22. Entreekaartjes


Entreekaartjes vormen een verdienmodel dat op meer plaatsen kan. Het Nationale Park De Hoge Veluwe haalt er 70 procent van alle inkomsten uit. In 2015 was dat goed voor €5.060.000. “Ons model met entreekaartjes kan in alle nationale parken”, stelt directeur Seger van Voorst tot Voorst. “Je hoeft niet altijd een hek te plaatsen zoals wij. Het kan op vele manieren. Maak tolwegen van de routes door je park. Of creëer inkomsten via parkeergelden.”

Meer voorbeelden

  • Landgoed De Keukenhof creëert mogelijkheden om niet alleen voor de bloembollententoonstelling, maar ook voor het landgoed entreeprijzen te vragen. Dat kan een gecombineerd kaartje zijn met de bloemententoonstelling. Een hek met een elektronisch toegangssysteem om de vijftien hectare rond het kasteel haalt dan inkomsten uit bezoekers aan de rest van het landgoed. “We mikken op 150.000 bezoekers. Voor die investering zaten we op een kleine 100.000 met al onze evenementen”, aldus oud-stichtingsvoorzitter Herman Hollander.

Kasteel op landgoed Keukenhof. Foto: Erfgoedhuis Zuid-Holland / Flickr

  • Nationaal Park Hoge Kempen, 5700 hectare in het Vlaamse Limburg, heeft goede ervaringen met entree. Een deel van het Park, Connecterra, is omheind en vraagt €3 per bezoeker of €5 voor een heel jaar toegang. Connecterra ligt op het voormalige mijnterrein bij Eisden en Lanklaar en omvat de hoofdpoort van het Park, een hotel, een outdoor waterpark, een bungalowpark en ruimte voor winkels. Het bezoekerscentrum ging open in april 2014. Plannen zijn er voor een 'all weather'-centrum voor edutainment en hoogwaardige accommodatie voor verblijfstoerisme. Connecterra ging officieel open in juni 2013. Zie: nationaalparkhogekempen.be/nl.

  • Landgoed Singraven heft een entree van €3 per persoon voor toegang tot het park. Een combinatie met het arboretum kost €5. Zie: singraven.nl/rondleidingen/park-en-arboretum.

  • Natuurmonumenten heeft een verdienmodel voor het eiland Tiengemeten, met een kaartje voor het pontje à €6 voor volwassenen en €4 voor kinderen. Toegang tot de natuurspeelplaats kost €6 voor kinderen en €4 voor volwassenen. Leden en kinderen krijgen een korting van €2. Zie: natuurmonumenten.nl/natuurgebied/tiengemeten/tickets-en-tijden.

  • Landgoed Mariënwaerdt verdient veel aan de toegangskaartjes voor twee jaarlijkse fairs. Zie: marienwaerdt.nl

  • Een bijzondere vorm van entreeheffing kent de kustplaats Clovelly in het Engelse North Devon, namelijk voor een heel dorp. Net als Vilsteren in Nederland is het dorp Clovelly eigendom van een particuliere familie. De Britse familie onderhoudt cultuur en natuur naar de stijl van 1850. In het dorp zijn vele gelegenheden om geld te besteden, zoals kruidentuinen, winkels, restaurants en hotels. Zie: clovelly.co.uk.

  • Toegang tot de Flaestoren op landgoed De Utrecht kost €1. Zie: kempischelandgoederen.nl/home/nieuwsberichten/?i=24-m-hoge-flaestoren-officieel-geopend

  • Directeur Gerard Baaij van het Nationaal Park De Biesbosch wil in 2019 een proef waarbij bezoekers betalen voor de toegang. De Baaij onderstreept dat het overgrote deel van het natuurgebied gratis toegankelijk blijft voor wandelaars en fietsers. Maar hij wil geld vragen voor specifiek gebruik zoals varen door een bepaalde kreek of het rijden over een mountainbikepad.
    Werken met een sluitende begroting is volgens De Baaij een grote uitdaging voor voor het Nationaal Park. "We werken hard aan de natuurbeleving en voorzieningen, bijvoorbeeld via het onderhoud van aanlegsteigers of het openhouden van kreken. Dat kan niet alleen opgehoest worden door de gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor het park. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de overheid er maar voor zorgt dat jij overal kunt recreëren." Bron: AD, 02/05/18. De Baaijs plannen voor een proef riepen meteen heftige reacties op tot in nationale media, overigens zonder een andere oplossing voor de financiële tekorten. 

