, maar niet verder gedroogd dan 60% drogestof. Tenslotte moet het mineralenconcentraat als een waterige oplossing worden afgevoerd. Een omgekeerde osmose-installatie haalt het water uit de mest en wordt geloosd op oppervlaktewater.
    Van micro-organismen is geen dosis-effectrelatie bekend. Ook is niet bekend welke micro-organismen in welke mate worden uitgestoten. Daarnaast is niet bekend aan hoeveel levende pathogenen mensen kunnen worden blootgesteld voor ze er ziek van worden. Een direct verband tussen installatie en ziektes onder omwonenden is daarom in de praktijk zeer lastig vast te stellen. Maar tot op heden hebben onderzoeken geen eenduidige relatie kunnen vaststellen tussen de emissies van veehouderijen en het voorkomen van negatieve gezondheidseffecten bij mensen. Met technische voorzieningen en beheermaatregelen is de luchtgerelateerde emissie van contaminanten door een mestverwerkingsinstallatie bovendien tot een minimum te beperken. Bron: rapport Toetsingskader humane gezondheidsaspecten met betrekking tot mestverwerking/-bewerking, boerderij.nl/PageFiles/198086/001_467_1477927874021.pdf. Bron: Provincie Noord-Brabant, 26/10/16.

 

2. Van biogas naar aardgas


Het vergistingsbedrijf Groot Zevert in Beltrum levert sinds 2004 via een warmtekrachtinstallatie duizend huishoudens stroom. Omdat de subsidie via de regeling Milieukwaliteit Energieproductie (MEP) stopte en elektriciteitsproductie met biogas zonder subsidie nog niet rendeerde, zocht het bedrijf een alternatief. Die zoektocht leidde naar de productie van groen gas. Groot Zevert verhoogt de kwaliteit tot aardgasniveau, door ongewenste stoffen zoals water en zwavel uit het biogas te filteren. Omdat deze techniek nieuw en duur is, krijgt het bedrijf voor deze transitie subsidie.
Na vergisting blijft er van de mest een restproduct over, digestaat genaamd, dat onder andere gebruikt wordt als meststof. Uit onderzoek blijkt dat de nutriënten uit vergiste mest beter opgenomen worden dan uit traditionele mest. Nadeel voor het vervoer is echter dat het digestaat nog veel water bevat. Daarom wordt ook gekeken of het digestaat geconcentreerd kan worden tot een soort kunstmest. Bron: Groen Kennisnet, 9-4-2013.

3. Waterschappen halen energie uit afvalwater


De Nederlandse waterschappen beschouwen afvalwater niet langer als een afvalproduct maar als bron van duurzame energie, grondstoffen en schoon water. Waternet (waterschap Amstel Gooi en Vecht) oogst jaarlijks 6000 ton droge stof uit waterplanten, riet en gras. Ook slib en bagger willen waterschappen samen met een energie- en grondstoffenfabriek gebruiken als nieuwe grondstof voor meubels, beschoeiingen, papier, veevoer en biobrandstoffen. Zie: https://www.waternet.nl/innovatie/duurzaamheid.
Met raffinage kan biomassa worden omgezet in componenten als eiwitten en vezels. Deze grondstoffen gebruiken waterschappen voor chemicaliën, biopolymeren en veevoer. Zie: Cellulose winnen uit afvalwater. Maar je kunt er ook biologische polyesters van maken voor meubels, beschoeiingen en dashboards van auto’s. Zie: Duurzaam biocomposiet uit restmaterialen, filmpje van maaiafval naar meubels en filmpje van frituurvet tot vetpop
Waterschappen doen sinds 2015 met Staatsbosbeheer en het kunststofbedrijf NPSP onderzoek naar producteigenschappen van verschillende reststromen en het behalen van de gewenste kwaliteit van vezels. Een resultaat van dat gezamenlijke onderzoek is een biocomposiet dat voor één vijfde bestaat uit riet. NPSP gebruikt natuurlijke grondstoffen als vlas, jute, kokos en hennep. En nu dus ook riet. Voor Staatsbosbeheer biedt het nieuwe product een nuttige bestemming voor restmateriaal dat overblijft door natuurbeheer.
Naast het riet bestaat het biocomposiet uit een biologische hars en kalk dat restmateriaal is van de waterproductie. In totaal levert dit een materiaal dat 82% bio-circulair is, schrijft Staatsbosbeheer in een persbericht. Het materiaal is ontwikkeld in samenwerking met AkzoNobel, Waternet en ondersteund door het ministerie van Economische Zaken. Natuurlijke vezels als riet vergen nauwelijks energie om te produceren en hebben geen chemicaliën nodig om zich te hechten aan het hars. Als voorbeeld heeft NPSP een tuintafelblad van het nieuwe biocomposiet gemaakt. Bron: Staatsbosbeheer, 02/11/16.


Ook waterplanten vormen een bron van biomassa.  Foto: Sjors Provoost / Flickr 

Projecten Waternet met biomassa

 

Andere voorbeelden

  • Bioraffinage van woekerende waterplanten. Waterschap Aa en Maas onderzoekt een prototype van een mobiele bioraffinaderij van het bedrijf Grassa die uit woekerende waterplanten nuttige grondstoffen haalt. Jaarlijks verwijdert waterschap Aa en Maas 2 miljoen kilo waterplanten zoals de grote waternavel uit vooral het Drongelens Kanaal. De mobiele bioraffinaderij vermaalt de planten direct na het maaien en perst er eiwitrijk sap uit, zodat vezels overblijven. Bioraffinage levert nuttige stoffen op als eiwitten, vezels, grondstoffen voor de chemie, kunstmest, diervoeding, medicijnen en brandstof. De vezel is geschikt als grondstof voor papier en bouwmaterialen als biocomposiet.
    Grassa plaatste de mobiele raffinaderij op 26 oktober 2016 bij gemaal Groenendaal in Heusden langs de Bossche Sloot waar de grote waternavel explosief groeit. Uit het sap haalt de installatie eiwitten en wint het fosfaten. Als alle waardevolle stoffen uit het sap gehaald zijn, kan de rest biogas opleveren. Gelijktijdig perst de installatie de vezelfractie tot hanteerbare balen. De balen gaan naar het bedrijf Millvision om te testen of de vezels geschikt zijn om te verwerken in papier en bouwmaterialen. De eiwitten worden getest voor toepassingen in veevoeder. Het fosfaat kan direct worden gebruikt als meststof. Aan de machine wordt nog gesleuteld. Het kan nog 5 tot 10 jaar duren voordat bioraffinage ook voor waterschappen rendabel is, meent Rob Wolbrink van waterschap Aa en Maas. Bron: Waterschap Aa en Maas, 27/10/16.

