Inleiding gras


Nederland produceert 1,5 miljoen ton gras per jaar dat onbenut blijft. Voor afvoeren en storten als afval moet de eigenaar betalen, uiteenlopend van €65 tot €300 per ton. Het maaien zelf vergt tot €700 per hectare als bij hoog grondwater speciale maaimachines nodig zijn. Dankzij nieuwe technieken kan grasmaaibeheer nu geld opbrengen. Toepassingen lopen uiteen van brandstof tot grondstof en voedselbron. Denk aan veevoer, cellulose voor papier en karton, vezelplaten en isolatie in de bouw, gecomposteerd als bodemverbeteraar, raffinage, pyrolyse, vergisting tot gas en elektriciteit, en verbranding.


Grasland. Foto: Pixabay

Gras inkuilen en vergisten lijkt op dit moment de beste optie. Bermgras verdwijnt nu vooral als grondstof voor compost omdat veel boeren hun grond zien verarmen en zij organische stof nodig hebben om die trend te doorbreken. Bij compostverwerkende boeren groeit de maisoogst met 20 procent. In Noord-Brabant betalen boeren al zoveel dat er voor de leverancier geld overblijft.

Twee knelpunten staan grootschalige vergisting in de weg. In de eerste plaats komt bermgras vrij in twee piekperiodes zodat bewaring noodzakelijk is om gespreide verwerking mogelijk te maken. Inkuilen en vergisten maakt gras het hele jaar beschikbaar. Ten tweede is het bermgras vaak verontreinigd met zwerfvuil en zand. Zie: Vlaams rapport Bermg(r)as: ows.be/wp-content/uploads/2014/09/Bermgras-openbaar-rapport.pdf.

Plantaardige biomassa verwerken tot bouwstenen voor bioplastics, veevoeding, organische meststoffen en bio-LNG (vloeibaar gas uit biomassa) is het doel van de Green Deal met Harvestagg uit Lelystad. Dat gaat gebeuren in een zogenaamde Green Goods Farm in Noord-Nederland (Ter Apelkanaal).
Een Green Goods Farm perst, fermenteert en vergist biomassa. Speciaal geteeld gras en andere biomassa zoals berm- en natuurgras wordt door trekkers met ophaalwagens naar de Green Goods Farm getransporteerd. Het gras wordt eerst geperst. Het eiwit- en koolhydraatrijke sap wordt gefermenteerd en afgenomen door een veevoederfabrikant die er brijvoeder voor varkens van maakt. Dit product kan soja vervangen. De perskoek wordt gemixt met berm- en natuurgrassen of met gekuild gras waarna het ongeveer 21 dagen in een droogvergister blijft. Hier worden de koolhydraten omgezet in methaangas en CO2. Dit biogas wordt opgewaardeerd tot groengas of bio-LNG, en tot CO2 voor glastuinbouw.
Het digestaat dat uit de vergisters komt, wordt vervolgens gecomposteerd en kan worden afgezet als veenvervanger. Bovendien perst Harvestagg pellets van deze mineraalrijke compost waarna het terug wordt gebracht als meststof op het land. Bron: harvestagg.nl.

De Green Deal Grassen en Gewassen werkt met twintig partijen uit de Metropoolregio Amsterdam aan het wegwerken van obstakels in wetten en regels, slimme inzet van marktprikkels en een stimulerende rol van de overheid als inkoper van duurzame energie. Van de 69 gesignaleerde belemmeringen heeft het ministerie van Economische Zaken er inmiddels 24 opgelost. Voor de overige wil het ministerie op korte termijn experimenteerruimten creëren, omdat wetswijziging zoveel tijd vergt. De zes pijlers van de Green Deal zijn vlas, hennep, bamboe, bermgras, straatmeubilair en communicatie.


