FPG Nieuws

Nationale Omgevingsvisie: veel wensen, groter ruimtebeslag

Klimaatadaptatie en energietransitie, de woningopgaaf en de transitie van de landbouw leggen extra beslag op schaarse ruimte. Slim combineren van opgaven is nu meer dan ooit nodig, aldus het kabinetsperspectief op de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Op 5 oktober 2018 presenteerde minister Ollongren het kabinetsperspectief over de richting van de NOVI aan de Tweede Kamer. De NOVI is onderdeel van de nieuwe Omgevingswet en als zodanig richtinggevend voor lagere overheden bij het opstellen van hun omgevingsvisies. Dit is de richting die het kabinet voor het landelijk gebied ziet:

Ruimte voor klimaatambities

Belangrijk onderdeel van NOVI is de ruimtelijke impact van het klimaatbeleid. FPG maakte recentelijk een  analyse van dit beleid. Het opwekken van duurzame energie met zon en wind zal veel zichtbaarder zijn en een groter beslag op ruimte leggen dan de huidige energievoorziening. En duurzame energievoorzieningen nemen niet alleen bovengronds extra ruimte in, maar ook ondergronds.

Meer ondergrondse infra

Ondergrondse infrastructuur is niet alleen nodig voor het transport van energie, maar ook voor de opslag van energie in verschillende vormen. Voor al deze activiteiten zijn bovengrondse installaties nodig en ondergrondse bronboringen en kabels en leidingen. En zoals bekend, kabels en leidingen houden de gemoederen bezig. Het kabinet vindt het belangrijk dat bij aanleg, onderhoud en vervanging van ondergrondse netwerken van kabels en leidingen zoveel mogelijk opgaven worden gecombineerd en gestreefd wordt naar de laagste maatschappelijke kosten en zo min mogelijk overlast.

Zon op daken, grootschalige wind/zon parken

Het kabinet vindt ‘combineren’ belangrijk en heeft daarom een voorkeur voor het plaatsen van zonnepanelen op daken. Afgelopen maand heeft het kabinet in dit verband nog een motie van de kamer over een zonneladder omarmd. Toch blijft ook grootschalige ontwikkeling met windmolens en zonneweides nodig om de doelen te halen, aldus het kabinet. Daarbij vindt zij dat clustering van windmolens en grotere zonneweiden in het landelijk gebied versnippering voorkomt. De ruimtelijke inpassing van de energietransitie is aan de medeoverheden, in samenwerking met de energiesector en andere belanghebbenden. Het instrument daarvoor zijn de Regionale Energiestrategieën (RESsen).

Verdere verstedelijking

Tot 2030 moeten er ca. 1 miljoen woningen worden gebouwd om de groeiende vraag bij te benen. Dit legt een enorm ruimtelijk beslag. In eerste instantie dienen deze woningen volgens het kabinet dan ook binnen de bebouwde omgeving te komen. In tweede instantie kunnen deze woningen aan de randen van bestaand stedelijk gebied gebouwd worden, zo stelt het kabinetsstandpunt.

Landbouw niet dominant

Het kabinet vindt dat huidige productiemethoden in de land- en tuinbouw en het consumentengedrag een te grote belasting vormt voor bodem, lucht en water en bepleit kringlooplandbouw en natuur-inclusieve landbouw. Een transitie van de landbouw is de komende decennia dan ook onvermijdelijk zo stelt het kabinet. Zij vindt dat er daarbij ruimtelijk opnieuw naar de indeling van het landelijk gebied moet worden gekeken. Niet dominant vanuit de landbouwfunctie, zoals bij de ruilverkaveling, maar vanuit alle wensen en ontwikkelingen die op het landelijk gebied afkomen in een geïntegreerde gebiedsaanpak.  

Natuur versterkt

Het kabinet wil het areaal natuurgebied, zoals afgesproken in het Natuurpact, vergroten om de biodiversiteit te herstellen en de internationale natuurdoelen te kunnen halen. Ook wil zij, zoals vastgelegd in het regeerakkoord, dat in randgebieden rondom Natura2000 gebieden bekeken wordt of agrarisch natuurbeheer door minder intensief landgebruik een bijdrage kan leveren aan de klimaatopgave en natuurherstel.

Waterknelpunten

Om de bodemdaling in de veenweidegebieden tegen te gaan stelt het kabinet dat waterpeilverhoging noodzakelijk is. Verder is ruimte nodig voor klimaatadaptatie. In dit verband geeft het kabinet ook aan dat zoetwaterschaarste binnen gebieden moet opgelost door landgebruik meer af te stemmen op de zoetwaterbeschikbaarheid en beperkingen aan grote watervragende functies. Daarnaast blijft ruimte nodig voor hogere dijken en voor waterafvoer en -opslag bij extreme neerslag.

Vervolg

Het kabinetsperspectief voor de NOVI is naar de smaak van FPG nog teveel een opsomming van alle ruimtelijke vragen die nog onvoldoende met elkaar in samenhang zijn gebracht.  De ontwerp-NOVI zal daar naar verwachting meer lijn in brengen. Duidelijk is dat alle opgaven tezamen leiden tot een toenemende druk op de grond.

FPG is daarover op verschillende terreinen in gesprek met overheid en politiek. Het vraagstuk over  klimaat vraagt daarbij momenteel de meeste aandacht. Daarom is dit onderwerp het hoofdthema tijdens ALV van 1 december aanstaande.  We zijn blij dat we daarbij Pieter van Geel als hoofdspreker ontvangen. Deze oud-bewindspersoon geeft leiding aan de landelijke klimaattafel over landgebruik. De ALV vindt plaats op Kasteel Duivenvoorde in Wassenaar.