Interview Frans baron van Verschuer, directeur/eigenaar landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt

Frans en Nathalie van Verschuer

Een bekend landgoed met twee grote publiekstrekkers


Heerlijk Mariënwaerdt is misschien wel het bekendste landgoed van het land, vanwege de centrale ligging aan de A2. Grote aantallen bezoekers komen naar twee meerdaagse fairs. “De rest van het jaar is het hier rustig.”

Hoe belangrijk bezoekers zijn voor landgoed Mariënwaerdt in Beesd blijkt uit de twee belangrijkste inkomstenbronnen, namelijk horeca en twee fairs, elk goed voor 30% van de omzet. “Voor de Landgoedfair in augustus en de Kerstfair in december hebben we een simpele formule. De kosten halen we uit de verhuur van stands aan 120 standhouders. Dus draagt elke entreebetalende bezoeker bij aan de netto winst. Verdeeld over vijf dagen trekt elke fair bijna veertigduizend bezoekers.” Ter geruststelling voegt directeur Frans baron van Verschuer toe: “De rest van het jaar, 355 dagen, is het hier heel rustig.”

De tweede inkomstenbron bestaat uit horeca en zes locaties voor vergaderingen, feesten en bruiloften. Zeker de bruiloften zijn populair want er zijn al verloofde stellen die hun feest over twee jaar gepland hebben. Maar ook pannenkoekenhuis De Stapelbakker en Brasserie Marie dragen bij aan het resultaat. Ze staan samen met de landgoedwinkel en de kaasmakerij op een historische plaats. Hier stond namelijk de boerderij van A.O.R.F. graaf van Bylandt die de Heerlijkheid kocht in 1734 en daarmee zijn bezit uitbreidde tot ruim 900 hectare. Dat areaal is al bijna drie eeuwen in stand gebleven en zelfs nog gegroeid. Op deze plaats ligt ook de entree, nabij het station Beesd en de op- en afrit van de A2 Utrecht –‘s-Hertogenbosch.

"Ik ben anti-erfpacht"

De overige 20% van de inkomsten komt uit verhuur van woningen, bossubsidies en agrarische pacht. Mariënwaerdt beschikt over twintig huurwoningen. Geen erfpacht? “Ik ben anti erfpacht”, stelt Van Verschuer. “Dan ontstaat vervreemding, want je hebt geen invloed meer op de opstallen. Die heb je verkocht.” Hij geeft de verklaring nog in andere woorden: “Dit is geen economische eenheid, maar een instandhoudingeenheid.” Waarmee hij wil zeggen dat hij in stand houden van het landgoed belangrijker vindt dan er zoveel mogelijk rendement uit halen.

“De landbouwpacht van zeventien boerderijen op 640 hectare zorgt voor 10% van de inkomsten. Het gaat om een typisch gemengd bedrijf. Ongeveer tweehonderd koeien leveren per jaar 1,7 miljoen kilo melk waarvan de twee kaasmakers 170 ton kaas maken. Verder grazen er honderd vleeskoeien van het ras Lakenvelder waarvan de Brasserie de biefstukken op het menu heeft staan en de landgoedwinkel het overige vlees verkoopt. Van de tien hectare boomgaarden komt per jaar 120.000 kilo fruit dat in eigen bedrijf verwerkt wordt tot jams en sappen, in een half miljoen potten en flessen. Het beheer van de boomgaarden is in handen van cliënten van twee zorginstellingen, Prezzent en  ‘s-Heerenloo.” Zij doen de hele fruitproductie. “Dat geeft gezonde concurrentie. Als we vragen om meer productie weet de een dat de ander ‘ja’ kan zeggen.”

“De opbrengst van het landgoed gaat als dividend naar de NSW-BV (besloten vennootschap gerangschikt onder de Natuurschoonwet) om daar de kosten van alle onderhoud en beheer te dekken. We zijn niet afhankelijk van subsidie. Als die wegvalt, gaan we het onderhoud anders aanpakken en mogelijk over een langere tijd uitsmeren.”

