2. Nieuwe huizen en nieuwe natuur


Alle provincies en vele gemeenten hebben planologische mogelijkheden gecreëerdvoor de bouw van nieuwe landgoederen onder de voorwaarde dat de eigenaar nieuwe natuur aanlegt en het grootste deel van het bezit openstelt voor recreatie. Het aantal Natuurschoonwet (NSW) gerangschikte landgoederen is ruim 5648 (peildatum 1-1-2016). Hiervan zijn naar schatting 60 tot 100 landgoederen ontwikkeld binnen de planologische regeling voor nieuwe landgoederen. Ook zijn nieuwe landgoederen ontwikkeld die niet onder de NSW vallen, aldus landschapsarchitect Floris Bouwman, die met zijn bureau B4O initiatiefnemers van nieuwe landgoederen begeleidt(b4o.nl).
Gemiddeld zit bijna tien jaar tussen het eerste contact met de gemeente tot de sleutel in de voordeur kan. Als adviseur landgoedontwikkeling stelt Bouwman dat Rijk, provincies en gemeenten veel kunnen doen om deze ontwikkeling te versnellen. Initiatiefnemers lopen aan tegen onbekendheid bij gemeenten, weerstand uit de omgeving, tijdrovende procedures, fiscale en exploitatieproblemen. Veel kennis over nieuwe landgoederen staat op de portal Landgoederen.net. Zie ook: researchgate.net/publication/37795633_Rood-voor-groenprojecten_eindrapport_en_bijlagenrapport.


Voorbeelden en achtergronden

  • Projectontwikkelaar AM heeft in het Utrechtse dorp Renswoude het nieuwe landgoed Wittenoord gebouwd. Op 25 hectare voormalige landbouwgrond is nieuwe natuur aangelegd en de Grebbelinie is over 650 meter hersteld. De bewoners van vijf landhuizen zijn verantwoordelijk voor het beheer. Dat hebben zij uitbesteed aan vrijwilligersorganisatie Landschap Erfgoed Utrecht. Voor het beheer van 23,5 hectare publiek toegankelijk deel betalen de vijf kaveleigenaren voor een periode van 15 jaar in totaal €250.000. De verkoop verliep niet vlot. De eerste koper kocht in 2008 ook de andere vier kavels en bracht ze zelf met succes aan de man. De eigenaren hebben zich verenigd in de stichting Beheer Landgoed Wittenoord. Zie bv: http://kleinwittenoord.nl.~
    Twee planologische regelingen maakten Wittenoord mogelijk. De provinciale ruimte-voor-ruimteregeling maakt het voor boeren aantrekkelijk om oude stallen te slopen in ruil voor bouwrechten in het buitengebied. De tweede, de landgoederenregeling, stelt eisen aan de bouw van woningen in het buitengebied zoals de verhouding tussen openbaar en privéterrein en de omvang en uitstraling van de gebouwen. Bron: ‘Leren van het energieke platteland, Lokale en regionale coalities voor duurzame plattelandsontwikkeling’, Planbureau voor de Leefomgeving, augustus 2013. 

Inmiddels hebben projectontwikkelaars als AM Wonen en Heijmans weer interesse in nieuwe landgoederen, bijvoorbeeld op verworven grond waar geen woningbouw meer komt, signaleert landschapsarchitect Floris Bouwman. Zie: landgoederen.net en landgoedkopen.nl.

