Interview met Hein A. van Beuningen, directeur NSW- Landgoed Anderstein NV

‘Natuur is een productiemiddel’


Hein van Beuningen heeft als directeur van vier landgoederen de opdracht de duurzame instandhouding veilig te stellen. Dat vergt investeringen in natuur en cultuur, en verdienmodellen om die investeringen te bekostigen. “Daarbij speelt de behoefte van de gemeenschap aan landgoederen omdat ze bijdragen aan het geluk van mensen.” Over de dilemma’s van een landgoedeigenaar.

“Natuur is een productiemiddel. Dat is al eeuwen zo. We vinden Twickel, Montferland, Salland, Noordoost-Twente mooi, maar beseffen niet altijd dat dit het werk is van particulieren. Nu de overheid zich terugtrekt, wordt de vraag naar rendement actueler. Moerassen, plasdras, blauwgraslanden en hei dragen daar niet aan bij. Vandaar de noodzakelijke beheerbijdragen van de overheid. Dit soort natuur levert de eigenaar in economische zin niets op, bossen echter wel. Daarom verwacht ik dat productiebos weer interessant wordt. Particulieren zullen bij voorkeur bos kopen of via omvorming aanleggen. Ook zou aankoop een optie moeten zijn, met name vanuit overheidsbezit”, vindt Hein van Beuningen, directeur van landgoed Anderstein in Maarsbergen.

“Voor particuliere eigenaren is altijd een relevante vraag of enig rendement op natuur en landschap mogelijk is. Dat rendement zal in Nederland nooit hoog zijn vanwege de kleinschaligheid. Aandelenbezit kan voor extra inkomsten zorgen, net als onroerend goed, maar ook voor grote risico’s. Met grond verlies je wel eens een boom of iemand haalt een kruiwagen grond weg, maar meer niet. Je ziet ook wat het eigendom is; je kunt er over heen lopen en dat geeft een goed gevoel. Een langetermijninvestering”, vat Hein van Beuningen samen, waarbij ‘lange termijn’ minstens ‘tientallen jaren’ betekent.

Houtproductie is op de meeste grote landgoederen nog steeds een interessante inkomstenbron. De overheid wil geen monotone productiebossen, maar groen met meer diversiteit. Die opvatting leeft ook bij veel eigenaren. Hein van Beuningen ziet mogelijkheden in de combinatie. “Mooie bossen kunnen ook hout opleveren, bijvoorbeeld met een mix van diverse soorten, zoals Douglas en ander snelgroeiend hout. Douglas is een naaldhoutsoort die al na zestig tot tachtig jaar kaprijp is en goed timmerhout oplevert. Nu het Klimaatakkoord van Parijs alle landen op het spoor zet van transitie naar duurzame energie, stimuleert dat particulieren om op meer grond bossen te planten, bijvoorbeeld in plaats van hei. Zonder intensief beheer gaat heide trouwens vanzelf over in bos.”

Hein van Beuningen merkt dat de interesse voor biomassa groeit. “Maar rendabel is de productie nog niet.” Hij laat ter illustratie een rekening zien voor het versnipperen van takken van €1800 waar de aannemer €375 aan opbrengsten heeft afgetrokken. “Je kunt economisch gezien dus beter het takhout ter plekke verbranden of terugvleien in de houtwallen.”

“Grootste inkomstenbron van Anderstein is de golfbaan van 27 holes. De vereniging met 1100 leden huurt de ondergrond van honderd hectare op basis van een langlopend contract. Zij doen het onderhoud van de golfbaan.”

“Belangrijkste uitgavenposten voor de NV vormen het personeel en het onderhoud aan gebouwen, natuur en landschap. We werken met vaste mensen die multi-inzetbaar zijn. Onze mensen kennen elk gebouw. Ze weten wat ze de vorige keer gedaan hebben. We hebben genoeg werk voor twee onderhoudsmannen voor onze opstallen, een schilder en een man voor het groen. Alle vier kunnen ze een lekkage verhelpen en meehelpen in het groen.”