  • Ook waterschap Zuiderzeeland doet een proef met bioraffinage om te zien of dit een oplossing is voor de grote hoeveelheden waterplanten en maaisel die waterschap en gemeente nu tegen betaling af moeten voeren. Aan de ene kant gaan er waterplanten of brandnetels in en aan de andere kant komen er eiwitconcentraat, vezels en een ‘wei’ vloeistof uit. Dit zijn mogelijke grondstoffen voor respectievelijk veevoer, biocomposiet en mest.
    De installatie is bedacht door Grassa BV en bedoeld om van het eiwitrijke Nederlandse gras veevoer te maken met precies de juiste eiwitconcentratie: een vezelrijke graskoek voor de koeien en een eiwitrijke fractie voor kippen en varkens. Bijkomend voordeel is dat de installatie fosfaat uit het gras kan halen, wat gunstig is voor de fosfaatrechten van de agrariërs. Bron: waterschap Zuiderzeeland, 04/07/19.

  • Het bedrijf Ecogrondstoffen heeft ook een mobiele graspers ontwikkeld. Deze pers kan 10 ton gras per uur verwerken tot vezels en sap. De vezels met een drogestofgehalte tussen 50 en 85% zijn geschikt voor karton, vezelplaten, isolatiemateriaal en vergisting. Het sap bevat eiwitten, suikers en mineralen die geschikt zijn voor veevoer, bioplastics, biopolymeren en vergisting. Directeur Elma Schoenmakers zoekt landgoederen met veel gras, vertelde zij tijdens de Gelderse Netwerkbijeenkomst voorjaar 2016. Bron: ecogrondstoffen.nl, Adviesbureau BelW, Elma.Schoenmaker@belw.nl, 0317-466255.

4. Energiescan voor landgoederen


Eigenaren van landgoederen doen nog weinig aan besparing, opwekking en productie van duurzame energie. “Ten onrechte, want er zijn inmiddels voldoende esthetisch verantwoorde oplossingen voorhanden”, zegt Patrick de Groot van Bureau Eelerwoude. “Met stichting Het Oversticht bundelden wij alle kennis in een energiescan voor gebouwen, landerijen en omgeving, die zowel de energiebehoefte als de mogelijkheden voor energiebesparing en –opwekking in beeld brengt. De eigenaar kan vervolgens kiezen uit concrete maatregelen op basis van rendement, uitvoerbaarheid en ruimtelijke impact.”
De scan gaat uit van drie ambitieniveaus van verduurzaming. Het eerste niveau is een zelfvoorzienend landgoed. Mark Elshof, Eelerwoude: “Door de ruimte en de natuurlijke bronnen in de directe omgeving is dat in veel gevallen makkelijk te realiseren.” Het tweede niveau is om het landgoed inclusief zijn pachters zelfvoorzienend te maken. Het derde niveau is een landgoed dat energie levert aan de nabije omgeving. Elshof: “Een landgoed kan energie leveren in vele vormen: van biomassa aan het dorp tot elektriciteit aan particulieren in de omgeving.” Bron: Eelerwoude, 5 april 2016.

5. Potgrond uit Weerribben


Staatsbosbeheer experimenteert met potgrond uit de Weerribben samen met producent Jiffy. Veen is een belangrijk bestanddeel van potgrond en komt nu vooral uit natuurgebieden in de Baltische staten. Staatsbosbeheer haalt jaarlijks 200.000 kubieke meter veen uit de Weerribben om dichtgroeien van het water te voorkomen. Dat kan geld opleveren via potgrond, in plaats van geld kosten voor het storten als afval. De rest, ongeveer de helft, gaat naar zogenaamde bioblocks. Na persen en drogen maakt ondernemer Driek Voets er baksteenachtige blokken van die hij gebruikt voor afwerking van geluidswallen, oeverbescherming en parkinrichting. Zie: bioblocks.nl.

6. Eendenkroos vervangt soja


Eendenkroos is een klein plantje met aantrekkelijke eigenschappen. Het zuivert water en produceert eiwitten die niet onderdoen voor die van soja. Als Nederland, de op één na grootste importeur van soja ter wereld, geen soja meer hoeft te importeren, neemt de druk af om tropisch regenwoud te kappen. Eric Brinckmann, medebeheerder van landgoed Het Lankheet bij Haaksbergen, heeft veel vertrouwen in dit project. Want de kweekkennis is er, de raffinagetechniek ook. Een fabriek in het nabijgelegen Groenlo kan grote hoeveelheden verwerken. Alleen de oogsttechniek moet beter. Daarom test Het Lankheet samen met Wageningen Universiteit en Research vanaf 2015 drie jaar diverse oogstmethodes, zoals opzuigen met een slang, verplaatsbare drijvers en ophalen met een net. Oogsten moet minimaal elke twee weken, dus heeft de methode veel invloed op de productiekosten. Kroos vindt nu al toepassingen in veevoer, maar met de eiwitten kan veel meer. Enkco in Holten onderzoekt gebruik in vleesvervangers, dus in menselijke voeding. Mars onderzoekt mogelijkheden in candybars. Unipro, een chemische fabriek in Haaksbergen, onderzoekt toepassing in groene lijmen.

