Oogst uit bos en boomgaard

 

20. Meer houtproductie

De houtoogst kan fors omhoog. De gemiddelde bijgroei van het Nederlandse bos is ongeveer 8 m3 per hectare per jaar, terwijl minder dan 3 m3 per hectare per jaar wordt geoogst omdat in bijna de helft van het Nederlandse bos nooit wordt gekapt. Het is volgens diverse bosbouwers, geraadpleegd door stichting Probos, verantwoord de houtoogst te verdubbelen tot 6 m3 per hectare per jaar, terwijl nog sprake is van duurzaam bosbeheer. Dit betekent dat er in Nederland gemiddeld 3 m3 per hectare per jaar meer geoogst kan worden, dus twee keer zoveel als nu. Staatsbosbeheer doet van oudsher veel aan houtproductie, maar zag enkele jaren geleden dat de oogst te veel daalde met negatieve gevolgen voor bijgroei, CO2-opname, biodiversiteit en houtkwaliteit. Staatsbosbeheer streeft nu naar verhoging van de houtoogst tot 80% van de bijgroei. Zie: staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/dossiers/bos-en-hout/feiten-en-cijfers.

Extra productie heeft nog een voordeel. “Ik heb wel eens uitgerekend dat als een beheerder puur voor de opbrengst gaat, dat veel meer oplevert dan de subsidies die hij nu krijgt via SNL”, stelt Kees Boon, onafhankelijk voorzitter van de AVIH (Algemene Vereniging Inlands Hout) in het Vakblad Natuur Bos Landschap van september 2016. Zie: vakbladnbl.nl/inhoud-nieuwste-nummer-september-2016/welk-hout-hebben-we-over-50-jaar-nodig.

Een verdubbeling van de bijgroei is in tachtig jaar bereikt in het Sauener Wald aan de oostgrens van Duitsland. Succesvol chirurg August Bier kocht duizend hectare grovedennenbos in 1912. Hij plantte vooral verzurende soorten als eik, beuk en Amerikaanse eik. In mindere mate plantte hij rijkestrooiselsoorten als linde, esdoorn, ratelpopulier, robinia, boomhazelaar en zwarte noot. De grote diversiteit aan boomsoorten bracht kennelijk de nutriëntenpomp op gang. Want de bijgroei steeg van 6 kubieke meter per hectare in 1912 naar 12 kubieke meter per hectare in 1994. Dat meldde Bart Nyssen, Bosgroep Zuid en betrokken bij het Europese project Eco2Eco dat onderzoek doet om productie, biodiversiteit en veerkracht te vergroten van bosecosystemen op zandgronden. De stichting die nu eigenaar is van het Sauerner Wald "leeft van het productiebos", aldus Bart Nyssen tijdens de Beheerdersdag 2018.

Diverse deskundigen bepleiten ander bosbeheer inclusief eindkap, met productievere soorten als douglas, fijnspar en lariks waardoor hout een aantrekkelijker inkomstenbron wordt.

Garantie voor hout met hoge kwaliteit en groot volume kan de beheerder krijgen door plantmateriaal te kiezen uit selectieopstanden vanuit de Rassenlijst Bomen. De wijze van planten is ook van belang, vooral de ondergrond en de afstand tussen de boompjes. De groei van de bomen kan beïnvloed worden door beheermaatregelen als opsnoeien, zuiveren en (vroege) hoogdunning.

Rondhout. Ook de verkoopwijze - hout op stam of geveld – maakt verschil. Samenwerken met omliggende boseigenaren, zowel in de oogst als de verkoop, kan tot hogere prijzen leiden.

Patrick Jansen van Probos zet de eenvoudige mogelijkheden voor meer opbrengst op een rij in de LEI-publicatie van Huib Silvis en Martien Voskuilen Bedrijfsuitkomsten in de Nederlandse particuliere bosbouw over 2012 van juni 2014. “Zowel in de beheermaatregelen als in de uiteindelijke kap en verkoop van het hout moet men rekening houden met de financiële opbrengsten. Denk na over de verkoopwijze zoals hout op stam, geveld, aan de bosweg, houtveiling en de periode dat het hout aan de bosweg mag liggen want een langere periode leidt vaak tot hogere houtprijzen. Probeer zo veel mogelijk vooruit te blessen zodat je weet wat je aan houtvoorraad hebt en direct kan inspelen op de marktvraag. Denk na over zomervellingen wanneer dit praktisch mogelijk is vanuit de Gedragscode Bosbeheer.”

Meer tips van Patrick Jansen: “Er is een grote vraag naar brandhout onder particulieren. Speel hier op in door lage kwaliteit hout uit het bos als brandhout aan te bieden, wel of niet gezaagd en gekloofd. Ook opstanden die moeilijk mechanisch te oogsten zijn, bijvoorbeeld door een kwetsbare bodem, kunnen verkocht worden als brandhout. Nodig omwonenden en andere geïnteresseerden uit om hout te komen kappen in het bos. Hierbij kan geld verdiend worden aan het hout, kunnen bossen gedund worden en creëer je betrokkenheid vanuit de lokale samenleving met het bosbeheer.” Zie: http://edepot.wur.nl/306995

Voorbeeld. Utrechts Landschap ziet de interesse voor de jaarlijkse houtveiling groeien. In 2016 steeg de opbrengst met 19% ten opzichte van het jaar daarvoor, ondanks dat er minder hout beschikbaar was. De prijs per kubieke meter lag zelfs 30% hoger dan in 2015. Die trend van minder hout en meer opbrengst zet door in 2017, namelijk €23.612 voor 408,7 kubieke meter tegen €23.549 voor 431,32 kubieke meter in 2016. De gemiddelde prijs steeg dus van €54,60 naar €57,77. Houtproductie om eraan te verdienen is geen doelstelling van het Utrechts Landschap. Dat de veiling geld oplevert is positief, eveneens het feit dat de veiling en het mogen zagen van eigen kachelhout de binding met het publiek vergroot. 

 Interesse voor veiling eind 2016 van hout uit gebieden van Utrechts Landschap. Foto: Dick Jeukens

 

Na ongelukken stopt Staatsbosbeheer tijdelijk met bomenkap door particulieren
Naar aanleiding van twee recente ongevallen, waarvan een met dodelijke afloop, heeft Staatsbosbeheer 17 februari 2017 besloten om in al zijn gebieden te stoppen met brandhoutoogst op stam voor particuliere houtzagers. Het gaat om tweeduizend kleine contracten met een maximum van 15 m3 per contractant, waarbij de particulier zelf door Staatsbosbeheer aangewezen bomen zaagt voor eigen gebruik.
Bij een ongeval begin januari in Emmen kwam een boom terecht op de twee mannen die hem aan het omzagen waren. Een van de twee slachtoffers heeft dit niet overleefd. Staatsbosbeheer nam toen vier weken de tijd om te onderzoeken of de veiligheidsvoorschriften verder aangescherpt moeten worden.
Staatsbosbeheer meldt 6 november 2017 drie nieuwe manieren waarmee voormalige contractanten tóch aan brandhout uit de buurt kunnen komen. De lokale boswachters bepalen per gebied welke opties mogelijk zijn. Lokaal kan voor een wat afwijkende invulling gekozen zijn. Alle klanten krijgen persoonlijk bericht.

