FPG Nieuws

FPG bepleit gebiedsspecifieke aanpak in 7e actieprogramma

FPG pleit voor een andere insteek van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. In plaats van een onverantwoorde aanscherping van generieke maatregelen - die geen recht doen aan de specifieke wateropgave welke per gebied verschilt - moet worden ingezet op gebiedsspecifieke maatregelen. Maatregelen zullen daarbij behalve op ecologische effectiviteit ook moeten worden getoetst op economische gevolgen en de haalbaarheid op langere termijn. Dit zegt FPG in haar reactie over het ontwerp 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn en plan-MER. De volledige reactie kunt u hier teruglezen die in het kader van de consultatie gestuurd is naar het ministerie van LNV.

Verbeteringen waterkwaliteit niet meegewogen

FPG stelt vast dat de verdere verbetering van de waterkwaliteit in de komende jaren op basis van bestaand beleid niet op waarde is meegewogen. Daarmee demotiveert de vergaande generieke benadering ondernemers, grondeigenaren om ook in de komende jaren nieuwe initiatieven te nemen en innovaties toe te passen. Immers ‘het lijkt nooit genoeg, wat we ook doen’.

Teeltvrije zones leiden tot 3,5 miljard euro vermogensverlies

In het ontwerp 7e AP wordt voorgesteld bij ecologisch kwetsbare waterlopen en KRW-waterlichamen 5 meter brede teeltvrije zones toe te passen en 2 meter brede teeltvrije zones bij overige watervoerende wateren. Hierbij geldt een maximum van 5% van het areaal van een perceel. LTO Noord bericht dat een ruwe berekening leert dat hiermee zo’n 59.000 ha is gemoeid. Omdat op de zones geen gewassen (behalve gras) mogen worden geteeld en deze niet bemest mogen worden geven de zones geen gewasopbrengst.  Echter, in die grond is wel geïnvesteerd en wordt rente dan wel pacht betaald op basis van een gewasopbrengst als ware het reguliere landbouwgrond.

Compenseer in lijn met omzetten naar natuurgrond

Het de facto uit gebruik nemen van die grond leidt bij een gemiddelde grondprijs van 60-70.000 €/ha tot een waardedaling cq. vermogensverlies bij grondeigenaren van zeker € 3,5 mld. Tevens zal bij verpachting van die grond de pachter niet genegen zijn een pacht te betalen die hoort bij reguliere, voor gewasproductie in te zetten, landbouwgrond. FPG stelt vast dat aan deze gevolgen en de noodzaak van vermogens compensatie in het 7e AP ten onrechte geen enkele aandacht is besteed en verzoekt dit alsnog mee te nemen. Ons inziens zou vermogensverlies op dezelfde wijze gecompenseerd moeten worden als bij het omzetten van landbouwgrond naar bos of natuur.

FPG dringt er op aan bufferstroken te beperken tot de hoogst noodzakelijke in gebieden waar deze werkelijk effectiviteit zijn. Voorts moeten bufferstroken kunnen worden gecombineerd met rustgewassen, bloemstroken en dergelijke waarbij om vermogens- en inkomstenverlies te beperken een jaarlijkse vergoeding wordt betaald.

Duurzame bouwplannen, grote financiële schade

In het 7e APN is voorzien in een drietal maatregelen die invulling moeten geven aan duurzame bouwplannen: rotatie met rustgewassen, toepassen van vanggewassen en

rustgewassen en blijvend grasland op graasdierbedrijven. De maatregelen wordt in twee stappen genomen. De praktische en financiële gevolgen van deze maatregelen voor de agrarische bedrijven zijn groot. In de reactie gaat FPG uitgebreider in op de gevolgen.

Inkomensverlies loopt hard op

Een eerste doorrekening op bedrijfsniveau laat zien dat de eerste fase van maatregelen per 2023 voor een akkerbouw bedrijf met een doorsnee omvang van 60-100 ha reeds tot een inkomensverlies leidt van 10.000 tot 14.000 € per jaar. Vanaf 2027 loopt dit op tot 43.000€ per jaar. Voor bedrijven in het Veenkoloniaal gebied met een intensief bouwplan zijn de financiële gevolgen evenwel nog groter.

Verdamping grondwaarde op lange termijn

Al met al zullen de maatregelen de grondmarkt verder onder druk zetten en zullen grote negatieve inkomensgevolgen doorwerken in de grondwaarde en in de pachtprijzen. Aanvankelijk zullen bedrijven naar verwachting proberen het verlies aan areaal van beter renderende gewassen proberen op te vangen door areaaluitbreiding. De negatieve inkomensgevolgen verhinderen evenwel in eerste aanleg grondaankoop met een forse prijsdruk als gevolg. Eigenaren zien hierdoor de waarde van hun grondbezit gedeeltelijk verdampen.

Gebiedsgerichte aanpak versterken, generieke maatregelen verlagen

FPG onderstreept het belang ervan omdat mét de ondernemers en eigenaren maatregelen – bij voorkeur behalve t.a.v. water integraal met andere opgaven – genomen worden. Het is daarom belangrijk de positie van het DAW verder te versterken alsook landgoederen, die vaak zowel natuur- als landbouwgronden, beheren nadrukkelijk te betrekken. Echter, het is de vraag in hoeverre ondernemers en eigenaren nog te motiveren zijn deel te nemen binnen een gebiedsgericht aanpak als het 7e actieprogramma niet rigoureus wordt aangepast.