GPG Nieuws

Geen nieuw belastingstelsel voor de waterschappen. Of toch?

DOOR RENE HOLDERT Vorig jaar maakten veel van onze leden zich nog zorgen over de plannen van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB). Met name voor de eigenaren van natuurterreinen zou deze aanpassing immers een aanzienlijke verhoging van de waterschapslasten hebben betekend. Maar in december leek de onweersbui voorlopig te zijn overgedreven. Het bestuur van de Unie van Waterschappen, bestaande uit een gekozen selectie van waterschapsbestuurders, besloot het onderwerp ‘een halfjaar te laten rusten’. In juni van dit jaar kwam het onderwerp opnieuw op de agenda, maar – alle kritische reacties gehoord hebbende – kon men niet besluiten of een stelselwijziging überhaupt wel nodig is. Hetgeen na vijf jaar studeren opmerkelijk mag worden genoemd. Toch komt het onderwerp in oktober opnieuw aan de orde.

Om het geheugen nog even op te frissen: het OESO-rapport ‘Water governance in the Netherlands’ uit 2014 was aanleiding voor de Unie van Waterschappen om eens uit te zoeken of het belastingstelsel waarmee de waterschappen worden gefinancierd, nog wel voldeed en of lusten en lasten nog wel met elkaar in evenwicht waren. Anders gezegd: of degenen die het meeste profijt van de werkzaamheden van de waterschappen hebben daar ook navenant voor betalen en of vervuilers naar rato bijdragen aan de zuiveringskosten.

Vooral de watersysteemheffing werd daarbij kritisch bekeken, omdat daarover altijd al de nodige discussies hebben plaatsgevonden. Op dit moment worden kostentoedeling en heffing berekend op basis van de economische waarde van gronden en gebouwen. Een makkelijk te hanteren criterium, maar wellicht niet altijd even representatief voor de inspanningen die het waterschap zich voor de betreffende gronden en gebouwen moet getroosten om de watersystemen en waterniveaus op orde te houden. De CAB stelde daarom voor om voor de watersysteemheffing over te stappen van een ‘waardemodel’ naar een ‘gebiedsmodel’ waarbij de kosten van het waterbeheer gerichter terechtkomen bij degenen die ervan profiteren. Bovendien zou de categorie ‘natuur’ weer moeten worden ondergebracht bij de categorie ‘ongebouwd’.

De eerste concrete voorstellen werden begin 2018 gepresenteerd, maar oogstten weinig bijval. De uitwerking in de praktijk riep de nodige vragen op en leek bovendien tot grote lastenverschuivingen tussen de categorieën te leiden. Niet alleen de organisaties van ingelanden (TBO’s, LTO, FPG) protesteerden, maar ook de waterschappen zelf zagen meer problemen dan oplossingen, waardoor men aan de urgentie van het project begon te twijfelen.

In december 2018 besloot het uniebestuur daarom het project ‘over de verkiezingen heen te tillen’. Dan zouden de nieuwe bestuursleden zich in de junivergadering van 2019 kunnen uitspreken. Men kwam in juni tot de adembenemende conclusie dat ‘het hebben van een eigen belastingstelsel een groot goed is en dat het daarom door een grote meerderheid moet worden gedragen’. Omstreden wijzigingen zijn dan niet erg bevorderlijk. Niettemin oordeelde het bestuur dat een (beperkte) aanpassing van het belastingstelsel noodzakelijk is en het project daarom op de agenda blijft staan. In oktober wordt er verder over gesproken. We zijn benieuwd!