11. Inkomsten uit routes


Een regionale samenwerking van natuurbezitters, eventueel aangevuld met overheden in bijvoorbeeld een Recreatieschap, kan rendabele netwerken van mountainbikeroutes opzetten en beheren. Dat blijkt uit de studie ‘Mountainbikers op de Utrechtse Heuvelrug’ van H. Hoofwijk en D.J. Stobbelaar, Wageningen UR, 2012. Dat model lijkt ook geschikt voor paardrijders, hondenbezitters en kanovaarders.
 Voor een goed routenetwerk met aantrekkelijke paden zijn mountainbikers bereid te betalen, concludeert het Wageningse onderzoek. Dat vergt de aanleg van een vierde route, koppelroutes en aanrijroutes over gewone fietspaden. De onderzoekers zien mogelijkheden voor een provinciaal of regionaal uitvoeringsorgaan, zoals een Recreatieschap, om een vignetsysteem te coördineren op de aspecten aansprakelijkheid, beheer en uitgifte. Een vignet van €2 voor een dagkaart en €15 voor een jaarkaart leveren bij een conservatieve schatting van het aantal gebruikers voldoende op om het Recreatieschap te betalen en terreinbeheerders te vergoeden. Bij 150.000 mountainbikeritten (cijfer van 2009) komt de opbrengst per jaar op €62.000. Voor de terreineigenaren biedt dat een substantiële inkomstenbron.

Zo zou de route Amerongse Berg van 14,5 kilometer €6500 opleveren voor de terreineigenaren, waaronder diverse landgoederen, uitgaande van een tarief zoals nu gehanteerd wordt voor Klompenpaden, namelijk van 45 cent per meter per jaar. De rest van het geld zou kunnen gaan naar een beherende instantie zoals het Recreatieschap die daarvan inrichting, onderhoud en verzekering betaalt. De terreineigenaren zijn dan niet meer aansprakelijk voor letselschade. Als het Recreatieschap kan aantonen met bomenschouw en padenbeheer ‘binnen de grenzen van het redelijke’ gedaan te hebben wat nodig is om de gevaren en risico’s rondom de routes te beperken dan maakt een aansprakelijkheidsclaim van een mountainbiker bij een rechter weinig kans. Overigens heeft in Nederland nog nooit een rechter een dergelijke aansprakelijkheidsstelling toegewezen. Integendeel, meer dan eens bepaalt een rechter dat bezoek aan een bos risico’s met zich meebrengt, waarvoor niet de eigenaar maar de bezoeker verantwoordelijk is.
Het rapport heeft geleid tot het Samenwerkingsverband Mountainbiken Utrechtse Heuvelrug. In november 2013 hebben het Utrechts Landschap, Staatsbosbeheer, wielersportbond Nationale Toerfiets Unie (NTFU) en het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug een intentieverklaring ondertekend om gezamenlijk te komen tot een beter en veiliger MTB routenetwerk. Provincie Utrecht subsidieert de helft van de kosten. De andere helft komt van de samenwerkende partners, die dat deels dekken met de inkomsten uit vignetverkoop. De kosten blijven beperkt omdat vrijwilligers aanleg en onderhoud doen. Met de aanleg van enkele nieuwe routes blijkt het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug aantrekkelijker geworden voor mountainbikers. In de jaren 2014, 2015 en 2016 schommelt de verkoop rond 10.000 stuks à €7,50 voor een kalenderjaar. De inkomsten gaan naar een rekening van het Nationaal Groenfonds. Zie: mtb-utrechtseheuvelrug.nl.

Al eerder concludeerde Jaap van den Briel van stichting Probos dat overlast van mountainbikers door anders denken een verdienmodel kan zijn. Hij beschrijft hoe mountainbikeverenigingen en Natuurmonumenten in de Veluwezoom en Montferland een vignetsysteem hebben ontwikkeld. Een deel van de inkomsten van de vignetten komt ten goede aan de grondbezitters. Voor de gehele provincie Overijssel wordt een routenetwerk ontwikkeld, meldt Probos. Een ander voordeel van een routestructuur is dat mountainbikers minder buiten de routes rijden, zodat er minder conflicten komen met wandelaars en ruiters en minder verstoring van natuurwaarden, meldt Bosbericht 6 uit 2014 ‘Van negeren tot accepteren’ van stichting Probos. Zie: probos.nl/images/pdf/bosberichten/bosberichten2014-06.pdf.

