GPG Nieuws

Leden helpen leden

Wij GPG-leden bezitten samen een schat aan kennis en ervaring. Zou het niet mooi zijn om die te delen met onze mede-leden? Advies geven of om advies vragen? Zo hoeft niet iedereen telkens het wiel opnieuw uit te vinden. Vertel daarom hier uw verhaal of stel een vraag. En reageer vooral op de kwesties die hier door uw collega’s aan de orde worden gesteld, want van elkaar kunnen we leren. Dat kan via gpg@grondbezit.nl of 0318-578559. Bij voldoende inbreng kunnen we alle vragen en antwoorden gebundeld op de site zetten.

Sinusmaaien

DOOR AGAVE KRUIJSSEN Terreinbeheerders zijn al jaren gewend bij hun maaibeleid rekening te houden met fauna: we maaien niet in het voorjaar wanneer er weidevogels broeden en we voorkomen dat reekalfjes het slachtoffer worden. De laatste tijd is echter ook aandacht ontstaan voor maaibeleid dat oog heeft voor de kleinere bewoners van het veld: insecten en vlinders.

Een van de aanjagers van het zogenoemde ‘sinusmaaien’ is dan ook de Vlinderstichting. Een grotere biodiversiteit is natuurlijk een goed streven, maar een niet onbelangrijk neveneffect van deze maaimethode is het gevarieerde, aangenaam ogende landschap.

Sinusmaaien werkt als volgt: u maait eerst een kronkelend pad (sinuspad) door de wei, waarbij begin en eind op elkaar aansluiten. Het sinuspad is meteen al een fraai wandelpad. Enige tijd later maait u het terrein binnen het pad, maar niet het pad zelf. Minimaal 40 procent van de begroeiing dient te blijven staan. Weer later maait u het terrein buiten het pad. Dit is de eenvoudigste vorm van sinusbeheer, maar door meerdere sinuspaden aan te leggen kunt u eindeloos variëren. Voor fauna en insecten is het grote voordeel dat er altijd stukjes terrein ongemaaid blijven, waardoor er voldoende nectar is en er schuil- en overwinteringsplekken zijn.

Sinusbeheer is natuurlijk ingewikkelder dan het traditionele maaien en hooien dat we in de landbouw kennen, maar ook in de landbouw wordt het belang van de biodiversiteit voor de kwaliteit van bodem en gewassen steeds breder onderschreven. Voor inspiratie en informatie over sinusmaaien verwijzen wij u naar www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer.

 

Wormen: belangrijker dan we denken

DOOR AGAVE KRUIJSSEN  Dat regenwormen van belang zijn voor de bodemkwaliteit, weten we al sinds mensenheugenis. Door moderne landbouwmethoden staat de kwaliteit van de bodem – ook letterlijk – onder druk: niet alleen bestrijdingsmiddelen en eenzijdige teelt, maar ook steeds zwaardere landbouwwerktuigen belasten de grond. Natuurinclusieve landbouw, een onderwerp waaraan het GPG veelvuldig aandacht besteedt, heeft onder meer oog voor dit risico. 

Over rode en grijze wormen

Zelfs het populaire maandblad Landleven wijdt een hoofdartikel aan Jeroen Onrust, een bioloog met de veelzeggende bijnaam dr. Worm. Hij onderzocht wat de invloed is op regenwormen van de manier waarop de boer met zijn land omgaat.

Er zijn twee soorten regenwormen: rode en grijze. Rode leven aan de oppervlakte en verteren grof organisch materiaal zoals blad en takjes. Zij breken het af zodat er schimmels en bacteriën tot wasdom kunnen komen, een belangrijke voorwaarde voor rijke grond. In de wei gedijen rode wormen vooral op grove stalmest en mest van vee dat in de wei staat, drijfmest daarentegen is te ver verteerd.

Grijze wormen leven dieper in de grond en leven van bacteriën; voor hen is drijfmest voldoende. Kunstmest bevat geen enkele stof die voor welke worm dan ook interessant is en volgens Onrust is kunstmest dus helemaal uit den boze.

Wie de grond veel spit of ploegt, vernietigt de laag met grof materiaal waardoor er voor rode wormen niets meer te halen valt. En juist rode wormen zorgen ervoor dat de bovenlaag luchtig blijft en dat voedsel voor planten naar diepere lagen wordt gevoerd. Modern bewerkte grond bevat nauwelijks meer rode regenwormen en dus ook geen schimmels. En dat zegt veel over de kwaliteit en duurzaamheid van de bodem. Het ontbreken van schimmels in de grond zorgt voor problemen; schimmels houden immers vocht vast en zorgen voor een gezonde bodemstructuur.

Wormen tegen verdroging

Eén rode regenworm speelt een hoofdrol in een miljoenenproject om o.a. agrarische grond weerbaarder te maken tegen weersextremen: de lumbricus terrestris. De worm kan 30 cm lang worden en graaft wel drie meter diepe gangen. ’s Nachts komt hij naar boven om plantenresten te zoeken die hij vervolgens verteert en diep in de grond afzet. Onnodig te zeggen dat hij daarmee de bodemkwaliteit verbetert.

Het Lumbricusprogramma is een multidisciplinair project met onder meer als doel hoger gelegen zandgronden agrarisch levensvatbaar en toeristisch aantrekkelijk te houden. In Brabant en het Vechtdal worden momenteel proeven gedaan om dit doel op een betaalbare manier te bereiken. Op het land van Evert Kremer in Stegeren (tussen Ommen en Hardenberg) zijn bijvoorbeeld 23 ijzeren buizen de grond in geslagen, gevuld met rode regenwormen van het type lumbricus. Zij graven diepe gangenstelsels die ervoor zorgen dat water gemakkelijker in de bodem wordt opgenomen en langer en dieper wordt vastgehouden. De resultaten zijn hoopvol: Kremer hoeft minder te beregenen en de grond is rijker waardoor gewassen beter groeien.

Meer informatie over dit programma vindt u op https://www.programmalumbricus.nl