9. Aangepaste Natuurschoonwet blijft landgoederen steunen


‘De Natuurschoonwet 1928 (NSW) is van groot belang voor de instandhouding van landgoederen en het natuurschoon op die landgoederen. Maar op sommige punten is actualisering wenselijk.’ Dat schrijft toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam op 20 december 2016 naar aanleiding van een evaluatie van de wet.
Met de NSW wil de overheid via fiscale voordelen het natuurschoon en cultureel erfgoed op landgoederen behouden en versterken. Met de bijdragen kunnen beheerders bos en natuur aanleggen, het landgoed beheren en openstellen voor het publiek. Zie voor meer informatie over de (aanloop naar) de evaluatie en achtergronden bij de NSW: Groen Kennisnet, het Dossier NSW van de FPG en RVO.nl
Nederland telt bijna 5200 terreinen met NSW-status. Het gaat om landerijen, boerderijen, buitenplaatsen, natuurgebieden, landhuizen en kastelen. Vaak is een landgoed opgesplitst in diverse terreinen met elk een NSW-status, bijvoorbeeld omdat er een weg doorheen loopt of een dijk. Bekijk hier een overzicht van de opengestelde terreinen. 


10. Vijf suggesties van landgoedeigenaren

  • Als het rijk de limiet in de Natuurschoonwet van maximaal twintig aandeelhouders in een NSW-BV zou schrappen, komt natuurbezit binnen het bereik van veel meer Nederlanders. Om speculatie met aandelen te voorkomen, kan het Rijk de voorwaarde stellen dat zulke aandelen pas na bijvoorbeeld 25 jaar verkocht mogen worden. Op die manier krijgen veel meer particulieren en particuliere instellingen een kans om bij te dragen aan natuurbehoud. Dan groeien de betrokkenheid en het draagvlak. Nu leeft bij velen het idee dat de staat wel zorgt voor natuur en landschap. Dan komen initiatieven voor groen aandelenbezit en meer draagvlak van de grond, die ook armlastige landgoederen perspectief bieden. Als breder bekend wordt dat ook natuurgebieden van minder dan 5 hectare onder voorwaarden te rangschikken zijn onder de Natuurschoonwet, zal de interesse van particulieren groeien om dergelijke snippers te kopen en te behouden.
  • Een verruiming van de vrijstelling van de vennootschapsbelasting voor gebieden die onder de Natuurschoonwet vallen, zou eveneens een gunstige uitwerking hebben. Die wet geeft nu vrijstelling voor inkomsten uit vastgoed. Over alle andere inkomsten moeten natuurondernemers 25% vennootschapsbelasting betalen. Dat remt innovatieve verdienmodellen.
  • Landgoederen verliezen hun NSW-status als zij een natuurbegraafplaats openen met grafmarkeringen, zelfs als dat verteerbare houten schijven zijn. Dat blijkt uit ervaringen van landgoed Heidepol in Ede bij Arnhem. Dit vormt eveneens een ernstige belemmering voor de ontwikkeling naar subsidievrije natuur. De Belastingdienst kan NSW-landgoederen helpen door natuurbegraafplaatsen toe te staan, die hun grond als natuur beheren en het langjarig onderhoud daarvan gedekt hebben met rente uit een fonds.
  • Het ministerie van Financiën kan de Belastingdienst oproepen de pogingen te staken om verpachte boerderijen buiten de NSW te plaatsen. De Belastingdienst wil bereiken dat de eigenaar de WOZ-waarde van die boerderijen moet opgeven zodat er in box 3 een heffing volgt van 1,2%.
  • Gemeenten zouden de onroerendzaakbelasting (OZB) kunnen verlagen of op nul kunnen zetten voor alle eigenaren van natuur en landschap. Vrijstelling geldt nu alleen voor de grond in NSW-BV’s.


11. Obstakels biomassa wegnemen


Ondernemers met biomassa hebben 90 problemen gemeld waar zij in hun dagelijkse werk tegenaan lopen. Het kabinet Rutte-II heeft 24 belemmeringen in wet- en regelgeving opgelost. Daardoor is het makkelijker voor bedrijven om te investeren in de Biobased Economy (BBE), meldde toenmalig minister van Economische Zaken Henk Kamp in april 2013 verheugd. De Biobased Economy gaat over het gebruik van biomassa voor toepassingen zoals chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen en elektriciteit.
Voortaan kunnen tachtig nieuwe afvalsoorten als grondstof worden gebruikt voor vergisting, zoals groente- en aardappelresten. Ook is het niet meer nodig om een vergunning aan te vragen voor het opslaan van grote hoeveelheden snoeihout. Groen gas van kleine producenten kan voortaan meedoen met de aanvraag voor duurzame energiesubsidies. Minister Kamp overweegt experimenteerruimte te creëren voor de overige obstakels, omdat een wetswijziging veel tijd vergt.
Kamp: “We willen naar een duurzame economie. Dan is het goed dat ondernemers die daarin investeren, een duwtje in de rug krijgen. We nemen knellende regels weg, zorgen voor minder kosten en gedoe. Dan blijft meer tijd over om te ondernemen. Dat levert banen en inkomsten op en is dus goed voor de economie.”