Voorbeeld

  • Het familiebedrijf Kroes in Uddel beperkt de milieubelasting van vleesproductie met teelt van eendenkroos op mineralen uit mest, CO2 en warmte van de kalveren. Het kroos dient als voedsel voor de kalveren. Evert Kroes startte in 2013 de eerste Ecoferm Kringloopboerderij, met hulp InnovatieNetwerk van het ministerie van Economische Zaken (EZ), en fiscale regelingen als Mia en Vamil. Een monovergister haalt sindsdien biogas uit droge mest. Met vochtige mest en andere restproducten (CO2, water en warmte) teelt Kroes eendenkroos. Door de kalveren hiermee te voeren, bespaart het bedrijf op soja als krachtvoer. Aangevuld met zetmeel bevat kroos hoge gehalten aan eiwitten, aminozuren en omega-3 vetzuren. Uit twee jaar onderzoek door Kroes en kennisinstituut Acress, gefinancierd door EZ, blijkt dat de methaanvorming daalt met 80% en de ammoniakvorming met 50%. De CO2-voetafdruk vermindert met 22%. Kroos kan tot 5 maal meer fosfaat en 10 maal meer stikstof per hectare opnemen dan maïs. De kroosteelt is nog niet economisch rendabel. De kosten van het teeltsysteem en het energieverbruik zijn te hoog. Lees hier meer. 

7. Coöperatie Biomassaland


David Borgman heeft in Raalte de coöperatie Biomassalland opgericht. Biomassalland kreeg subsidie van de provincie Overijssel voor de voorbereidende fase. Zijn ervaring leert dat 80% van energie en tijd gaat zitten in die haalbaarheidsfase en 20% in de businesscase voordat uitvoering en bouw beginnen.
De coöperatie brengt partijen en belangen bij elkaar en organiseert de keten met eenvoudige logistiek en constante levering. De coöperatie werkt met contracten van meer dan zeven jaar die de partners zekerheid bieden over inkoop- en afzetprijs. Deze langjarige contracten maken het mogelijk om beheer en oogst te plannen, zodat de juiste hoeveelheid biomassa op het juiste moment beschikbaar komt.
De rol van de overheid is die van vergunningverlener, maar ook die van terreineigenaar voor een biomassadepot, leverancier van biomassa en afnemer van energie voor overheidsgebouwen. Een gemeentelijk zwembad bijvoorbeeld, is een grote warmtevrager die jaarrond energie nodig heeft en daardoor een grote afnemer in de keten. Een lokale keten kan ook opgezet worden op dorpsniveau zoals in Raalte. Dit kan een doorgroei zijn van Biomassalland of een andere lokale biomassaketen. Bron: Verslag Netwerkbijeenkomst en workshops Monumentale energietransitie Gelderland, 16 april 2013, duurzamelandgoederen.nl, biomassalland.nl.

Het kan ook zonder meerjarige contracten. De website Biomassa Doe-Het-Zelf brengt vraag en aanbod bij elkaar. Vrager en aanbieder handelen zelf de leveringen af. Een kaart maakt visueel waar en wat voor biomassa er is. Wie aangeeft wat er voor een biomassastroom is betaald, krijgt inzage in de bedragen van anderen. De website is gratis voor particulieren en eigenaren van kleine bio-energie installaties. Bedrijven betalen voor een inlogcode. Ook zij kunnen gratis plaatsen, maar betalen dan voor de bemiddeling afhankelijk van de omvang van de partij biomassa en de complexiteit van de afhandeling.

Aanbieders kunnen ook melden wat voor biomassa en hoeveel er in de toekomst aankomt. De website wil ook een rol spelen om voedselresten te verwerken. Zie: biomassadhz.nl. Voor een initiatief van de Oost-Nederlandse Biomassa Alliantie, zie: biomassa-alliantie.nl/vraag-en-aanbod.

8. Wilgen als energiebron

Wilgenplantages vergen een investering van €2600 tot €4000 per hectare. De terugverdientijd komt in de praktijk neer op 9 à 10 jaar. Daarna is nog 3 à 4  keer oogsten mogelijk, voordat opnieuw geplant moet worden. Een hectare geeft energie voor verwarming van vier of vijf woningen. Rendementen stijgen naarmate de grond goedkoper is en er meer andere functies mee kunnen koppelen.
Wilgenplantages hebben vergeleken met andere boomsoorten een hoge biomassaproductie. Bovendien, blijkt uit onderzoek, een verrassend hoge biodiversiteit, met diverse rodelijst-soorten. “Kortom, een multifunctioneel gewas dat een plek verdient in het Nederlandse energielandschap”, concluderen Martijn Boosten en Patrick Jansen in het rapport ‘Optimalisering kosten en opbrengsten van wilgenplantages: een verkenning’, Stichting Probos, 2013, in opdracht van InnovatieNetwerk en te downloaden via innovatienetwerk.org en probos.nl. Het ministerie van Economische Zaken heeft InnovatieNetwerk medio 2016 opgeheven. Een deel van de projecten loopt door via de Kennis- en Innovatieagenda van het Directoraat-Generaal Agro&Natuur. Daaronder vallen drie strategische kennis- en innovatieprogramma's, te weten Voedsel, Ketens en Natuurlijk Kapitaal. Van die laatste is Hans Hillebrand de trekker, j.h.a.hillebrand@innonet.agro.nl
"Wilgenplantages zijn wilgengrienden met circa 15.000 stoven per hectare. Ze worden om de 2 tot 4 jaar geoogst en hebben een jaarlijkse productie van 10 ovendroge ton per hectare per jaar. Wilgenplantages vergen niet of nauwelijks inzet van bestrijdingsmiddelen of bemesting." Wel is onkruidbestrijding belangrijk in het eerste groeiseizoen. Bron: Wilgenplantages in NL, stand van zaken, Probos
Grootschalige wilgenteelt kan economisch nog niet concurreren met gesubsidieerde landbouw en bovendien zou het voedselproductie verdringen. Kansen liggen er voor kleinschalige wilgenteelt op onbenutte terreinen en op locaties waar de plantage meerdere functies bedient, zoals waterzuivering, uitloop van pluimveehouderijen, voormalige stortplaatsen, overhoeken, wegbermen zoals 2,5 hectare in Lelystad, en bufferzones.
Stichting Probos berekent dat er in Nederland 2000 hectare bedrijventerrein ligt dat tijdelijk kan worden ingezet voor biomassaproductie met wilg. Wilgenplantages kunnen ook dienen als groenvoorziening op bedrijventerreinen, in recreatiegebieden, woonwijken en onder hoogspanningsleidingen waar bomen niet in aanraking mogen komen met de stroomkabels. Om die reden hebben Limburgs Landschap en TenneT op 3 oktober 2017 afspraken gemaakt over 31 hectare natuur onder hoogspanningsverbindingen. TenneT merkt in jaarlijkse schouws de bomen die het Limburgs Landschap vervolgens snoeit of verwijdert. TenneT en Limburgs Landschap willen die percelen omvormen naar duurzaam laagblijvende beplanting, met bijvoorbeeld heide of vegetatie die door begrazing laag blijft. Bron: TenneT, 03/10/17.
Probos heeft samen met InnovatieNetwerk elf nieuwe plantages ingericht waar praktijkkennis wordt opgedaan over functiecombinaties, zoals uitloop van kippen, doolhof voor recreanten, wateropvang en waterzuivering (wilgen zuiveren net zo veel als riet), zoals het eerste wilgenfilter bij het Biesboschmuseum, verminderen van de golfslag zoals op de Groene Dijk bij fort Steurgat waardoor de dijk 1 tot 2 meter minder hoog hoeft, en over bufferzones tussen landbouw en natuur.
Probos heeft samen met InnovatieNetwerk drie jaar diverse verkenningen uitgevoerd en elf nieuwe plantages ingericht om praktijkkennis op te doen over wilgen in functiecombinaties. Zo kocht de gemeente Appingedam na het faillissement van strokartonfabriek de Eendracht het 22 hectare grote terrein voor onder andere woningbouw. Door de economische crisis kwamen de bouwplannen niet van de grond. Ondernemer Frans Debets kreeg toestemming van de gemeente om er een wilgenplantage aan te leggen. Hij heeft begin 2014 circa 1,5 hectare van het terrein beplant met wilgen. De wilgen zorgen voor een groene aankleding van het terrein en leveren biomassa. Een van de overgebleven fabrieksgebouwen krijgt een nieuwe bestemming. De verwarmingsinstallatie zal worden gestookt met biomassa uit de wilgenplantage.

