Inleiding recreatie en sport 


Recreatie staat in een kwade reuk. Niet geheel terecht. Recreatie blijkt nauwelijks schadelijk, zelfs niet voor de meest beschermde natuur, namelijk Natura 2000-gebieden, aldus Fred Bloot, voorzitter van Regiegroep Recreatie en Natuur. Als bezoekers schade aanbrengen, bestaan daar oplossingen voor “die niet per definitie hoeven te worden gezocht in het beperken van recreatiedruk”, concludeert Fred Bloot. Eenzelfde geruststelling komt van Marianne van der Veen, projectleider van het Natura 2000-beheerplan voor de Veluwe. “Slechts 12 procent van de bedrijven op en rond de Veluwe die willen uitbreiden, krijgt te maken met beperkingen uit het Natura 2000-beheerplan. Zij zullen een Natuurbeschermingswetvergunning moeten aanvragen."

Op landgoederen groeien de kansen voor economische ontwikkeling, dankzij Natura 2000. Als particuliere eigenaren bijdragen aan Natura 2000-doelen, krijgen zij ruimte voor economische dragers, voorlopig alleen voor landgoederen groter dan 5 hectare. Het helpt als zij een Landgoedvisie opstellen waarin staat welke economische dragers zij willen toevoegen en wat zij daar aan natuurwinst tegenover stellen. Dat moet leiden tot een zogenaamde natuurboekhouding met de positieve en negatieve gevolgen van de plannen. Toename van natuurkwaliteit vergemakkelijkt de vergunningverlening. Subsidies zijn beschikbaar uit de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), naast de vergoedingen voor natuurbeheer. De PAS-middelen vormen de opvolgers van de Effectgerichte Maatregelen (EGM).

Over de invloeden van recreatie en natuur op elkaar heeft de provincie Zuid-Holland onderzoek laten doen: ‘Onderzoek van Alterra naar recreatie in Natura 2000 gebieden laat zien dat het effect van de meeste invloeden van recreatie op de meeste natuurwaarden relatief klein, vooral lokaal van aard en lastig meetbaar is.’ 

Natuur is waarschijnlijk de grootste attractie van Nederland, maar dat wordt nauwelijks bijgehouden met cijfers. Natuurgebieden zijn bijna allemaal vrij toegankelijk en hebben vaak meerdere ingangen. Registratie van het aantal bezoekers is dan ook lastig. De website Pretwerk heeft een poging gedaan. Het Nationale Park De Hoge Veluwe is een uitzondering op de regel en heeft dankzij de betaalde entree wel zicht op het aantal bezoekers. De Hoge Veluwe ontving 546.000 bezoekers in 2016. Ook de Amsterdamse Waterleidingduinen maken een gecalculeerde inschatting omdat de bezoekers daar een kaartje of abonnement moeten kopen. De Waterleidingduinen trekken al jaren 'rond 1 miljoen betalende bezoekers'. Het bezoekerscentrum in het gebied trok vorig jaar 56.485 bezoekers.

De Veluwezoom. Foto: Pixabay

Een andere indicator wordt gevormd door het bezoek aan bezoekerscentra van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. De grootste zeven bezoekerscentra van Staatsbosbeheer trokken in 2016 circa 1,1 miljoen bezoekers, terwijl bij de grootste zeven bezoekerscentra van Natuurmonumenten in 2015 een kleine 700.000 bezoekers geteld werden. Bron: Pretwerk, 27/01/17.

Top 10 van natuurgebieden met meeste bezoekers uit het NBTC NIPO onderzoek 2015 en andere bronnen:

  1. Brunssummerheide: ruim 2 miljoen
  2. Veluwezoom: 1.459.000 bezoekers
  3. Loonse en Drunense Duinen: 1.209.000
  4. Oostvaardersplassen: 905.000
  5. De Biesbosch: 790.000
  6. Natuurgebied rondom Nunspeet: 785.000
  7. Natuur rond Ugchelen en Hoenderloo: 728.000
  8. Dwingelderveld: 609.000
  9. Nationale Park Hoge Veluwe: 546.000
  10. Mastbos en Markdal: 514.000
  11. Drents Friese Wold: 469.000

Zie: nationaleparkenwereldklasse.nl/wp-content/uploads/2016/09/Onderzoek-bezoekers-programma-NP.pdf, http://www.limburgs-landschap.nl/persberichten/item/recreatieonderzoek en limburger.nl/cnt/dmf20170517_00040580/limburgse-natuurgebieden-populairder-dan-efteling.   

Cijfers over de economische bijdrage van natuurrecreatie zijn schaars. Onlangs kwam Staatsbosbeheer met cijfers over uitgaven in Drenthe. Gemiddeld besteden bezoekers aan Drentse natuur €8,44. Het aantal unieke bezoekers aan 35 gebieden bedraagt bijna 3 miljoen per jaar. Dat brengt de jaaromzet dankzij die bezoekers op ruim €25 miljoen per jaar. Daarvan komt, zoals bekend, slechts een klein deel bij de eigenaren van die natuur.

De 35 onderzochte gebieden zijn niet alleen van Staatsbosbeheer, maar ook van Natuurmonumenten en het Drentse Landschap. Het NBTC-NIPO heeft het onderzoek uitgevoerd, met cofinanciering van de provincie Drenthe en het Recreatieschap. De waardering voor de natuurgebieden scoort een 8-. Het Nationaal Park Dwingelderveld is het meest populair. Drouwenerzand staat op de tweede plaats, gevolgd door Veenhuizen/Fochteloërveen, Nationaal Park Drents-Friese Wold en Boswachterij Gieten-Borger. Bron: Het Drentse Landschap, 14/07/16. Zie ook: staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/nieuws/2016/07/natuurgebieden-drenthe-populair-en-hoog-gewaardeerd.