20. Vlaams-Nederlandse samenwerking

Nederlandse en Belgische natuurorganisaties willen maaisel inzetten als groene grondstof. Bedrijven, beheerders en kennisinstellingen gaan drie jaar in het project 'GrasGoed – Natuurlijk Groen als Grondstof' de resten van natuurbeheer een tweede leven geven als brandstof, bodemverbeteraar, veevoer of vezels voor verpakkingen.
Groene reststromen uit natuur- en landschapsbeheer worden nog maar matig benut. Samen met bedrijven en kennisinstellingen proberen Nederlandse en Belgische natuurorganisaties te komen tot een duurzame keten van aanbod, inzameling, verwerking en afzet. De focus ligt op karakteristieke landschappen zoals het rivierenlandschap Altena-Biesbosch/Vlijmens Ven, het heidelandschap Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide en het beekdal Het Dommeldal/Vallei van de Zwarte Beek. In deze drie regio's wordt zo veel mogelijk grasachtige biomassa bij elkaar gebracht om tot een economisch interessante hoeveelheid te komen. Daarbij wordt gekeken naar manieren om het grasmaaisel droger en goedkoper te vervoeren.
De hoge transportkosten vormen een groot knelpunt. Dit komt omdat grootschalige verwerkingsbedrijven voor verbranding, vergisting of compostering zelden bij natuurgebieden liggen.
Een tweede doel van het project is het vinden van geschikte oogst- en transportmachines die de natuur niet schaden. Ook zoeken de partners naar liefst mobiele verwerkingsinstallaties die de groene grondstoffen omzetten in droog, transporteerbaar materiaal zodat er geen onnodig gewicht vervoerd hoeft te worden. Ten derde zoekt het project producten waarin de groene grondstoffen omgezet kunnen worden. Het project gaat dus veel producten, machines en afzetmarkten testen.
Projectpartners vanuit Vlaanderen zijn Natuurpunt, Inverde, Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide, Vandervelden Algemene bosbouw en Agricon. Vanuit Nederland doen mee Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Avans Hogeschool, Verschoor Groen en Recreatie, NF Fibre, Millvision en Grassa. Het Interreg-project ter waarde van €5,44 miljoen wordt voor 50% gefinancierd vanuit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en ontvangt een subsidie van de provincies Antwerpen en Noord-Brabant, maar de partijen zoeken  extra financiering. Bron: Natuurpunt, 20/09/16 en VILT, 29/06/17.

 

21. Grasbrokken


De eerste graspelletkachel in Nederland verwarmt sinds begin 2013 het zwembadwater en sportruimtes van Sport- en ontspanningscentrum Kortezwaag te Gorredijk. Leverancier van de graspellets is Bio Energie Friesland, een initiatief uit 2008 van de ondernemers Dam en Jonker uit het Friese Terwispel. Zij verwerken berm- en natuurgras, drogen het tot 85%. Een pelleteermachine zet het om in graspellets, een soort grove korrels, ook grasbrokken genoemd. Deze pellets zijn geschikt voor verbranding in daarvoor speciaal gebouwde verbrandingsovens. De pelleteermachine draait op 10% van zijn eigen output en kost verder geen energie. Grasbrokken zijn goed op te slaan in silo’s door het hoge drogestofgehalte van 85%. Dat is handig, omdat bermgras en natuurgras door beperkingen in het groei- en maaiseizoen niet constant beschikbaar zijn.
Gras is een lastig product om te verbranden. Het is vaak nat en er ontstaat meer as en verklontering bij verbranding dan bij hout. Residuen van gras hechten zich tegen de kachelwand door het relatief hoge siliciumgehalte in het gras. Hierdoor verliest een conventionele kachel rendement. Ondernemer Dam heeft deze problemen opgelost en een graskachel laten ontwikkelen.
Financieel rendement begint bij een aantal van twaalf graskachels in de nabijheid van de pelleteermachine. Bio Energie Friesland gaat de graskachels verkopen en verhuren en all-in contracten sluiten om graspellets of warmte te leveren. Bio Energie Friesland onderhoudt de graskachels, eventueel in de vorm van een onderhoudscontract.
Graspelletverwarming is geschikt voor grotere energieverbruikers tussen 100.000 en 180.000 m3 aardgas per jaar, zoals intensieve agrarische bedrijven, zorgcentra, scholen, sportaccommodaties, zwembaden en overheidsgebouwen.
Het Nationaal Groenfonds heeft een laagrentende lening van €75.000 verstrekt uit een revolverend fonds. Het Groenfonds wil met het initiatief van Bio Energie Friesland onderzoeken of de beheerkosten van terreinbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmomenten verlaagd kunnen worden.
Verbranden bij Bio Energie Friesland kost minder dan afvoer en storten van maaisel. Besparen op grasafvoer helpt deze organisaties om hun beheer op peil te houden. Op elke gemaaide hectare natuurgebied scheelt dat de terreinbeheerder €75 per jaar in beheerkosten. Alterra heeft een reductie berekend van 50% in de kosten van afvoer bermgras en natuurgras. Voor alle Nederlandse natuurgebieden kan dit jaarlijks oplopen tot een besparing van €12 miljoen.
Bronnen: bioenergiefriesland.nl en de digitale brochure ‘Leren van beleidsinstrumenten voor ondernemen met natuur’, Boonstra, F.G., Fontein, R.J., Wielen, P. van der en Borgstein, M.H., Alterra/WUR, januari 2014.