‘Een finish van een grote mountainbikewedstrijd op de Piramide van Austerlitz?’ De beheerder zag er eerst niets in. Na overleg bleek dat de organisatoren zelf een brug wilden aanleggen over het vaste hek, de renners de trap op lieten rennen en de finish verderop konden leggen, na een rondje rond de Piramide. Het evenement ging uiteindelijk wel door, met een positieve opbrengst voor de beheerder.

12. Onderhoud door sportverenigingen


Een groep sportieve vrijwilligers maakte in samenwerking met Staatsbosbeheer een mountainbikeroute van 18 kilometer in de Schadijkse bossen met stuifduinen te Horst-Meterik die in april 2013 open ging. De stichting Mountainbike Promotie Noord-Limburg zorgt voor de route, de sponsoring en de communicatie tussen de mountainbikers. 
Landschap Overijssel heeft op de Lemelerberg een route aangelegd die de plaatselijke mountainbikevereniging zelf onderhoudt.
Op Landgoed Twickel ligt een mountainbikeroute van zeventig kilometer. Vijf wielerclubs verzorgen elk circa vijftien kilometer van het onderhoud.

13. Vergunningen en vignetten


Natuurmonumenten heeft in de Nationale Parken Veluwezoom en Montferland samen met de gebruikers een vergunningensysteem voor mountainbikers en ruiters ingevoerd. Mountainbikers kopen een vergunning van €5 voor een heel jaar. In andere gebieden heeft Natuurmonumenten ook dagkaarten van €1 te koop. Het Nationaal Park Veluwezoom heeft een overeenkomst gesloten met twintig fietsverhuurders in de omgeving. Zij verkopen de vergunningen en vignetten die de houders het recht geven om gebruik te maken van de fietspaden in het Nationaal Park. De opbrengst komt ten goede van Natuurmonumenten; de winkeliers profiteren van de extra omzet aan fietsverhuur, 

In het Nationaal Park Veluwezoom betalen ruiters €10 voor een jaar. Eigenaar Natuurmonumenten heeft een overeenkomst gesloten met enkele maneges in de omgeving. Zij verkopen vergunningen en vignetten die de houder het recht geven om gebruik te maken van de ruiterpaden in het Nationaal Park. De opbrengst gaat naar Natuurmonumenten; de maneges profiteren van de extra omzet.

Meer voorbeelden

  • Het Utrechts Landschap heeft in Beerschoten, Panbos en Biltse Duinen twaalf kilometer ruiterpad aangelegd. Voor €17,50 koopt een bezoeker een ruiterplaatje voor een jaar. Een ruiterdagkaart kost €5 (tarieven 2017). De inkomsten variëren tussen €1000 en €1200 per jaar. De beheerkosten bedragen €2500. Daarmee dekken de inkomsten minder dan de helft van de uitgaven. Het systeem fungeert vooral als middel om overtredingen op te sporen. De ruiters dragen een vignetnummer en kunnen in het registratiesysteem herkend en zonodig berispt worden. Zie: utrechtslandschap.nl/infocentra/ruiterpenningen-beerschoten-en-panbos.

  • Op de 2200 hectare van landgoed Den Treek-Henschoten bij Amersfoort ligt 62 kilometer ruiterpaden. Het landgoed verkoopt ruiterpenningen in de vorm van dag- en maandkaarten. De maneges in de directe omgeving kopen vooral jaarkaarten. Een jaarkaart kost €100 (2017). Alle ruiterpenningen zijn te koop op het landgoed, via de eigen website en bij de plaatselijke horeca. De ruiterpenningen compenseren niet al het onderhoud en het toezicht van de Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA), maar dragen bij aan het onderhoud van de paden. Zie: ruiterkaarten-dentreekhenschoten.nl/c-1381839/ruiterkaart-kopen.

Kruising van wandel- en ruiterpad. Foto: E. Dronkert / Flickr

14. Inkomsten uit Klompenpaden


Voor Klompenpaden zijn kleine provinciale subsidies beschikbaar à 45 cent per meter per jaar, evenals hulp van vrijwilligers van Landschapsbeheer. Het gaat om een geregistreerd merk, alleen in Utrecht en Gelderland. Steun komt van de Postcodeloterij en het zuivelmerk Arla. Zie: klompenpaden.nl.

