13. Provinciale steun voor nieuwe natuur


De twaalf provincies willen in de periode tot 2027 minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur realiseren, de biodiversiteit verbeteren en internationale natuurdoelen bereiken. Dat staat in het Natuurpact van 18 september 2013. De provincies hebben de verantwoordelijkheid om, samen met maatschappelijke organisaties, het Natuurnetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur) tot stand te brengen.

Voorbeelden en achtergronden

Utrecht
De provincie Utrecht neemt ruim 1000 hectare grond over van het Rijk. Voor de inrichting en het beheer krijgt de provincie jaarlijks ruim €18 miljoen rijksgeld. Dat is de uitwerking voor de provincie Utrecht van de afspraken uit het Natuurpact en de Bestuursovereenkomst Grond, die de gezamenlijke provincies met het Rijk en met maatschappelijke partners hebben gemaakt. De bijdrage van de provincie Utrecht tot 2027 bestaat uit ruim 1500 hectare nieuwe natuur. Daarmee groeit het Utrechtse deel van het Natuurnetwerk Nederland tot 31.500 hectare. Om dit te bereiken heeft de provincie afspraken gemaakt met natuurpartners in het Akkoord van Utrecht van juni 2011.
Slim samenwerken, meer focus op natuursystemen, innovatieve manieren om geld te verdienen en de gebruiker van de natuur centraal. Dat zijn de vier pijlers van het nieuwe natuurbeleid ‘Utrecht, netwerk van natuur' vanaf eind 2013. Het doel van het nieuwe beleid: aantrekkelijke, toegankelijke en betaalbare natuur voor iedereen. De natuur in Utrecht bestaat uit heide, bos, moerassen, uiterwaarden, graslanden met weidevogels en hoogteverschillen.
De provincie Utrecht trok van 2013 tot 2017 €200 miljoen uit voor verbetering van het landelijk gebied, waarvan een belangrijk deel voor natuurdoelen. De focus komt te liggen op grote natuursystemen en minder op natuurtypes en individuele planten en dieren. Een minder hoog detailniveau vergroot de kansen om de natuur op praktische en efficiënte wijze in te richten en te beheren, aldus het provinciebestuur.
Natuur en recreatie gaan, waar mogelijk, hand in hand. Zonering van toeristische routes maakt het mogelijk om mensen de natuur te laten beleven en tegelijk kwetsbare gebieden te ontzien. Uit een enquête onder de inwoners van de provincie Utrecht blijkt wat zij belangrijk vinden: nabijheid, variatie, rust, toegankelijkheid en zichtbaarheid. Zie: provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/natuurbeleid

Grote verschillen tussen provincies
Utrecht hoort tot de groep provincies met de kleinste eigen natuurbijdragen, blijkt uit een rapport van Alterra Wageningen in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Tussen provincies bestaan grote verschillen in de eigen extra uitgaven voor natuur. Zo stelt Overijssel jaarlijks bijna €43 miljoen eigen geld beschikbaar, terwijl dat in Friesland en Noord-Holland minder dan €1 miljoen is.
Sommige provincies beperken zich sinds het natuurpact van 2013 tot de verplichte afspraken, waarvoor zij via het Provinciefonds geld ontvangen. Andere provincies besloten om extra eigen middelen bij te leggen en toch door te gaan met het realiseren van de oorspronkelijke EHS-opgave. Dit geldt voor Noord-Brabant en Noord-Holland, hoewel die laatste provincie in 2015 de extra provinciale investeringen alsnog schrapte. Dus hebben 11 van de 12 provincies gekozen voor een minder omvangrijk Natuurnetwerk.
Alterra onderscheidt drie groepen: provincies die jaarlijks meer dan €25 miljoen investeren in natuur (Overijssel en Noord-Brabant), provincies die tussen €5 en €12 miljoen uitgeven (Groningen, Gelderland en Limburg) en de overige provincies die minder dan €3 miljoen per jaar extra geld investeren in natuur (Friesland, Drenthe, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland). De verschillen zijn vooral te verklaren uit het eigen vermogen van de provincies, zegt rapporteur Kuindersma.