  • Een negatieve ervaring had landgoed Schovenhorst. Een entreeprijs van €7,50 voor de de 40 meter hoge Bostoren trok te weinig publiek. Schovenhorst moest de prijs verlagen naar €4. Er was gerekend op 50.000 betalende bezoekers per jaar, maar dat werden er niet meer dan 7000. Martin Vastenhout, directeur landgoed Schovenhorst, heeft leergeld betaald met de Bostoren.

"Het verwerven van Europese subsidies ging voorspoedig, het binnenkrijgen van Europees geld duurde onverwacht lang. In de tussentijd verdubbelde de staalprijs. Dat verschil moest de stichting zelf financieren. Vervolgens viel het bezoekersaantal tegen. Vastenhout: “Een marktonderzoekbureau gaf een prognose van 50.000 jaarlijkse bezoekers. Ik heb geleerd: geloof nóóit marktonderzoekbureaus. Zij hebben er belang bij om de situatie zo rooskleurig mogelijk in te schatten, want daar is de klant blij mee. Je zou kunnen zeggen dat het toenmalige stichtingsbestuur met de beste intenties zich aan ambities heeft overeten, zonder de risico’s af te dekken."
"Het aantal betalende bezoekers bleef steken op 7000. Daarbij was gerekend met een toegangsprijs van €7,50 voor volwassenen en €5 voor de kinderen, maar die prijzen bleken niet haalbaar. Gezinnen betalen geen €25 om een toren te beklimmen. De stichting heeft de toegangsprijzen snel moeten aanpassen naar €4. De bezoekersaantallen zijn nu weer in stijgende lijn."
Vastenhout: “Ook de exploitatie van de horeca was een tegenvaller. Er is met veel goede bedoelingen met het Sociaal Werkvoorzieningsschap een bedrijf opgezet waar mensen terug moesten kunnen keren op de arbeidsmarkt, maar horeca is een vak. Alleen met een paar kopjes thee op de zondagmiddag kun je geen bedrijf runnen. Nu proberen we met een horecaondernemer de zaak op de rails te krijgen, aangevuld met feesten en partijen.” De schuld liep uiteindelijk op tot meer dan €1 miljoen. De stichting zucht nu onder een langdurende rentelast van €50.000 per jaar, en daarnaast de aflossing van de kapitaalschuld.   Bron: ‘Ondernemerschap in de sector bos, natuur en landschap’, Rob Hoekstra, Gyrinus advies & interim, in opdracht van InnovatieNetwerk.

Gratis openstelling van NSW-landgoederen is verplicht om in aanmerking te komen voor fiscale voordelen zoals een lagere OZB-heffing op het vastgoed. Dat beperkt de mogelijkheden voor entreeheffing. In bepaalde gevallen kan de toegang in overleg met de Belastingdienst worden beperkt tot bijvoorbeeld een vaste excursie op zaterdag; zie Huis te Manpad. In sommige gevallen kunnen landgoederen toch een entreeprijs vragen. Volgens de NSW-richtlijnen is €0,50 toegestaan per dag en €2,50 per jaar (2012). Landgoed Oostergeest te Warmond bijvoorbeeld, ligt in de nabijheid van grote dorpen en steden als Leiden. Door deze ligging en doordat de natuur kwetsbaar is voor intensieve betreding mag het landgoed entreegeld vragen. Bij de toegangswegen staat dat bij het landhuis een jaarkaart te koop is voor €1,20. Met 700 geregistreerde bezoekers levert dat €840 aan inkomsten op. Een landgoedeigenaar mag het aantal dag- en jaarkaarten limiteren.Met de registratie ontstaat een bestand dat ook van dienst kan zijn voor andere activiteiten en inkomstenbronnen op het landgoed. Dit kan het draagvlak in de omgeving versterken.
Voor educatieve tuinen en parken met meer dan tweeduizend bezoekers per jaar is een hogere toegangsprijs mogelijk. De eigenaar moet voor de hogere entreegelden echter kunnen aantonen dat de kosten voor onderhoud de inkomsten overstijgen.
De NSW-plicht tot openstelling geldt overigens alleen voor wandelaars. Een NSW-landgoed mag dus wel entree heffen voor ruiters, fietsers en voor evenementen.