  1. Staatsbosbeheer zaagt de bomen in het bos en zaagt de stam in stukken. De houtblokken worden vervolgens door de particulier langs de bosweg of op een centrale plek opgehaald. Bij deze optie zaagt de particulier dus niet zelf. Deze optie is vergelijkbaar met de bestaande ‘brandhoutdagen’.
  2. Staatsbosbeheer zaagt de bomen om en legt de stammen langs de bosweg of op een andere plek in het bos. De particulier mag vervolgens zélf de stam met een kettingzaag in handzame stukken zagen als hij of zij beschikt over het motorkettingzaag-certificaat of opleiding voor motorzaagonderhoud en korten van hout (vergelijkbaar met ECC1-nivo).
  3. Rechtspersonen zoals verenigingen, stichtingen en bedrijven mogen zélf door Staatsbosbeheer aangewezen bomen omzagen en korten in het bos. De leden moeten dan beschikken over het motorkettingzaag-certificaat basisveltechnieken (vergelijkbaar met ECC2-nivo). Op deze manier blijft het dus mogelijk om brandhout op stam te kopen. Bron: Staatsbosbeheer/RTV Drenthe, 12/01/17, 17/02/17 en 6/11/17.


21. Meer uit een boom

Omdat de vraag naar biomassa groeit, kunnen steeds meer delen van de boom te gelde worden gemaakt. Patrick Jansen, Probos: “Resthout na de oogst van rondhout - tak- en tophout - kan geoogst worden als biomassa. Dit kan aangeleverd worden aan een biomassaketel voor warmte- en/of elektriciteitsopwekking. Aandachtspunten zijn de relatief lage prijzen voor biomassa en belemmerende regelgeving.” Bron: Bedrijfsuitkomsten in de Nederlandse particuliere bosbouw over 2012, H.J. Silvis en M.J. Voskuilen, LEI, juni 2014, http://edepot.wur.nl/306995 en Kennisdocument rendabel particulier bosbeheer, Bosschap, november 2013.

Voorbeelden

  • Goede ervaringen met resthout heeft Jos Koopmans, rentmeester van landgoed Jachthuis Schijf bij Roosendaal. “We zijn er in geslaagd om van biomassa een economische drager te maken. Die biomassa komt van enorme hoeveelheden Amerikaanse vogelkers én tak- en tophout. De aannemer zorgde voor kappen, ter plekke chippen en leveren aan de energiecentrale in Cuyk.”

  • Het voorbeeld van Leeuwarden laat zien dat het biomassapotentieel kan stijgen met een factor 7,3 door omvorming van jong bos in de stadsrand naar middenbos ten behoeve van productie en recreatie.

22. Positieve resultaten in particuliere bosbouw

De Nederlandse particuliere bosbedrijven hebben in 2015 gemiddeld een positief resultaat geboekt van €14 per hectare. Dit resultaat is lager dan in de twee voorafgaande jaren: €39 in 2014 en €24 in 2013. De daling is veroorzaakt door lagere opbrengsten, vooral van subsidies. Sinds 2006 is alleen in 2008 en 2009 verlies geleden. In 2015 lagen de gemiddelde opbrengsten 5% boven de kosten, tegenover gemiddeld 11% in de periode 2011-2014. 
In vergelijking met de periode 2011-2014 ligt de houtopbrengst in 2015 op een gelijk niveau. Maar de subsidies daalden van gemiddeld €102 in de periode 2011-2014 naar €81 per hectare in 2015, een daling van ongeveer 20%. Dat is gedeeltelijk goedgemaakt door hogere andere opbrengsten zoals jachthuur en recreatie.

De verschillen per regio blijken groot. De regio Noordoost boekte met gemiddeld €50 per hectare de beste resultaten. De regio Centrum boekte de slechtste resultaten met een gemiddeld verlies van €49 euro per hectare. De regio Centrum scoort het hoogst in de kosten, wat samenhangt met een intensief, recreatief gebruik van het bos. Met een bedrijfsresultaat van €30 per hectare neemt de regio Zuid een middenpositie in. Bron: Agrimatie, 19/02/18 van Wageningen Economic Research (voorheen LEI). Zie: http://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/425089.

Deze jaarlijkse cijfers geven steeds een negatiever beeld dan nodig omdat Wageningen Economic Research (voorheen LEI) ook hobbyisten in zijn onderzoek meeneemt voor wie de opbrengst van het bosbezit geen doel is. Alleen ondernemende boseigenaren enquêteren zou tot hogere opbrengstcijfers leiden, blijkt uit onderzoek van Marjanke Hoogstra, WUR. Zie interview elders in dit dossier. Dat beeld wordt versterkt door een melding in Bedrijfsuitkomsten in de Nederlandse particuliere bosbouw over 2014: De resultaten van de particuliere bosbedrijven lopen sterk uiteen. Zo had in 2014 een derde van de bedrijven een exploitatietekort van meer dan €100 per hectare, en bijna een kwart een positief resultaat van meer dan €100 per hectare. Het aandeel van de bedrijven met een positief resultaat is de afgelopen jaren toegenomen van gemiddeld 24% over de jaren 2001–2005 tot 45% over de laatste drie jaar (2012-2014). De particulieren die in de laatste drie jaar uit de rode cijfers bleven, beheerden een areaal van 57%.

Vanaf 2006 zijn met name door de stijging van de houtprijzen de meeste jaren gemiddeld met een plus afgesloten. In de periode 2010–2014 is een positief resultaat behaald van gemiddeld €28 per hectare per jaar. In de periode 2001-2005 was dit nog een gemiddeld verlies van €64 per hectare per jaar. Het gemiddelde inkomen uit het bosbedrijf kwam in 2014 uit op €80 per hectare, tegenover €67 per hectare in 2013.


