Inleiding


De Nederlandse markt groeide in 2014 tot 1 miljoen ton houtige biomassa. Dat blijkt uit het eerste onderzoek in zijn soort. Stichting Probos is de eerste die de markt voor houtige biomassa, zoals chips, chunks en shreds in beeld brengt. Probos doet dat via een landelijke enquête waaraan 43 handelaren in houtige biomassa deelnamen. Het gaat om houtige biomassa uit bos, landschappelijke elementen en de bebouwde omgeving, uitgedrukt in tonnen vers, dus met 50% vocht. Haardhout valt buiten de enquête, omdat het CBS het Nederlandse haardhoutverbruik al op een andere manier in beeld brengt.

Het overgrote deel van de houtige biomassa bestaat uit chips en shreds. Chips zijn houtfracties met een lengte van 5 tot 50 millimeter. Chunks zijn groter met een lengte van 50 tot 150 millimeter. Shreds zijn grove houtige fracties, vaak gemaakt van takken, wortels en stronken. Bij de verwerking worden hamers en klepels gebruikt en geen messen zoals bij chippen. Shreds bevatten, als het materiaal uit de grond komt, veel zand, wat een hoger asgehalte geeft. Om zoveel mogelijk zand te verwijderen, worden de shreds meestal gezeefd. Shreds zijn niet uniform van grootte en erg langvezelig.

Het grootste deel - 444.000 ton vers (44%) - van de houtige biomassa komt uit de bebouwde omgeving, vooral van gemeenten, hoveniers en (groen)aannemers. Ruim 365.000 ton (36%) van de houtige biomassa komt uit landschapsonderhoud, zoals de kap en snoei van laan- en straatbomen, houtwallen, singels en kleine bosjes. Logisch, want leveranciers moesten tot voor kort betalen voor de stort, maar profiteren nu van inkomsten uit groene brandstof. In 2014 kwam uit bos 194.000 ton (19%), vooral van omvormingen van bos naar ander landgebruik en van grootschalige verjonging, maar ook van tak- en tophout en rondhout van matige kwaliteit.

Meer dan de helft (57%) van de houtige biomassa ging in 2014 naar het buitenland. Circa 43% werd in Nederland afgezet, vooral voor opwekking van duurzame energie. De chemische industrie heeft in 2014 nog geen houtige biomassa afgenomen. Voor de jongste cijfers zie: http://www.probos.nl/images/pdf/bosberichten/bosberichten2017-05.pdf

Groot groeipotentieel

De handel in houtige biomassa ligt 20% hoger dan de schattingen in de afgelopen periode. De mobilisatie en vermarkting van houtige biomassa is dus op gang gekomen, concludeert Probos uit de enquête. Het marktvolume kan nog met bijna de helft groeien, want het berekende potentieel uit Nederlands bos, landschap en bebouwde omgeving ligt op circa 1400 kton vers. De afzet zal groeien door de toename van het aantal op biomassa gestookte kachels bij bedrijven. Bovendien ontstaan nieuwe toepassingen voor hout, bijvoorbeeld in de chemische industrie.

Als de subsidieregeling SDE+ effect heeft, zal de export dalen en de toepassing van biomassa voor duurzame energie in eigen land toenemen. Waarschijnlijk vergt dat robuustere biomassacentrales die in staat zijn geshredderd materiaal, met vervuiling van zand, als brandstof in te zetten. Daar komt nog iets bij. Volgens het Energieakkoord gaat het in Nederland verbruikte hout voor energie van 20%  in 2013 naar bijna 50% in 2030. Dit komt overeen met het verwachte Europese gemiddelde.

Het Duitse moederbedrijf van Essent, RWE, haakt aan bij die trend. Het energieconcern bouwt de Eemshaven- en Amercentrale om van kolen naar biomassa om daarmee de CO2-uitstoot met 80% te verminderen. De benodigde houtsnippers komen uit Canada, VS, Portugal, Scandinavië en Rusland. De Amercentrale draait na de zomer van 2017 al voor 30% op biomassa. Eind 2017 groeit dat aandeel naar 50%. In de Eemshaven gaat de omschakeling trager, namelijk naar 15% in 2019. RWE krijgt acht à tien jaar forse subsidies van naar verluidt €100 miljoen per jaar, meldt het Financieele Dagblad 6 juli 2017. Zie: fd.nl/ondernemen/1209255/energieconcern-rwe-zoekt-hoofdrol-in-biomassaketen.