22. Gras voor biogas 


De provincie Flevoland verleent uit het Europese landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling een subsidie van €46.000 aan de firma HarvestaGG uit Lelystad, een initiatief van Jan Cees Vogelaar. Hij heeft afgelopen jaren praktijk- en laboratoriumonderzoek gedaan en daarmee kennis verworven om uit biomassa groene grondstoffen te produceren. Om tot productie van biogas te komen, heeft Vogelaar meer praktijkgegevens nodig over het regionaal aanbod van grondstoffen, waaronder gras.
De vergister krijgt als hoofdstroom speciaal geteeld gras. Daarnaast worden ook bermgras, slootmaaisel en restproducten uit de landbouw gebruikt om biomassa om te zetten naar biogas.
Biogas ontstaat door de vergisting van biologisch materiaal dat onder andere het brandbare gas methaan oplevert. Dit wordt vervolgens gebruikt als brandstof voor warmtekrachtgeneratoren om elektriciteit en warmte te produceren. Naast deze toepassing worden andere mogelijkheden voor biogas en andere vergistingsproducten verkend. Bron: persbericht Provincie Flevoland, 23/08/13.

Voorbeelden

  • Diverse provincies stimuleren het gebruik van groen gas, soms in de vorm van subsidie voor tankstations, soms voor het inbouwen van een gasinstallatie in voertuigen. In Friesland rijden al duizend auto’s op groen gas, waarvan 30 lijnbussen. Waterschap, afvalbedrijf Omrin en FrieslandCampina werken aan meer productie. In Leeuwarden krijgt een wijk met duizend woningen verwarming uit biogas van 1 boerderij.

  • Als tweede provincie heeft Utrecht aan het groenonderhoud de eis gesteld dat bermgras moet omgewerkt worden tot groen gas of biogas. De aannemer wordt daarvoor verantwoordelijk. Uit de bermen van de provincie Utrecht komt jaarlijks ruim 5 ton bermgras.