  • Ander voorbeeld. Acht huishoudens hebben als Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) een plan gemaakt voor een landgoed van vijftien hectare bij het Noord-Limburgse Mook. Voorheen lagen hier een zandafgraving en een skibaan. De gemeenteraad van Mook en Middelaar verleent medewerking aan de aanleg van landgoed De Kleine Lier in het Lierdal tussen Heumen en Mook. De initiatiefnemers willen 5 hectare landbouwgrond omvormen tot nieuwe natuur. Op het terrein komt een wooncomplex met acht appartementen, grenzend aan een nieuw ven. Een besluit van de Raad van State dwong de gemeente tot aanpassing van het bestemmingsplan. In januari 2016 bleek dat er geen bezwaren meer waren. Het bouwrijp maken begon in november 2017.
    De acht huishoudens hebben grond gekocht van de Limburgse gemeente Mook en Middelaar en de Gelderse buurgemeente Heumen. De families gaan de omliggende natuur onderhouden. Wandelaars krijgen op vier plekken vrij toegang. Voor hen worden nieuwe wandelpaden aangelegd. Ook komen er een vleermuizengrot, een oeverzwaluwenwand en een uitzichtpunt. Bron: 1Limburg, gemeente Mook en Middelaar, 19/01/16. Zie: landgoeddelagelier.nl.
  • Voorbeeld met biologische landbouw. Project Noorderwold, 1800 hectare groot, aan de stadsrand van Almere is een initiatief van natuurorganisatie Flevo-Landschap en het biologisch akkerbouwbedrijf ERF. In hun gezamenlijke persbericht uit 2014 staat: “Het doel is een modern, hightech biologisch landbouwbedrijf te integreren met natuur, water en recreatie. Op landgoed Noorderwold komt 250 hectare nieuwe natuur in de vorm van een nat natuurgebied met als kern open water met moeras en flauwe oevers, omgeven door plasdras en, op termijn, gevarieerd natuurlijk wilgenbos. Zo krijgt het gebied ook een functie als waterberging. Dit natuurgebied draagt bij aan de ecologische verbinding langs snelweg A6. De overgangen van land/water, bos/grasland, bos/struweel/ruigte maken een soortenrijk gebied mogelijk. Daarnaast komen grote landbouwkavels met moderne, biologische landbouw. Het landgoed krijgt het karakter van een groenblauw coulisselandschap. Fiets- en wandelroutes verbinden de stad Almere met het landgoederf waarop functies komen zoals verkoop van Flevolandse producten, educatie, recreatie, informatievoorziening en horeca. Het landgoed dient als testbedrijf voor modern boeren in een natuurlijke omgeving, passend in de maatschappelijke vergroeningsopgave. Het motto Growing Green Cities krijgt hier vorm, vlakbij de Floriade 2022, namelijk in het noordelijk gedeelte van Almere Oosterwold”, aldus het persbericht. Initiatiefnemers: Flevo-landschap, flevo-landschap.nl/gebieden/gebied-detailpagina/62/noorderwold-eemvallei  en ERF, erfbv.nl
  • Stichting Landgoed Hoenderdaell heeft 64 hectare landbouwgrond in het Noord-Hollandse Anna Paulowna omgezet in 35 hectare bos en natuur, een dierentuin met leeuwen- en tijgeropvang en landhuis. Floris Bouwman van bureau B4O begeleidt dit initiatief. De entree voor de dierentuin is de belangrijkste inkomstenbron. Jaarlijks trekt het landgoed 150.000 bezoekers. Zie: hoenderdaell.nl.

Leeuw op landgoed Hoenderdaell in het Noord-Hollandse Anna Paulowna. Foto: David van der Mark / Flickr

3. Rood-voor-groen

Provincies hebben een rood-voor-groen-beleid. Dat betekent dat zij het in sommige gevallen toestaan om in het buitengebied of in een natuurgebied te bouwen (‘rood’) als de grondeigenaar daarvoor in de plaats een kwaliteitsimpuls geeft aan natuur en landschap (‘groen’). De grondeigenaar kan door deze ruil zijn vermogen niet laten groeien, maar zijn inkomsten kunnen stijgen via erfpacht of verhuur van de nieuwbouw. Zie onder meer projecten op landgoederen Den Alerdinck II, De Utrecht, Frederiksoord, Maarsbergen, Appel, Twickel, Vilsteren, Scherpenzeel, Veluwe en Welna.

Het principe van rood-voor-groen wordt op veel meer manieren toegepast, bijvoorbeeld bij aanleg van natuur als compensatie voor aantasting elders, zoals aanleg van infrastructuur, bedrijven- en woningbouw, maar ook bij CO2-productie, vervuiling en afval. Zo staan er tientallen miljoenen euro’s op de rekening van het Nationaal Groenfonds ter compensatie van de natuurschade als gevolg van de Tweede Maasvlakte.