23. Open dagen


Op veel plaatsen gaan in het bloeiseizoen tuinen open tegen betaling van een entreeprijs. Zoals de tuinen van landgoed De Wiersse in het Gelderse Vorden. Entree kost €6,50. Het landgoed serveert tijdens de open dagen lichte maaltijden en verkoopt planten. De opbrengsten gaan naar het tuinonderhoud. Zie: dewiersse.com.

24. Betaald parkeren

Voor grotere terreinbeheerders biedt betaald parkeren een interessante inkomstenbron. Nationaal Park Zuid-Kennemerland heeft bij drie ingangen parkeerterreinen met slagbomen. Beheerder PWN heeft €225.000 geïnvesteerd in apparatuur, mogelijkheid om te pinnen, internetverbindingen, cameratoezicht en straatverlichting. Daarnaast zijn er nog de maandelijkse beheerskosten van een meldkamer waar storingen met de betaalautomaten binnenkomen en die herstelacties coördineert.
De opbrengst is fors. In 2016 kwam er €725.000 aan parkeergeld binnen. Na aftrek van €140.000 aan kosten bleef er €585.000 over voor natuurbeheer en -onderhoud. De opbrengst gaat zowel naar NP Zuid-Kennemerland als het Noordhollands Duinreservaat.  Bij de kosten is de tijdinzet van PWN-medewerkers niet meegerekend. Over de inkomsten moet 21% BTW worden afgedragen. Betaald parkeren blijkt in dit deel van de Noordzeekust vanzelfsprekend. 

Een groep tweedejaars studenten van Wageningen University, Leerstoelgroep Bos- en natuurbeleid, heeft een parkeermodel uitgewerkt op verzoek van de gemeente Den Helder die financiering zoekt voor de natuurgebieden Donkere Duinen en Mariëndal. Het plan ‘Natuurlijk parkeren’ kreeg van de jury, met opdrachtgever Willem Stam als voorzitter, de prijs voor de beste presentatie. Elke euro parkeergeld komt ten goede aan onderhoud van het natuurgebied.
De studenten opperden een stichting op te zetten die het parkeergeld int, zodat het niet in de grote pot met algemene middelen verdwijnt van de gemeente. Bovendien moet op de parkeerplaats een bord geplaatst worden waar uitgelegd staat hoe het geld besteed wordt. En, het allerbelangrijkste, parkeren kost in de plannen van de studenten relatief weinig. Vaste bezoekers, zoals hondeneigenaren, kunnen voor €15 per jaar ‘Vriend van de Donkere Duinen’ worden en dan het hele jaar gratis parkeren. Eenmalige bezoekers betalen €3 per dagdeel of €5 voor de hele dag. Tenslotte zit bij het parkeerkaartje een bon voor tien procent korting bij de horeca in het gebied, zoals het pannenkoekenhuis en de snackbar. “Al besluit maar één op de vijftien bezoekers een kopje koffie te kopen terwijl hij dat anders niet zou doen, dan is het voor ondernemers al gunstig zich bij dit initiatief aan te sluiten”, aldus student Glenn Potvliet. Zijn groep had al gesproken met ondernemers en die leken enthousiast. Ook opdrachtgever Willem Stam, adviseur bij de gemeente Den Helder, was onder de indruk van de overtuigende presentatie van de studenten, die verschillende scenario’s hadden doorgerekend om hun plannen te onderbouwen.

Meer voorbeelden

  • Het Nationale Park De Hoge Veluwe heft parkeergeld en stimuleert bezoekers om een gratis witte fiets te gebruiken. Bezoekers die toch met de auto het park in willen, betalen daarvoor een flink bedrag. Zie: hogeveluwe.nl/nl/plan-uw-bezoek/entreeprijzen.

  • Diverse landgoederen passen betaald parkeren toe tijdens bijzondere evenementen. Landgoed Vollenhoven in Zeist vraagt bijvoorbeeld €2 parkeergeld tijdens de jaarlijkse tuindagen. Parkeren op eigen terrein kan aardig wat opleveren. Daar staan echter kosten tegenover voor kaartcontrole, afzetten en later weer op orde maken van het parkeerterrein. Zie: landgoedvollenhoven.nl/activiteiten/tuindagen.