23. Hollands Hout


Staatsbosbeheer lanceerde in januari 2014 een label voor hout van Nederlandse bodem: Hollands hout. Staatsbosbeheer levert FSC-gecertificeerd hout aan de houtverwerkende industrie. Een website toont de film ‘Van boom tot plank’ waarin een harvester oogstmachine een boom verzaagt tot stammen van de gewenste lengte. Een architect, boswachter en Lodewijk Hoekstra van RTL’s Eigen Huis & Tuin geven hun visie op Hollands hout. De website illustreert uiteenlopende toepassingen in de bouw, surfplanken van populierenhout, uitvaartkisten houten vloeren en restauratieprojecten met bijzondere afmetingen. Op de juiste manier toegepast is Hollands hout een alternatief voor tropisch hardhout. Zie:

Natuurmonumenten volgde dit voorbeeld eind oktober 2014. Rondhout Handelsmaatschappij Int BV, Meulendijks Rondhout BV en Boeve & Hop BV gingen toen samenwerken met Natuurmonumenten. “We organiseren de houthandel nu landelijk. Dat komt het aanbod, de kwaliteit en continuïteit van leveren ten goede”, aldus Henkjan Kievit, tot 2015 hoofd afdeling Ondernemen bij Natuurmonumenten. De productie van hout blijft een nevenactiviteit met natuurbehoud als hoofddoel. Het gaat dus om hout dat vrijkomt bij het beheer van 25.000 hectare bos, zoals bij het omvormen van productiebos naar natuurlijk bos, het maken van open plekken en gevarieerde leeftijdsopbouw van bomen. Al het hout van Natuurmonumenten heeft een FSC-keurmerk. Er komt vooralsnog geen eigen stempel op het hout. Bron: dehoutkrant.nl

Achtergrond: trends en discussies in bosbeheer

  • Staatsbosbeheer (SBB) gaat meer hout oogsten. Bij het bereiken van de doeldiameter of bij terugloop van de bijgroei tot minder dan 2% van de staande voorraad volgt eindkap. De bijgroei daalde afgelopen decennia door een hoger aandeel loofhout en dood hout passend bij het zogenaamde geïntegreerde bosbeheer. SBB investeert nu in natuurlijke verjonging en aanvullende aanplant. Onder het motto ‘Niet altijd alles overal’ krijgt op de ene plaats natuur voorrang en op de andere plaats productievermogen. Verderop in de keten zijn hogere toegevoegde waardes mogelijk met buitenmeubilair en grafkisten van beuken en grenen, aldus Harrie Hekhuis, SBB. Besparing is mogelijk door afnemers meer volume en leveringszekerheid te bieden, aldus Hekhuis.

  • Meer bos.  Staatsbosbeheer presenteerde, samen met met nog 18 partijen uit de bos- en houtsector, op 26 oktober 2016 op de Nationale Klimaattop in Rotterdam een plan voor de aanleg van bijna 100.000 hectare bos. Met de aanplant levert de sector een bijdrage aan de klimaat- en energiedoelen van Nederland. De kosten bedragen €3 miljard verdeeld over dertig jaar. Volgens Staatsbosbeheer levert iedere boom op termijn geld op.Staatsbosbeheer denkt aan nieuw bos in het Groene Hart in de Randstad, in het Gelderse Rivierengebied en in de Veenkoloniën in Groningen en Drenthe. Ook zou er bos moeten bijkomen in de buurt van steden. Bron: NOS, 24-10-16.
    Meer productiebos kan de jaarlijkse oogst verhogen van 1,2 naar 1,8 miljoen kubieke meter, staat in het Actieplan Bos en Hout. Het Actieplan is uitgewerkt in twaalf actiepunten. Zo wil de bos- en houtsector tien regionale hubs om meer biomassa beschikbaar te krijgen als energiebron. Verder wil het Actieplan werkgroepen opzetten voor tientallen proefprojecten, het hout langer in de keten houden,  meer ‘best practices’ in de bouw, een discussie eindigend in een slotdocument met een breed gedragen beleid voor het gebruik van biomassa als energiebron, versterking van de rondhoutketen, belasting- en/of Europese importheffingen op niet duurzaam geproduceerd hout, start van een privaat beleggingsfonds ‘mijn bos’ en een onafhankelijke trekker van dit Actieplan. Een motie waarin kamerlid Stientje van Veldhoven (D66) het kabinet in februari 2017 vroeg om binnen een jaar een plan van aanpak te presenteren, kreeg geen meerderheid. Tegen stemden onder meer VVD, CDA, SGP, PVV en CU.
    Rijkswaterstaat ziet kansen voor 100.000 hectare bos langs snelwegen, blijkt uit een opdrachtstudie van milieubureau CE Delft uit januari 2018, over de welvaartseffecten. Het Actieplan Bos en Hout raamt de kosten voor 100.000 hectare bos op minimaal €3 miljard. Het gaat om kosten voor de afwaardering van de grond en de kosten van aanleg en onderhoud. Deze kosten zullen naar verwachting hoger zijn bij habitatstroken of habitatbossen zoals Rijkswaterstaat die voorziet, omdat de grondwaarde van de opgeofferde landbouwgrond hoger is. Een eerste raming komt uit op kosten van afwaardering van €5 miljard. Daar komen aanleg en onderhoud nog bij.
    Tegenover deze kosten staan positieve welvaartseffecten. Het gaat om CO2-opslag, recreatie en toerisme, verbeterd uitzicht voor omwonenden, waterzuivering, minder geluidshinder en biodiversiteit. De impact op omwonenden is naar verwachting het grootst bij de habitatstrook, omdat bij dit alternatief de overlast van de snelweg wordt verminderd. De effecten op recreatie en toerisme zullen het grootste zijn bij het Actieplan Bos en Hout en de habitatbossen, omdat het bij deze varianten gaat om grotere aaneengesloten gebieden die zich het best lenen voor recreatie.
    Als de bossen worden aangelegd aan de randen van natuurgebieden en zorgen voor verhoging van het waterpeil, zijn de ecologische effecten groot. Voor weidevogels kan het effect negatief zijn als open landschap afneemt. Automobilisten zijn verdeeld; sommigen waarderen bos, anderen open cultuurlandschap. Voor het dempen van klimaatverandering is de aanleg van 100.000 hectare bos kosten-effectief, concludeert CE Delft. Bronnen: http://www.ce.nl/publicaties/2053/mini-mkba-100000-hectare-extra-bos-in-nederland, NRC 10/01/18. 

  • Voor Natuurmonumenten (NM) is houtproductie nooit een doel op zich geweest, maar een bijproduct van het hoofddoel natuurbeheer. Voor de grote bospercelen maakt Natuurmonumenten zogenaamde bosmaatregelplannen voor beheerperiodes van zes jaar. Yannes Koning, sinds 1 juni 2015 hoofd van de nieuwe afdeling Partnerschappen en Business Development: "Die plannen zijn klaar in 2018. Vanaf dan maken de beheereenheden een maal per jaar  oogstprognoses."   Natuurmonumenten gaat meer samenwerken met Staatsbosbeheer en provinciale Landschappen in de gezamenlijke verkoop van hout. "Dat gaan we ook doen met gras, maaisel en riet."