En de uitgaven? “Grootste kostenpost vormt het onderhoud van de 35 gebouwcomplexen met in totaal 250 gebouwen, waarvan drie landhuizen en zeventien boerderijen. Mariënwaerdt telt 37 rijksmonumenten waaronder veertien hofsteden, diverse hooibergen, vloedschuren en een korenmolen. De monumentensubsidie is een loterij”, ervaart Van Verschuer. “Vanuit het hele land wordt ruim zeven keer meer aangevraagd dan er beschikbaar is. En dan nog moet je de helft zelf betalen.”

Frans van Verschuer heeft een eigen visie ontwikkeld. “Verhalen staan centraal in Mariënwaerdt. Over instandhouding van het landgoed, over productie die zoveel mogelijk hier plaatsvindt, van melk tot kaas, van fruit tot jam, van graan tot meel, van vee tot vlees. Als we bijvoorbeeld de jams in een grote fabriek laten maken, kan dat twintig procent goedkoper, maar dan doet dat behalve afbreuk aan de smaak ook afbreuk aan het verhaal van dit landgoed. Onze producten worden nu in driehonderd winkels verkocht tot en met de Bijenkorf. In Duitsland groeit vooral de kaasverkoop snel. De productie van Mariënwaerdtse delicatessen is een kostbaar onderdeel van het landgoedbedrijf maar levert inmiddels een substantiële bijdrage aan de inkomsten van het landgoed.

Niet iedereen gelooft dat Mariënwaerdt alles zelf produceert, maar Van Verschuer is stellig. “Alle delicatessen worden door ons zelf op Mariënwaerdt geproduceerd. Maar als de afzet groeit, kopen we af en toe fruit of melk van buiten bij. Altijd biologisch gecertificeerd en ook van excellente kwaliteit. Zodra de afzet voldoende hoog is, halen we de productie naar hier.” Een voorzichtig beleid dat de risico’s op overproductie verkleint.

Omzet verdubbelen

“We zijn te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken.” Frans baron van Verschuer legt uit waarom hij de omzet wil verdubbelen. “In het managementteam bespreken we de mogelijkheden. Met de huidige schaal halen we een gezonde cashflow. Maar het voelt nog te kwetsbaar. Dat heeft de crisis ons geleerd.” Van Verschuer verwijst naar de houtproductie waar, alle kosten meegerekend, geld bij moet, ondanks de gunstige houtprijzen van de laatste jaren. Een veel grotere kostenpost vormt het onderhoud van 250 gebouwen. Op de 963 hectare liggen vele wegen en lanen die onderhoud vergen. De tuin met twee tuinmannen kost een ton per jaar. “We gaan dus opschalen”, klinkt het resoluut. Met een hotel, landgoedwinkels en meer productie. 

Gevoelsmatig speelt de opvolging ook een rol. Eind 2016, ten tijde van het interview, heeft hij een zoon van 17 en dochters van 15 en 19 jaar. In 2017 is hij 60 geworden en wil nog tien jaar door. “Marienwaerdt is mijn levenswerk en ik hoop dat het doorgaat.” Frans van Verschuer verwoordt daarmee de essentie van een landgoed, namelijk in stand houden wat de voorouders hebben ontwikkeld en beter doorgeven aan de volgende generatie. De familiebanden zijn aangehaald. Een zoon (1986) van zijn broer en een dochter (1988) van een zus werken fulltime op het landgoed. Het aantal aandeelhouders is uitgebreid van 1 naar 5, met 1 broer en 3 zussen.

Hotel voor groepen

Het hotelplan telt 100 kamers. Waarom? “Bezoeken aan hotels in binnen- en buitenland, gesprekken met de deskundigen van onze Hotelraad, een soort raad van advies, leerden ons dat zo’n hotel gemiddeld een bezetting heeft van 30%. Als je groepen wilt ontvangen, heb je dan nog 70 kamers over. Doe je het kleiner, dan moet je te vaak groepen weigeren. We hebben veel partijen, bruiloften en congressen, soms meerdaags. Die mensen brengen we met pendelbussen naar hotels in Zaltbommel, Vianen of Tiel.” Uit onderzoek blijkt dat Rivierenland een groot tekort heeft aan luxe overnachtingen.

