FPG Nieuws

Stikstofproblematiek; een rampscenario dreigt

Afgelopen vrijdag, 13 september,  heeft het kabinet nader inzicht gegeven in haar plan van aanpak bij de stikstofproblematiek die Nederland in zijn greep houdt. Ook werd bekend dat het daarvoor ingestelde adviescollege 25 september met de eerste voorstellen komt. Juist ook 13 september sprak FPG met dat adviescollege onder voorzitterschap van Johan Remkes.

Plan van aanpak: geen taboes
In de “stand-van-zakenbrief stikstofproblematiek” van 13 september beschrijft het kabinet haar plan van aanpak. Die aanpak de totale hoeveelheid stikstofdepositie te verlagen bestaat uit drie pijlers. 

  • Zorgvuldige afweging toestemmingverlening voor nieuwe activiteiten
  • Natuurherstelmaatregelen
  • Bronmaatregelen 

Over de bronmaatregelen om stikstofemissies terug te dringen schrijft het kabinet: “we gaan daarbij geen taboes uit de weg”. In de brief aan de Kamer van 13 september presenteert naast de lijst van nationale en provinciale projecten, die door de PAS-uitspraak worden geraakt. Deze vindt u hier.

Advies Remkes eind september

Bij de uitwerking van het plan van aanpak wordt het kabinet geadviseerd door een adviescollege onder de leiding van voormalig minister Johan Remkes. Deze zet in op een afwegingskader tussen sectoren en regio’s. Uit de correspondentie met de Kamer blijkt dat het adviescollege 25 september met haar eerste advies komt, voor de korte termijn. Het kabinet zal haar reactie daarover begin oktober kenbaar maken. Het advies van Remkes hoe op de langere termijn het stikstofbeleid kan worden vormgegeven wordt mei 2020 verwacht.]

FPG inbreng

FPG benadrukte in haar inbreng bij de Commissie Remkes dat de toenemende gronddruk in Nederland ertoe noopt om wensdenken te stoppen, opgaven te combineren en vooral open te zijn over de grote financiële opgave die daarmee gepaard gaat voor de overheid. FPG dringt verder aan op een kritische blik op de doelstellingen en het ontzien van de grondgebonden melkveehouderij. FPG gaat daarbij in op de volgende punten:

  • Noodwet noodzakelijk
  • Alle economische activiteiten in Nederland e.o. stoten stikstof uit
  • Uitzonderlijke positie grondgebonden landbouw
  • Heroverweging van N2000 gebieden
  • Rol voor grondeigenaren belangrijk
  • Meten is weten

Noodwet noodzakelijk

Om op korte termijn impasse te doorbreken is het noodzakelijk een noodwet in te voeren. De problematiek is immers groot en werkt ontwrichtend voor het gehele land. Gevolgen is een groeiende economische schade door het stilleggen van zo’n 18000 projecten. Economische dragers worden onmogelijk gemaakt, met name in het Natuur Netwerk Nederland.  Maar ook werken ten behoeve van natuuraanleg en -ontwikkeling komen stil te liggen.

Voor activiteiten boven de kritische waarde van 1 MOL depositie  zou gebiedsgericht ook aan interne en externe saldering  gedacht kunnen worden. Activiteiten onder de 1 MOL depositie moeten zonder meer mogelijk zijn.

FPG stelt voor een noodwet in te voeren waarin onder andere opgenomen een vrijstelling voor alle activiteiten onder een drempelwaarde van 1 MOL depositie. Een aanvaardbare waarde die in vergelijking met het buitenland een kritische toets kan doorstaan. Ook is het goed verdedigbaar tijdelijke activiteiten vrij te stellen.

Alle economische activiteiten in Nederland e.o. stoten stikstof uit

FPG is van mening dat in het publieke debat veel te eenzijdig de focus wordt gelegd op de agrarische sector. De landbouwsector heeft al door brongerichte maatregelen een enorme bijdrage geleverd aan de vermindering van de stikstofuitstoot.
Met name in de melkveehouderij is het dierenaantal sinds 1980 van 5.2 miljoen naar 4.3 miljoen in 2016 sterk teruggelopen. Het verbeteren van de voersamenstelling, de bouw van emissiearme stallen, slimme mestverwerking, innovatie en het afdekken van mestsilo’s zet zoden aan de dijk.

FPG stelt een generieke reductiedoelstelling voor alle economische activiteiten voor. Het kan en mag niet zo zijn dat de landbouw verhoudingsgewijs meer moet bijdragen dan andere economische sectoren. Wel is het nog meer bevorderen van bewustwording van een duurzame bedrijfsvoering aan te bevelen. Goede voorlichting en kringloopwijzers zijn daartoe een geëigend instrument.