  • De Unie van Bosgroepen bepleit innovaties als de QD-methode, de Amerikaanse vogelkers niet bestrijden maar gebruiken, automatisering door koppelen van werkplannen aan GIS en GPS, bundelen van verkoop in regionale coöperaties. Aldus Ben Huisman, directeur Unie van Bosgroepen (zie interview). “Als alle betrokkenen zich inzetten voor hun streek ontstaan nieuwe geldstromen en kunnen de kosten omlaag. De daling van de SNL-subsidie voor productiebos van €80 per hectare inclusief openstellingtoeslag naar €33 dwingt tot marktwerking”, concludeert Ben Huisman. “De Bosgroepen proberen per gebied afspraken te maken met alle betrokkenen, van natuurbezitters tot overheden, van water- en recreatieschappen tot ondernemers.” Zo werkt er al een coöperatie, de Veluwse Bosgroep, van 220 buitenlui. Die coöperatie werkt met één beheerplan en de subsidies gaan naar deze Bosgroep. “Op die manier valt veel winst te halen. Als we erin slagen om per streek de gezamenlijke wensen te formuleren, zijn we een betere partner voor overheden, recreatiesector en gezondheidszorg.”
    De Unie van Bosgroepen is een coöperatie van 1200 leden, 55 medewerkers, die samen 427.000 hectare beheren. Daaronder zitten duizend kleine particuliere grondbezitters maar ook hele grote zoals NP De Hoge Veluwe, Mariënwaerdt, verzekeraar ASR, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de meeste provinciale Landschappen en 125 gemeenten.

  • Kwaliteitshout combineren met meer natuurwaarden. Dat is het doel van het Vlaams-Nederlandse Interreg-project eco2eco van het grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma. Deelnemers zijn Staatsbosbeheer en de Bosgroep Zuid-Nederland, Provincie Antwerpen, Bosgroep Oost-Vlaanderen Noord, Regionaal Landschap Lage Kempen, Vlaamse Overheid en Bosgroep Zuiderkempen. Zij hebben voor drie jaar €5 miljoen bij elkaar gebracht, waarvan  de helft uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Eco2eco wil kwaliteitshout produceren voor hoogwaardige toepassingen. Denk aan meubels en parket. Nieuwe bosbouw- en exploitatiemethoden zoals het Duitse QD-beheer gaat eco2eco verder ontwikkelen. Zulk beheer moet leiden tot dikke bomen met een grote kroon. Dat levert waardevol hout op én een structuurrijk bos. Eco2eco gaat de samenwerking verstevigen tussen beheerders, zagerijen en handelaren. Met excursies, cursussen en symposia wil eco2eco de ontwikkelde kennis verspreiden.  Zie: grensregio.eu/projecten/eco2eco

  • De omzet van de 12 provinciale Landschappen uit houtopbrengst bedraagt slechts 5% met een enkele uitschieter tot 10% van de totale omzet. Daar staan kosten tegenover zoals voorbereiding, houtverkoop, communicatie, wegenherstel, flora- en faunawet en bosverjonging. Kortom, de winst is beperkt, aldus Simon Klingen, veel geraadpleegd bosadviseur van De 12Landschappen.

  • De economische betekenis van het Nederlandse bos bedraagt €33.000 per hectare afkomstig van hout, waterzuivering, CO2-vastlegging en recreatie. De marktwaarde van bos ligt op gemiddeld €15.000 per hectare. De overheidssubsidie van €10 per hectare voor beheer bewijst dat de economische waarde nauwelijks bij de boseigenaar terecht komt, aldus Jaap Kuper, in 2013 scheidend opperhoutvester van Kroondomein Het Loo. Bron: Vakblad Bos Natuur Landschap april 2013, verslag Aardhuissymposium 7 maart 2013.

  • De hoge ambities op het gebied van bio-economie zijn voor een groot deel gebaseerd op houtige biomassa. De Biomassavisie 2030 van het ministerie van Economische Zaken verwacht alleen al in Nederland een extra vraag van 30 miljoen m3 hout per jaar voor traditionele producten, nieuwe biobased producten en energie. Vrijwel alle EU-landen verwachten een behoorlijke extra vraag naar hout vanuit de bio-economie, mede vanwege aangescherpte klimaatdoelen. Wageningen Environmental Research (voorheen Alterra) heeft samen met Probos en Wageningen Economic Research (voorheen LEI) een studie gedaan naar de consequenties van de verhoogde vraag naar hout voor duurzaam beheer en houtgebruik. Het onderzoek geeft input aan het Actieplan Bos en Hout, een initiatief van diverse spelers in de bos- en houtsector. Het Actieplan is op 26 oktober 2016 tijdens de Klimaattop aangeboden aan staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu.

  • De houtoogst in Nederland bedraagt op dit moment slechts 55% van de jaarlijkse groei, zegt Alterra-onderzoeker Mart-Jan Schelhaas: "Het is mogelijk dit percentage duurzaam te verhogen tot 75 à 80%, door intensiever te gaan oogsten in de multifunctionele productiebossen, met beperkte effecten op de natuurkwaliteit. Ook andere functies van het bos als biodiversiteit en ecosysteemdiensten blijven dan gewaarborgd. Dit levert zo’n 0,6 tot 0,8 miljoen m3 hout extra per jaar op." Daarmee kan Nederland een bescheiden bijdrage leveren aan de verhoogde vraag naar biomassa.
    "In Europa kan de oogst toenemen van de huidige 520 miljoen m3 tot 650 miljoen m3," vult hoogleraar European Forest Resources Gert-Jan Nabuurs aan. "Het aanplanten van bos of korte-omloopbos op verlaten landbouwgronden kan op termijn nog eens 100 miljoen m3 per jaar opleveren. Ook hier zijn investeringen nodig om eigenaren te stimuleren meer hout te oogsten, meer bos aan te leggen en aandacht te besteden aan andere functies van het bos. Maar de recente ontwikkelingen in de meeste Europese landen gaan juist in de richting van tekorten en verminderde aandacht voor bos."
    Ook het gebruik kan beter: hout zou zo veel mogelijk moeten gaan naar producten met een lange levensduur, zoals houtskeletbouw, of een hoge toegevoegde waarde, stellen de onderzoekers. Daarna kunnen deze producten hergebruikt worden in andere producten en pas aan het einde gebruikt voor energieopwekking. Zo kan de import van bulkbiomassa afnemen van 12,5 miljoen ton droge stof tot 5 miljoen ton, en kan weer bijna 5 miljoen ton droge stof beschikbaar komen voor biochemie en energie. Gert-Jan Nabuurs: "De bio-economie is een grote uitdaging voor de Nederlandse bos- en houtsector. De grondstoffenvoorziening kan een bottleneck zijn. Alleen met een integraal investeringsprogramma met aandacht voor alle functies van het bos, zal het mogelijk zijn de transitie naar de bio-economie te maken."
    Zie voor meer informatie het rapport Nederlands bosbeheer en bos- en houtsector in de bio-economie – Scenario’s tot 2030 in een internationaal bio-economie perspectief op de site van Wageningen UR. Bron: Wageningen Environmental Research, 05/10/16.