Hoe heeft Mariënwaerdt het bestemmingsplan gewijzigd gekregen? “Het geheim luidt: iedereen partner maken. Door veel openheid over en weer ontstaat vertrouwen. Dan kan er veel. De instandhouding van Mariënwaerdt is niet mijn probleem maar óns probleem. Samen met gemeente, provincies maar ook omliggende bedrijven is het daarmee onze gezamenlijke taak het in stand te houden.” Zijn openheid blijkt groot. Frans van Verschuer geeft op alle vragen antwoord. Want: “Om draagvlak te krijgen moet je transparant zijn, heb ik geleerd. Dat is goed voor de bezoekers maar ook de medewerkers hebben daar recht op.”

Het hotelplan voorziet in een groei binnen drie jaar naar break-even met een bezetting van 70%. De investering komt op €10 miljoen, met een prijs van een ton per kamer. “Als dit mislukt, wordt het mijn zwanenzang”, grapt Van Verschuer. Niet zelf exploiteren, stelde de Rabobank als eis voor de financiering, net als jaren geleden bij het pannenkoekenhuis. “Dat doen we wel”, reageert Van Verschuer ook nu. “Ik geloof niet in verschillende ondernemers op een landgoed. Dan krijgt de bosbouwer nooit iets extra’s en de exploitant van de brasserie wel. Dat geeft scheve ogen. We hebben iedereen nodig.”

Keten van landgoedwinkels

Nog een ambitieus plan is een keten van tien winkels naar het voorbeeld van de Landgoedwinkel op Mariënwaerdt. Van Verschuer denkt aan middelgrote steden zoals Den Bosch, Amersfoort, Leiden, maar ook Utrecht, “omdat het dichtbij ligt en veel mensen ons daar kennen.” Een proef van twee maanden begon 4 november in Leiden met een pop-up Landgoedcafé in het leegstaande V&D-pand.

Hij legt uit: “Nu groeien we alleen in Duitsland, vooral met kaas. We leveren aan meer natuurgroothandels, zoals Odin en Natudis, die natuurwinkels en speciaalzaken bevoorraden. Groei is zo heel moeilijk, want als we overstappen naar een supermarkt, raken we meteen de speciaalzaken en natuurwinkels kwijt.” Over de investering maakt hij zich geen zorgen. “De kosten vallen mee. Per winkel ongeveer €25.000 voor apparatuur en inrichting, plus huur en voorraad.”

Mariënwaerdt gaat de kaasproductie verdrievoudigen, in twee stappen van 6900 kilo melk per dag naar 27.600 een jaar later. Voor de 400 koeien bouwt hij een vrijloopstal die de ligboxenstal vervangt. “Ze lopen op een zachte strooiselondergrond, wat goed is voor hun spieren en gewrichten. De ruimte per koe groeit van 6 naar 20 m2.” Trots is hij op de productie. “Toen we in 1999 omschakelden naar biologisch, daalde de productie van 8300 naar 6100 kilo melk per koe per jaar. Nu, 17 jaar later, zitten we met 8700 kilo boven het oude niveau. Een heel groot succes.”

 “We zijn biologisch sinds 1999. Steeds vaker kregen we vragen van afnemers en klanten die het maar vreemd vonden dat dit landgoed nog met gif spoot en kunstmest gebruikte. De medewerkers moesten in het begin erg wennen aan de omschakeling. Uiteindelijk zijn op een na alle medewerkers er voor gegaan. Nu zijn ze trots op hun producten. De omschakeling heeft kennelijk ook een psychologisch effect.”
Sinds 1981 werkt Frans van Verschuer als lid van de negende generatie op Mariënwaerdt. “Ik heb de boel nogal overhoop gegooid, met alle extra activiteiten.”