  • Het Lake District National Park in Engeland heeft succesvol parkeerheffingen geïntroduceerd. Het park laat aan de bezoeker duidelijk weten waar dit geld voor gebruikt wordt. Ondanks protesten is het nu geaccepteerd en een van de grootste inkomstenbronnen. Zie: lake-district.gov.uk.

  • Parkeermeters bij grote natuurgebieden kunnen jaarlijks €7 tot €10 miljoen opleveren, blijkt uit een rapport in opdracht geschreven van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en De12Landschappen. Bezoekers betalen dan €1 per uur en voor een hele dag €8. Leden, vrijwilligers en donateurs mogen gratis parkeren. Na een landelijke enquête eind 2014 besloot Natuurmonumenten in drie gebieden te gaan proefdraaien met betaald parkeren. Eind 2018 had Natuurmonumenten nog geen begin gemaakt met de drie pilots.

  • Ook landgoed Twickel kent een vorm van betaald parkeren.

25. Financieren van akkerranden


Een Bloemenplukbon blijkt een geschikt middel om bloeiende akkerranden te financieren. De Agrarische Natuurvereniging Natuurlijk Walcheren geeft sinds 2007 van juni tot half oktober à €12,50 het recht op het plukken van bloemen in akkerranden. De vereniging won daarmee de derde prijs van de Groenfonds Natuurprijs 2012. Samen met een subsidie van de gemeente Veere levert de verkoop van 1500 bonnen voldoende op om de boeren een vergoeding te betalen rond de prijs van tarwe zodat de deelnemende boeren geen verlies lijden. Elk jaar worden andere akkerranden ingezaaid met een zelf samengesteld zaaimengsel met bloemen die snel, lang en stevig bloeien. In de akkerranden staan borden met informatie dat plukken is toegestaan met bon. Er is nauwelijks controle en overtredingen hebben de organisatoren nog niet gesignaleerd. Het voortbestaan is onzeker omdat Veere wil bezuinigen op deze subsidie. Zie: natuurlijkwalcheren.nl/bloemenplukbon.
 

26. Ecotoerisme


Het Wereld Natuur Fonds en recreatieparkonderneming Molecaten hebben in 1997 PAN Parks Foundation opgericht. PAN staat voor Protected Areas Network. Inmiddels liggen er twaalf van deze natuurparken, verspreid over Finland, Zweden, Estland, Portugal, Italië, Roemenië, Bulgarije, Georgië, maar nog niet in Nederland. Het doel is een netwerk te creëren van beschermde Europese natuurgebieden die kunnen wedijveren met nationale parken in Amerika en Zuid-Afrika. Als belangrijkste inkomstenbron heeft de Foundation PAN Village opgericht. PAN Villages zijn toeristendorpjes die liggen in de directe omgeving van PAN Parken. Lokale bewoners profiteren van de opbrengsten van ecotoerisme door de verhuur van accommodatie, verkoop van lokale producten en diensten zoals excursies. Een aanvullende inkomstenbron komt van reisorganisaties die bijvoorbeeld voor een reis naar het Nationaal Park Oulanka in Finland per klant €20 afdragen aan de PAN Parks Foundation. PAN Parks werkt sinds enkele jaren samen met Rewilding Europe, een initiatief van ARK Natuurontwikkeling. Zie: panparks.org/2015/09/pan-parks-wild-network-of-europe en rewildingeurope.com.

27. Ecolodges


Hier en daar werken terreinbeheerders samen met de recreatiesector aan plannen voor ecolodges, naar het voorbeeld van de populaire bungalows nabij Afrikaanse wildparken. Plannen voor een dergelijk concept, dat genoemd wordt in het InnovatieNetwerk-project ‘Panorama Natuur’, bestaan op landgoed Welna in Epe, op landgoed Kreil bij Winterswijk, landgoed Verwolde te Laren en landgoed Giethmen. Ook Staatsbosbeheer overweegt nieuwbouw van ecolodges, ter uitbreiding van het populaire concept van verbouwde boswachterwoningen. Ervaring met blokhutten en tipitenten op een natuurkampeerterrein heeft landgoed De Hoevens in Alphen (N.Br.). Nationaal Park de Biesbosch beschikt over een ecolodge. Zie: dehoevens.nl/nl/kampeerterrein/mogelijkheden/tipitent, slapenopdeecolodge.nl/nl/de-ecolodge en een van de vele plannen: m3h.nl/project/natuuractiviteitencentrum-oostvaardersplassen.