Uitzonderlijke positie grondgebonden landbouw

Binnen de agrarische sector kunnen grondgebonden bedrijven worden onderscheiden van de bedrijven die dat niet zijn. Dit onderscheid is van belang omdat op grondgebonden melkveehouderij- bedrijven relatief veel stikstof wordt opgeslagen door grasgroei. Dit compenseert een belangrijk deel van de stikstofuitstoot. Daarbij komt dat de koe in de wei zorgt voor een lagere emissie dan op de stal. Weidegang moet dan ook mogelijk blijven en draagt bij een maatschappelijke gewaarde duurzame melkveeketen. De grondgebonden melkveehouderij heeft daarom een bijzondere positie binnen landbouwsector.

FPG stelt voor de grondgebonden landbouw te ontzien en in ieder geval de normale agrarische activiteiten van beweiden en bemesten vergunningsvrij te houden.

Heroverweging van N2000 gebieden

In Nederland zijn op verschillende plekken, in verschillende (kleine) Natura 2000 gebieden, natuurdoelen gesteld die niet haalbaar zijn en vrijwel zeker nooit de staat van duurzame instandhouding zullen bereiken. Aanwijzing van deze N2000-gebieden waar habitats en soorten slechts in geringe oppervlakte en aantallen voorkomen vraagt om heroverweging, eventueel elders te compenseren. Naast ecologische moeten ook economische aspecten daarin worden meegenomen. Nederland heeft overigens destijds meer te beschermen natuur aangedragen dan Brussel op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn vereist.

FPG stelt voor een aantal Natura 2000-gebieden te heroverwegen zodat wellicht robuustere gebieden ontstaan en andere kunnen vervallen. Ook stellen wij voor zo nodig doelen en het daarbij behorende beschermingsniveau bij te stellen. Uit maatschappelijk oogpunt moet een en ander niet leiden tot een afname van het aantal aangewezen hectaren natuur.

Rol voor grondeigenaren belangrijk

Onverlet het voorgaande blijft de FPG zich inzetten voor de ontwikkeling van natuur en landschap door particulieren. Grondeigenaren zijn in het algemeen bereid mee te werken aan een optimale verdeling van de ruimte, maar wel op basis van vrijwilligheid en tegen redelijke en billijke voorwaarden. Per gebied kan de aanpak verschillen. Daarbij kunnen andere doelen ook integraal meegenomen worden, bij voorbeeld op het gebied van biodiversiteit, bodemdaling, klimaat, waterkwaliteit, woningbouw en recreatie en meer circulaire landbouw. Naast een gezonde duurzame bedrijfsvoering zijn reële vergoedingen voor vermogensdaling en voor beperkingen in het grondgebruik vereist.


Naast het bestaande instrumentarium is het gewenst dat er meer mogelijkheden voor omvorming van landbouw naar andere vormen landbouw, of naar natuur- en bosbouw ontstaan waarbij de landbouwbestemming wordt gehandhaafd.

FPG stelt de Regering voor grondeigenaren actief in te schakelen en bovenstaande voorstellen te betrekken bij de uit te werken regelgeving.

Meten is weten

Het stikstof beleid is grotendeels gebaseerd op normen. Niet op basis van concrete gemeten getallen van emissies en deposities.

FPG is van mening dat er niet langer in de regelgeving gewerkt dient te worden met normen maar met concrete gemeten waarden.

Achtergrond
De bestuursrechter heeft op 29 mei 2019 de beroepen tegen de verlening van vergunningen Wet Natuurbescherming op basis van de PAS gegrond verklaard. Een groot aantal vergunningen is inmiddels ingetrokken of vernietigd. Deze uitspraak heeft vergaande economische gevolgen voor boerenbedrijven in en rond natuurgebieden. Bedrijfsontwikkeling is stilgelegd en bemesten en beweiden als normale agrarische activiteiten zijn niet langer vergunningsvrij.
Daarmee is een groot gevoel van onzekerheid onder agrarische ondernemers en terreinbeheerders ontstaan. Wat eerst werd gezien als een probleem van de agrarische sector is echter inmiddels een breed nationaal probleem dat door alle sectoren gezamenlijk moet worden opgelost. Zo'n 18.000 projecten zijn door de uitspraak stilgelegd waaronder omvangrijke bouw- en infrastructuurprojecten.

Naast het plan van aanpak publiceerde de overheid op 13 september ook een document met vragen en antwoorden over het Programma Aanpak Stikstof. Deze vindt u hier.