“Het landgoed breidt ook uit in areaal. Veel mensen begrijpen niet waarom we nog grond kopen. Die hebben een beeld van rupsje-nooit-genoeg, omdat wij al zoveel grond hebben. Bovendien levert natuur niets op en lopen de natuursubsidies terug. Maar wij willen het areaal in stand houden, dus als er ergens iets af moet, compenseren we dat elders. Zo zijn we vier hectare kwijt geraakt aan de verbreding van de A2. Er kwam aan de noordkant 34 hectare te koop waar het Proefstation voor de Binnenvisserij zat.”

“Het landgoed is een ecologische beheereenheid. Dat is de tweede reden om grond te kopen. Daarmee ronden we de grenzen af en ontstaat een logischer, compacter en doelmatiger geheel.” Van Verschuer pakt een oude kaart van de muur uit 1664. Die toont het zelfde areaal, maar toen nog met de boerderij van graaf Van Bylandt.

“Ten slotte beheren particulieren het land efficiënter en goedkoper dan terreinbeherende organisaties dat doen zoals Natuurmonumenten en het Geldersch Landschap. Begrijp me goed, ik heb niets tegen deze TBO’s (terreinbeherende organisaties). Ze doen heel goed werk en het zou jammer zijn als Natuurmonumenten zou verdwijnen. Maar laten zij zich richten op de pure natuur, zoals zandverstuivingen, kwelders, dan zorgen wij voor het mooie landschap, de landgoederen en de recreatie.”

Van Verschuer geeft een voorbeeld. “In noordelijke richting ligt een mooi rivierenlandschap met veel snippers, zoals een geïsoleerd liggend griend van 6 hectare in bezit van  Staatsbosbeheer. Dat kunnen wij makkelijker en goedkoper onderhouden omdat het aan ons gebied grenst. De boswachter van Staatsbosbeheer moet steeds van ver komen.” Maar Staatsbosbeheer wil er niet vanaf.

Om het draagvlak te vergroten, heeft Van Verschuer op Mariënwaerdt een Vereniging van Vrienden opgericht. Beter gezegd: hij heeft dat idee gepresenteerd op een plaatselijke Rotarybijeenkomst. Daar zaten twee mensen die met het idee aan de slag zijn gegaan. “Ik maak zelf geen deel uit van het Vriendenbestuur. Inmiddels telt de Vereniging zeshonderd leden en groeit nog steeds. Te hard misschien, want tijdens een familiedag waren drie boten nodig voor een tochtje over de Linge. Ze snoeien, ruimen zwerfafval, verzorgen educatieve dagen, onderhouden de vier wandelroutes die ze zelf hebben aangelegd, kochten van hun geld parkbanken, twee AED’s, verzorgen een eigen website en zitten op Facebook en Twitter.” De Vrienden hebben in 2014 een toeristisch informatiecentrum geopend in een bierkelder aan de Biersteeg. De Vrienden hebben de kelder toegankelijk gemaakt en opnieuw ingericht.

Het Rijk prijst wat de fiscus bestrijdt

“Mariënwaerdt zit klem tussen twee kanten van de overheid”, vertelt Frans van Verschuer, directeur van de NSW-BV én de Exploitatiemaatschappij van Mariënwaerdt. “De rijksoverheid prijst ons omdat we het natuurbeheer kunnen bekostigen. De andere overheid, de Belastingdienst, bestraft ons omdat we de Natuurschoonwetregels geweld zouden aandoen.”

“We hebben al een aangetekende brief gekregen van de Belastingdienst met de opdracht om op de website duidelijker onderscheid te maken tussen de commerciële activiteiten van de Exploitatiemaatschappij en die van het landgoed dat onder de NSW-BV valt. Dat heb ik geweigerd. We hebben alles juridisch én boekhoudkundig gescheiden. Zo pacht de Exploitatiemaatschappij agrarische grond van de NSW-BV. En als mensen van het pannenkoekenhuis het gazon op het landgoed maaien, sturen ze een factuur. Op de administratie is een medewerker full time bezig met die onderlinge verrekeningen en het scheiden van de boekhoudingen. Dat lijkt me genoeg.”