Meer voorbeelden

Onder meer uit Wilgenplantages in NL, stand van zaken, Probos

  • Nieuwegein, Gilze, Zevenaar en Groningen kennen vergelijkbare initiatieven. Groenondernemer Fred Hakvoort van BKC plantte in 2011 ruim 1 hectare wilg en in 2014 nog eens 0,7 hectare op het braakliggende bedrijventerrein 7poort in Zevenaar. Later zijn daar enkele hectares. In de gemeente Groningen heeft groenbedrijf Krinkels in april 2014 op het bedrijventerrein De Roode Haan 10 hectare wilgenplantage aangelegd.

  • Biologische kippenhouders hebben vaak veel hectares uitloopgebied waar kippen scharrelen. Volgens de regels moet een scharrelkip minimaal 4 vierkante meter uitloopruimte hebben. Momenteel zijn veel uitlopen grotendeels kaal. Echter, de kip is van oorsprong een bosvogel en heeft daarom behoefte aan beschutting. Vanuit overheid en certificerende instellingen klinkt steeds luider de roep om kippenuitlopen anders in te richten. Begin 2013 is stichting Probos daarom samen met InnovatieNetwerk gestart met het project ´Kiplekker onder de wilgen´. In dit project hebben vier kippenhouders wilgenplantages aangelegd van in totaal 2,25 hectare. Het doel is om de uitloop dubbel te benutten voor zowel biomassaproductie als kippenhouderij.
    Verder bevordert de wilgenaanplant het welzijn van de kip door het bieden van beschutting tegen wind, zon, regen en roofvogels. Ook bieden de insectenrijke wilgen de kip meer afleiding en een afwisselender voedselaanbod. Bovendien zorgen de wilgenplantages ervoor dat watervogels als eenden en ganzen die ziekten op de kip kunnen overbrengen, beter uit de uitloop worden geweerd. De eerste resultaten zijn positief. De beplante uitlopen worden zichtbaar beter benut en de predatie door roofvogels lijkt minder. Als de wilgen hoger zijn dan 40 centimeter brengen de kippen ook nauwelijks schade toe aan de wilgen.

  • Leisurelands (voorheen RGV), exploitant van diverse Gelderse recreatiegebieden, zoekt naar kostenefficiënte manieren van beheer en inrichting van haar terreinen. Als pilot heeft zij samen met InnovatieNetwerk, Stirr en Probos in 2013 een wilgenplantage van 0,5 hectare aangelegd in recreatiegebied Zeumeren. De biomassa uit deze plantage gaat als brandstof naar de naastgelegen biomassa-installatie van SchatEiland Zeumeren.

  • Onlangs hebben deze partijen verkend of wilgendoolhoven een recreatieve functie kunnen vervullen. Dit blijkt technisch mogelijk. Aan de financiële kant zitten echter nog onzekerheden. De aanleg van een wilgendoolhof vergt drie- tot viermaal hogere investeringen dan een reguliere wilgenplantage, terwijl de biomassaopbrengst met circa een derde zakt vanwege de extra paden. De recreatiebaten zijn in potentie vele malen hoger - tot een factor tien – dan de biomassabaten.

  • Wilgen zijn ook geschikt als voedergewas voor koeien en geiten. In 2011 is het Praktijknetwerk Voederbomen gestart, waarbij vier melkveebedrijven experimenteren met de teelt van wilg als voedergewas.

  • Ook Diergaarde Blijdorp heeft al jaren circa 1,5 hectare wilgenplantage waaruit zij driemaal per jaar scheuten oogst om te voeren aan de giraffen.

  • In 2012 is Rijkswaterstaat samen met aannemer Heijmans gestart met een proefplantage van wilg en populier langs de A58 bij Rilland. Doel is om te onderzoeken of biomassaplantages kunnen functioneren als alternatieve bermbeplanting. Heijmans heeft daarbij het idee gelanceerd van een natuurlijke vangrail langs de snelweg. Zo’n vangrail van dichte rijen dunne wilgentenen langs de weg kan de snelheid van auto’s remmen die van de weg raken.