23. Gladheidsbestrijding met sap uit gras 


Provincie Noord-Holland onderzoekt de mogelijkheden om gladde wegen te ontdooien met sap uit bermgras in plaats van zout. In de winter 2016-2017 startte een kleine praktijkproef op steunpunten van de provincies en bij enkele provinciale bushaltes.  Dat kleinschalige experiment kreeg eind 2018 een vervolg, waar de Europese Unie €2,2 miljoen euro subsidie voor verstrekte.  Het project heeft de naam Grass2Grit gekregen. In 2019 wordt er mee proefgereden op de N504 bij Alkmaar. Het projectteam bestaat uit de provincie, de aannemers Van Bodegom en Van Gelder, Schuitemaker en Sustainable Tree Systems, aangevuld met adviseurs van ingenieursbureau Tauw en TU Delft.
Het bermgras, dat van nature zout bevat, kan naast grondstof voor gladheidsbestrijding ook dienen als grondstof voor biogranulaat. Dit biogranulaat kan vervolgens verwerkt worden tot verkeersborden, beschoeiing en paaltjes. In het pilotproject verzamelt Grass2Grit het gemaaide bermgras, dat wordt opgewerkt en geperst om grassap en grasvezels te scheiden. De pilotlocatie beslaat 6,2 kilometer van de N504, een tweebaansweg bij Alkmaar. De weg is omzoomd door 12 hectare wegbermen, die circa 180 ton gemaaid gras per jaar kunnen opbrengen. Dit wordt omgezet in circa 12 m3 dooimiddel en 64 ton wegmeubilair per jaar. De biobased eindproducten worden op de N504 en langs andere provinciale wegen hergebruikt.
Het begon toen Hillebrand Breuker, projectleider vast onderhoud bij de provincie Noord-Holland, proefde hoe zout het sap was dat overbleef na het persen van bermgras. Omdat de afdeling van Breuker ook verantwoordelijk is voor de gladheidsbestrijding, was één en één twee.
Jan-Henk Welink onderzoekt in de TU Delft manieren om reststromen te gebruiken voor nieuwe producten. Bermgras is daar een voorbeeld van. Hij introduceerde het idee van de gladheidsbestrijding bij zijn collega Sandra Erkens, hoogleraar toegepaste wegbouwkunde.
Erkens onderzocht de rol van grassap bij gladheidsbestrijding. "Dat gebeurt met een eenvoudige proef. We maken grote ijsklonten en gieten op de ene grassap en op de andere strooizout. Daarna meten we op vaste tijden hoeveel vloeistof eraf komt. Zo kunnen we in beeld brengen hoe goed de dooiwerking is ten opzichte van normaal strooizout." Samen met de praktijkproef van de provincie Noord-Holland leidde de test van de TU Delft tot de conclusie dat het sap op grote schaal te gebruiken is. Bron: Provincie Noord-Holland, 08/06/16, Tauw, 10/12/2018.

 

24. Gras als eiwitbron


Het consortium Grassa demonstreerde de eerste mobiele grasraffinaderij in 2011 op een melkveebedrijf in Appelscha. De installatie verwerkt ter plekke pas gemaaid gras tot vezelkoeken en sap. Uit het sap wint de installatie eiwitten die als veevoer en op termijn voor menselijke consumptie geschikt zijn. De rest van het sap gaat terug naar het land als mest. Voor de vezelkoeken heeft de papier- en kartonindustrie belangstelling. Volgens initiator Gjalt de Haan krijgen aanbieders van eiwitrijk gras een hogere prijs dan leveranciers van vezelrijk bermgras. Maar zelfs voor alleen natuurgras kan Grassa interessant zijn. Want waar maaisel met het voor paarden giftige jacobskruiskruid nu nog tegen betaling moet worden gestort of gecomposteerd, neemt Grassa het kosteloos of tegen een geringe vergoeding af.
Grassa maakte begin 2014 een overgang van onderzoeksconsortium naar exploitatie-BV, vertelt Bram Koopmans, procestechnoloog bij Grassa en een van de drie aandeelhouders van de BV, die in april 2014 werd opgericht. Grassa heeft Martijn Wagener die bij Essent heeft gewerkt, aangetrokken als directeur. “Het onderzoek heeft twee veelbelovende processen opgeleverd waarmee we de stap naar commercialisatie durven te maken. De twee nieuwe processen verhogen de opbrengst van eiwitten en verlagen de hoeveelheid mineralen die als mest terug naar het land gaat. Ook leiden de nieuwe processen tot schonere vezels voor de papierindustrie.”
“Grassa zorgt voor een groter rendement op eiwit per hectare dan conventionele landbouw”, stelt Koopmans. “Anderzijds is Grassa een energiezuinig en weersonafhankelijk alternatief voor grasdrogerijen.” Er staat een machine te draaien in Uganda en er zijn gesprekken met partijen in Noorwegen, Denemarken en Argentinië. Zie: grassa.nl.