24. Hout met meer prijsmarge

Een hogere prijs valt te halen uit hout voor restauratie. Beide sectoren hebben nog weinig contact. “De gespecialiseerde houthandel haalt de vereiste kwaliteit meestal uit Denemarken, Duitsland, Frankrijk of de tropen, terwijl er geschikt hout om de hoek staat”, schrijven John Smits en Jos Stöver in het Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), nummer 3, 2016. “Van sommige dikke bomen is het hout van hoge kwaliteit, zoals naaldbomen, eiken, beuken en iepen of bijzondere soorten als plataan. Dit prachtige hout verdwijnt nu vaak naar het buitenland of soms zelfs in de kachel. Zonde!” Alexander Russelman van de firma Hard- en Zachthout te Loenen “weet dat veel oude bomen in de versnipperaar verdwijnen.” Staatsbosbeheer en RCE begonnen in 2016 met een samenwerking. Zij brengen zogenaamde Monumentenbossen in kaart, zoals het Liesbos bij Breda en landgoed Slangenburg bij Doetinchem. Daar gaat Staatsbosbeheer het beheer richten op gebruik voor restauraties. Meer informatie: John Smits, jg.smits@staatsbosbeheer.nl en Jos Stöver, j.stover@cultureelerfgoed.nl.

Voorbeelden

  • Ook eindproducten leveren een grotere marge op dan de grondstof hout. Om die reden verkopen steeds meer bosbezitters zoals Staatsbosbeheer buitenmeubilair en grafkisten. Welna BouwHout BV op het gelijknamige Veluwse landgoed specialiseert zich in houtstapelbouw. Na een pilot kocht Welna in 2005 voor €120.000 een volautomatische frees, waarmee balken tot negen meter lang nauwkeurig kunnen worden gezaagd, inclusief gleuven en gaten. Die balken vormen vloeren, muren en daken van kantoren en woningen. Lokale bedrijven zorgen voor ontwerp en afwerking, waarbij Welna eigenaar blijft van het hout, zodat alleen Welna het FSC-certificaat hoeft te hebben. Inmiddels komt het hout niet meer alleen van het eigen landgoed, maar ook van Staatsbosbeheer en handelaren. Welna richt zich op grootschalige houtstapelbouw en concurreert dus niet met producenten van tuinhuisjes.

  • Welna Bouwhout produceert sinds eind 2015 zogenaamde Freelodges, houten bungalows op palen, samen met Dorens Architects, Steengoed en 'tIdee! marketing & concept. De eerste staat bij de nieuwe boerderij op landgoed Tongeren. “Het is eigenlijk een B&B concept”, vertelt Frank Gorter van Welna Bouwhout: “We gaan in de tuinen van West tussen Amsterdam en Halfweg een natuur-B&B realiseren.” Bron: freelodge.nl.

  • Om als landgoed de NSW-status te behouden, is voor deze activiteiten een aparte BV opgericht, waaronder ook een webwinkel valt in houtproducten, zoals nestkastjes, vogelvoederpalen, naamplaatjes en ornamenten. Deze producten komen uit een werkplaats op Welna voor mensen met een verstandelijke beperking. Zie: bosgroepen.nl/media/File/Nieuwsbrief/NB%2035%20www.pdf.  

  • Gezamenlijke populierenoogst. Twaalf grondbezitters in het Wijboschbroek in Schijndel oogstten in augustus 2015 samen populierenhout. Het gaat om verspreid liggende populierenbosjes verdeeld over ongeveer 10 hectare. Boomrooierij Weijtmans uit Udenhout klaarde de klus. De werkzaamheden werden in twee fases uitgevoerd, waarvan de eerste fase circa 1000 m3 opleverde. De tweede fase volgde in het voorjaar van 2016. De totale oogst telde ongeveer 2750 m3 hout. Voor elke gekapte populier planten de eigenaren een nieuwe populier terug. De samenwerking is op gang gebracht door de Brabantse Populierenvereniging (BPV) en Bosgroep Zuid-Nederland, samen met de gemeente Schijndel.
    Reden voor een collectief oogstprogramma is de dreigende teloorgang van de populier. Bestuurslid Frans van Beerendonk van de BPV: “Uit onderzoek blijkt dat veel populieren niet geoogst worden omdat het hout te weinig oplevert. Vroeger gebeurde dat wel voor de klompen- en luciferindustrie. We zien dat veel populieren slecht onderhouden worden en geleidelijk verdwijnen. Door met een grote groep eigenaren gezamenlijk te oogsten worden kosten bespaard en afzetmogelijkheden vergroot.” De gemeente Schijndel heeft behoud van de populier op de agenda staan en steunde de plannen actief.
    De Brabantse Populierenvereniging wil de gezamenlijke oogst ook in andere gebieden starten. “Deze pilot laat zien dat er animo is en dat mensen het belangrijk vinden om populieren terug te planten. Zo kunnen we stap voor stap het populierenbestand in Nationaal Landschap Het Groene Woud verjongen”, aldus Van Beerendonk. In Schijndel werkt de BPV samen met Staatsbosbeheer, grondeigenaren, gemeente en maatschappelijke partijen zoals Heemkundekring Schijndel en Natuur- en Milieucentrum Schijndel.
    De Brabantse Populierenvereniging bestaat 52 jaar. De vereniging is in 1964 opgericht om kennis en ervaring uit te wisselen binnen de destijds florerende populierenindustrie. De ambitie van de vereniging is behoud van de populier voor het Brabantse platteland. In de toekomst gaat de BPV zich richten op eigenaren van populieren langs de wegen. “Want het zijn juist die karakteristieke populierenrijen die ons landschap zo bijzonder maken”, aldus Van Beerendonk.
    De Brabantse Populierenvereniging ontwikkelt een eigen houtmerk voor populierenhout. Ontwerpers werken aan een eigen lijn van binnen- en buitenproducten van populierenhout. “We zetten dat op een vernieuwende manier in de markt. Dankzij nieuwe technieken is populierenhout allang geen waaibomenhout meer”, aldus Van Beerendonk. “Door het hout te behandelen met hars of stoom kan populierenhout concurreren met hardere houtsoorten, ook voor buitentoepassing. We zijn met bedrijven in gesprek die deze technieken toepassen. Door de oogst te verdelen over fases creëren we tijd om het aanbod te koppelen aan het in de markt te zetten van het nieuwe houtmerk."
    Een groep eigenaren van populieren heeft de coöperatie Peppelhout opgericht. De coöperatie heeft meubelmakers, ontwerpers, kunstenaars en timmerlui uitgenodigd ontwerpen in te sturen. Peppelhout start eind 2016 een campagne om toepassingen van populierenhout bekend te maken. Zie: peppelhout.nl/campagne,  interview met boseigenaren Vincent Lokin en Frans van Boeckel, Omroep Brabant en Brabants Dagblad. Vanuit de coöperatie Praedium werken Job Wittens en Paul van Limpt mee aan de plannen van de BPV.

25. Webwinkel


Op landgoed Maarsbergen wil eigenaar Willemina van der Goes-Petter een webwinkel oprichten voor houten kinderspelen, potloden en andere producten van eigen hout met een grotere toegevoegde waarde dan rondhout en planken.