  • Probos, Bioniers en InnovatieNetwerk zetten een aantal praktijkpilots op om het waterzuiverende effect te meten. Zie: probos.nl/component/content/article?id=819:wilgenplantages-voor-waterzuiveren.

  • Borgman Beheer Advies heeft in het voorjaar van 2014 voor de gemeente Apeldoorn een 1,79 hectare groot energiebos geplant in de wijk Zuidbroek met wilg, populier en ander bosplantsoen, afhankelijk van bodemeigenschappen. Dit energiebos maakt deel uit van een ecologisch park.

Meer Korte Omloop Bos

Nederland heeft momenteel een bescheiden areaal wilgenplantage van circa 50 hectare. Duizenden hectare liggen in Zweden en koploper Denemarken. Ook in Oost-Europa, waar grondprijzen veel lager liggen, worden duizenden hectare Korte Omloop Bos (KOB) aangelegd. De grote uitdaging voor de komende jaren is om het areaal wilgenplantages verder op te schalen, zodat het een volwassen teelt wordt die een bijdrage levert aan de Nederlandse Biobased Economy. Dat past in het Actieplan Bos en Hout dat pleit voor 100.000 hectare extra bos in Nederland, waarvan 20.000 hectare KOB. Aldus Probos in Bosbericht 7 van 2014, probos.nl/images/pdf/bosberichten/bosberichten2014-07.pdf en probos.nl/component/tags/tag/58-biomassaplantages.

9. Geld verdienen met grienden


Utrechts Landschap bezit enkele tientallen hectaren griend in de Vijfheerenlanden. Tot een aantal jaren geleden was het een zeer duur natuurtype om te onderhouden omdat het veel kost en niets opbracht. Grienden moeten om de 3 tot 5 jaar boom voor boom worden gesnoeid. De tenen (takken) worden dan met motorkettingzagen van de stoven (lage knotwilgen) gezaagd. Dat is een arbeidsintensief karwei. Na een serieuze dip in de jaren ’70 ziet het Utrechts Landschap de laatste jaren een 'revival' van de griendcultuur. De tenen worden net als vroeger gebruikt in zinkstukken voor de waterwerken. Vooral overheden vragen daar steeds vaker om. Het past binnen hun duurzaamheidsbeleid. Ook ontstaan consumententoepassingen zoals tuinschuttingen.
In de grienden van de Vijfherenlanden staan de beste rassen op een goede ondergrond. Die wilgen leveren sterke en buigzame tenen die jarenlang niet bros worden. Samen met het Zuid-Hollands Landschap, dat in dezelfde streek grienden beheert, doen de twee organisaties elk jaar een aanbesteding, waarbij aan de drie grootste griendhoutbedrijven van Nederland wordt gevraagd of ze interesse hebben in de oogst op een aantal percelen. In 2016 ging het om 8 kavels, 4 van het Utrechts Landschap en 4 van het Zuid-Hollands Landschap. “We hebben een topprijs gerealiseerd”, schrijft Marleen van den Ham, hoofd terreinbeheer van het Utrechts Landschap. “Al weken voordat het griendhout in de verkoop kwam, begonnen aannemers te bellen. De mooiste grienden van Nederland wil iedereen wel oogsten. Nu moet je je geen schepen vol gouden dukaten voorstellen, want de aannemers hebben er een dure klus aan. Maar we komen uit een tijd waarbij we veel geld moesten toeleggen op de grienden (zelfs met SNL-subsidie). Nu ontstaat de situatie dat we een kleine winst boeken. Een combinatie van zakelijk werken en zorgvuldig onderhoud van het netwerk”, concludeert Marleen van den Ham.

10. Houtchips uit ooibossen


Niet alleen wilgen maar alle ooibossen (langs rivieren) kunnen bruikbare houtchips leveren. Dat biedt drie voordelen: duurzame energie, meer biodiversiteit en rendabel cyclisch beheer. Bureau Stroming heeft een berekening gemaakt uitgaande van 600 hectare. Bij een omlooptijd van veertig jaar kan elk jaar 15 hectare gekapt worden. Bij een oogst van 3000 ton chips en een prijs van €10 per ton levert dat jaarlijks €30.000 op. De jaarlijkse kosten voor de kap bedragen €3000. Dus resteert een jaarlijkse bruto opbrengst van €27.000 over 15 hectare, aldus Bureau Stroming.

11. Olie uit hout 


FrieslandCampina verwerkt in de babyvoedingfabriek te Borculo vanaf 2015 jaarlijks 750 miljoen kilo melk. De benodigde brandstof komt van pyrolyse-olie, gewonnen uit hout. Pyrolyse is een proces zonder zuurstof met temperaturen van 300 graden Celsius en hoger. De zuivelcoöperatie bespaart met de grondstof hout jaarlijks 10.000.000 m3 aardgas. De pyrolyse-olie komt van een nieuwe fabriek van BTG-BTL in het Gelderse Hengelo, op 10 kilometer van Borculo. Om de investering in de fabriek mogelijk te maken, heeft FrieslandCampina een contract afgesloten om twaalf jaar lang olie af te nemen.

Ook met pyrolyse van hout produceert scheikundig technoloog Rob Vasbinder in een mobiele installatie van zijn bedrijf Nettenergy gas, olie, azijn en biochar (een soort houtskool). Met het houtgas maakt hij voldoende elektriciteit om de installatie te laten draaien. Zie: nettenergy.com/index.php/nl.

12. Mobiele vergasser


Enkele leden van het Gelders Particulier Grondbezit hebben een vergasser geïmporteerd uit de VS die tak- en tophout kan verwerken tot gas, elektriciteit én restwarmte. Deze Gasifier Experimenters Kit (GEK) weegt slechts 300 kilo en ook zijn omvang van ongeveer 1 kubieke meter maakt hem mobiel. De GEK staat sinds begin 2014 op een recreatieterrein van Leisurelands (voorheen RGV) om te testen welke houtsoorten de beste prestaties leveren. Volgens Gijs van Heemstra, bestuurslid van het Gelders Particulier Grondbezit, komt de kwaliteit van het gas dicht in de buurt van aardgas en kan het dus worden benut om de eigen gebouwen te verwarmen. Bij overproductie kan het gas aangepaste auto’s van brandstof voorzien. De restwarmte uit de GEK kan gebruikt worden om hout te drogen. Zie: leisurelands.nl.