28. Groene reizen


Een andere vorm van toeristische arrangementen is een model dat reisorganisaties als Sawadee, SNP en Djoser hebben ontwikkeld voor verre reizen. De reisgezelschappen bezoeken projecten voor natuurbescherming en regionale ontwikkeling. Bewoners maken maaltijden, bieden onderdak en fungeren als gidsen. Dat is goed voor het duurzame imago en wordt gewaardeerd door de deelnemers, mede omdat ze met hun bezoek financieel bijdragen aan deze projecten. Dit is wellicht een interessant model voor de Nationale Parken in Nederland.

Meer voorbeelden

  • SNP organiseerde jarenlang in Nederland zogenaamde Ruige Routes, onder meer door de Biesbosch, het Dommeldal en Groningen. Deelnemers wandelen, fietsen en kanoën door natuurgebieden en gaan op bezoek bij kleine ondernemers, ateliers, musea, begeleid met discman of GPS die informatie geeft over het gebied, verhalen en soms ook muziek van bewoners. De Ruige Routes zijn zelfstandige organisaties geworden. Zie bijvoorbeeld: ruigeroutehogeland.nl.

  • Reisbureau Terra Futura te Amsterdam organiseert ook duurzame reizen in Nederland. Zie: terratours.nl.

  • Vogelreizen zoals van SNP, Vogelbescherming, KNNV Reizen. Zie: snp.nl/reizen/vogels/themareizen, vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/activiteiten/vogelreizen en knnv.nl/arc/2017.

29. Intensieve recreatie investeert in natuur


Soms draagt intensieve recreatie bij aan natuurkwaliteit. Erik Droogh, directeur RGV, eigenaar van grote recreatieterreinen op de Veluwe en bij Nijmegen: “Sinds de verzelfstandiging in 1999 ontvangen we geen subsidie meer. We hebben een indirect verdienmodel ontwikkeld. We ontwikkelen onze terreinen hoogwaardig en voegen tegelijk intensieve recreatievormen toe. Goede voorbeelden zijn de grote saunacomplexen bij de Veluwse recreatieplassen Bussloo en Kievitsveld. De wellness-sector vestigt zich graag in een dergelijke omgeving. Het onderhoud van de terreinen bekostigen we in belangrijke mate uit de pacht van de gronden aan de ondernemers. We versterken de recreatiemogelijkheden, de ruimtelijke kwaliteit en de natuur. Daarbij zorgen we ervoor dat de schaal van de activiteiten past bij de schaal van het terrein zodat geen overlast ontstaat. Essentieel is het jaarlijkse gebiedsoverleg met de inwoners, bedrijven uit de omgeving en de lokale overheden.” Bron: Wing magazine jaargang 5 nummer 1. Zie: docplayer.nl/6636788-Wing-werkt-ondernemen-met-de-omgeving-gebiedsontwikkeling-nieuwe-stijl-jaargang-5-nummer-1.html.

Voorbeeld. De aanleg van het Zeeuws-Vlaamse natuur- en recreatieproject Waterdunen begon in 2016. Het project kustversterking annex natuurpark ging halverwege 2018 open. Provincie Zeeland legde 250 hectare nieuwe natuur aan in de polders ten noorden van Groede. Tegelijk werkte waterschap Scheldestromen aan kustversterking. Op de grens van duinen en nieuwe natuur bouwde Molecaten vervolgens vanaf 2016 in fasen een recreatiepark met 400 huisjes, een camping en een hotel. Bron: PZC, 12/06/14. Zie: pzc.nl/regio/zeeuws-vlaanderen/toekomst-van-waterdunen-nu-snel-helder-1.6434530#content, omroepzeeland.nl/tag/waterdunen.
Ook Zeeuws Landschap draagt bij aan Waterdunen, onder meer met de aankoop van een boerderij voor aquacultuur, grenzend aan 250 hectare zilte natuur. Dit zogenaamde Kustlaboratorium combineert economische ontwikkeling met landschappelijke kwaliteit. Inkomsten moeten komen uit teelt van schelpdieren en teelt van zilte gewassen. Verder selecteert Zeeuws Landschap ondernemers met duurzame ambities, levert grond en basisvoorzieningen. Via het Landschap lopen financiële bijdragen van overheden en van het Droomfonds van de Postcodeloterij.
In 2016 zorgde een oplopend tekort voor vertraging. Provincie Zeeland heeft €3,75 miljoen uit de algemene reserve gehaald. Zeeuws landschap betaalt €200.000 extra voor een brug bij het Kustlaboratorium. Ook heeft de provincie het plan voor de kustboulevard versoberd en besloten de wandelpaden niet te asfalteren. Dat scheelt €2,5 miljoen. De beheerkosten moeten worden opgebracht door Zeeuws Landschap en waterschap Scheldestromen.