Het eerste Klompenpad, het Schutpad in Leusden, ging in 2002 open. Wat oorspronkelijk als eenmalig initiatief werd gezien, groeide in de loop der jaren. Tijdens het 10-jarig jubileum, in 2012, stond de teller op 45 Klompenpaden van bijna 500 kilometer samen. In juli 2014 was nummer 60 klaar. Op 31 mei 2017 ging het honderdste Klompenpad open, het Jufferpad met als startpunt Fort aan de Buursteeg in Renswoude. De Klompenpaden-app werd in 2014 10.000 keer gedownload. Het aantal verkochte brochures steeg naar 18.000. Zie: landschaperfgoedutrecht.nl/routes/klompenpaden en het jaarbericht 2017 in http://www.landschaperfgoedutrecht.nl/media/uploads/files/2018-02-13_Jaarbericht_Klompenpaden_2017WEBcompleet.pdf.

Er kan nog meer. Langs het Rijnweidepad zetten ondernemers zelf in op economische baten uit het Klompenpad. Hier verwijst een reclamebord met sticker naar een ‘Rustplek wandelaars Klompenpad’ met verkoop van eten en drinken. Mogelijk kunnen dit soort inkomsten helpen bij het onderhoud van Klompenpaden als ooit de subsidie wegvalt.

In andere provincies zijn er vergelijkbare initiatieven zoals de boerenlandpaden in Noord-Holland, het Groen Blauw Stimuleringskader in Noord-Brabant, het Wandelnetwerk Zeeland en het Wandelroutenetwerk van Zuid-Holland. De provincie Groningen biedt grondeigenaren via de stichting Wandelen Groningen een verzekering waarmee schade door wandelaars is gedekt.

15. Inkomsten uit routekaarten


Natuurbezitters kunnen routekaarten sponsoren of uitgeven om wandelaars te trekken, maar ook fietsers, kanoërs, paardrijders en mountainbikers. Dat is interessant als het natuurgebied of het landgoed iets heeft waar bezoekers geld kunnen uitgeven, zoals in een winkel of theetuin. Zo niet, dan kan een natuureigenaar de uitgever vragen om bij te dragen aan het onderhoud van de mooiste delen op de kaart. Vijf Kempische landgoederen, De Utrecht, De Hoevens, Nieuwkerk, Wellenseind en Gorp&Roovert, ontwikkelen bijvoorbeeld wandelkaarten met betaalde verwijzingen naar horeca. Zie: kempischelandgoederen.nl/contact/contactgegevens.

Het Wandelroutenetwerk het Nationaal Landschap Groene Woud, gelegen tussen Den Bosch, Eindhoven en Tilburg, verkoopt elf wandelkaarten, een wandelboekje, wandelboxen en een app. Een deel van de opbrengst gaat naar het Streekfonds voor projecten in het Groene Woud, zoals onderhoud van het wandelknooppuntennetwerk. Zie: wandelknooppunten.eu/wandelnetwerk-het-groene-woud.

16. Wandelgids met sponsors


Een veldgids van Terschelling kreeg financiële steun van onder meer Rederij Doeksen die de bootdienst naar het eiland verzorgt. Stichting Sporen in het zand, Staatsbosbeheer en VVV Terschelling hebben het wandelnetwerk van Terschelling vastgelegd en aangevuld met informatie en natuurtips in een geïllustreerde veldgids. Het wandelnetwerk beschrijft tien rondwandelingen over het Waddeneiland. Verder kreeg het wandelnetwerk steun van Staatsbosbeheer, provincie Fryslân Plattelânsprojekten, gemeente Terschelling, ANWB-fonds, stichting Evenementen Terschelling en het Dirk Mentz Fonds. Zie: boekhandelfunke.nl/artikelen/197/Wandelen-op-Terschelling.

17. Route voor smartphones


Landgoed Heijerhof in Limburg heeft 2,5 hectare bos aangelegd, 5,5 hectare natuurlijk grasland en een BoerenNatuurpad, ook Food on Foot-expeditie genoemd. Langs de route staan bordjes met QR-codes die smartphones kunnen lezen. Na het scannen verschijnt informatie van internet over de producten van de boerderij en over de omringende natuur. Via een app kan het landgoed de informatie aanpassen aan de bezoekende groep, het seizoen en aan bijzondere projecten. Zie: desmaakvanleudal.nl/?page_id=246