FPG Nieuws

Omgevingswet: zorgen over gedoogplicht

De Federatie Particulier Grondbezit (FPG) vraagt aan de vooravond van het debat in de Eerste Kamer over de Omgevingswet aandacht voor de rechtspositie van grondeigenaren. De wet stelt op een aantal punten een versoepeling van procedures voor die volgens de FPG ten koste gaat van de zorgvuldigheid.

Het gaat vooral om de bepalingen over de gedoogplicht, die grondeigenaren kan dwingen om de aanleg van ‘werken van algemeen belang’ toe te staan op hun grond. In de nieuwe Omgevingswet heeft beroep tegen een gedoogplicht geen schorsende werking meer. Dat betekent dat ondanks bezwaren van de eigenaar, de uitvoering direct kan starten. Bovendien kan de eigenaar voortaan bij nog maar bij één instantie in beroep.

Een duidelijke definitie van ‘een werk van algemeen belang’ ontbreekt. Daardoor hebben eigenaren geen duidelijkheid over al dan niet te gedogen projecten. De FPG vindt dat de gedoogplicht niet misbruikt mag worden voor werken met voornamelijk commerciële doeleinden, en pleit daarom voor het alsnog formuleren van een definitie.

Vorige week nam de Tweede Kamer nog twee moties aan die de minister oproepen de rechtspositie van eigenaren ten minste gelijk te houden en zo mogelijk te versterken. De Eerste Kamer debatteert dinsdag 15 maart over het wetsvoorstel Omgevingswet. In de wet wordt een groot aantal wetten samengevoegd, met als doel het aantal regels te verminderen en te vereenvoudigen. 

Download hier de brief van de FPG aan de Eerste Kamer.

Update (18-3): tijdens het debat schonk een aantal partijen aandacht aan de rechtspositie en –bescherming van grondeigenaren. De SGP pleitte ervoor om de regelgeving over onteigening, zoals nu het geval is, binnen het civiele recht te laten. Bij opname hiervan in de Omgevingswet komt onteigening onder het bestuursrecht te vallen. De minister zei in reactie hierop met verschillende partijen te praten in de voorbereiding van de Aanvullingswet grondeigendom. De FPG is al uitgenodigd door de Tweede Kamer om hierover te spreken tijdens een rondetafelgesprek op 20 april.