 

25. Gras voor wilde dieren


Yaks, kamelen, zebra’s en przewalskipaarden van Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek eten sinds eind 2015 gras uit natuurgebieden van Staatsbosbeheer. Het gras valt in de smaak omdat ze graag ‘schraal hooi’ eten. Dat is hooi van land dat niet bemest wordt en waar geen chemische middelen worden gebruikt, zoals in de Biesbosch en op Goeree.
Maaien hoort bij het beheer van schraalgraslanden. Staatsbosbeheer zoekt toepassingen met meer waarde dan compost. Rob van Glabbeek, zoölogisch manager van het safaripark: “Natuurgras is interessant voor dieren die gewend zijn om te leven in onherbergzame gebieden zoals kamelen, yaks, przewalskipaarden en Schotse hooglanders. Natuurgras zit vol kruiden. Daardoor heeft het hooi een grotere variatie. Het past daardoor prima bij de dieren en ons duurzame inkoopbeleid.”
Projectontwikkelaar Frank van Hedel van Staatsbosbeheer: “We weten precies welke planten er in ons hooi voorkomen, want de boswachter inventariseert alle percelen. Elk dier kan zijn eigen hooi krijgen. Zo kun je selecteren. Dit stukje Biesbosch is geschikt voor olifanten, maar niet voor gazelles.”
Safaripark Beekse Bergen en Staatsbosbeheer deden in de zomer van 2015 een test met enkele balen hooi van verschillende percelen om te zien hoe de verschillende dieren het hooi erop reageerden. De test viel voor alle partijen positief uit. Vandaar dat Safaripark Beekse Bergen en Staatsbosbeheer deze samenwerking voortzetten. Bron: beeksebergen.nl

26. Gras als stalstrooisel


Het proces van gras naar strooisel begint bij raffinage, schetst EcoGrondstoffen BV uit Wageningen. Een zware pers splitst het gras in twee delen, sap en vezels. De vezels worden direct na productie ingekuild en gaan niet broeien. De kleine vezelstructuren van 1 tot 2 centimeter lang en 0,5 millimeter breed, zijn nog intact en niet uitgedroogd. Daardoor kunnen ze veel water opvangen en water verdampen. Het vochtgehalte van deze grondstof blijft tussen 50% en 60%. De grasvezel blijft veerkrachtig en versmeert niet. Mede daardoor composteert grasvezel beter dan stro.
De grasvezel zorgt voor een goede vochtregulatie in een stal en wordt toegepast in diepstrooisel boxen, kalver-iglo’s, afkalfhokken en vrijloopstallen. De prijs van grasvezelstrooisel ligt op 60% van stro. 
EcoGrondstoffen BV maakt vezels voor karton, isolatiematten en strooisel. Uit het sap haalt het bedrijf eiwitten voor veevoer en kalirijke vloeibare mest. Zie: ecogrondstoffen.nl

Natuurmonumenten doet ook een proef samen met Eco-comfort Animal Bedding BV om gras en rietmaaisel te verwerken tot stalstrooisel. Bron: Themanummer Groene Grondstoffen Vakblad Natuur Bos Landschap, oktober 2015.