Voorbeelden en achtergronden

  • Een bijzondere vorm van rood-voor-groen produceerde de gemeente Amersfoort. Willem de Beaufort, aandeelhouder van landgoed Den Treek-Henschoten: “Amersfoort wilde een Vinexlocatie bouwen zonder een snipper groen in te plannen, ‘want we hebben Den Treek’, redeneerde de gemeente. Dat is voor ons een bedreiging en een kans tegelijk.” Mogelijk biedt de nieuwbouw nabij Den Treek een inkomstenbron voor het onderhoud van het landgoed dat meer bezoekers krijgt uit de nieuwe wijk. In ieder geval verstevigt zo de positie van het landgoed in gesprekken met de gemeente.
  • De Overijsselse pilot ‘Rood-voor-groen op bestaande landgoederen’ is in uitvoering op familielandgoed Den Alerdinck II te Laag Zuthem, na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeente Raalte. Het landgoed mag vijf nieuwe woningen bouwen. In ruil daarvoor heeft Den Alerdinck II 2800 m2 aan stallen, vaak met asbest, gesloopt. Ook zorgt het landgoed voor 26 hectare nieuwe natuur waarvan 6 hectare nieuw bos. Per saldo krijgt de samenleving minder bebouwing en meer groen. Met de pachtopbrengst van de nieuwbouw heeft het landgoed een economische drager erbij. Zie: landgoeddenalerdinck.nl en landgoeddenalerdinck.nl/pdf/oktober/Voorst_tot_Voorst.pdf.
  • Provincies maken het in sommige gevallen mogelijk om niet alleen nieuw groen mee te rekenen maar ook het beheer van bestaand groen. Grondeigenaren kunnen op die manier achterstallig onderhoud of extra onderhoud voor een aantal jaren financieren. Zo mag landgoed Singraven in Denekamp 31 nieuwe woningen bouwen aan de rand van het 475 hectare grote terrein op zeven historische bouwlocaties waar tot in het begin van de twintigste eeuw boerderijen stonden. Er komen in totaal 18 woningen – variërend in grootte – op kavels van ongeveer 1000 m2 en 13 zorgeenheden. In ruil zorgt de eigenaar, stichting Edwina van Heek, voor duurzaam onderhoud aan tuin, arboretum, wandelpaden en een vispassage. De Edwina van Heekstichting lijdt jaarlijks circa €200.000 verlies op de exploitatie van het landgoed. De stichting voerde meer dan 15 jaar overleg met de gemeenten Dinkelland en Losser en de provincie Overijssel om tot de bouwplannen te komen. De grond waarop de woningen komen te staan, wordt in erfpacht uitgegeven, wat naar verwachting het jaarlijkse tekort dekt. Bron: Tubantia, 22/11/16. Zie: https://erfgoedstem.nl/woningen-en-herbestemming-redden-landgoed-singraven
  • Landgoed De Eese heeft last van de ligging in drie provincies en evenveel gemeentes. De 800 hectare liggen in Overijssel en Drenthe, en voor een klein deel in Friesland. De eigenaar, familie Van Karnebeek, wilde 255 hectare landbouwgrond omvormen tot natuur. Directeur Herman van Karnebeek: “Landbouwpacht valt dan weg als grote inkomstenbron. Om de nieuwe natuur te betalen, vroegen we tien bouwrechten voor woningen volgens de regeling Rood-voor-groen. Maar in de Overijsselse gemeente Steenwijkerland kwamen bezwaren van omwonenden. Rood-voor-groen gaat hier niet door. De Drentse gemeente Westerveld ging wel akkoord voor 44 hectare natuur en vier bouwvergunningen. Maar omdat we in Overijssel niet mogen bouwen, valt de economische drager weg. Ik denk dat we het plan voor nieuwe natuur moeten opgeven. We zoeken nu andere inkomstenbronnen", aldus Herman van Karnebeek eind 2014. Zijn voorganger, mede-eigenaar, Emilie van Karnebeek, lichtte destijds de plannen toe: “We willen niet afhankelijk blijven van overheidssubsidies. Dat is veel te kwetsbaar. Om de uitbreiding van de natuur te betalen, willen we bouwrechten voor woningen verkrijgen. Die percelen geven we dan uit in erfpacht en zorgen zo voor een stabiele bron van inkomsten. We willen dat het landgoed zichzelf in stand kan houden en dat er geen geld bij hoeft.”
  • Landgoed Zelle, tussen Hengelo (Gld.) en Ruurlo telt 360 hectare waarvan 170 hectare bos, 112 hectare landbouw waarvan een deel natuurgrasland, en 85 hectare 18-holes golfbaan. Huis, bijgebouwen, gracht, oude hoeven, zichtas en lanenstelsel vormen een rijksmonument. Eigenaar is een landgoed-BV met als aandeelhouders de baronnen Gijs en Diederik en de baronessen Josine en Mechteld van de familie Van Dorth tot Medler. Directeur en rentmeester Gerrit Jan Liet schreef in 2005 een masterplan voor verbetering van de kwaliteit en meer economische dragers. Zo is een lanenstelsel met zevensprong hersteld, een waterdoolhof en een zwemvijver uitgebaggerd, zijn poelen aangelegd en is landbouwgrond omgezet tot bos of natuurgrasland. De belangrijkste inkomstenbronnen bestaan nu uit een kippenmesterij voor 20.000 kippen, 12 vakantiehuisjes, een zorgboerderij, kantoorruimte in een recent verbouwd koetshuis en de verhuur van de golfbaan aan een golfclub. Een notenboomgaard levert noten en gras. Zie: landgoedzelle.nl.
  • Met nieuwe landgoederen in bestaande natuur nieuwe natuur financieren. Dat is de kern van het verdienmodel dat de voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG) heeft ontwikkeld voor de Brainport-regio rondom Eindhoven. Eigenaren blijken bereid bestaande bos- of natuurterreinen te verkopen aan private partijen. Een nieuwe buitenplaats binnen het Natuurnetwerk kan voldoende opleveren om het natuurareaal met een factor 1,9 te vergroten. Het model gaat uit van 30 hectare met een maximaal bouwvolume van 9000 m3 op een bouwvlak van 3 hectare. De overige 27 hectare blijven openbare natuur. Om marktpartijen te verleiden, moeten de planvormingskosten omlaag en de looptijd van procedures verkort, aldus DLG. Bron: rapport Buitenplaatsen in de Brainport. Zie: Buitenplaatsen Brainport 30102014 LR op www.rijkvandommelenaa.nl.