13. Biokolen door torrefactie


Een milde vorm van pyrolyse, torrefactie, vergroot de energiedichtheid van biomassa met een factor 5 of 6 en verkleint het volume met 80%. Dat maakt biomassa interessant om over de wereld te verschepen en als CO2-neutrale energiebron in te zetten. Het bedrijf A. Hak Renewable ziet kansen in landen als Canada, Rusland, Indonesië en gebieden in Afrika waar enorme hoeveelheden afvalhout benut kunnen worden. 
Torrefactie zet biomassa om in biokolen. De techniek is te omschrijven als het zuurstofvrij roosteren van biomassa op temperaturen tussen 280 en 320 graden Celsius. De vrijkomende gassen worden meteen als brandstof gebruikt. Biokolen hebben een rendement dat vergelijkbaar is met steenkool, alleen dan zonder de CO2-voetafdruk.

14. Groene Energie financiert landschapsonderhoud


De bio-energie installatie van Beetsterzwaag maakt onderhoud van ruim 400 kilometer houtwallen betaalbaar. Agrarische natuurvereniging De Älde Delte exploiteert de installatie via vennootschap Delta T. Bio Energy BV. De stichting Boom van dezelfde vereniging zorgt voor continue aanvoer van snippers uit snoeihout. De installatie van 1 megawatt met warmteleiding van 500 meter kostte 8 ton. Geld kwam van de boeren zelf, van subsidies van Interreg IIIB North Sea Bio Energy-project, Dienst Landelijk Gebied, provincie Friesland, A7-Zone Landstad Fryslân Fonds, gemeente Opsterland en LTO-projectenfonds. De financiering is ondergebracht bij de Triodos Bank. Afnemers van de warmte zijn school Lyndensteyn (lager en voortgezet speciaal onderwijs) en Revalidatie Friesland die samen per jaar 400.000 m3 aardgas verstookten. Optimaal voorziet de biomassa-installatie in 80% van de energievraag. De installatie kan hout aan tot 60% vocht. Aan houtsnippers is jaarlijks 4500 m3 nodig. Dat vergt jaarlijks 25 kilometer snoeien van houtwallen. Zie publicatie van inmiddels opgeheven Dienst Landelijk Gebied: wijkrijgenkippen.nl/wp-content/uploads/2011/11/Project-Biomassa-installatie-Beetsterzwaag-P-NUTS-Awards.pdf.

Voorbeelden en achtergrond

  • Staatsbosbeheer levert per jaar 100.000 ton biomassa in de vorm van verse houtsnippers aan stadsverwarming Purmerend. De inkomsten gaan terug naar het beheer. Stadsverwarming Purmerend (SVP) is een lokaal warmtebedrijf, waarvan de gemeente Purmerend de enige aandeelhouder is. De warmte wordt geproduceerd in drie productie-installaties, de BioWarmteCentrale (BWC) en twee gasgestookte HulpWarmteCentrales. Bovendien beschikt SVP over twee buffers. Met de BWC voorziet Stadsverwarming Purmerend haar klanten voor 80% van duurzame warmte, en is daarmee warmtehoofdstad van Nederland. De biomassa is een bijproduct uit het reguliere beheer van bos, natuur en landschap. Door het gebruik van 100.000 ton biomassa spaart SVP per jaar 50.000 ton CO2 uit. Bron: http://www.stadsverwarmingpurmerend.nl/actueel/warmteproductie 

  • Staatsbosbeheer levert via het particuliere bedrijf Bio Enerco al ruim 15 jaar houtsnippers uit het beheer van natuur en landschap aan de biomassacentrale van Nuon in Lelystad. Eind 2015 is de samenwerking tot 2019 verlengd. De centrale levert warmte en elektriciteit aan 5000 huishoudens en andere gebouwen in Lelystad.
    De biomassa in de vorm van houtsnippers komt uit bosbeheer en onderhouds- en snoeiwerk in de gebieden van Staatsbosbeheer. Alleen hout dat niet geschikt is voor verwerking in andere producten zoals planken, papier en spaanplaat krijgt bij Staatsbosbeheer het label energiehout. Totaal levert de terreinbeherende organisatie jaarlijks 22.000 ton houtsnippers aan de biomassacentrale in Lelystad. Daarvan komt 80% uit Flevoland en de overige 20% uit andere delen van het land.
    De biomassacentrale te Lelystad nam Nuon in 2000 in gebruik en heeft een maximaal elektrisch vermogen van 1,5 megawatt en een maximaal thermisch vermogen van 6,5 megawatt.
    Bio Enerco is een particulier bedrijf dat biomassa in ruwe vorm inkoopt en verwerkt tot grondstof voor onder andere biomassacentrales. Het bedrijf werd in 1999 opgericht als een dochter van grote groenbedrijven. Momenteel zijn Staatsbosbeheer en Van WervenBiomassa de aandeelhouders van het bedrijf. Bron: Staatsbosbeheer, 16/11/15.

  • Alle acht gemeenten in de Achterhoek hebben eind 2013 de Agem opgericht, de Achterhoekse Groene Energiemaatschappij. Als bronnen gebruikt Agem mest, snoeiafval, zon en wind. Zie: agem.nu. Los daarvan werken tien organisaties samen als leveranciers van houtsnippers die bij het onderhoud van houtwallen vrij komen. Dat zijn Geldersch Landschap, Natuurmonumenten, VALA (zes Achterhoekse agrarische natuurverenigingen), Landschapsbeheer Gelderland, waterschap Rijn en IJssel, provincie Gelderland, energiemaatschappij Agem en de daarin participerende Achterhoekse gemeenten, Gelders Particulier Grondbezit en Bosgroep Midden-Nederland.
    Afnemers van de warmte zijn eigenaren van grote gebouwen als kantoren, fabriekshallen, verzorgingstehuizen, gemeentehuizen en zwembaden. Bij die gebouwen plaatsen de initiatiefnemers houtkachels met een hoog rendement. Zo adopteert de afnemer Achterhoeks landschap via de verwarming van zijn pand. De jaaropbrengst uit kleinschalige houtopstanden kan oplopen tot 35.000 ton vers hout of 94.000 m3 houtsnippers. Hiermee kunnen 150 tot 200 cv-installaties worden gevoed van 150 tot 200 kW.Dit project is de opvolger van ‘Stoken op streekhout’, het inmiddels afgesloten Interreg-project in Achterhoek en aangrenzende Kreise in Duitsland.