27. Gras voor verpakking


Het bedrijf Huhtamaki in het Friese Franeker maakt eierdoosjes en eiertrays van oud papier en sinds eind 2014 mede van gras. Experimenten bij Jumbo en Albert Heijn zijn geslaagd.
De aanpassing van het productieproces vergde een investering van ruim €1 miljoen. Het Brabantse bedrijf NewFoss raffineert het gras tot sap en de gevraagde vezels. Behandeling door het Franeker bedrijf maakt ze geschikt voor menging met papiervezels. Staatsbosbeheer levert natuurgras dat geschikter blijkt dan bermgras. Een kilo gras levert voldoende grondstof voor 20 eierdoosjes. Het eierdoosje kan bij het oud papier om opnieuw te gebruiken. De productie met deze grondstoffen verlaagt het watergebruik voor de eierdoosjes met 50% en de CO2-voetafdruk met 10%.

Bij natuurbeheer komt door het maaien van graslanden per jaar ongeveer 200.000 ton natuurgras beschikbaar. Natuurgras bestaat vaak uit honderd verschillende plantensoorten en is daardoor meestal niet geschikt als veevoer. Vroeger verdween het maaisel uit de natuurgebieden van Staatsbosbeheer op de composthoop. Bron: Staatsbosbeheer, 28/06/16.


Andere voorbeelden

  • Solidpack uit het Veluwse Loenen produceert sinds april 2013 grasboxen uit natuurgras. Aanleiding was het dalende aanbod van oud papier. Uit: folder Bosschap ‘Biomassa uit natuur en landschap’. Zie: biobasedeconomy.nl, vbne.nl.

  • Achttien bedrijven en overheden uit de regio Veluwe werken samen om maaisel van bermen te verwerken tot papier en karton. Zij hebben zich verenigd in de Biomassa Alliantie. De overheden waaronder waterschap Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de gemeente Apeldoorn leveren jaarlijks 60 ton maaisel aan, dat wordt ingekuild. Het bedrijf NewFoss uit Uden heeft een techniek ontwikkeld waarmee het maaisel verwerkt kan worden tot lignocellulose vezels. Deze vezels kunnen worden verwerkt tot papier, karton en verpakkingsmateriaal, zoals het Finse bedrijf Huhtamaki in Franeker doet voor eierdoosjes. Papierfabriek Parenco zet eind 2016 een proef op om de vezels te gebruiken voor papier- en kartonproductie.

  • Kappa en Greenery investeren in karton uit tomatenplanten. Van 3e-rangstomaten wordt sap gemaakt, uit de pitjes wordt zalf gemaakt en de vezels hebben toekomst voor de voedselproductie.

  • Vredestein haalt rubber uit paardenbloemen, omdat het Enschedese bedrijf geen natuurrubber meer kan vinden.

28. Gras voor papier 


Grasachtige biomassa inzetten als drager voor de productie van papier en karton. Dat is het doel van de pilot ‘Van Berm tot Bladzijde’ die 12 mei 2016 van start ging. Met het ondertekenen van een intentieverklaring bundelden achttien partijen in Oosterbeek hun krachten. Het gaat om Parenco BV, NewFoss BV, Schut Papier, SolidPack Packaging, Van Werven Biomassa BV, Bruins & Kwast Biomass management, Hooijer Renkum BV, waterschap Vallei en Veluwe, waterschap Drents Overijsselse Delta, Het Groenbedrijf, Rijkswaterstaat Programma’s Projecten en onderhoud, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Oost NV, Nationaal Groenfonds, Niaga Holding Limited en de gemeenten Apeldoorn, Voorst, Lochem en Bronckhorst. Zie: biomassa-alliantie.nl/.


29. Gras voor beschoeiing

De Drentse waterschappen gebruiken bermgras om walbeschoeiing te maken. Dat is duurzaam en een stuk goedkoper dan hardhout. De waterschappen Reest en Wieden, Hunze en Aa’s en Vechtstromen maaien ieder jaar 800.000 kilo gras langs de walkanten. De verwachting is dat de zogenaamde plantpalen ongeveer 25 jaar meegaan. Zie: pianoo.nl/externelink/waterschappen-vervangen-hardhouten-walbeschoeiing-door-plantpaal-gemaakt-van-eigen-maaisel.