Het Nederlandse houtverbruik bedroeg in 2015 ongeveer 14 miljoen m³ rhe (rondhoutequivalent) en dit houtverbruik stijgt bij gelijkblijvende randvoorwaarden tot bijna 25 miljoen m³ in 2030. De belangrijkste oorzaak van deze stijging is de grote verwachte toename van het houtverbruik voor de opwekking van energie.

Omdat het huidige Nederlands bos tot 8 procent kan voorzien in de Nederlandse energiebehoefte voor particulieren (cijfers van Ecofys en Alterra) pleit de Nederlandse houtsector voor de aanleg van 100.000 hectare extra bos. Dat vergt 2,5% van het landoppervlak. Ondanks de groeiende vraag naar hout neemt het oppervlak aan bos in Nederland af. Tussen 2013 en 2017 daalde het oppervlak van 376.000 naar 365.000 hectare, een verlies van 11.000 hectare, vooral als gevolg van kap van tijdelijke bossen.

In een Agroconvenant heeft de rijksoverheid met grote partijen uit de sector NBLH (Natuur, Bos, Landschap en Houtketen) zich tot doel gesteld vanaf 2020 per jaar 1.700 kiloton droge stof goed voor 32 petajoule (PJ) uit Nederland te halen. Het jaarlijkse werkplan staat op rvo.nl/agrosectoren. In 2013 bereikte deze sector 917 kiloton droge stof en 16,4 PJ. Het doel vereist dus een verdubbeling van de productie aan biomassa. Volgens Probos kan de productie stijgen tot 40 PJ in 2050 door ook gras, riet en heide te gebruiken. Om verarming van nutriënten en natuur te voorkomen moet 30% achterblijven. Dat biedt nog een enorm groeipotentieel omdat nu 50% van de bijgroei wordt geoogst en de oogst dus kan groeien naar 70% zonder schade aan te richten.

De analyse van het Nederlandse houtverbruik richting 2030 door Probos maakt duidelijk dat we in Nederland veel meer hout gaan verbruiken. Met name voor energiedoeleinden. Dit resulteert in een grotere vraag naar Nederlands hout, maar vooral in een veel grotere import van met name energiepellets. Onze grote afhankelijkheid van import vormt een grote uitdaging, omdat de houtconsumptie ook in een groot aantal andere landen sterk zal toenemen.

Twee trends vergroten de vraag nog meer. De chemiesector verwacht dat na 2030 houtige grondstoffen voor chemie een grote vlucht nemen. De Europese papierindustrie heeft in haar visie voor 2050 gekozen voor verbreding naar alle producten met houtvezels, zoals energie, medicijnen, cosmetica en kleding.

Productie en verwerking van biomassa maken dus snelle ontwikkelingen door. Landbouw en natuur gaan het grootste deel van de groene grondstoffen leveren voor de productie van materialen, medicijnen, chemicaliën, transportbrandstoffen, warmte en elektriciteit, samen de biobased economy genoemd. De verwachting is dat de komende jaren de vraag naar biomassa groter is dan het aanbod.

Enkele cijfers om een indruk te geven van de afzetmarkt. De Stichting Groen Gas Nederland ziet de productiecapaciteit groeien van 30 miljoen kubieke meter gas uit biomassa in 2011 tot een maximum van 3,5 miljard kubieke meter in 2030, genoeg voor ruim anderhalf miljoen huishoudens. Daarbij is biogas uit waterplanten niet meegerekend. Tot 2020 zal de meeste energie uit vergisting komen, maximaal 600 miljoen kubieke meter, daarna krijgt vergassing een grotere rol. Oprichters van stichting Groen Gas Nederland zijn Gasunie, Netbeheer Nederland, Essent, Eneco, E.on, GasTerra, LTO Noord, Friesland en Leeuwarden. Zie: groengas.nl.

Om opschaling van groen gas te bevorderen hebben overheden, bedrijven en kennisinstellingen, samenwerkend in de Green Deal Groen Gas, het kenniscentrum InVesta te Alkmaar geopend. Mark Overwijk, manager bio-energie ECN: “InVesta wil initiatieven met biomassavergassing ondersteunen. Het groene gas willen we invoeden op het bestaande gasnet. Met Liander kijken we naar deze mogelijkheden. Maar ook de productie van chemicaliën en brandstoffen als bio-LNG en bio-CNG biedt mogelijkheden. Deze laatste willen we leveren aan een nabijgelegen tankstation.” Zie: greendeals.nl/de-spannende-stap-richting-groen-gas/#sthash.h2ZLqgpd.dpuf.
Voorbeeld. Afvalverwerker Omrin heeft 9 december 2016 op Ecopark De Wierde bij Heerenveen de grootste groengasinstallatie van de Benelux officieel in gebruik genomen. Het biogas uit vergisting van organisch afval wordt samen met het gas uit de stortplaats van Ecopark De Wierde zo aangepast dat het als groengas op het openbare net van Liander kan worden gezet. Hierna is het net zo te gebruiken als aardgas. De nieuwe installatie levert ruim 14 miljoen m3 groengas per jaar. Daarvan wordt 13 miljoen m3 geschikt gemaakt voor tenminste 10.000 huishoudens. De resterende 1 miljoen m3 groengas verwerkt Omrin tot brandstof voor de eigen voertuigen.