26. Voedselbossen


Tegen betaling oogsten van fruit als bramen, bosbessen, frambozen en appels, groente, paddenstoelen, kruiden, noten en kastanjes. Dat is het plan van negen ondernemers die investeren in een voedselbos in de Hoeksche Waard op het terrein van het voormalige asielzoekerscentrum bij ’s-Gravendeel, gemeente Binnenmaas. Daar staan al noten- en fruitbomen. Gebruikers kunnen een abonnement nemen van enkele tientjes per maand om gratis groenten te oogsten, fruit en noten te plukken. De groep ondernemers zoekt nog een tweede terrein van minimaal 3 hectare dat minstens tien jaar beschikbaar is.

Achtergronden en voorbeelden

  • Gratis oogsten kan in het voedselbos in Beek-Ubbergen, een 5 kilometer lange strook tussen het dorp Beek en de provinciale weg Nijmegen-Wyler.

  • Voedselbossen bestaan uit zeven lagen, die ieder eetbare producten geven:
  1. Kruinen van grote bomen, zoals tamme kastanjes.
  2. Kleinere bomen en grotere struiken zoals halfstam fruitbomen.
  3. Lagere struiken, zoals kruisbes.
  4. Kruidlaag met bijvoorbeeld struisvaren.
  5. Bodembedekkers zoals aardbei.
  6. Wortel- en knollenlaag met bijvoorbeeld aardamandel.
  7. Klimplanten die zich door de andere lagen slingeren, zoals kiwi.
  •  Drie tot vijf voedselbossen in Limburg. Limburg moet drie tot vijf voedselbossen krijgen, vindt CDA-gedeputeerde Patrick van der Broeck. In voedselbossen kan iedereen zelf fruit plukken, bijvoorbeeld van appel- en perenbomen, kastanjebomen en klein fruit. Het initiatief moet van onderop komen. Van der Broeck denkt daarbij aan dorps- en wijkraden en aan verenigingen. De provincie stelt grond beschikbaar als onderdeel van de 2400 hectare nieuwe natuur die de provincie de komende jaren wil realiseren. Van der Broeck verwacht genoeg belangstelling op basis van de eerste gesprekken die hij heeft gevoerd. Limburg telt momenteel één voedselbos, in Swalmen. Maar dat is al aangelegd in 1995 en was een particulier initiatief. Het is het oudste van Nederland. Van der Broeck hoopt dat het eerste nieuwe voedselbos binnen een jaar is aangelegd. Bron: 1Limburg, 16/09/16.

  • Het Initiatief Bewust Bodemgebruik heeft begin 2016 met een grote groep betrokkenen ingezoomd op hun ambities voor voedselbossen en agroforestry. Daaruit kwam de behoefte om “meters” te maken en de wens om via een Green Deal belemmeringen met regelgeving op te lossen en krachten te bundelen. Die Green Deal ging 23 november 2017 van start. Met de Green Deal maken overheden en betrokken organisaties afspraken om zich voor voedselbossen in te zetten. Want in de praktijk blijkt dat de voedselbosbouw extra input en sturing kan gebruiken, bijvoorbeeld op het juridische vlak. In wet- en regelgeving zijn de domeinen landbouw en natuur vrijwel geheel van elkaar gescheiden. Bomen en struiken passen niet altijd binnen de wettelijke perken voor voedselproductie, terwijl de subsidieregels voor bos en natuur veel eetbare soorten uitsluiten die voor voedselbossen juist interessant zijn. Bovendien zijn er grotere en kleinere onderzoeksvragen rond dit nieuwe vakterrein. Zie: probos.nl/images/pdf/bosberichten/bosberichten2017-04.pdf, Stichting Voedselbosbouw Nederland en tweedenatuur.nl/project/voedselbossen.
    Partners van de Green Deal zijn de ministeries van LNV en Infrastructuur, de provincies Limburg en Flevoland, stichting Voedselbosbouw Nederland, stichting Voedselbossen Noord Nederland, Staatsbosbeheer, stichting De Natuur- en Milieufederaties, stichting Both ENDS, stichting The Tipping Point, de waterschappen Limburg en De Dommel, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen Environmental Research, stichting Louis Bolk Instituut, stichting hogeschool Van Hall Larenstein, boerenbedrijf Ketelbroek, landgoed Welna BV en stichting landgoed Roggebotstaete.

  • Oppervlakte aan voedselbossen groeit naar 150 hectare, meldt achterdesamenleving.nl/er-is-inmiddels-100-hectare-voedselbos-aangeplant-nederland/#.WG0czVyB7Kd.

  • Haal voedsel uit het bos van uw landgoed. Onder die titel organiseerden Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving, Federatie Particulier Grondbezit (FPG) en Hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) een landgoederencursus van negen zaterdagen van april 2017 tot en met oktober 2017. In die dagen bezochten de deelnemers drie Gelderse landgoederen drie keer om voor alle landgoederen herkenbare plekken te ontwerpen. Onder leiding van experts Wouter van Eck en Fransjan de Waard leerden landgoederen om zelf aan de slag te gaan met agro-ecologie op hun land. De cursus kostte €900. Zie: theplant.nl/haal-voedsel-uit-het-bos-van-een-landgoed.


27. Praktijknetwerk Voederbomen


In het Praktijknetwerk Voederbomen en Multifunctioneel Landgebruik werken onderzoekers en agrarische ondernemers aan nieuwe toepassingen van voederbomen als wilg, zwarte els en hazelaar. Een kerngroep van veertig geiten- en melkveehouders wisselt ervaringen uit met deskundigen.
Het Praktijknetwerk, uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut, stichting Duinboeren en Brabants Landschap, organiseerde op 21 mei 2014 een symposium ‘Bomen over Bomen’. Hier werd de Nederlandse tak van de Europese belangenorganisatie voor agroforestry (EURAF) opgericht. In EURAF werken boeren, landschapsbeheerders, bosbouwers, beleidsmedewerkers en onderzoekers samen aan innovatieve toepassingen van boomteelt. Eén van de speerpunten van EURAF is het subsidiabel maken van bomen, zowel de aanplant als het onderhoud. Agroforestry is een landbouwpraktijk en kan in het Europees GLB-beleid een rol spelen als ecologisch focusgebied.
De kern is: gebruik maken van de vele toepassingen van bomen. Zo leveren bomen voer in de vorm van takken en bladeren, stellen ze mineralen uit de diepe ondergrond beschikbaar, bieden ze beschutting voor kippen en kunnen houtsnippers voor energie of in de stal gebruikt worden. Zo ontstaat meerwaarde per hectare: in opbrengst en dierenwelzijn, en in landschap en biodiversiteit. Voederbomen bieden geiten (takken) en koeien (bladeren) een bron van eiwit, mineralen en gezondheidsbevorderende stoffen, zoals tannine. Voederbomen kunnen vers gevoerd worden of ingekuild. Bron: voederbomen.nl.