  • Met hoeveel aspecten je rekening moet houden bij een Rood-voor-groenregeling illustreert het nieuwe landgoed De Vijverhoeve in zuid-west-Brabant. Eigenaar Etienne Schoenmakers schetst de belangrijkste zeven aandachtspunten van zijn verdienmodel.
    1. Door ten minste 70% agrarisch gebied de bestemming natuur te geven, geldt de regeling Rood-voor-groen. De Vijverhoeve heeft voor dit doel 11,5 hectare agrarisch gebied naar natuur omgevormd.
    2. De Brabantse regeling Rood-voor-groen verstrekt bij ten minste 10 hectare omzetting, bouwvergunningen voor één landhuis van allure (1500 m3) per 5 hectare. De Vijverhoeve krijgt voor 16,5 hectare grond dus drie bouwvergunningen voor drie landhuizen.
    3. Rood-voor-groen is een compensatiemaatregel, wat betekent dat voor het verlies van waarde door de landgoedontwikkeling, er financiële compensatie volgt. Daaraan zitten de volgende zes aspecten.

    a. Waardedaling van de grond: 11,5 hectare verliest landbouwwaarde. Een hectare agrarische grond van €50.000 daalt in waarde naar €5000 natuurgrond. Voor 11,5 hectare betekent dit een waardeverlies van €517.500.
    b. Openstelling voor publiek: de overheid wil met Rood-voor-groen recreatieruimte voor burgers creëren. De Vijverhoeve heeft een kilometer aan wandelpaden aangelegd. Die zijn van zonsopgang tot zonsondergang toegankelijk, behalve in broed- en jachtseizoen. Openstelling beperkt de vrijheid van de eigenaren. Bovendien vergt de toegang een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid. Kosten €500 per jaar.
    c. Soms vallen specifieke investeringen ook onder Rood-voor-groen. Voor De Vijverhoeve betekent het dat de restauratie van drie rijksmonumenten niet in aanmerking kwam voor de laagrentende hypotheek van het Nationaal Restauratiefonds. De restauratie van €1 miljoen bestond voor de helft uit modernisering en kwam dus voor rekening van de eigenaren. Voor de andere helft kreeg De Vijverhoeve geen aantrekkelijke restauratiehypotheek, vanwege de Rood-voor-groenregeling.
    d. Om het agrarische gebied als natuurgebied in te richten, moet de eigenaar een ontwerp- en inrichtingsplan ontwikkelen. Hieraan kan de overheid zien, voorafgaand aan de feitelijke inrichting, of het nieuwe landgoed gaat voldoen aan de provinciale en gemeentelijke eisen. De kosten bedragen gemiddeld €25.000.
    e. De Vijverhoeve vormt de verbinding tussen het Belgische natuurgebied Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide (6000 hectare) en het Nederlandse natuurgebied landgoed Wouwse Plantage (900 hectare). Na inrichting kan wild tussen deze twee grote gebieden migreren via De Vijverhoeve. Hiervoor zijn natuurwallen, wandelpaden en vier drinkplaatsen aangelegd, tegelijk met boomaanplant ter geleiding. Hiervoor zijn 10.000 bomen aangeplant. De bomen kosten €25.000; het aanplanten €25.000 à €50.000.
    f. De aankoop en omvorming van het agrarische complex naar een natuurgebied moet de eigenaar voorfinancieren. Pas na de bestemmingsplanwijziging komt met de bouwvergunningen het geld vrij om de voorinvestering te verrekenen. De Vijverhoeve startte de aankoop in 2003. De wijziging van het bestemmingsplan volgde tien jaar later, in 2013. Medio 2014 gingen de bouwkavels rendement opleveren. Elf jaar lang betaalde De Vijverhoeve bij een rente van 4% tot 5% over de voorinvestering jaarlijks circa €100.000. De Federatie Particulier Grondbezit hanteert een gemiddelde doorlooptijd voor een nieuw landgoed van acht jaar.

