FPG Nieuws

FPG: GLB is geen duizenddingendoekje

Op donderdag 30 september behandelde de vaste Kamercommissie van LNV de nationale invulling van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Plan voor de periode 2023 tot en met 2027. De Federatie Particulier Grondbezit heeft de Kamerleden in de aanloop naar het debat gevraagd om voldoende middelen beschikbaar te houden voor investeringen in verduurzaming op bedrijven en daarmee de verdiencapaciteit. Het GLB is geen duizenddingendoekje voor financiering van alle maatschappelijke opgaven. De grondfinanciering en redelijke pachtprijzen staan namelijk volop onder druk.

Extra cofinanciering overheden

Eerdere analyses in opdracht van het ministerie laten zien dat de inkomens in de landbouw achter blijven en in 2020 t.o.v. 2010 met 10% zijn gedaald. FPG dringt daarom aan op extra co-financiering van het plattelandsbeleid door overheden bij verlaging van directe betalingen aan boeren. Daarmee laten overheden zien dat inzet op maatschappelijke doelen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en geen ‘sigaar uit eigen doos’.

Gerichte inzet: water & overgangsgebieden stikstof

FPG ziet dat maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied groot zijn en vraagt om GLB middelen binnen de brede waaier van maatschappelijke opgaven gerichter in te zetten. De wateropgaven en stikstof/overgangsgebieden hebben voor FPG prioriteit. In het kader van de stikstofmaatregelen zet het kabinet in op versterking van de N2000 gebieden en de uitwerking van overgangsgebieden. Het is belangrijk de kansen die het GLB hiervoor biedt te benutten. Dat kan betekenen dat landbouwgronden een aangepast agrarisch gebruik zal krijgen met mogelijk doorwerking naar de planologische bestemming. Dat werkt door in de grondwaarde. Belangrijk is dit effect bij de voorbereiding van regelingen mee te nemen en door adequate beheervergoedingen en nadeelcompensatie te ondervangen.

Gebiedsgericht werken: gebruikers en eigenaren

Tenslotte heeft FPG de Kamerleden opgeroepen waar gebiedsgericht gewerkt moet gaan worden, de organisatie en voorbereiding zo dicht mogelijk bij de gebruikers plaats te laten vinden. Voor agrarisch natuurbeheer zijn de agrarische collectieven effectieve organisaties. Ook landgoedeigenaren, in samenwerking met partners, moeten vergelijkbare initiatieven vanuit het GLB kunnen nemen door samenwerkingsverbanden op te zetten.