Foto: Theo Kruse / Koninklijke Burgers’ Zoo

Meer agroforestry-projecten

  • Praktijknetwerk Bomen voor buitenkippen van Louis Bolk Instituut, Kiplekker onder de wilgen van Probos, Varkens in het bos, Landschap van smaken van Praktijknetwerk Streekeigen producten Nederland, Lekker Landschap van stichting wAarde en Landschapsbeheer Nederland, Voedselbossen (Van Eck), Praktijknetwerk Groenten tussen bomen van Stichting Duinboeren, Friese Stichting Wrâldfrucht met Belgische Meetjesland, Europees project Niet-hout bosproducten (COST) van Alterra en Sterke combinaties van Wageningen UR. Ook de combinatie van kippen onder de zonnepanelen op een zonne-akker biedt perspectief. Bron: voederbomen.nl.

  • Vrije uitloopkippen of kalkoenen in een fruitboomgaard. De dieren zorgen voor bemesting en ruimen schadelijke insecten en bladafval op. Hierdoor krijgen schimmels geen kans. Andersom zorgen fruitbomen voor beschutting tegen bijvoorbeeld roofvogels, waardoor kippen (van oorsprong bosdieren) zich veiliger voelen en de uitloop beter gebruiken.

  • Een proef met de combinatie van bomenteelt met kippen startte in juni 2017. Het gaat om een pilot waarin scharrelkippen een perceel laanbomen van boomkwekerij Udenhout onkruidvrij houden. De 100 Marans-kippen, een Frans ras met donkerrood-bruine eieren, scharrelen op een elektrisch afgerasterd perceel van 0,4 hectare. Onkruidbescherming kost naar schatting €3000 per hectare voor manuren, diesel, tractoren, andere machines en bestrijdingsmiddelen. Scharrelkippen verwijderen niet alleen onkruid, maar voeden zich ook met storende insecten. Provincie Noord-Brabant stelde een landbouwinnovatiesubsidie van €25.000 beschikbaar waarmee veel kosten van de proef zijn gedekt, aanschaf van kippen, voer, de container die de kwekerij heeft verbouwd tot volautomatisch hok en de manuren. De proef moet antwoorden opleveren op vragen als: werken kippen als effectieve onkruidbestrijders op een boomteeltbedrijf? Is het concept economisch haalbaar? Zijn de risico’s van predatie, vogelpest en vandalisme te beheersen? En wat is het effect op de bodem en op de fijnstofemissie? Het Louis Bolk Instituut onderzoekt de integratie van boomteelt in de landbouw en doet mee aan de pilot. Zie: http://boomzorg.nl/nieuws.asp?msg=2&id=62-17402#reacties.

  • Naast de veehouderij liggen er ook kansen voor de sierteelt. Zo levert een potrozenkweker snoeiafval aan Diergaarde Blijdorp, een vorm van lokale samenwerking met wederzijds voordeel.

  • Staatsbosbeheer leverde in de zomer van 2016 berken uit het heidebeheer op de Veluwe aan Burgers’ Zoo in Arnhem. Elke vrijdagochtend zagen vrijwilligers berken op de heideterreinen in de omgeving van Hoenderloo. Zaterdagochtend gaat een container met berken naar apenafdeling, zoogdierenafdeling en safari.

  • Vlaanderen kent sinds 2011 een zogenaamde boslandbouwsubsidie. Vanwege de onbekendheid met de teelt van walnoten, hazelnoten en kastanjes in combinatie met grasland en akkerbouw, organiseerde het Consortium Agroforestry Vlaanderen in mei 2016 een tweedaagse excursie naar Nederlandse boslandbouwbedrijven. Zie: agroforestryvlaanderen.be.

Achtergrond

Bomen leggen veel meer CO2 vast dan we tot nu toe aannemen. Dat concludeert een onderzoeksteam op basis van een studie waarover het gerenommeerde tijdschrift Nature publiceert. De landbouw zorgt voor circa 24% van het broeikaseffect in de wereld, blijkt uit cijfers van het klimaatpanel IPCC. Dat komt mede door de voortdurende afname van het tropisch regenwoud dat wordt omgezet in landbouwgrond. Daarbij gaan de klimaatmodellen ervan uit dat landbouwgronden niet of nauwelijks CO2 vastleggen. Dat blijkt een foute aanname. De onderzoekers verzamelden data over de hoeveelheid bomen op landbouwgrond en stelden vast dat 40% van de landbouwgrond in de wereld voor meer dan 10% bedekt wordt met bomen. Dit verviervoudigt de CO2-opname van landbouwgronden van 5 naar 20 ton koolstof per hectare. Dat is goed voor de opname van 0,75 gigaton CO2 per jaar.
Het landbouwareaal met meer dan 10% bomen in landen als China, India, Brazilië en Indonesië blijkt de afgelopen jaren gegroeid. Een deel van dit areaal was eerst regenwoud. Maar deze toename hangt ook samen met de toegenomen aandacht voor climate smart agriculture. De bomen op landbouwgronden leggen niet alleen koolstof vast, maar zorgen ook voor minder winderosie, hogere luchtvochtigheid en mildere temperaturen. Dit soort verbeteringen van het microklimaat zijn voor boeren redenen om bomen te planten en te behouden.
Bomen op landbouwgrond spelen tot dusverre geen rol in de klimaatadaptatieprogramma’s van regeringen. De onderzoekers pleiten daar voor. Op die manier kunnen agrobosbouwsystemen de klimaatverandering temperen. Bovendien zijn 1,2 miljard mensen in vooral ontwikkelingslanden afhankelijk van dit type systemen voor hun voedselvoorziening. Bron: Resource, Wageningen UR, 12/08/16.

Vrijwilligers Heidegroep Staatsbosbeheer. Foto: Laurens Jansen / Staatsbosbeheer


28. Boomgaarden


Fruit kan een directe inkomstenbron opleveren als oogst uit boomgaarden. Bovendien biedt een boomgaard weidemogelijkheid en dus een tweede inkomstenbron. Sommige nieuwe landgoederen gebruiken boomgaarden als kleine inkomstenbron, zoals Linde in Drenthe, Plantage Witharen Overijssel, Roodselaar Gelderland.

