FPG Nieuws

NSW Rangschikkingsbesluit gepubliceerd

Het rangschikkingsbesluit NSW, één van de sluitstukken van de NSW-evaluatie die in 2013 een aanvang nam, is afgelopen vrijdag 11 september 2020 gepubliceerd (hier). Hiermee is een einde gekomen aan een grondige evaluatie van de Natuurschoonwet De FPG is blij met de brede waardering voor landgoederen die bij deze evaluatie naar voren kwam. De Natuurschoonwet is, qua beloning voor, en afdwingbaarheid van, de tegenprestatie nog even modern als hij was bij zijn inwerkingtreding. In dit artikel gaan we in op de wijzigingen in het Rangschikkingsbesluit. Op onderdelen vergen deze ook nog nadere studie. Later dit jaar zal FPG een voorlichtingscampagne starten over het nieuwe Rangschikkingsbesluit, met zo mogelijk ook fysieke bijeenkomsten.

Met de positieve conclusies van de evaluatie werd voorkomen dat de hele NSW overhoop zou worden gehaald. Het nieuwe rangschikkingsbesluit kent wel een aantal verruimingen, een aantal aanscherpingen en een aantal gemiste kansen. De aanscherpingen betreffen onder andere zogenaamde aanleuners en golfbanen, aanscherpingen die al langer bekend zijn. Ten opzichte van de laatst bekende conceptversie kent het uiteindelijke rangschikkingsbesluit geen grote verassingen meer. Als sluitstuk volgen binnenkort nog een wijzigingswet Natuurschoonwet (waarschijnlijk op 15 september), het openstellingsbesluit en de lijst van natuurtypen die binnen het rangschikkingsbesluit gaan gelden als natuur.

Verruimingen

  • Buitenplaatsen met een tot 1900 te herleiden tuinaanleg worden nu rangschikbaar, dat was 1850. Hierdoor kunnen meer buitenplaatsen gebruik maken van de mogelijkheden die de NSW biedt.
  • Nieuwe mogelijkheden tot het omzomen van agrarische grond met natuur, van belang in gebieden waar omzoming met houtopstanden minder wenselijk is, wordt mogelijk. Dit biedt meer flexibiliteit bij omzoming.
  • De lijst van te rangschikken types gerealiseerde natuur wordt in lijn gebracht met de Index Natuur en Landschap die binnen provinciale regelgeving al bestaat; Naast administratieve lastenverlichting biedt dit per saldo een uitbreiding van de soorten te rangschikken gerealiseerde natuurtypes.
  • De formulering waarmee kleinschalige kampeerterreinen kunnen worden gerangschikt – grofweg een per 25 hectare – is aangepast. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd, maar het maakt voorheen noodzakelijk administratief geknutsel met rangschikkingsaanvragen om kampeerterreinen onder de NSW te krijgen overbodig.
  • In de toelichting van het Rangschikkingsbesluit valt te lezen ‘Het Rangschikkingsbesluit biedt veel ruimte om economische dragers op landgoederen toe te staan’. Of dit ook echt gebeurt komt aan op de uitvoering in de praktijk, FPG blijft in dat verband pleiten voor meer maatwerk door de veldtoetsers in de uitvoering.