  • Iets dergelijks groeit in Noord-Brabant. Want Brabantse gemeenten willen samen een biomassaplein exploiteren. Ingenieurs- en adviesbureau Ingenia uit Eindhoven ondersteunt de gemeenten Best, Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught bij de ontwikkeling van een biomassaplein in het Groene Woud. De gemeenten willen starten met het verzamelen, versnipperen, drogen en verhandelen van snoeihout. Ingenia neemt bedrijfsvorm, financieringsvorm en contractvorming aan leveranciers en afnemers voor zijn rekening. De gemeenten Haaren en Sint-Oedenrode doen niet mee. Dat heeft te maken met financiën, maar ook met principes. De gemeenten vinden het verwerken van biomassa geen taak voor een gemeente. Bron: Eindhovens Dagblad, 15/10/13.

  • Tien terreineigenaren, beheerders, lagere overheden en kennisinstituten werken in een groot gebied rond de IJssel samen als alliantie onder de titel 'Biomassa als motor voor beheer'. De Biomassa Alliantie ging van start met het ondertekenen van de Letter of Intent op 6 november 2013 in Diepenveen. De alliantie beoogt kennisdeling en kennisvermeerdering en het realiseren van businessmodellen. Bijeenkomsten dragen bij aan partnerschap om samen resultaten te boeken. De alliantie staat open voor nieuwe partners, groot en klein. Ondertekenaars zijn Staatsbosbeheer, waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Natuurderij Keizersrande, Dienst Landelijk Gebied, Alterra, Wageningen UR, Radboud Universiteit, Unie van Bosgroepen en Deltares. Bron: https://biomassa-alliantie.nl/page/2/ 
    De Biomassa Alliantie bracht in oktober 2017 een tijdschrift uit met beschrijvingen van 15 pilots. ‘Waarde van maaisel, circulair terreinbeheer in de praktijk’ is digitaal beschikbaar op http://www.landwijzer.nl/Def_MagazineCT_171010_WEB_A3.pdf. Zie ook: info@circulairterreinbeheer.nl en www.circulairterreinbeheer.nl.

  • Begin 2017 vonden bijna vijftig partners elkaar voor de oprichting van een Green Deal Circulair Terreinbeheer. Zie: https://biomassa-alliantie.nl/2017/02/23/van-het-kernteam.

  • In de nieuwe wijk van Zutphen over de IJssel kan na 9 jaar break-even bereikt zijn. Want de energievoorziening van de wijk met biomassa, zon en wind kan naar verwachting 31% goedkoper dan met aardgas. De berekende kosten zijn inclusief aanleg en oogst van energiebos, transport, opslag (aanleg en beheer biomassawerf) en verbranding (bouw en beheer lokale energiecentrale) tot warmte in de woningen.

  •  Onderzoek in oostelijk Utrecht - Heuvelrug en Kromme Rijngebied – schetst de succesfactoren voor een regionale biomassamarkt.

    1. Zet in op kleine of middelgrote installaties die leveren aan kleinverbruikers, want daar ligt de gasprijs hoger dan bij grootverbruikers.
    2. Ga uit van de aanwezige ‘hot spots’ voor oogst en rendabel gebruik; het oostelijk deel van de provincie Utrecht kan, ondanks veel beperkingen, 13.430 ton per jaar aan verse houtsnippers leveren. Daarmee zou een thermisch vermogen opgesteld kunnen worden van 12 megawatt, vergelijkbaar met het aardgasverbruik van 2300 huishoudens.
    3. Beperk het transport tot korte afstanden.
    4. Werk lokaal en beperk de stappen in de keten tot een minimum.
    5. Kies voor houtinstallaties met lage kapitaalkosten, eenvoudig en robuust.
    6. Kies voor toepassingen waarbij de installatie intensief en continue kan werken.
    7. Ontwikkel lokale pilots samen met meer leveranciers. Kijk naar de meerwaarde van een coöperatie.
    8. Betrek de gemeente bij de initiatieven.
    9. Baseer business cases op reële marktprijzen.
    10. Laat de verantwoordelijkheid voor initiatieven vanaf het begin bij lokale partijen.
      Bron: Bosberichten 8, 2012 van Probos, probos.nl/images/pdf/bosberichten/bosberichten2012-08.pdf.
      De studie toont voldoende potentieel in het projectgebied voor de start van een regionale biomassaketen. De stakeholders zijn geïnteresseerd en de uitdaging is om hen samen te brengen. Een keten of coöperatie kan (logistieke) knelpunten opheffen, zodat het houtige biomassapotentieel in het Nederlandse bos, natuur en landschap beter benut wordt. Een van de initiatieven heet Coöperatie Heuvelrug Energie U.A, heuvelrugenergie.nl. De studie is uitgevoerd binnen de regeling Mooi Nederland 2010 van het ministerie van Infrastructuur & Milieu door Landschap Erfgoed Utrecht, Borgman Beheer, Stichting Probos, KandT management en Zilverberg advies. 

  • Het bedrijf Jalo Biopellets uit Rossum bouwt een nieuw pand in Almelo waar in het voorjaar van 2017 de eerste pellets geproduceerd worden voor houtgestookte kachels en cv-ketels. De Twentse onderneming heeft patent op zelf ontwikkelde biopellets, die het verkoopt als Nederpellets. De nieuwe fabriek maakt pellets van afval- en snoeihout. De gepatenteerde techniek leidt tot betere verbranding waarna slechts 1,5% as overblijft, aldus Jalo.  


