FPG Nieuws

Plan voor versneld vernatten: verzuipen in veenweide?

Op 24 juni, precies 4 jaar na het winnen van haar Klimaatzaak bij de rechtbank, zal Stichting Urgenda een pakket van 40 klimaatmaatregelen aan het kabinet presenteren. Nadat eerder al maatregel 7, 'duurzaam bosbeheer' vooruit werd gepubliceerd, is er nu ook maatregel 12, 'versneld vernatten veenweide' (hier).

In maatregel 12 bepleit Urgenda samen met de Milieufederaties en Natuurmonumenten een versnelling van het vernatten van veen in natuurgebieden. Volgens Urgenda kan men al binnen huidige natuurgebieden aan de slag met het vernatten en kunnen nieuwe gebieden versneld worden aangekocht.

Ook FPG is van mening dat door het slim combineren met andere doelen de snelste klimaatwinst mogelijk is. Dat vraagt echter nog altijd zorgvuldige procedures en duidelijkheid over kosten en de verdeling ervan.

 

Stop wensdenken, combineer opgaven

Winst van het voorstel van Urgenda is de erkenning dat met het combineren van ruimtelijke opgaven wezenlijke vooruitgang is te boeken. Het leidde eerder al tot de oproep bij de ALV FPG om te stoppen met wensdenken en opgaven slim te combineren (hier).

Onderdeel daarvan is volgens FPG ook openheid over de financiële opgave. Op dat vlak heeft FPG de nodige bemerkingen bij de voorstellen die momenteel op verschillende plekken worden gelanceerd over veenweide.

Onduidelijkheid over kosten

In het Urgenda-voorstel 'versneld vernatten veenweide' worden de extra kosten voor natuurgebieden geschat op 10 euro per ton CO2-equivalenten. Eerder berekende het PBL de kosten van de CO2-reductie in veenweidegebieden en moerige gronden gemiddeld tussen de 35 en 40 euro per ton CO2 (zie PBL: 'Analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord', hier).

Als daarnaast sprake is van functieverandering, van landbouwfunctie naar natuur, lopen de bedragen snel op. De gemiddelde kosten bij aankoop, afwaardering en inrichting gaan bij functiewijziging dan al gauw richting € 60.000 tot € 80.000 per hectare (afwaardering én inrichting).

PBL heeft in haar doorrekening van de klimaatvoorstellen bij veenweide slechts de kosten van pilots in het veenweidegebied opgenomen, niet de fase van een grootschaligere uitrol van maatregelen. Doordat deze kosten buiten de doorrekening zijn gehouden, blijft onduidelijkheid daarover blijft bestaan (zie ook Kamervragen hierover).

Ook onduidelijk: wie betaald?

Niet alleen is er grote onduidelijkheid over de kosten, ook is onbekend wie die kosten betaald. FPG hecht daarom zeer aan de conclusie van het PBL (blz 174) dat een duidelijk beeld nodig is wie voor de kosten opdraait, voordat de planvorming begint. Het kabinet kijkt daarbij naar de provincies, de provincies naar het Rijk. FPG waakt er ervoor dat niet de grondeigenaar het gelag betaald.

Vermogensschade onderbelicht

In het debat over de veenweideproblematiek gaat het vaak vooral over de gevolgen van het gebruik van de grond en de gebruikswaarde. Gesproken wordt dan over compensatie voor lagere opbrengsten van gewijzigd grondgebruik, vanuit bijvoorbeeld GLB-gelden. Wat in die discussie doorgaans lijkt te ontbreken is dat ingrepen effect hebben op de vermogenswaarde van de grond. De kosten daarvan kunnen aanzienlijk zijn. Wettelijk vereiste schadevergoedingen kunnen oplopen tot fikse bedragen. In geval van functieverandering lopen die bedragen nog verder op, met bijvoorbeeld afwaardering via de SKNL-regeling.

De FPG vindt het voor een eerlijke discussie belangrijk dat aan de voorkant helderheid wordt verschaft op welke wijze met beheerskosten, vermogensschade en functieverandering van de grond wordt omgegaan.

Gebiedsprocessen complex

De nadruk die FPG legt op een eerlijke discussie over de enorme kosten van de veenweideproblematiek is ook ingegeven door het gemak waarmee soms over andermans eigendom wordt gesproken.

Naast een eerlijke discussie over de financiële gevolgen, is het vergelijkbaar ook belangrijk zorgvuldige procedures te hanteren. Het top-down doorkruisen van lopende gebiedsprocessen kan averechts werken en juist leiden tot vertraging. Ook mag niet voorbij worden gegaan aan de mogelijkheid van zelfrealisatie.

Grondeigenaren zijn in het algemeen bereid mee te werken bij de gecombineerde ruimtelijke opgaven, maar dat moet wel tegen redelijke en billijke voorwaarden en op basis van vrijwilligheid.

 

Wordt vervolgd

Op 1 juli debatteert de Tweede Kamer over veenweide. Directe aanleiding daarvoor is de initiatiefnota van Kamerleden Bromet (GL) en De Groot (D66) over het onderwerp. Eerder schreven we daarover (hier).

Op 4 juli organiseert FPG in Zegveld een ledenbijeenkomst 'Verzuipen in veenweide?'. Daar wordt onder andere een toelichting gegeven op de bestaande schaderegeling en over inzet en aandachtspunten van FPG in dit dossier. Meer informatie over de ledenbijeenkomst vindt u hier.

 

Eindnoot: In het voorstel van Urgenda is geen functieverandering meer nodig, omdat het zich richt op terreinen die al zijn bestemd als natuur. Tegelijkertijd kijken een aantal betrokken organisaties zoals de milieufederaties al verder en leggen direct een link met veengronden buiten de natuurgebieden (hier).