De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) heeft eind 2015 de Gouden Mispel uitgereikt aan Frans en Nathalie van Verschuer “voor de bijzondere wijze waarop zij het landgoed ten dienste stellen van duurzame landbouw, verfraaiing van het landschap en vergroting van de biodiversiteit. Het landgoed is bovendien voor ieder te genieten waarbij de familie zorgvuldig de momenten kiest voor gastvrijheid naar een groot publiek”, aldus een VNC-persbericht van 11 december 2015. De Vereniging kent de prijs voor het in stand houden van het Nederlands cultuurlandschap jaarlijks toe. “De mispel, een plantje dat zich spontaan vestigt in houtwallen en heggen, staat symbool voor een gezond landschap.”

Karakteristieken Mariënwaerdt

  • Eigenaar: familie Van Verschuer sinds 1734. De familie Van Cuyck schonk de grond in 1129 aan een Norbertijner Abdij. Commerciële activiteiten vallen onder Exploitatiemaatschappij Heerlijkheid Mariënwaerdt van Frans en Nathalie van Verschuer-des Tombe.
  • Oppervlakte: 963 hectare, waarvan 300 hectare bos en 500 hectare landbouw. Het eigen boerenbedrijf met 375 hectare telt 200 Holsteiner koeien (1,7 miljoen kilo melk: 170 ton kaas), 100 Lakenvelder vleesvee, 10 hectare fruit en akkers. Er is nog 1 pachter. Hij werkt niet-biologisch.
  • Laag fruit: 2 zorginstellingen doen de hele productie op 10 hectare; medewerkers van zorginstelling ‘s-Heerenloo begeleiden mensen met een (licht) verstandelijke beperking, net als Prezzent die ook de zorgimkerij doet.
  • Gebouwen: 250, verdeeld over 35 complexen zoals boerderijen met schuren, 3 landhuizen.
  • Ruim 600 vrijwilligers via Vereniging Vrienden van Mariënwaerdt. 

Inkomsten

30% uit Landgoed- en Kerstfair met samen 80.000 bezoekers.
30% uit horeca (pannenkoekenhuis, brasserie), vergaderen, feesten en bruiloften.
20% uit verhuur woningen, bossubsidies en agrarische pacht (10%), B&B en 2 vakantiehuisjes via BelVilla.
20% uit productie delicatessen, jams, chutneys en kaas.

Uitgaven 

60% onderhoud vastgoed: 250 gebouwen waaronder 3 landhuizen en 12 boerderijen. In totaal telt Mariënwaerdt 32 rijksmonumenten waaronder 14 hofsteden, diverse hooibergen en vloedschuren.
40% personeel: 150 mensen, verdeeld over 80 fte’s, veel oproepkrachten. In 1995 begonnen met 1 fte.

Het bos kost geld, maar trekt bezoekers.  

Plannen

  • Jaaromzet verdubbelen.
  • Hotelaccommodatie met 100 kamers in en bij oude Hofstede.
  • Verdriedubbeling van kaasproductie naar 27.600 kilo melk per dag. Verdubbeling productie van overige levensmiddelen.
  • Tien landgoedwinkels in grotere, provinciale steden.
  • Op langere termijn: Het Levende Land, een permanent platform en beleefpark voor de voedsel- en agricultuur van de 21e eeuw.

Frans baron van Verschuer (1957) volgde een Engelse landbouwopleiding en werkt sinds 1981 als lid van de negende generatie op Mariënwaerdt. Nevenfuncties: ex-lid Taskforce Multifunctionele Landbouw, lid Pachtkamer Hof, bestuurslid Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters, lid van andere landgoedbesturen, bestuurslid Koninklijk Weeshuis Buren, lid raad van commissarissen Houdstermaatschappij Griendtsveen met Hampshire Hotel Zuid-Drenthe, voorzitter van het Jachtmuseum Kasteel Doorwerth, lid van de Sint-Nicolai Broederschap te Arnhem. 

NB: Een kortere versie van het interview met Van Verschuer verscheen eerder in De Landeigenaar van december 2016 in de rubriek Vruchtbare Initiatieven.