Overijssel
De provincie Overijssel heeft €330 miljoen vrijgemaakt voor het Natuurnetwerk Nederland. De provincie heeft het Natuurnetwerk verkleind, maar gebieden waarvoor draagvlak is en waaraan partners financieel bijdragen heeft Overijssel alsnog in het NNN opgenomen.
De kosten van de totale NNN-opgave komen uit provinciale en rijksmiddelen, waaronder de €200 miljoen die het Rijk jaarlijks landelijk extra beschikbaar stelt. De natuurdoelen gaan zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. Bron: Provincie Overijssel, 30/05/13.

Limburg
De provincie Limburg steekt €30 miljoen in 16 projecten voor natuur, landschap en stedelijk groen. Daarmee wil de provincie de rijksbezuiniging opvangen op het Natuurnetwerk Nederland. Het zwaartepunt ligt in de regio Parkstad met natuurprojecten ter compensatie van de Buitenring rond Heerlen. Een half miljoen gaat naar de Kasteeltuinen in Arcen.

 

14. Verbod opheffen op SNL-subsidie


Provincies kunnen het verbod op SNL-subsidie opheffen dat nu geldt voor grond die gekocht is van gemeenten. Daarmee werpen provincies een obstakel op, in de hoop dat gemeenten hun natuurgebied behouden om later in te kunnen zetten voor andere doelen. Natuur is dus niet veilig bij overheden, lijkt de enig mogelijke conclusie.
Gevolg van dit subsidieverbod is dat natuurgrond vaak een kostenpost vormt voor gemeenten. Dat verantwoorden zij als investering in de recreatie voor inwoners. Het gemeentelijk natuurbezit kost dan geld terwijl landgoedeigenaren en TBO’s op talloze plaatsen natuurrecreatie bieden waarvoor gemeenten inkomsten ontvangen zoals via OZB en toeristenbelasting. Zie: http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/assets/1.-SVNL16-inclusief-wijzigingen.pdf.
Gemeenten kunnen hun natuurgrond wel in erfpacht geven. Dan blijft de grond gemeentelijk bezit. Zo heeft gemeente Brunssum de Brunssummer heide aan Natuurmonumenten in erfpacht gegeven, en heeft gemeente Apeldoorn de gehele Loenermark aan Geldersch Landschap in erfpacht gegeven.

15. Subsidie voor omzetten van landbouwgrond naar natuur


De provincies verlenen via de regeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) eenmalige subsidies voor het omzetten van landbouwgrond naar natuur. De hoogte van het subsidiebedrag bepaalt de overheid op basis van het bedrag waarmee de grond in waarde daalt. Het uitgangspunt bij taxatie is de waarde van agrarische bestemming in het economisch verkeer. Van dit bedrag wordt 85% uitgekeerd als subsidie voor de waardedaling. De vermogenspositie van de grondeigenaar verandert door de functiewijziging niet. Het geld dat in de grond zit, komt vrij. Voor eigenaren van landbouwgrond is dit dus een interessante optie, zonder grond te hoeven verkopen. Niet alle grondeigenaren kunnen subsidie aanvragen, want de landbouwgrond moet in het provinciale Natuurbeheerplan als toekomstige natuur staan aangewezen.

16. Subsidie voor investeringen


Grondbezitters kunnen bij provincies ook subsidie aanvragen voor maatregelen die het gebied geschikt maken voor natuurbeheer of de natuurkwaliteit van het terrein verhogen. De investeringssubsidie geldt dus voor landbouwgrond én voor bos en natuurterrein. Voorbeelden: aanleg van bos, ontwikkeling van soortenrijke heide, graven van een poel, of creëren van een natuurvriendelijke oever. Subsidiabel zijn de kosten voor het opstellen van het investeringsplan en de kosten voor de uitvoering van de maatregelen in het investeringsplan. Alleen de werkelijk gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking. De subsidie bedraagt maximaal 95% hiervan. Zie: bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/natuurbeheer/subsidie-aanvragen-natuur-en-landschapsbeheer.

17. Noord-Holland steunt ideeën van vrijwilligers


De provincie Noord-Holland stimuleert vrijwilligerswerk in de natuur. Daarom stelt de provincie jaarlijks €45.000 beschikbaar voor het programma Betrekken bij Groen van de samenwerkende terreinbeherende organisaties. Van 15 februari tot 15 maart 2018 konden organisaties en vrijwilligers(groepen) weer een aanvraag indienen. Vooral projecten rond jongvolwassenen in het groen, verhoging van de biodiversiteit en de verbetering van de efficiency van het vrijwilligerswerk maken kans op een bijdrage. De terreinbeherende organisaties verdelen het geld. Dit zijn: Amsterdamse Bos, Goois Natuurreservaat, IVN Noord-Holland, Landschap Noord-Holland, Natuur en Milieufederatie, Natuurmonumenten, PWN, Recreatieschap Noord-Holland, Staatsbosbeheer en Waternet. Bron: Provincie Noord-Holland, 26/04/16. Inmiddels is een werkplan opgeteld met doelen tot 2020. Zie: https://www.landschapnoordholland.nl/files/2018-07/MJP%20Betrekken%20bij%20Groen%202018-2020.pdf.