Voorbeelden 

  • Uit de praktijk blijkt dat de Boswet en de Flora- en Faunawet – sinds 1 januari 2017 vervangen door de Natuurbeschermingswet - de oogst van biomassa belemmeren, meldt de website Energiebos.nl, een initiatief van Borgman Beheer, landschapsarchitect Advin, Europe’s Energy Point en Face the Future, gesteund door het ministerie van Infrastructuur & Milieu. Regelmatige en grootschalige oogst raken de grenzen van wat mag volgens de Boswet, bijvoorbeeld als het gaat om het maken van gaten en de herplantplicht.
  • De Boswet, opgenomen in de Natuurbeschermingswet, blijkt het herstel van heide te blokkeren. “We liepen tegen een raar probleem op bij het herstel van het Loonsche Land. De Boswet verplichtte ons om voor elke omgehakte boom, er 1,6 terug te plaatsen. Een deel konden we planten in het attractiepark”, meldde Bart de Boer in 2012, toen hij nog voorzitter was van de Raad van Bestuur van Efteling BV. “Maar het herstelplan dat we gezamenlijk hebben gemaakt met Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie, voorziet nou juist in het verminderen van het aantal bomen, zodat er weer ruimte komt voor hei. Gelukkig hebben we ontheffing gekregen van het ministerie.” Het Loonsche Land telt ongeveer zestig hectare en is bijna even groot als het attractiepark van De Efteling. Het Loonsche Land grenst aan het bungalowpark van De Efteling, ligt in het Natuurnetwerk Nederland en verbindt twee natuurgebieden, namelijk Huis ter Heide en de Loonsche en Drunense Duinen.

12. Gelijkberechtiging


De Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters (VGG) heeft succes geboekt. Decennialang stuitten landgoedeigenaren op ongelijke behandeling door overheden. “Terreinbeherende organisaties konden grond kopen met een blanco cheque, ook ver boven de marktprijs. Een gezond ondernemingsplan was niet nodig. De overheid betaalde wel”, aldus Oene Gorter, voorzitter VGG en tot begin 2012 directeur van landgoed Welna. "Ik ben afgestudeerd op mededinging. Toch heb ik lang niet doorzien dat het hier ging om overtreding van de mededingingsregels door overheid en TBO’s (terreinbeherende organisaties)." Een klachtprocedure van de VGG leidde in september 2015 tot de erkenning door de Europese Commissie dat sprake is van verboden staatssteun, maar tegelijk keurde de Europese Commissie deze staatssteun goed. "Provincies en Rijk hebben laten weten geen aankoopsubsidies meer op exclusieve basis te verstrekken aan TBO’s", meldt Oene Gorter in januari 2012.
De twaalf provincies hebben eind maart 2014 overeenstemming bereikt over gelijkberechtiging bij natuurontwikkeling. In de notitie ‘Beheer en Eigendom Natuur’ hebben de provincies uitgewerkt hoe zij invulling geven aan gelijkberechtiging.  Deze notitie stelt ten eerste het uitgangspunt vast dat verkoop of aanbesteding van inrichting en beheer door de provincie openbaar, transparant, marktconform en volgens het principe van gelijkberechtiging zal geschieden. Deze openbaarheid kan op verschillende manieren vorm krijgen, bijvoorbeeld door openbare inschrijving of via zogenaamde belangstellingsregistratie (website, advertentie). Er is voor gekozen om Staatsbosbeheer op dezelfde wijze te behandelen als andere beheerders. 
Maar dat is niet het einde van de Vereniging. Voorzitter Oene Gorter: “De VGG zet de Brusselse procedure door om genoegdoening te krijgen voor de geleden schade. Ik schat dat de TBO’s een miljard euro moeten terugbetalen. Dan moeten ze dus een deel van hun bezit verkopen.” Een mede-bestuurslid van de VGG, Frans van Verschuer, directeur landgoed Mariënwaerdt, schat de schade van de verboden staatssteun zelfs op twee miljard euro. Want: “Het betreft alle staatssteun aan TBO’s van de afgelopen tien jaar. Helaas zijn de leveringen uit de periode daarvoor, berekend op een veelvoud daarvan, niet meer te corrigeren.”[nbsp
In oktober 2018 heeft de Europese rechter de VGG in het gelijk gesteld en de Europese Commissie opgedragen een onderzoek te starten naar illegale staatssteun aan Natuurmonumenten en de twaalf provinciale Landschappen. Het Gerecht van de Europese Unie overweegt dat de Europese Commissie aan de hand van het gedane onderzoek niet kon concluderen dat de economische activiteiten van de TBO’s een algemeen belang dienen. De TBO's verrichten activiteiten die ook door andere commerciële partijen uitgevoerd worden, zoals houtverkoop, het ontvangen van toeristen en het verlenen van jacht- en visrechten. 
Ook overweegt het Gerecht dat de TBO’s geen gescheiden boekhouding hanteren. Die gescheiden boekhouding is van belang om er voor te zorgen dat overheidsgeld alleen naar de activiteiten gaat die de overheid wil steunen (natuurbeheer) en niet naar andere, louter private, activiteiten van de TBO's. 
In een persbericht van 16 oktober 2018 laat de VGG weten dat dit besluit kan inhouden dat de staatssteun niet goedgekeurd kan worden en dat de TBO's de ontvangen staatssteun inclusief rente terug moeten betalen aan de betrokken Nederlandse overheden.

