FPG Nieuws

FPG: Tweede Kamer wil meer maatwerk in mestbeleid

Gisteren bleek tijdens het tweeminutendebat over het mestbeleid dat een Kamermeerderheid meer maatwerk wil, de sector zelf ruimte geeft om beoogde doelen te halen en grondgebondenheid waardeert. Dat is een mooi gegeven, gezien het desastreuze conceptvoorstel van LNV voor het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Een aantal speerpunten van FPG werden overgenomen door de Tweede Kamer.

Bufferstroken alleen waar nodig

FPG was eerder positief over het toekomstig mestbeleid. Grondgebonden bedrijven krijgen meer waardering en het mestbeleid moet dan ook zo eenvoudig mogelijk zijn voor deze doelgroep. Voor de FPG moet het mestbeleid zich daarnaast vooral richten op de uitvoerbaarheid ervan. Maatwerk is nodig, maar moet niet leiden tot onnodige complexiteit voor ondernemers. In dat kader is het een opsteker dat bufferstroken langs waterlopen alleen moeten worden aangehouden in gebieden waar de effectiviteit hiervan aangetoond en noodzakelijk is. Dit betekent een omgekeerde bewijslast en is positief. Dit komt voort uit de aangenomen motie van Van Campen (VVD) en Boswijk (CDA).

Lokaal maatwerk voor schoon water

De Minister gaf aan dat hiermee tegemoet gekomen wordt aan de leidraad die opgesteld wordt voor waterbeheerders. Hierin wordt bepaald welke teeltvrije zones kunnen volstaan met de kwaliteit oppervlaktewater als uitgangspunt. Hierin ziet de FPG het lokale maatwerk op een werkbare manier terug in het beleid. In alles is de beweging naar een gebiedsspecifieke aanpak met sturing op doelen van essentieel belang. Oppervlaktewater van goede kwaliteit is cruciaal voor de agrarische sector en het behoud van de landschappelijke kwaliteit.

Goede samenwerking met Waterschappen

De FPG is daarnaast blij dat de minister als reactie op de motie van Bromet (GL) en Thijssen (PvdA) (die uiteindelijk niet in stemming is gebracht), heeft toegezegd met de waterschappen in gesprek te gaan op het moment dat blijkt dat het moeten aanhouden van bufferstroken leidt tot het dempen van sloten. Waterschappen hebben op regionaal niveau deze kennis en weten heel goed wat er in een gebied gebeuren moet. 

De FPG verwacht echter niet, in lijn met de minister, dat het moeten aanleggen van bufferstroken zal leiden tot het dempen van sloten. Juist vanwege de vele nadelige gevolgen voor de waterstromen die zo cruciaal zijn voor de agrarische sector en een natuurlijk landschap is dat in niemands belang.

Ruimte voor invulling door sector

Om verder te borgen dat maatwerk niet leidt tot een complexer mestbeleid, is FPG ook zeer content dat de motie van Boswijk (CDA) en Grinwis (CU) is aangenomen. Deze geeft namelijk ruimte aan de sector om een alternatief maatregelenpakket met een maatwerkaanpak in het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn op te nemen.  Hiervoor heeft FPG ook gepleit in haar reactie op de consultatie op het zevende actieprogramma en dit is in lijn met het voorgestelde maatregelenpakket van onder andere LTO, BO Akkerbouw en Rabobank waarin wordt gepleit voor “een systeemverandering met eigen verantwoordelijkheid, in plaats van regels op regels op regels.” Dit moet natuurlijk uiteindelijk wel leiden tot mestbeleid dat de waterkwaliteit dient en uitvoerbaar, handhaafbaar en controleerbaar is.