Federatie Particulier Grondbezit

Nóg een nieuwe instantie: de Ecologische Autoriteit

22 december 2022 door FPG

door Agave Kruijssen (Bestuurslid GPG)

Wie veel met onze overheid te stellen heeft, weet het al: ambtelijke molens werken niet alleen traag, maar graag ook over zoveel mogelijk raderen. Dit voorjaar heeft minister Christiane van der Wal (Natuur en Stikstof) een advies opgevolgd van het Planbureau voor de Leefomgeving om de Ecologische Autoriteit in te stellen. Dit bureau functioneert onder Stichting Bureau Commissie voor de Milieueffectrapportage.

De naam Ecologische Autoriteit doet vermoeden dat het hier om een gezaghebbend orgaan gaat, zoals de Autoriteit Financiële Markten, een omvangrijke organisatie. Als die iets roept, springt iedereen in het gelid. Tijd dus om nader onderzoek te doen. Moeten wij als grondbezitters straks naar de pijpen van de Ecologische Autoriteit dansen? De website doet er alles aan om de lezer gerust te stellen:

 

‘De Ecologische Autoriteit toetst en brengt advies uit. Zij doet zelf geen onderzoek. Evenmin stelt zij wetten, regels of normen op. Ze neemt geen besluiten, maakt geen beleid en beoordeelt geen individuele vergunningsaanvragen.’

 

Zo ‘beoordeelt’ zij of ‘de juiste ecologische informatie beschikbaar is voor de onderbouwing van besluiten over beschermde natuur. Het gaat hierbij om besluiten over bijvoorbeeld natuurdoelanalyses en gebiedsprogramma’s.’ Hier veren wij als grondeigenaar op: natuurdoeltypen en gebiedsprogramma’s zijn voor velen van ons dagelijkse kost. De Ecologische Autoriteit stelt bovendien:

 

‘Beschermde natuurgebieden staan onder druk door onder andere droogte, te veel stikstof, verslechtering van de bodemkwaliteit en verstoring. Om verdere schade te voorkomen, de natuur te herstellen en te voldoen aan nationale en Europese regels voor natuurbehoud, zijn verschillende maatregelen nodig in en rond natuurgebieden.’

 

Samengevat beoordeelt de Ecologische Autoriteit of de ‘juiste’ informatie beschikbaar is, waarbij zij uitgaat van nogal wat aannames die vooral door boeren ter discussie worden gesteld, en zij voorts aansluiting zoekt bij ‘nationale en Europese regels voor natuurbehoud’. Over dat laatste is het nodige te melden. Nederland staat erom bekend Europese stikstofregels veel strikter te interpreteren dan ons omliggende landen. Hoe dan ook: volgens de Ecologische Autoriteit ‘zijn verschillende maatregelen nodig’.

 

Er lijkt dus op voorhand al een stellingname te zijn, ondanks het feit dat de Ecologische Autoriteit volgens het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving onafhankelijk zou moeten zijn. Letterlijk adviseert het PBL ‘een werkelijk onafhankelijke en wettelijk geborgde wetenschappelijke autoriteit in te stellen. Deze wetenschappelijke autoriteit kan een onafhankelijk en omvattend ecologisch oordeel geven’ (Plan van Aanpak Ecologische Autoriteit, p.3).

 

De vraagt rijst hoe de Ecologische Autoriteit is georganiseerd. Directeur Lourens Loeven is een politicoloog en milieukundige. In het team zien wij voorts een milieubiologe en twee voormalige medewerksters van de Commissie MER. Vier medewerkers die tot taak hebben deskundigen bijeen te brengen om per gebied en per geval ‘een onafhankelijk en omvattend ecologisch oordeel’ te geven. Al met al lijkt het erop dat de Ecologische Autoriteit een kleine loot is aan de boom die Stichting Bureau Commissie voor de Milieueffectrapportage heet. Dat heeft natuurlijk het voordeel dat men kan leunen op een grote en gezaghebbende organisatie, maar anderzijds dat de vlag ‘Ecologische Autoriteit’ meer suggereert dan er is.

In de stikstofdiscussie stellen boeren bijvoorbeeld dat niemand duidelijk voor ogen heeft wat de stikstofdepositie op natuur nu daadwerkelijk is. Er is immers geen nulmeting. In een dergelijk dispuut zou een werkelijk onafhankelijke instantie een rol van betekenis kunnen spelen. De vraag is echter of een kleine instantie die opereert vanuit de genoemde aannames en streeft naar de bekende doelstellingen het gewenste gezag zal hebben.