    4. Aanpassing van het bestemmingsplan bleek niet gratis. Een haalbaarheidsstudie bracht de wensen en eisen van de gemeente in lijn met de behoeften van de initiatiefnemers. Deze haalbaarheidsstudie in 2002 was de goedkoopste in de reeks die zou komen: €5000. Ná de aankoop in 2003 volgden vele diverse studies.
    5. Voor juridische procedures had De Vijverhoeve, ondanks een rechtsbijstandverzekering, een stroppenpot van €35.000 nodig. De eigenaar startte met een communicatiecampagne. Omliggende boeren kregen uitgebreide informatie over de plannen. Maar zij kozen er voor zich in te dekken tegen mogelijke schade voor hun bedrijfsvoering, zoals wijziging in de hoogte van de grondwaterstand of beperkingen in het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De procedures leidden tot een vertraging van een jaar in de bestemmingsplanwijziging. Omdat de procedure bij de Raad-van-State nóg een jaar vergde, liepen de kosten van de voorinvestering op met twee ton.
    6. De Vijverhoeve wilde aanvankelijk de drie kavels te koop aanbieden. Omdat andere kavels in de regio tevergeefs werden aangeboden, werkte de eigenaar snel een alternatief uit. In de 3 landhuizen komen 16 eenheden. In totaal kunnen 18, dus 14 alleenstaanden en 2 echtparen, vermogende senioren woonruimte huren. Zij ontvangen extra service en faciliteiten zoals zorg op afroep, fysiotherapie, behandelruimtes en medische zorg.
    De terugverdientijd van de gehele investering, inclusief de voorinvestering voor de Rood-voor-Groenregeling en de natuurkosten, zal naar verwachting 15 jaar vergen; break-even op z’n vroegst dus in 2028. Voor de verhuur van de eenheden, de exploitatie van de gebouwen en het onderhoud aan landgoed en natuur, is een apart administratiebedrijf opgericht. Daar werken een of twee beroepskrachten. De investering hierin vergt €50.000 tot €100.000 per jaar.
    7. Verdiensten van het landgoed. De Vijverhoeve krijgt inkomsten uit het adviesbureau van de eigenaren en uit conferenties. Het adviesbureau is gevestigd in het bakhuis. De combinatie met natuur maakt het mogelijk om het vergaderen af te wisselen met een tocht over de hei. Het adviesbureau betaalt voor huur én afschrijving van de bijgebouwen.
    Het conferentiecentrum verhuurt ruimtes voor 15 tot 40 deelnemers. Maandelijks vinden gemiddeld 2 tot 4 bijeenkomsten plaats. De Vlaamsche Schuur ontvangt eens per kwartaal grotere groepen tot 65 deelnemers. De inkomsten uit conferenties dekken de arbeidskosten, maar niet van de investeringen in gebouwen en inventaris. Deze worden aan het adviesbureau doorbelast.
    De pachtopbrengsten van de weilanden bedroegen tot 2006 enkele duizenden euro´s per jaar. Maar sinds die tijd wordt het natuurlandschap verschraald, wat inhoudt dat er geen mest meer uitgereden wordt of gras geoogst wordt. Sinds die tijd worden de velden door schapen begraasd. Dit is uiteindelijk budgettair neutraal. Meer informatie: Etienne B.M. Schoenmakers CMC en Emmy van Overdijk van bedrijfskundig adviesbureau ESO dat strategieën en visies ontwikkelt voor onder andere nieuwe landgoederen en hun rendabele exploitatie. Zie: eso.nu.