Voorbeelden

  • Op grotere schaal werkt landgoed De Olmenhorst bij Lisserbroek in Haarlemmermeer met jaarlijks 100.000 bezoekers. Eigenaar Florian de Clercq nam 30 jaar geleden de leiding over van zijn vader. Landgoed De Olmenhorst teelt diverse fruitrassen, beschikt over een landgoedwinkel, diverse horecavoorzieningen, mogelijkheden om te vergaderen, te feesten, te overnachten, een boom te adopteren en met het hele gezin mee te helpen met oogsten tijdens de Plukdagen. Daarnaast hebben zich creatieve bedrijven op het landgoed gevestigd. Alles bij elkaar haalt het landgoed een jaaromzet van ongeveer €3 miljoen. De boomgaard van 19 hectare met appels en peren zorgt voor 17% van de omzet. Evenementen dragen 30% bij aan de omzet. De rest komt van verkoop van appel- en perensappen, diverse soorten jams, waaronder appeltaartenjam, appelstroop en honing, winkel en verhuur van gebouwen. Vanaf januari 2014 heeft de Bickery Food Group verkoop, marketing en distributie van de producten van De Olmenhorst overgenomen. De bredere afzet van Olmenhorst-producten vergroot de economische basis. De Olmenhorst grijpt deze overgang aan om de stap te zetten naar een 100% biologisch assortiment.

  • Een man met veel ervaring in hoogstamboomgaarden is Wouter den Boer uit Rotterdam. Hij schrijft: “Ik zie zeker potentie. Ik ga uit van bestaande hoogstamboomgaarden van enige omvang en een logistiek gunstige samenstelling met vitale bomen met goede productiviteit, hanteerbare omvang - dus niet te hoog of onveilig - en meerdere bomen van eenzelfde ras vanwege pluktijdstip en -massa. Als gespecialiseerd snoeier van deze hoogstambomen heb ik inmiddels vele klanten. Dat doen zij voornamelijk om landschappelijke redenen en niet of nauwelijks om het fruit te gebruiken. Echter, in goede jaren kan het om tonnen prachtig fruit gaan. Ik organiseer dan eigen pluk. De tijd en kosten voor het plukken, transport en laten versappen zijn voor mijn rekening. Het sap verkoop ik via een groeiend netwerk van liefhebbers. Tot nog toe kost het me niets. Aangezien ik geloof in de meerwaarde van de hoogstamboomgaard contra de moderne productieboomgaard - niet spuiten, sterkere bomen/rassen, extensief beheer, onderbegrazing, biodiversiteit - ben ik in 2012 begonnen op een perceel van mijn vader met een eigen hoogstamfruitweide. Ik zit ruim 15 jaar in dit ambacht en hoor aldoor dat de hoogstamboomgaard niet meer rendabel kan zijn. Mocht men gelijk krijgen, dan is het landschap er de komende eeuw wat mee opgefleurd en heb ik lekker buiten kunnen rommelen”, aldus Wouter den Boer. Zie: wdbn.nl en hoogstamfruitsap.nl.

29. Walnoten en gras met schapen, koeien of paarden


Acht proefbeplantingen van in totaal 10 hectare met voornamelijk walnoten zijn in 1999 aangelegd in de Achterhoek, op landgoedbedrijven, een melkveehouderij met groepsrecreatie, extensieve akkerbouw/natuurbeheerbedrijven en een extensief veeteeltbedrijf. De boomafstand varieert van 10 x 10 tot 20 x 20 meter. Het ene bedrijf maait en kuilt het gras, het andere bedrijf laat schapen, koeien of paarden grazen. Dat schrijven Anne Oosterbaan (onderzoeker Alterra) en Huub Schepers (walnotenteler) in Notenteelt met tussengewas geschikt voor Nederland? Graasbeheer vergt een grotere investering voor bescherming van de bomen. Schapen richten de minste schade aan. Voor koeien is een grotere afstand tussen boom en bescherming nodig, waardoor meer verlies optreedt. Paarden zijn voor bomen gevaarlijk, omdat ze ver kunnen reiken. Het kosten- en opbrengstenplaatje is nog niet compleet. “Uit de eerste berekeningen trekken wij de conclusie dat de combinatie van noten met gras op lange termijn een goed saldo per hectare moet kunnen opleveren”, aldus Oosterbaan en Schepers. Een walnotenboom begint vanaf het tiende jaar te produceren. Na 20 jaar is een oogst van 15 kilo per boom mogelijk.

Voorbeeld: Vlaanderen kent sinds 2011 een zogenaamde boslandbouwsubsidie. Vanwege de onbekendheid met de teelt van walnoten, hazelnoten en kastanjes in combinatie met grasland en akkerbouw, organiseerde het Consortium Agroforestry Vlaanderen in mei 2016 een tweedaagse excursie naar Nederlandse boslandbouwbedrijven. Zie: www.agroforestryvlaanderen.be

30. Foodwalks, netwerk van maaltijdwandelingen en -fietstochten


Nederland kent sinds september 2013 een groeiend netwerk van maaltijdwandelingen en –fietstochten, Foodwalks genaamd. Deelnemers krijgen recepten mee en een eenvoudige routebeschrijving om onderweg de ingrediënten voor een maaltijd te verzamelen. Het is niet nodig de hele maaltijd bij elkaar te zoeken. Bij de meeste Foodwalks staat aangegeven welke winkel of boerderij langs de route aanvullende ingrediënten verkoopt. Foodwalks is een initiatief van Landschapsbeheer Nederland en Stichting wAarde en maakt deel uit van het project Lekker Landschap. De initiatiefnemers ontwikkelen meer Foodwalks, in iedere streek, voor ieder seizoen, samen met wandelaars, winkeliers, natuurbeschermers, boeren, koks, stadsbewoners, scholen en gemeenten. Dit initiatief kreeg financiële steun van de Postcodeloterij. Zie: foodwalks.nl en voor Nationale Wildpluk Conventie: lekkerlandschap.nl.

Voorbeeld: smultuinen kunnen bezoekers trekken en de recreatiedruk concentreren. Vrienden van de Goudse Hout hebben eind 2014 als onderdeel van het project Lekker Landschap een smultuin aangelegd, met hulp van leerlingen, ouders en docenten van de Luidensschool. De school verzorgt het onderhoud en gebruikt de smultuin voor buitenlessen. De Goudse Hout is eigendom van het Natuur- en Recreatieschap Reeuwijkse Plassen.

31. Meer natuurproducten


Kleine en grotere opbrengsten zijn mogelijk met natuurproducten als paddenstoelen, kruiden, kastanjes, hazelnoten, beukennootjes, insecten, veenbes voor kerststukjes en (reuzen)berenklauw voor bloemstukken. Eind 2013 bleken op diverse plaatsen tonderzwammen geoogst te worden. Boswachters maakten zich boos vanwege de schade aan bomen. Chinezen schrijven deze paddenstoelen geneeskrachtige werking toe. Wellicht zijn deze mensen ook bereid er voor te betalen.

Voorbeelden

  • Landgoed De Utrecht verkoopt gagel voor kerststukjes en Amerikaans eikenblad.

  • Verkoop kerstbomen en ander gezaaid of geplant groen uit eigen kwekerij. Diverse landgoederen, zoals Twickel, verkopen zaai- en plantgoed uit eigen kweek. Anderen verkopen kerstbomen, zoals landgoed Flip Hul bij Hattem.

Foto: Een warenhuis in München verkoopt drie dennenappels in een netje voor €1,99. Foto: Francine Hijmans van den Bergh