“Geld uit de waardedalingen van landbouwgronden met een natuurbestemming trachten wij te investeren in financieel rendabele projecten. Dat provinciale compensatiegeld kan gaan naar de bouw of verbouw van opstallen tot woonhuizen, of we lossen er bankschulden mee af. Zo betaalt de provincie Utrecht voor een natuurproject van vijftien hectare dertig jaar lang een geïndexeerde compensatie voor de waardedaling. Dat is een mooie en zekere kasstroom. Op basis van zulke compensatiegelden hebben wij ook leningen verkregen uit groenfinanciering die mede zijn ingezet om het voormalige woonhuis om te vormen tot renderend kantoor. De huurders zitten hier graag vanwege de mooie omgeving. Van leegstand hebben wij nagenoeg geen last.”

Van Beuningen benadrukt dat nog steeds te veel administratief werk een te grote rol speelt in de communicatie met de provincie over omvorming en inrichting. “Er gaat veel te veel overheidsgeld naar nieuw, gewijzigd en nogmaals gewijzigd beleid. Nu weer certificering, collectieven en aanleveren van te veel stukken via ingewikkelde formulieren en digitale kaarten. Veel geld moeten we besteden aan deskundige bureauhulp en dat blijft jammer! Deze middelen zouden zoveel nuttiger besteed kunnen worden om het buitengebied duurzamer en mooier te maken.”

Industrialisering buitengebied

“Een steeds groter vraagstuk is de industrialisering van het buitengebied. Het is niet te geloven dat bijvoorbeeld in de Gelderse Vallei hele agrarische industrieën ontstaan waar de maatschappij echt niet zit op te wachten. Op landgoederen zullen we dit te allen tijde voorkomen”, verzekert Van Beuningen. “Faciliteer als overheden die particuliere drang naar mooie landschappen. Mijn suggestie? Richt een nieuwe investeringsbank op bestaande uit de Waterschapsbank, Bank Nederlandse Gemeenten en Nationaal Groenfonds en zet in de mooiere delen van Nederland een omgekeerde ruilverkaveling in werking. Zeker nu er zoveel agrarische bedrijven stoppen. Een herinrichting van het landschap waar sloten weer beken worden, houtwallen weer terugkomen, wegen tot fietspaden worden omgevormd, maar natuurlijk als belangrijkste doel het zoveel mogelijk laten beëindigen van de agrarische industrieën door het slopen van zoveel mogelijk niet-historische gebouwen. Mooie landschappen, gedragen door boeren en landgoedeigenaren op basis van natuurvriendelijk gebruik. De stedeling zal  in toenemende mate hiervan gebruik gaan maken. Zeker nu de wereld om ons heen minder stabiel aan het worden is.”

Steeds betere ervaring met gemeente

“Wij hebben uiteenlopende ervaringen met overheden. Op een klein NSW-landgoed van 8 hectare in Wijk bij Duurstede wilden we iets bouwen met een landgoeduitstraling. Dat overleg kostte ons dertien jaar. Dat is zeer onbevredigend”, verzucht Hein van Beuningen. “Ambtenaren kunnen dan niet naar de toekomst kijken en klampen zich vast aan bestaand beleid. Een huis van 600 kubieke meter is dan de standaard. Door het afbreken van veel rood met asbest is dit opgerekt naar een burgerwoning van 800 kubieke meter. Uiteindelijk is het toch nog een aardig huis geworden.”

Het kan anders. “Op landgoed Appel te Nijkerk hebben we goede ervaringen met overheden. Hier hebben we behoorlijke stukken marginale landbouwgrond kunnen omvormen naar natuur.”

“Beheer op het cultuurhistorische landgoed Appel kost nu nog extra geld vanwege het achterstallig onderhoud, zoals bestrijden van Amerikaanse vogelkers, terugzetten van te ver doorgegroeide houtwallen, singels en hakhout, maar ook het plaatsen van slagbomen en borden zodat meteen duidelijk is wat fietspaden zijn en wat wandelroutes.”

