FPG Nieuws

Nieuwe voorstellen waterschapsbelastingen onbevredigend

De nieuwe voorstellen voor het belastingstelsel bij de waterschappen zijn volgens FPG onbevredigend. Gelukkig is de eerder voorgestelde verontreinigingsheffing op alle landbouwgrond van de baan. Deze omstreden kostenpost voor grondeigenaren blijkt geschrapt uit het voorstel, maar onduidelijk is nog hoe deze in de watersysteemheffing terugkomt. De eerder al voorgestelde kostenverhoging voor natuur wordt tot ongenoegen van FPG gehandhaafd in het nieuwste voorstel en zelfs nog verzwaard. Verder valt op dat de Unie de financiële gevolgen van het nieuwe stelsel voor de verschillende categorieën niet duidelijk kan maken.

Als ingangsdatum voor de voorstellen wordt aan 2022 gedacht. FPG zal de voorstellen van de Unie, samen met LTO voor het agrarische deel en met VBNE voor het natuurdeel, nader bestuderen, beoordelen en beïnvloeden. FPG wijst daarbij ook op het gezamenlijk belang van grondeigenaren.

Gezamenlijke reactie op voorstellen

De op 15 juni gepubliceerde voorstellen volgen na het eerdere advies van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel Waterschappen (CAB). LTO, VBNE en FPG hebben daar destijds stevig op gereageerd. Het bestuur van de Unie van Waterschappen heeft nu haar eigen pakket voorstellen tot aanpassing van het belastingstelsel aan de leden-waterschappen gedaan.

In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen op 12 oktober a.s. nemen de gezamenlijke waterschappen het besluit of ze de voorstellen steunen. Vervolgens wil de Unie deze aanbieden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, omdat het een wetswijziging vergt.

Ook minister aan zet

Vervolgens moet de minister daarover een oordeel vellen en met een voorstel richting de Tweede Kamer te komen. De verwachting is dat de minister de Kamer nog vóór het einde van dit jaar hierover zal informeren. Er kan nog geen precieze inschatting gemaakt worden van het wetgevingstraject, maar de Unie verwacht dat het nieuwe belastingstelsel per 1 januari 2022 in werking zal kunnen treden.

Natuur kind van de rekening

In de voorstellen van de CAB en de Unie verdwijnt de categorie natuur. Deze wordt ondergebracht bij de categorie ongebouwd. Maar daar waar het CAB nog adviseerde om voor natuur een tarief van 20% van de categorie ongebouwd toe te passen, wordt door de Unie zelfs een tarief van 30% voorgesteld. De voorgestelde kosten voor bos- en natuureigenaren gaan daarmee nog verder omhoog. Dit punt van kritiek blijft de nadrukkelijke aandacht houden.

Heffing diffuse lozingen landbouw van de baan

In de voorstellen van de CAB was nog sprake van verontreinigingsheffing voor uit- en afspoeling uit de landbouw van één vervuilingseenheid per hectare. Dit was een punt van kritiek van de FPG en deze is nu van de baan. Echter, via de watersysteemheffing wordt de uitspoeling van alle ongebouwde percelen –van wegen, spoorwegen, natuurterreinen, parken, maar ook van landbouwgronden-  in de belasting betrokken.

Weeffout aangepakt

De 'weeffout ' in het huidige stelsel waardoor de economische waarde van infrastructuur wordt toegerekend aan de categorie ongebouwd, wordt in het nieuwe heffingensysteem aangepakt. Maar ook op dit punt van het voorstel bestaan nog veel vragen en de werkelijke impact daarvan. Onduidelijk is bijvoorbeeld of het nieuwe systeem wel voldoende compenseert.

Financiële gevolgen voor eigenaren onduidelijk

De voorstellen nemen de onduidelijkheid over de verschillende aspecten niet weg. Bovendien kan de Unie de financiële consequenties voor de verschillende categorieën van al haar voorstellen niet eenduidig aangeven. Volgens de Unie omdat dit door de verschillende gebieden en werkwijzen van de waterschappen, en bestuurlijke keuzes, niet mogelijk is. Dit is reden te meer voor de FPG om de vinger aan de pols te houden.