18. Subsidiecontracten voor 21 of 30 jaar


Veel sympathie wekt de provincie Overijssel met langjarige subsidies. De stichting Groene en Blauwe Diensten, opgericht door agrarische natuurverenigingen en Landschap Overijssel, had in juni 2014 2058 contracten afgesloten voor het onderhoud van 1047 kilometer aan houtwallen en singels. De contracten lopen 21 of 30 jaar. Er is een pot beschikbaar van €65 miljoen waaruit boeren die meedoen aan het beheer, betaald worden. Provincie (€50 miljoen), deelnemende gemeenten (€12,7 miljoen) en private partijen (€3,2 miljoen) vullen het Landschapsfonds. Het geld staat op een Streekrekening van de Rabobank en levert dus ook rente op. Provincie Overijssel steekt nog €6 miljoen extra in het Landschapsfonds. De stichting wil behalve boeren ook contracten afsluiten met groepen burgers, buitenlui en dorpsverenigingen.
“De stichting Groene en Blauwe Diensten heeft geen contact met agrarische gebiedscollectieven”, erkende Eibert Jongsma van Landschap Overijssel eind juni 2014 op het symposium ‘Landschap en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid’ van Landschapsbeheer Nederland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Jongsma nodigde ze van harte uit, “omdat ze veel kunnen leren van onze fouten.”

19. Overijsselse subsidie natuur en samenleving


Voor het subsidieprogramma Natuur en Samenleving van de provincie Overijssel zijn 66 projecten ingediend in 2016. Vanwege het grote aantal aanvragen van hoge kwaliteit heeft de provincie besloten het beschikbare subsidiebudget van €410.000 te verhogen met €160.000. Op basis van een puntenscore kregen 14 aanvragers een subsidie.
Het programma bestaat uit vier thema’s: Kinderen en Natuur, Groen in de Stad, Zorg en Groen en Werk en Groen. De variatie aan projectvoorstellen is groot. Binnen de categorie Kinderen en Natuur zijn er initiatieven voor vergroening van scholen en kinderopvang, een natuurlijker inrichting van kinderboerderijen en projecten met een sterk educatief karakter. Bij Groen in de Stad gaat het onder andere om groene daken, vergroening van bedrijventerreinen en een natuurlijker inrichting van stadsranden. Voor het thema Zorg en Groen bleek boven verwachting veel belangstelling te bestaan. Het gaat daarbij om aanvragen van zorginstellingen, zorgboerderijen, gezinshuizen en belevingstuinen. Voor het thema Werk en Groen voldeed slechts een aanvraag aan de criteria.
De toegekende projecten zijn:

  • Kinderen en Natuur: Natuurhus Almelo, Kinderboerderij 2.0 Hellendoorn, Tiny Forest Zwolle, Trekvaart Kampen en Natura Docet Wonderrijck Twente Diepenheim.
  • Groen in de Stad: Natuurplein Montessorischool Deventer, Groene bedrijventerreinen Enschede, Ommermars Ommen, Vergroening Rembrandtlaan Enschede.
  • Zorg en Groen: Zorgspectrum Het Zand (Zwolle, Heino, Wijhe, Nieuwleusen, Staphorst), Zorgcentrum De Posten Enschede, Zorggroep Raalte Groene Hart Salland, Revalidatiecentrum De Vogellanden Zwolle.
  • Werk en Groen: Natuurlijke activering Zenderen.

Vanwege de grote belangstelling heeft de provincie Overijssel de regeling Natuur en Samenleving in 2017 opnieuw opengesteld. De subsidieregeling heeft belangrijke wijzigingen ondergaan. Zo worden aanvragen nu op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen, bedraagt de subsidie maximaal 50% van de totale projectkosten en is het maximale subsidiebedrag vastgesteld op €35.000. Het subsidieplafond is vastgesteld op €170.000. Bron: Provincie Overijssel, 21/12/16. Zie: overijssel.nl/loket/subsidies/@LRb/natuur-samenleving-2-0. Noord-Brabant kent een soortgelijke subsidieregeling.