“Dit past in de uitvoering van onze Landgoedvisie die in 2010 gereed kwam. De kern van dit plan bestaat uit de wensen van de provincie om maatregelen te nemen tegen verdroging, gekoppeld aan de duurzame instandhouding van het landgoed. We werken mee aan een antiverdrogingsplan via de aanleg van een groot nat heidegebied gekoppeld aan extensieve landbouw binnen het historisch cultuurlandschap.”

Het waterschap Vallei en Veluwe begon in 2013 aan de uitvoering van het antiverdrogingsplan. Een deel van de Appelse Beek kreeg een drempel van leem waar deze watergang een hoge zandrug kruist. Hierdoor blijft er meer water in het gebied. Stroomafwaarts komen drie regelbare stuwen om het bos te vernatten. In het bosgebied van de Rubberbeek maakt het waterschap een watergang ondieper en plaatst het twee stuwen, zodat het water langer in het gebied blijft. Gevolg is dat de grondwaterstand omhoog gaat, wat gunstig is voor bodem, planten en dieren.

Rijk en provincies hebben het herstelbeleid voor verdroogde gebieden vastgelegd in convenanten. Heemraad Marjan Brouwer van waterschap Vallei en Veluwe: "Als overheden zijn we samen verantwoordelijk. De provincies stellen de kaders, het Waterschap voert uit.”

Landgoed Appel is een van de TOP-gebieden met natuur van bijzondere waarde, die overheden hebben aangewezen om het waterpeil te verhogen. De provincie stelt de middelen voor omvorming en inrichting grotendeels ter beschikking. In totaal wordt zeventig hectare heringericht.

“Appel hebben we in twee delen gekocht met geld van Anderstein. Die middelen kwamen vrij door de verkoop van ons melkquotum en het daarbij behorende melkvee. Het tweede, zuidelijke deel van Appel kwam nogal plotseling in de verkoop. Op dat moment hadden we geen kasgeld, zodat wij een lening moesten afsluiten bij de plaatselijke Rabobank. Die rente is onze grootste kostenpost en omdat de inkomsten uit dit landgoed niet voldoende zijn voor rente en aflossingen, zoeken we extra verdienmodellen, naast de omvormingsbijdrage.”

“Na de aankoop van Appel-Zuid hebben we de Landgoedvisie herschreven. Die visie beschrijft omvorming van de slechtere, vaak laag gelegen landbouwgronden naar natte hooilanden of natte schraalgraslanden en herstel van de historische gebouwen. Ook mogelijke afrondingsaankopen, ontpachtingen en verplaatsing van een hoevepachter staan in onze Visie. Hiervoor ontvangen wij gelukkig behoorlijke provinciale middelen. Onze investeringen proberen we terug te verdienen door op erven die niet meer in agrarisch gebruik zijn, nieuwe economische dragers te ontwikkelen. Appel is daarbij afhankelijk van de gemeente, die vergunningen moet afgeven. Thans is een van de drie hoevepachters uitgeplaatst. Op den duur zal één van de drie hoevepachters overblijven met meer oog voor natuur en landschap op basis van een gesloten, gemengd bedrijf.”

“Het einddoel van onze Landgoedvisie is dat Appel zich geheel zelfstandig kan bedruipen. Dat kan zodra we geen grote bedragen aan bankrente meer hoeven te betalen. Een aankoop van een landgoed met een banklening kan nu eenmaal niet. Toch zijn wij de uitdaging aangegaan.”

“Plannen voor de toekomst op Appel? Wij zijn volop doende om de natuurplannen te realiseren. Daarnaast gaan wij de vrijkomende erven een andere bestemming geven om verdienmodellen mogelijk te maken.”