  • Het Drentse waterschap Vechtstromen doet samen met  KWS Infra en Netics BV, the Innovation Engineers een proef met beschoeiingselementen, gemaakt van baggerslib. Eind 2016 zijn langs het Oranjekanaal de eerste proefblokken geplaatst van de GEOWALL® , een  gepatenteerd product waarbij baggerslib wordt omgezet in bouwelementen. 


30. Gras en riet voor vezelplaat


ABC-Board onderzoekt de bouw van een fabriek voor de productie van 50.000 ton vezelplaat per jaar met als grondstoffen bermgras en gras uit natuurgebieden. De fabriek komt in het Drentse Wijster, naast Attero, voorheen Essent Milieu. Natte gewassen zijn voor het bedrijf geen bezwaar. De meubelplaten die van gras worden gemaakt, zien er vrijwel hetzelfde uit als de gangbare platen van houtresten en hebben minstens dezelfde kwaliteit, zelfs steviger, duurzamer en vuurvaster, blijkt uit een pilot van ABC. De platen kunnen in elke hardheid worden geperst, van gruis tot formicakwaliteit. Daardoor zijn er diverse toepassingen denkbaar. Dat biedt volgens ecoloog Dolf Logeman van Arcadis perspectief voor zowel de plaatfabriek als voor terreinbeherende organisaties. Door natuurgras en bermgras als grondstof te gebruiken, wordt ook stikstof uit het terrein afgevoerd en vermindert de uitstoot van de broeikasgassen methaan en CO2 door rotting. Bron: http://www.dolfsnatuurblog.nl/cradle-to-cradle-en-no-nett-loss/ 

In plaats van gras gebruikt Compakboard met hulp van chemieconcern DSM en Wageningen UR rietafval voor hernieuwbaar plaatmateriaal. Natuurmonumenten levert overjarig riet uit de eigen gebieden. De vier partijen willen vezelplaat van riet op de markt brengen voor de bouw, keukens en meubels als alternatief voor hout, spaanplaat en MDF. Het project is een volgende stap in de samenwerking tussen DSM en Natuurmonumenten om biomassa dat bij natuurbeheer vrijkomt beter te benutten.
Natuurmonumenten oogst overjarig riet eens in de 3 tot 6 jaar, net als andere beheerorganisaties zoals waterschappen. De afvoer brengt hoge kosten met zich mee. Om het maaisel tot een bron van inkomsten te maken, werkt Natuurmonumenten samen met DSM, Wageningen UR en Compakboard aan marktgerichte toepassingen. De opbrengst van het rietafval investeert de natuurorganisatie weer in natuurgebieden.
DSM ontwikkelt samen met Wageningen UR Food & Biobased Research een op biomassa gebaseerd bindmiddel (hars) dat geschikt is om het riet in de plaat te binden en een sterke plaat garandeert. Compakboard wil zijn huidige grondstoffenaanbod, van bijvoorbeeld stro uit de landbouw, verbreden met riet. Daarmee kan Compakboard de markt voor duurzaam, hernieuwbaar plaatmateriaal beter bedienen. Bron: Natuurmonumenten, 18/11/15.
Compakboard ging al voor de opening failliet, meldt het Financieele Dagblad op 6 juli 2017. Oorzaak is onenigheid tussen het Britse Compak Systems, leverancier van de machines, en financier ABN Amro dat een week eerder het faillissement aanvroeg. Het bedrijfspand op het industrieterrein bij Heerenveen stond al twee jaar leeg. Producerende vezelplaatfabrieken staan al in de VS en Azië. Initiatiefnemer en ondernemer Soeniel Nabibaks is van plan beroep aan te tekenen tegen de faillissementsuitspraak van de rechter. Zie: https://fd.nl/ondernemen/1209198/friese-miljoenenfabriek-gaat-al-voor-de-opening-failliet