Natuur en Milieu Overijssel heeft een verzameldocument van subsidies en fondsen gemaakt voor groene bewonersinitiatieven en organisaties uit Overijssel. Omdat subsidies en fondsen gaan en komen, en subsidieregels telkens veranderen, is dit een dynamisch document. De jongste versie is van augustus 2018. Een recentere versie is aan te vragen via info@natuurenmilieuoverijssel.nl.  Dit document lijkt interessant voor heel Nederland omdat er nogal wat fondsen en subisidiegevers in staan die landelijk actief zijn.

20. Grote belangstelling particulieren voor natuuraanleg


Veel particulieren in Overijssel willen natuur aanleggen. Op de oproep van de provincie in 2016 om een subsidie aan te vragen voor het maken van 73 hectare nieuwe natuur kwamen aanvragen binnen voor ruim 300 hectare. Overijssel wil met de subsidie de ontwikkeling van nieuwe natuur door particulieren stimuleren. Op basis van een puntenscore zijn 22 aanvragers geselecteerd. Voor deze regeling is €5 miljoen beschikbaar.
Daarnaast is er subsidie voor het versterken van bestaande natuur. Het budget voor deze regeling is €1 miljoen en hiervoor zijn 12 aanvragers geselecteerd. Met de subsidies wil Overijssel verbetering van bestaande natuur door particulieren stimuleren.
De provincie Overijssel had als doel gesteld om in 2018 minimaal 730 hectare te realiseren via particuliere grondeigenaren. Dat doel is dus ruimschoots gehaald. Bij de regeling gaat het om grond in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk waar nu geen natuurbestemming op ligt, maar waar een eigenaar kansen voor natuurontwikkeling ziet of de kwaliteit van zijn natuurgebied wil verhogen. De natuursubsidie is onderdeel van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL). Bron: Provincie Overijssel, 13/07/16, 15/12/16 en Overijssels Particulier Grondbezit, grondbezit.nl/opg-nieuwsbericht/regeling-73-ha-nieuwe-natuur-succes.html.

21. Subsidie voor vrijetijdseconomie


De provincie Overijssel heeft een subsidieregeling vanaf 2013 voor de vrijetijdseconomie. Geld is er voor Product-Markt-Partner-Combinaties (PMPC’s) van ondernemers in Cultuur, Natuur, Zorg en Sport. Regionale marketingbureaus, brancheorganisaties en hogeschool Saxion Kenniscentrum Hospitality bieden hulp aan elke ondernemer met een idee voor samenwerking. Overijssel subsidieert tot €100.000. Voorbeelden van succesvolle PMPC's zijn Avontuurlijk Paasloo, FeelFood, Gastroeien, Vechtdalhoppen, Verbindend erfgoed en Villavelo. Zie: overijssel.nl/thema's/toerisme/innoveren.

22. Revolverend fonds


Provincie Gelderland startte begin 2015 samen met Nationaal Groenfonds het fonds 'Lenen voor Natuur'. De provinciale bijdrage is door Nationaal Groenfonds verdubbeld zodat er een budget van €8 miljoen beschikbaar is. Particuliere grondeigenaren kunnen geld lenen voor investeringen die bijdragen aan nieuwe verdienmodellen waar natuuraanleg en -beheer baat bij hebben. Bijvoorbeeld het uitkopen van een pachter of een investering in een economische activiteit op het landgoed. De rente is gelijk is aan de marktrente voor groene leningen.
"Deze leenmogelijkheid helpt landgoederen niet alleen bij het realiseren van het Gelderse Natuurnetwerk maar ook bij nieuwe verdienmodellen", aldus toenmalig gedeputeerde Jan Jacob van Dijk. "En de lening komt na verloop van tijd weer terug voor nieuwe investeringen." Groenfonds toetst de financiële haalbaarheid van de investering en verstrekt de lening.