'Liefst in erfpacht aan familie'

“We geven woningen het liefst in erfpacht aan familie. Eigenlijk willen we alle leden van de volgende generatie een kans geven om te wonen of te verblijven in het groen. Zo versterk je de band tussen familie en bezit. Permanent wonen, zal niet voor iedereen lukken, want een deel woont in het buitenland.” Voor alle anderen hoopt Hein van Beuningen dat het gaat lukken. Want: “Voor de toekomstige generatie met hun kinderen is het toch prachtig om in het groen op te kunnen groeien in plaats van in een stad.”

Niet buiten de familie? “We hebben slechte ervaringen met mannen in strakke pakken en paarse stropdassen die zo nodig buiten in het groen moeten wonen. Ze hebben een mooi en snel verhaal over hun motivatie en bedoelingen, maar aan het eind merk je dat ze niet passen in het landgoed.”

Familiestatuut

“De kinderen van de volgende generatie hebben een familiestatuut opgesteld waarin zij met elkaar afspraken hebben gemaakt over de toekomst. Uitgangspunt is dat de landgoederen door overerving van de ene naar de andere generatie gaan en de familieleden niet afhankelijk dienen te zijn van opbrengsten vanuit de landgoederen. Dit kan alleen goed gaan bij grote saamhorigheid tussen de familieleden.”

“Je merkt soms bij grote landgoederen met veel eigenaren dat een familielid het eigenbelang laat prevaleren boven het familiebelang, waardoor het landgoed in de problemen komt. Vandaar dat de kinderen van de volgende generatie deze afspraken met elkaar hebben gemaakt.”

Karakteristieken Anderstein

Landgoed Anderstein NV omvat circa 555 hectare, verdeeld over 220 hectare Anderstein bij Maarsbergen, 312 hectare Appel bij Nijkerk, 16 hectare ’t Stort bij Maarn en 8 hectare Nieuw Dijkhoeve Wijk bij Duurstede.  De aandelen zijn in handen van 21 familieaandeelhouders, verdeeld over twee generaties.

Gebouwen: 24 in vol eigendom; 13 opstallen zijn rijksmonument en 5 gemeentelijk monument.

Boeren: Twee hoevepachters, 12 loslandpachters en 12 erfpachters.

Jaaromzet Anderstein en ’t Stort: ruim €1 miljoen, waarvan 40% uit 100 hectare grote golfbaan, 40% uit kantoorverhuur (4 gebouwen), 20% uit erfpacht, pacht en overige inkomsten.

Jaaromzet Appel: €250.000, waarvan agrarische pacht de helft bijdraagt en erfpacht een derde. Het overige komt van bos en landschap, vooral via beheersubsidies. Uitgaven: rentelasten van de aankoop, 1 personeelslid met auto, gereedschap en machines. Incidentele kostenpost: wegwerken van achterstallig onderhoud van opstallen en bos, natuur en landschap.

Nieuw Dijkhoeve Langbroekerdijk Wijk bij Duurstede. Landgoed is uitgegeven in erfpacht aan een familielid op basis van €20.000 per jaar.  

Uitgaven: 8 personeelsleden (6 fulltime, 2 in deeltijd), beheer en onderhoud gebouwen, park, bos en natuurterreinen plus algemene kosten.

Plannen:

  • Anderstein: Sloop van 2 ligboxenstallen en bouw van veldschuur voor beheer en onderhoud. Herbouw van historische hoeve het Uilengat. Na aankoop van aanliggende boerderij met 7 hectare worden plannen gesmeed voor herbestemming van dit erf na sloop van de opstallen.
  • ’t Stort: Renovatie van het voormalige spoorstation dat in 2015 is aangekocht.
  • Appel: Herbestemming van een historisch erf van landbouw naar bewonen op basis van rood voor rood en rood voor groen. Dit erf is vrijgekomen door de uitplaatsing van de pachter die dertig hectare pachtte. 


Hein van Beuningen
(1953). Na Mulo, Hogere Landbouwschool in Dronten, kopstudie aan Hogere Landbouwschool in Dordrecht. Van 1974 tot 1992 actief melkveehouder. Vanaf 1990 directeur Landgoed Anderstein NV.