Aanscherpingen

  • Aanleun- en samenwerklandgoederen kleiner dan 1 hectare kunnen voortaan alleen nog maar rangschikken als ze vruchtgebruiker zijn of erfpachter; in volle eigendom afgesplitste aanleuners en samenwerkers onder de 1 hectare lijden daarmee statusverlies.
  • Aanleun- en samenwerklandgoederen tussen de 1 en 5 hectare kunnen voortaan alleen nog maar rangschikken als ze 50% bos of natuur hebben. Het maakt hierbij niet uit of het een erfpachter, vruchtgebruiker of volle eigenaar is. De FPG heeft eerder aangevoerd dat de NSW in het leven is geroepen om versnippering van landgoederen te voorkomen; daarmee zou het in erfpacht of vruchtgebruik uitgeven van stukken grond tussen de 0 en 5 hectare altijd, dus onafhankelijk van de hoeveelheid bos, beloond moeten worden met rangschikking.
  • Golfbanen moeten straks uit 50% bos of natuur bestaan, in plaats van uit 30% bos of natuur zoals nu het geval is. Bovendien moeten natuureenheden, zowel op golfbanen als op de rest van het landgoed en op niet-golfbanen, straks minimaal 0,5 hectare groot zijn. Dit laatste miskent volgens FPG de meerwaarde van kleine natuurstapstenen en poelen. Lobbywerk van de FPG heeft er wel voor gezorgd dat de minimale natuurbreedte van 30 meter van tafel is gehaald. In 2013 waren zorgen over de kwaliteit van de golfbanen de aanleiding voor de evaluatie.
  • Tevens worden de rangschikkingsmogelijkheden van buitenplaatsen kleiner dan 5 hectare ingeperkt door aan opstallen op buitenplaatsen de eisen op te leggen die ook aan opstallen van aanleuners en samenwerkers worden opgelegd. Het ministerie verdedigt deze inperking met de stelling het een omissie uit het verleden herstelt, maar deze omissie is nergens in een beleidsdocument eerder vermeld.
  • Opstallen die voorheen rangschikbaar waren (ouder dan 1950 of functioneel) kunnen (door een wijziging van artikel 4) alsnog worden onttrokken omdat het gebruik ervan inbreuk zou maken op het natuurschoon. FPG heeft zich hiertegen verzet onder andere omdat het de mogelijkheden voor economische dragers inperkt.
  • Het voortijdig rangschikken van natuur, zoals dat nog steeds kan met bos-op-een-beplantingsplan en voorheen met natuur-op-een-inrichtingsplan, is verleden tijd. Natuur kan nu pas worden gerangschikt als het al is gerealiseerd én minimaal in eenheden die 0,5 hectare groot zijn. De FPG heeft er meermalen op gewezen dat aansluiting bij de systematiek van de SKNL meer voor de hand ligt. Dat geldt zowel uit het oogpunt van effectieve besteding van gelden bestemd voor natuur (er kan bij aankoop van de grond voor landgoedontwikkeling overdrachtsbelasting worden bespaard) als uit het oogpunt van administratieve lastenverlichting door het aansluiten bij reeds bestaande provinciale regelgeving voor natuursubsidies.

Overgangsbepaling in NSW wijzigingswet

Voor één van de grootste resterende knelpunten, namelijk de gevolgen van het statusverlies voor huidige landgoederen die niet meer aan de nieuwe rangschikkingseisen kunnen voldoen, kon het rangschikkingsbesluit niet voorzien in een oplossing. Hiervoor moet de wijzigingswet NSW, vervat in het wetvoorstel overige fiscale maatregelen 2021, worden geraadpleegd. Publicatie hiervan wordt verwacht tegelijkertijd met Belastingplan 2021, op 15 september (Prinsjesdag). FPG heeft hierover verschillende malen met het ministerie van Financiën over overlegd.

Update: voor onze reactie op de aanpassing overgangsrecht NSW klik hier.

Achtergrond: lange adem

Het Rangschikkingsbesluit was de afgelopen jaren een van de belangrijkste dossiers voor FPG. Na een discussie in de Tweede Kamer (motie Van Veldhoven) werd door het Rijk besloten tot een evaluatie van de NSW. Begin 2014 is gestart met die evaluatie, uitgevoerd door Ecorys en DLG. In opdracht van FPG en VPHB publiceerde het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht een onderzoeksrapport dat werd aangeboden aan de ministeries. Na veel overleg met de ministeries van EZ (later LNV) en Financiën werd in 2016 de hoofdlijn van de evaluatie door het kabinet gepresenteerd. Conclusie: de Natuurschoonwet functioneert nog steeds goed en moet blijven. De wet is van groot belang voor het behoud van natuurschoon en cultuurhistorisch erfgoed op landgoederen en zorgt ervoor dat ook volgende generaties hiervan kunnen genieten (hier). Omdat de evaluatie ook werd besproken in de Tweede Kamer onderhield FPG daarover frequent contact met parlementariërs. Bij de behandeling ervan in de Kamer in 2017 werden verschillende moties ingediend en aangenomen (zie hier). De afgelopen drie jaar stonden vervolgens in het teken van wijziging van het Rangschikkingsbesluit en het Openstellingsbesluit. Ook daarover voerden we veelvuldig en goed overleg met LNV en Financiën. Ook maakten we gebruik van de formele internetconsultatie (zie voor onze inbreng hier en hier de uitkomst).

Evaluatie Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) van start gegaan

De evaluatie van de SIM is in volle gang. Daarbij wordt onder andere gekeken naar structurele oplossingen voor de  blijvende overvraag op de SIM-regeling. De Federatie Particuliere Monumenteneigenaren is daarbij namens FPG en VPHB nauw betrokken. FPMe wil de SIM graag handhaven, maar vraagt wel om aanpassingen, waarvan een noodzakelijke ophoging van het subsidiebudget de belangrijkste is.

Lees meer...