23. Groen Blauw Simuleringskader - Stika


Provincie Noord-Brabant, de waterschappen en bijna alle Brabantse gemeenten werken sinds 2007 met een regeling waarmee zij de samenleving betrekken bij het beheren en verfraaien van het landschap. De bestuurders besloten in december 2016 tot vier nieuwe vierjarige Stika-contracten voor de regio’s Biesbosch Streeknetwerk, Midden-Brabant, Groene Woud en Horst en Raam. De afkorting ‘Stika’ staat voor Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader. Hiervoor komt in totaal €5 miljoen beschikbaar. De overheden vullen een subsidiepot waarop boeren, burgers en buitenlui een beroep kunnen doen om cultuurhistorische landschapselementen te beheren of aan te leggen, zoals houtsingels, poelen en bloemrijke akkerranden. Het bedrag dat partijen uit een regio bij elkaar brengen, wordt door de provincie verdubbeld. Deelnemers krijgen een marktconforme vergoeding. Inmiddels hebben al tweeduizend Brabanders deelgenomen aan de stimuleringsregeling. Voor meer dan 12.000 knotwilgen en 24.000 andere bomen zijn de afgelopen jaren beheercontracten afgesloten. Er zijn ook nieuwe landschapselementen aangelegd, zoals 28 hectare aan bloemrijke (akker)randen, 13 kilometer wandelpaden over boerenland en houtsingels met een totale oppervlakte van honderd voetbalvelden, ongeveer 50 hectare.
De bakermat van de Stika-regeling ligt in West-Brabant. In de jaren negentig dreigden veel dijkbeplantingen, vooral populieren, gekapt te worden. Er bestond nauwelijks animo om nieuwe te planten. Een aderlating voor het landschap dreigde. Er rees protest op uit de streek en het project ‘Dijk van een Landschap’ ging van start. Door de dijkeigenaren, vooral boeren, te subsidiëren, konden duizenden bomen en struiken terug worden geplant. Het idee kreeg veel bijval. Meer gemeenten, waterschappen en de provincie wilden ook zo’n regeling. Zo werd ‘Stika’ een brede stimuleringsregeling voor de hele provincie met een gezamenlijke financiering.
De West-Brabantse gemeenten Bergen op Zoom, Drimmelen, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Steenbergen en Woensdrecht, waterschap Brabantse Delta, Brabants Landschap en de provincie Noord-Brabant ondertekenden in december 2016 een gebiedscontract waarmee ze gezamenlijk ruim €850.000 beschikbaar stellen voor agrarisch landschapsbeheer. Voor onder meer het knotten van wilgen en aanleggen van wandelpaden kan een boer en een burger een vergoeding krijgen. De regeling van een gebiedscontract wordt uitgevoerd door Brabants Landschap in samenwerking met de agrarische natuurverenigingen in het gebied, te weten ‘Brabantse Wal’, ‘Tussen Baronie en Markiezaat’ en ‘Drimmelen’. Ze beschikken elk over een veldcoördinator die de boeren gratis voorziet van advies. Bron: Brabants Landschap.

24. Particulier Natura 2000-gebied


De particuliere eigenaren van landgoed Van Oordt’s Mersken in Beetsterzwaag gaan hun Natura 2000-gebied zelf beheren. De provincie Friesland compenseerde de waardedaling van landbouwgrond naar natuur. Deze aanpak volgde uit een LESA, een landschapsecologische systeemanalyse die inzicht biedt in de relaties tussen economie, ecologie, hydrologie, bodem en cultuurlandschap van het gebied. Fons Eysink van de Unie van Bosgroepen begeleidde dit proces. Bron: De Landeigenaar juni 2016.

Het Friese landgoed Van Oordt's Mersken in de winter. Foto: Jorn Idzerda / Flickr / CC BY-NC-ND 2.0

25. Akkoord van Apeldoorn


Een lijst van ideeën wat overheden kunnen doen, staat in het verslag uit 2010 van de werkgroep financiering van het Akkoord van Apeldoorn met de ministeries van LNV, I&M enOCW, IPO, VNG en ruim veertig maatschappelijke organisaties. (a) Europa: Gemeenschappelijk Landbouwbeleid; (b) Rijk: groene compensatie infrastructuur, MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport), nieuwe Omgevingswet, fiscale steun à la Natuurschoonwet; (c) Provincies: uit opbrengst eigen vermogen, regionale landschapsfondsen, landschapsheffing huishoudens samen met gemeenten en waterschappen van €5 tot €10 per huishouden per jaar; (d) Gemeenten: landschapsbijdragen uit bouwprojecten. Zie: www.landschapsmanifest.nl.