31. Gras voor isolatie


In een proeffabriek te Oenkerk werkt Grassa BV al enkele jaren aan een procedé om gras te splitsen in vezels voor isolatiemateriaal, papier en karton (ter vervanging van houtvezel) en eiwitrijk veevoer, maar ook mineralen zoals fosfaat dat steeds schaarser wordt. Doel is een flink aantal mobiele grasverwerkingsinstallaties in grasrijke gebieden in Nederland voor boeren die gras overhouden en daaraan gaan verdienen.

 

32. Gras als bodemverrijker

 

De gemeente Hof van Twente startte 2 december 2016 een proef met het verwerken van bermmaaisel tot bodemverrijker. Het bermmaaisel wordt gefermenteerd in een zogenaamde Bokashikuil, waarbij het maaisel vermengd wordt met micro-organismen en steenmeel en luchtdicht afgedekt met landbouwplastic. Na 8 tot 10 weken fermenteren is het bermmaaisel veranderd in organisch materiaal dat de bodem vruchtbaarder maakt en voedt met bacteriën en schimmels. Ook blijft het materiaal buiten de mestboekhouding. Zie: youtube.com/watch?v=TWkYZBkABHQ.
Bij deze Japanse fermentatiemethode komt geen CO2 vrij zoals bij composteren. En het bermmaaisel hoeft niet naar een composteerbedrijf op grote afstand, maar gaat naar een Bokashikuil in de omgeving, wat scheelt in transportkosten. Gemeente Hof van Twente voert de proef uit op 2 boerenerven, in Diepenheim en Markelo. Het bedrijf Bij de Oorsprong stelt de kennis en ervaring met Bokashi ter beschikking. Bron: Gemeente Hof van Twente, 28/11/16.

. Brabants bermmaaisel benut voor maken van bokashi. Het project van stichting Mooi Straten en de Agrarische Natuurvereniging Het Groene Woud, met medewerking van Landbouw Innovatie Brabant benut bermmaaisel voor het maken van bokashi. Het betreft een onderdeel van het project 'Berm van de Toekomst. In totaal worden op 3 momenten en bij 3 verschillende ondernemers in totaal 240 kuub maaisel ingekuild. 

. Drents bermgras zorgt voor 358 ton CO2-reductie en 2,5 miljoen duurzame kilometers. Uit het bermgras van de provincie Drenthe is groengas gemaakt, dat voor 2,5 miljoen duurzame kilometers staat en voor een beperking van de uitstoot van CO2 met 358 ton. Gedeputeerde Henk Brink: "Wij maken zo de cirkel rond in Drenthe. Het bermgras langs onze wegen is brandstof voor voertuigen, die weer gebruik maken van diezelfde wegen."
Om bermmaaisel in groengas om te zetten was de samenwerking van drie bedrijven nodig. De firma Krinkels maaide de afgelopen twee jaar de bermen langs de provinciale wegen. Onderdeel van het maaicontract was het duurzaam verwerken van het bermmaaisel. Krinkels bood het gras  daarom  aan Attero, die het in zijn vergistingsinstallatie op de locatie Wijster verwerkt en er groengas uit produceert. Groengascertificaten verzekeren de afnemer ervan dat het groengas dat hij tankt, ook daadwerkelijk groengas is. Het Drentse groengas kan getankt worden bij PitPoint, een internationale aanbieder van schone brandstoffen, die ook in Drenthe tankstations exploiteert.
Attero kuilt het bermgras eerst in. Met dit bermgras vult het bedrijf de winterdip aan, wanneer er veel minder aanvoer van gft (groente-, fruit- en tuinafval) is. De vergister zet met bacteriën het gras om in biogas en na opwerking ontstaat groengas. Dat pompt Attero vervolgens in het gasnet. Bron: Provincie Drenthe, 08/02/17.