Een online overzichtskaart van het gebruik van houtige biomassa voor energieopwekking in Nederland en aangrenzende gebieden staat op: avih.nl/biomassakaart. Voor simulatiemodellen houtige gewassen zie: e-land.info, vraag en aanbod van biomassa bieden onder andere biomassadhz.nl en biomassa-alliantie.nl/vraag-en-aanbod.

Ondanks het grote verschil tussen vraag en aanbod blijkt marktwerking ver te zoeken. In bijna de helft van het bos heeft de afgelopen tien jaar geen oogst plaatsgevonden. En terwijl de vraag naar hout voor industriële toepassingen voor twee derde bestaat uit naaldhout, worden er tegenwoordig vooral loofbomen aangeplant. Dat blijkt uit de Zesde Nederlandse Bosinventarisatie 2014 van Alterra Wageningen UR, Probos, Silve en Bureau Daamen.

De technische mogelijkheden bestaan, maar biomassaprojecten komen vaak moeilijk van de grond omdat het nog ontbreekt aan regie in de ketens, er nog geen raamwerk is voor meervoudige verwaarding of de doorstroom wordt belemmerd. Die impasse willen de partijen doorbreken die in april 2016 de Green Deal ‘Business met biomassa en biobased gas’ ondertekenden, “In deze Green Deal gaan duurzame koplopers in de industrie, de hernieuwbaar-gassector, kennisinstituten én de overheid samenwerken aan de ontwikkeling van een biobased economie en hernieuwbaar gas”, aldus Cor Leguijt van CE Delft. CE Delft levert voorzitter en secretaris van de Green Deal.

“Om effectief te zijn, vormen bedrijven een keten waarbij reststromen van de één als grondstoffen dienen voor een ander bedrijf”, stelt Leguijt. “Met nieuwe, schaalbare omzettingstechnieken kan biomassa zowel duurzame grondstoffen als hernieuwbaar gas opleveren.” Deze meervoudige verwaarding maakt gebruik van cascadering. Dit houdt in dat hoogwaardige grondstoffen – zoals mineralen, eiwitten en vezels – eerst aan de biomassa worden onttrokken. “En uit het restproduct wordt via raffinage, vergisting en vergassing duurzame energie gewonnen.”

De kennis van AkzoNobel, Cosun, DSM, Energy Academy Europe, ECN, FrieslandCampina, Gasunie, Groen Gas Nederland en Havenbedrijf Rotterdam zullen zij breed delen en verspreiden. Zie: greendeals.nl/van-biomassa-naar-grondstof-en-energie/#sthash.6vBOe1JU.dpuf.

Landschappelijke inpassing van biomassateelt

Stichting Probos heeft in oktober 2016 samen met H+N+S Landschapsarchitecten de praktijkgids ‘Biomassateelt als ontwerpopgave. Handreikingen en inspiratie voor landschappelijke inpassing van houtige biomassa’ uitgebracht. Doel van deze gids is om terreineigenaren en ontwerpers te informeren over de mogelijkheden voor biomassateelt in Nederland en hen te inspireren tot ruimtelijk inpassen.

Er zijn steeds meer initiatieven om binnen Nederland houtige biomassa te telen met snelgroeiende boomsoorten als wilg, populier en els of gewassen als Miscanthus (olifantsgras). Net als windmolens heeft ook biomassateelt impact op het landschap. “Het is belangrijk om biomassateelt goed in te passen, zodat landschappen niet verrommelen, andere landschappelijke waarden in stand blijven en er draagvlak ontstaat voor biomassateelt”, schrijft Probos. De twee partijen hebben vier masterclasses georganiseerd waar voor vijf gebieden ontwerpen werden gemaakt voor biomassaplantages, te weten recreatiegebied de Eendragtspolder, bedrijventerrein Doejenburg 2, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Zandwinplas Lingemeren en wegbermen in Lelystad. Bestellen: mail@probos.nl of tel. 0317-466555.

Olifantsgras. Foto: Pixabay