15. Haardhout 


Hout voor open haarden en kachels kan veel geld opleveren. Stichting Probos verbaast zich dat Natuurmonumenten er in slaagt om eigen hout veel duurder te verkopen, ruim boven de marktprijs. Mogelijk ligt hier een kans voor bosbezitters om hout te verkopen onder eigen merk, oppert Probos. Probos meldt de volgende marktprijzen. Hout op stam varieert tussen €12 tot €40 per m3, hout langs de weg levert €50 op, tak- en tophout €20 en gekloofd hout €60 tot €100 (cijfers 2011). Al jaren is er geen instantie meer die de houtprijzen bijhoudt, meldt de site van de AVIH.
Natuurmonumenten hanteerde eind 2016 een prijs van €295, tegenover een ledenprijs van €280 voor een kist met netto 1,8 m3 gedroogd hout met FSC-keurmerk. Het pakket bestaat uit gemengd loofhout van eiken, beuken, berken en essen en wordt gratis thuis afgeleverd, inclusief een zak aanmaakhout.

Brandend haardhout. Foto: Pixabay. 

16. Warmtecontracten


Landgoed Sandenburg in het Utrechtse Langbroek ontwikkelt warmtecontracten voor de afzet van de overtollige eigen houtoogst. Ongeveer de helft van het hout gaat naar de eigen ketels voor warmteproductie in hoofd- en bijgebouwen. Daarmee bespaart Sandenburg €65.000 per jaar op de gaskosten. Voor de rest zoekt Sandenburg afnemers die een langjarig contract willen en daarvoor ketels krijgen met alle toebehoren, onderhoud en brandstof. Sandenburg beschikt over 70 hectare essenhakhout, bossen en andere landschapselementen. Adviseur Arjan Rosseel van Bureau Landplan verwerkt dit idee tot een marktrijpe innovatie.

.Groenbedrijf BKC experimenteerde al eerder met zo’n concept door de aanleg van een kleine wilgenplantage op bedrijventerrein 7poort in Zevenaar. BKC wil de biomassa uit de plantage gaan benutten voor de verwarming van zijn eigen bedrijfspand. Groenbedrijf BKC heeft samen met Aitec, een leverancier van houtgestookte installaties, een concept ontwikkeld voor energieteelt op braakliggende bedrijventerreinen.
Het concept voorziet in een biomassagestookte installatie dat een gebouw (gemeentehuis, zwembad) verwarmt. De brandstof bestaat uit een mix van Miscanthus (olifantsgras) en wilg. Beide gewassen worden geteeld op braakliggende bedrijventerreinen in de gemeente. BKC en Aitec verzorgen financiering en exploitatie van de installatie en de biomassaplantage. De gemeente betaalt voor de warmte. De prijs voor de geleverde warmte hangt af van de huidige gasprijs en wordt voor langere tijd vastgelegd. Voor de gronden waarop de biomassa wordt geteeld, ontvangt de gemeente pacht. De pachtprijs is afhankelijk van de teeltduur. Met dit concept willen de initiatiefnemers gemeenten ontzorgen en op een economisch rendabele en innovatieve manier hernieuwbare energie opwekken.

17. Bospest verwarmt huizen


De strijd tegen de bospest krijgt in Ede een positief effect. De Amerikaanse vogelkers of bospest is een uitheemse, woekerende struik. Op de Veluwe verdringt hij inheemse planten, struiken en bomen. De struik verwijderen en het houtafval als brandstof gebruiken, heeft twee effecten. De diversiteit van de bossen groeit en duizenden woningen krijgen duurzame warmte.
"Als we de struik zijn gang laten gaan, blijft er nauwelijks andere vegetatie over. De struiken rooien is dus de enige optie", vertelt Valentijn Kleijnen, operationeel directeur van Bio-energie De Vallei (BDV), verantwoordelijk voor het project. Enkele jaren geleden leverde Agentschap NL de aanzet met een duurzaamheidscan. Sinds eind 2013 staat er een bio-energiecentrale in Ede. Hier worden de snippers bospest gedroogd en opgestookt in een grote verbrandingsketel. Een leiding vervoert het warme water naar 3000 woningen in de wijken Veldhuizen en Kernhem. "We slaan zo twee vliegen in één klap. Het afval van een schadelijke struik krijgt een nuttige bestemming." Het project zorgt voor een verminderde uitstoot van 7000 ton CO2 per jaar. BDV werkte samen met de gemeente Ede, provincie Gelderland, corporatie Woonstede en energieproducent Nuon. Het bedrijf Dalkia zorgt voor beheer en onderhoud. Bron: Agentschap.NL 1 november 2013 (nu: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, rvo.nl).

18. Kansen voor nieuw hakhoutbeheer 


Tot begin negentiende eeuw was hakhout het dominante beheertype in Nederland. Bij hakhout worden de uitlopers (scheuten) op een stam (stobbe) elke 3 tot 20 jaar afgehakt, waarna de stam weer opnieuw uitloopt. Het leverde vooral eikenschors voor de leerlooi-industrie, boerengeriefhout en brandhout. De belangrijkste voordelen van hakhout waren de regelmatige houtinkomsten en het feit dat er weinig verjongingskosten gemaakt hoefden te worden. Door de afnemende vraag naar de producten kwam er een eind aan de hakhoutcultuur. Ondertussen is de vraag naar brandhout, nu biomassa genoemd, weer sterk gestegen. Hakhout lijkt daarmee economisch weer interessant. Zie: Hakhout op omgekeerde rabatten

19. Gemeenteportaal


Het gemeenteportaal voor energiebesparing met kennis, hulpmiddelen, namen van adviesbureaus en praktijkvoorbeelden: https://www.energievergelijk.nl/onderwerpen/101-tips-energie-besparen. Zie ook accres.nl en vbne.nl voor bijvoorbeeld de checklist ‘Natuurgrassen als product’ en praktijkadvies ‘Houtige biomassa – oogsten, opslag, transport’.
Over de rol van gemeenten bij het opzetten van lokale biomassaketens publiceerde stichting Probos een nieuwsbrief in juni 2018. Zie: probos.nl/images/pdf/bosberichten/bosberichten2018-01.pdf.