 

30. Camping met natuurbelevingen


Camping Geversduin bij Castricum richt zich op het ontdekken van de natuur. In 2010 omschreef Geversduin de visie nog als ‘de natuur ontdekken en beleven’. Afgelopen jaren is de visie aangescherpt tot het horen, proeven, voelen en zien van de natuur. Dat kan onder meer op een Belevingspad. Frank van Vught, manager van de camping, heeft daarmee voor camping Geversduin twee nieuwe doelgroepen aangeboord: jonge gezinnen met kinderen én 50-plussers.
Voor aanleg, inrichting en beheer heeft de camping een groenbeheerplan opgesteld, gericht op behoud van cultuurhistorische waarden, van verschillen tussen open en besloten terrein en het versterken van diversiteit in planten en dieren. Daarnaast geeft Van Vught invulling aan milieubewust ondernemen door investeringen in zonne-energie bij het sanitair, elektrische voertuigen en afvalscheiding. Andere groene projecten zijn: verlaging van het energiegebruik, een duurzaam nieuw receptiegebouw, CO2-neutrale bedrijfsvoering, een onderzoek naar verduurzaming van de camping, natuurspeeltuin en een groentenhuis.
Verder werkt Van Vught samen met groene bedrijven aan extra aanbod voor gasten, zoals IVN, Natuurbeheer PWN, WNF Noord-Holland, Natuur Natuurlijk, Landschap Noord-Holland, Roofvogelwerkgroep Kennemerland, Vlinderstichting en Trees for All. Recron noemt camping Geversduin een voorbeeld van een groene camping die ook goed rendeert.
Van Vught heeft geleerd: “Hou vast aan je visie, tegen weerstanden in.” Hij noemt als voorbeeld het overleg met campinggasten over zijn plannen. Veel collega-campinghouders raadden hem dit af. Hetzelfde geldt voor dure investeringen als de ‘hobbitwoning’. Van Vught erkent dat ontwikkeling en bouw van deze woning veel geld kostte, die maar moeizaam wordt terugverdiend, ondanks de hoge bezettingsgraad. Het leverde echter wel veel aandacht op, ook in het buitenland. Vanuit marketingoogpunt was het dus een goede investering. Geversduin beschikt over een Gouden Green Key Certificaat.
Samen met twee andere campings is Kennemer Duincamping Geversduin onderdeel van PWN, het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland, maar ze dienen alle drie voor een sluitende exploitatie te zorgen. Het verzelfstandigingsproces heeft geleid tot aparte BV’s binnen PWN. Zie: campinggeversduin.nl en recreatieenruimte.nl.

31. Hotel en restaurant in boomhutten


Merte Loonen van het bedrijf Hamer en Hark heeft bij Staatsbosbeheer een plan ingediend voor een hotel en restaurant in boomhutten in een natuurgebied van 45 hectare in de Brabantse gemeente Alphen-Chaam. Het plan bestaat uit tien luxe en tien eenvoudige boomhutten in een bosrand met uitzicht op glooiende heide, een grote moestuin en grazende runderen. De boomhutten beschikken over elektriciteit, badkamer en toilet, keuken, zit- en eethoek, twee aparte slaapkamers en een houtkachel. Eind 2014 had Staatsbosbeheer dit plan uit elf voorstellen geselecteerd als een van de drie kanshebbers als verdienmodel voor het natuurgebied. Merte Loonen zocht toen nog een investeerder voor het restaurant. Uiteindelijk kreeg hij de financiering niet rond. Bron: hamerenhark.nl en hamerenhark.nl/blog/detail/boomhut-hotel1.