Landgoed De Vijverhoeve heeft 11,5 hectare agrarisch gebied naar natuur omgevormd. Foto: De Vijverhoeve. 

4. Rood-voor-rood


Soortgelijk beleid heet rood-voor-rood waarbij de sloop van het ene gebouw de bouw van een ander gebouw mogelijk maakt. Een van de drijvende trends daarbij is de gestage daling van het aantal agrarische bedrijven, van ruim 97.000 in 2000 naar 72.000 in 2010, een afname van ruim 25%. Dit betekent dat veel erven vrijkomen, wat kansen biedt voor functieverandering. Gemeenten belonen de sloop van ongebruikte stallen soms met een woonvergunning, mits per saldo de hoeveelheid kubieke meters aan gebouwen afneemt. Dat beleid lijkt succesvol, want het aantal aanvragen voor de bouw van wooneenheden via functieverandering is tussen 2005 en 2010 meer dan verdubbeld ten opzichte van de jaren daarvoor.

Voorbeelden

  • Rentmeesterkantoor Eelerwoude heeft voor de provincie Overijssel een model ontwikkeld waardoor de strenge Rood-voor-roodregeling algemener toepasbaar is. Onder andere de gemeente Haaksbergen past dit model toe.

  • Via een Rood-voor-roodregeling kreeg landgoed Ampsen te Lochem toestemming voor de bouw van drie nieuwe huizen die in erfpacht gaan, in ruil voor de sloop van drieduizend vierkante meter stallen. Pacht en huur vormen de belangrijkste inkomsten van Ampsen. Landgoed Ampsen was twintig jaar bezit van het Geldersch Landschap. Ampsen verkocht 120 hectare in 1980 aan het Geldersch Landschap en kocht die grond twintig jaar later weer terug. Mede-eigenaar jonkheer Rudolph van Weede: “Ampsen is een schenking van mijn tante. De schenkingslasten waren zo hoog dat verkoop de enige mogelijkheid bleek om deze te kunnen betalen. Ik verkocht meer dan me lief was. De terugkoop verliep niet zonder slag of stoot, maar gaandeweg groeide het vertrouwen in onze bedoelingen.” Willem van Vliet, rentmeester van de stichtingen Geldersch Landschap en Vrienden der Geldersche Kasteelen: “Van Weede heeft een goede reputatie opgebouwd. Dat was doorslaggevend voor ons. We hebben als vangnet gefungeerd voor beheer en behoud. Nu dat niet meer nodig is, trekken wij ons terug. Ik ervaar dit als een van de grootste successen van de stichtingen.”

  • Een van de grootste landgoederen van Utrecht, Prattenburg, heeft weer toekomst. De volgende generatie kan aan de slag met nieuwe economische dragers. Want een inpassingsplan van de gemeenten Rhenen en Veenendaal en de provincie maakt de bouw mogelijk van een zorghotel en zeven huizen. Zie: www.prattenburg.nl.

  • De voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG) heeft twee aan elkaar grenzende landgoederen ontwikkeld aan de Twentseweg in Heino. De provincie Overijssel, gemeente Raalte en waterschap Groot-Salland stemden in met de plannen. DLG had de 21 hectare op de grens van de gemeenten Raalte en Dalfsen gekocht voor omvorming tot natuur voor de Ecologische Hoofdstructuur (nu Natuurnetwerk Nederland, NNN). Maar na de provinciale herijking van het NNN vanwege bezuinigingen had deze grond geen prioriteit meer. Door er landgoederen te stichten, is er toch een meerwaarde mogelijk voor natuur, landschap én water. In het kader van de provinciale regeling Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (voorheen Rood-voor-rood) mag de boerderij op de aangekochte grond plaatsmaken voor woningbouw. Aangezien de grond zich bevindt in een landgoederenzone kwam DLG met het idee dat natuur en landschap hier kan worden versterkt met twee nieuwe landgoederen. Op de grond zijn nu twee kavels voor een landhuis ingetekend met waterpartijen en waterberging. Voor elk landhuis is ruim 7 hectare grond beschikbaar. Na het opheffen van DLG heeft de provincie Overijssel per 1 maart 2015 het traject succesvol doorgezet.