Vervolgens zocht Staatsbosbeheer verder in de kaartenbak van ondernemers die te laat waren bij de inschrijving van de tender. Daar kwamen twee ondernemers boven drijven die samen op deze locatie een restaurant en natuurpoort met los ervan een luxe Wellness willen realiseren. de Bredase ondernemers Wildrik Hartman en Ad Mathijssen waren in februari 2017 alle ingrediënten aan het verzamelen om het traject ruimtelijke ordening te starten. Zij presenteerden 24 september 2015 samen met Staatsbosbeheer hun plannen tijdens een raadsvergadering van de gemeente Alphen-Chaam. Het plan vergt een investering van €28 miljoen.
Albert Goorden, projectleider Staatsbosbeheer, reageert enthousiast: "Door de combinatie van natuurbeleving en faciliteiten voor rust en ontspanning, kan dit een aantrekkelijk verblijfsgebied worden, zonder de karakteristiek van de omgeving aan te tasten." Ook de gemeente Alphen-Chaam reageert positief. "Het regionaal bedrijfsleven en de bevolking kunnen profiteren van werkgelegenheid en economische bedrijvigheid. Het concept heeft internationale aantrekkingskracht”, aldus het college van burgemeester en wethouders. Bron: Staatsbosbeheer, 25/09/15 en mail van Albert Goorden, 13/2/17. Zie: staatsbosbeheer.nl/zakendoen/gerealiseerde-projecten/chaamse-bossen en eigenthermenresort.nl.

32. Natuur versterkt recreatie-economie


Openstellen van natuur stimuleert bedrijfsvestigingen, in de eerste fase vooral dagrecreatie. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Openstelling loont’. Uiterwaarden openstellen voor wandelaars levert twee keer zoveel inkomsten op als gebieden langs de rivier slechts beperkt toegankelijk maken voor recreanten. Na openstelling groeit het aantal banen en de omvang van bestedingen. Natuurontwikkeling en economie gaan dus prima samen, concluderen de onderzoekers.
Het Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd vergeleek drie uiterwaarden met elkaar. Het gebied met de hoogste mate van natuurlijkheid en openstelling, de Gelderse Poort, heeft de hoogste waarde van de vrijetijdseconomie, uitgedrukt in aantal banen (170) en de omvang van bestedingen (€6,3 miljoen). Het verschil met zowel het agrarische (Brabantse Bedijkte Maas) als het beperkt opengestelde uiterwaardlandschap (Midden-IJssel) is bijna een factor twee.
Uit het onderzoek blijkt dat in de periode van natuurontwikkeling én openstelling de bedrijvigheid gericht op dagjesmensen in de Gelderse Poort sterk toenam. Op dit moment is er zelfs sprake van een struineconomie: een cluster van bedrijven die water- en buitenrecreatie ondersteunen. Het gaat onder andere om bootverhuur, fietsverhuur, horeca en excursiebureaus. Het onderzoek laat dus zien dat ecologisch succes kan samengaan met economisch succes. De onderzoekers pleiten er daarom voor in dynamische en grootschalige natuurgebieden de natuur zo volledig mogelijk open te stellen en te zorgen voor goede bereikbaarheid, zowel over land als over water.
Ook andere factoren spelen een rol in de groei van het toerisme. Zo moet het gebied interessant zijn voor een bezoek van meerdere dagen, want dan groeit het aantal verblijfsaccommodaties. Ook helpt het als het gebied meer doelgroepen en recreatieve wensen bedient, zoals winkelen in een nabijgelegen stad. Het onderzoek stond in het kader van Rijn in Beeld, en kreeg steun van het ministerie van EL&I en het Wereld Natuur Fonds. Bron: rapport ‘Openstelling loont!’, Tinco Lycklama & Suzanne van de Laar van het Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2012. Zie: ruimteenvrijetijd.nl/thema/projecten/openstelling-loont en rijninbeeld.nl.
 

33. IVN geeft cursussen gastheerschap


Het IVN (Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid) geeft cursussen gastheerschap aan recreatieondernemers over de ontwikkelingen in hun Nationaal Park of Landschap zodat zij als ambassadeurs kunnen optreden en op de hoogte zijn van wat het park hun gasten te bieden heeft. Cursussen waren er en starten in onder meer Drentsche Aa, Waterpoort (Krammer-Volkerak), Haringvliet, Bronckhorst, Maasduinen, Epe, en Hollands Buiten over de landgoederenzone in de regio Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar.
De cursus bestaat uit vier dagdelen en een opdracht. Alle ondernemers krijgen een cursuscertificaat en een gevelbordje. Hiermee kunnen ze hun bedrijf kenbaar maken als Gastheer Nationaal Park en werken aan een gezamenlijke uitstraling. Bij deze bedrijven kunnen gasten terecht voor informatie over het Nationaal Park en de recreatieve mogelijkheden. Zo ontstaat een netwerk van recreatieondernemers, wat mogelijkheden biedt voor gezamenlijke arrangementen. Begin 2017 telde het netwerk ruim tweeduizend gastheren.
Idee achter de cursus is dat de deelnemers zich leren richten op de bezoekers van het natuurgebied en dat daarmee meer geld verdiend kan worden via entree, horeca en streekproducten. Landelijke partners van het IVN in dit project zijn Koninklijke Horeca Nederland, Recron en het samenwerkingsverband van Nationale Parken SNP. De samenwerking werd januari 2007 in een convenant vastgelegd. Voor sommige cursussen komt er subsidie van provincies en het Prins Bernhard Cultuur Fonds. Zie: ivn.nl/gastheer-van-het-landschap.
 

34. Watercamping financiert nieuwe natuur


Een watercamping met drijvende bungalows en ligplaatsen voor woonboten kan een interessante combinatie opleveren met wateropvang en klimaatbuffers. Dit idee van Henk Wubbels, heemraad Waterschap Rijn & IJssel, brengt twee geldstromen bij elkaar, namelijk recreatie en wateropvang. Waterschappen zoeken overal in het land ruimte om pieken in de waterafvoer op te vangen. Dat kan ook met hermeandering van beken, aanleg van moeras en nieuwe natte natuur. Landelijk investeren waterschappen vele tientallen miljoenen euro’s in retentiegebieden. Bron: ‘Landschappelijk ondernemen in de Achterhoek’, Anne Oosterbaan en André Kaminski, uitgeverij Alterra, februari 2013. Zie: wur.nl/nl/show/De-Achterhoek-weer-mooi-met-landschappelijk-ondernemen.htm.

35. Kleinschalige en extensieve recreatie


Landgoed De Hoevens in het Brabantse Alphen toont dat een rendabele exploitatie ook kan zonder grote groepen bezoekers. Het landgoed biedt activiteiten waarin natuur en landschap de hoofdrol spelen. Individuen en groepen die voor De Hoevens kiezen, blijken respectvol met de omgeving om te gaan. De economische dragers bestaan uit een natuurcamping met 5 blokhutten en een tipitent, vergader- en groepsaccommodatie in een verbouwde Vlaamse schuur, een natuurbegraafplaats, bezoekers die enkele uren helpen met natuuronderhoud, betaald een dag mee gaan met de schaapherder, cursussen yoga, natuurlijk koken, weerbaarheidstrainingen, paarden en communicatie, paardenlogies, massage, schilderen, themawandelingen, verkoop van bier, ontbijtkoek, koekjes en crackers van zelf verbouwde Sint-Jansrogge, honing van De Hoevens. Zie: dehoevens.nl.

Camping op landgoed De Hoevens, Alphen, N.Br. Foto: Gastvrije Landgoederen 

De belangenbehartiger van natuurkampeerterreinen en trekkershutten heet sinds eind 2014 stichting De Groene Koepel, te gast in de natuur. De stichting lanceerde half maart 2017 de website degroenekoepel.nl. De site wil veranderingen in de groene verblijfssector aanjagen, op het gebied van natuurbeleving, duurzaamheid, cultuurhistorie en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Tegelijk presenteert De Groene Koepel het DGK Lab. Dit kennislab organiseert kennissessies en workshops met diverse partners en onderwijsinstellingen. Ook ontwikkelt het kennislab proeftuinen en innovatieve concepten zoals de duurzame Trekkershut, de Trek-in. Het DGK Lab staat open voor de hele verblijfsrecreatiebranche. In maart 2017 telde Nederland 133 erkende Natuurkampeerterreinen en Frankrijk vijf. Erkende Trekkershutten bevinden zich op 250 locaties in de Benelux en er zijn in totaal 15 erkende GroepsNatuurkampeerterreinen. Bron: De Groene Koepel, 14/03/17.
De website elkeplek.nl, een initiatief van Recron uit 2014, streeft ernaar om alle recreatie, met en zonder overnachting, voor iedereen makkelijk vindbaar te maken.