13. Certificering versterkt gelijkberechtiging


“Certificering is een volgende stap in de professionalisering van natuurbeheer, met minder controles en meer vertrouwen in de beheerder”, aldus de toenmalige Utrechtse gedeputeerde Bart Krol bij de uitreiking van het eerste certificaat particulier natuurbeheer in de provincie Utrecht op 8 juli 2013. “Met certificering laat de beheerder zien dat hij op een zorgvuldige en planmatige manier bezig is. Elke beheerder heeft dezelfde rechten en plichten, zodat het voor de provincie niet uit maakt wie de eindbeheerder is van een terrein. Het doel staat voorop en niet het eigendom.”
Het certificaat ging naar Albert Jan van der Krol van het landgoed Splinterenburg. De gedeputeerde gaf aan dat landgoederen en particulieren altijd een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het natuurbeheer in de provincie. Een mooi voorbeeld van samenwerking noemde hij de convenanten die met een aantal landgoederen zijn gesloten.
Het aantal certificaten groeit snel voor individuele natuurbezitters (Part-Ner en Bosgroepen), maar ook bijvoorbeeld alle 12 Provinciale Landschappen hebben een certificaat gekregen bij de stichting Certificering Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer. Certificering bespaart op toezichtkosten, maar ook op de beheerkosten van de eigenaar. Aan de certificering ligt een kwaliteitshandboek ten grondslag, een interne en een externe controle.

Gedeputeerde Jan Jacob van Dijk reikt in mei 2014 een van de eerste Gelderse certificaten particulier natuurbeheer uit aan Johan Wytema van landgoed Sellink in Winterswijk. Foto: FPG

14. Ook begraven in natte gebieden


De wet op de Lijkbezorging verbiedt begraven in gebieden met een hoog grondwaterpeil. Het ruimen van lijken die onder water hebben gelegen is immers bepaald geen sinecure. Bij eeuwigdurende grafrechten vervalt dit bezwaar. Een kleine wijziging in de wet op de Lijkbezorging zou natuurbegraven in heel Nederland mogelijk maken. Dit biedt nieuwe economische mogelijkheden voor natuur- en landgoedbezitters.

15. Herstel schaderegel in jachtwet


Het ministerie van LNV zou de regel uit de oude jachtwet opnieuw in de huidige jachtwet kunnen brengen waardoor de wildschade betaald moet worden door de eigenaar van de grond waar het wild vandaan komt. “Herstel de regel dat mijn buurman de schade moet betalen als zijn herten mijn maïs opeten”, bepleit Seger baron van Voorst tot Voorst, directeur van het Nationale Park De Hoge Veluwe. “Nu jagen mijn buren niet meer, uit ideologische overwegingen. Dan moet ik maar zien of ik de schade kan claimen bij het Faunafonds.”

16. Akkoord op hoofdlijnen over pachtwet


Medio 2014 kwam er een akkoord op hoofdlijnen tot stand voor een grondige vernieuwing van het pachtrecht, het zogenaamde Spelderholt-akkoord. Vertegenwoordigers van pachters en verpachters stellen voor om de pachtprijs voor een nieuwe reguliere pachtovereenkomst door partijen zelf te laten bepalen. Daarnaast komt er een flexibele pachtovereenkomst voor hoeves, losse percelen en losse gebouwen, waarbij de pachter de pachtprijs kan laten toetsen door de Grondkamer. Bovendien komt er een nieuwe pachtvorm, namelijk loopbaanpacht. Deze pachtvorm, die voor minimaal 25 jaar geldt, biedt een pachter bedrijfszekerheid tot hij de AOW-leeftijd bereikt. Betrokkenen hopen hiermee zwarte en grijze pacht terug te dringen die geen rechtsbescherming bieden.
Meer informatie over het Spelderholt-akkoord staat in het Dossier Pacht
In de loop van 2017 kwamen gesprekken op gang tussen FPG, LTO, NAJK en TBO’s om een aantal losse eindjes van het Spelderholt-akkoord verder uit te werken. Deze verlopen in een positieve stemming, meldt FPG-directeur Berend Pastoor in het FPG-magazine De Landeigenaar van december 2017. Op de agenda staan de indexatie van de nieuwe reguliere pachtovereenkomsten, het stabiliseren van de regionale veranderpercentages, fiscaliteit rond pacht en duurzaam bodembeheer. Eind 2018 was er nog geen akkoord getekend.

 

17. Anbi en willekeurige afschrijving


Het ministerie van Financiën kan groene Anbi’s dezelfde status geven als culturele Anbi’s met een verhoging van 25 procent van de donatie van particulieren als aftrekpost in de aangifte Inkomstenbelasting en 50 procent van de donatie van bedrijven.
Met de Geefwet van 1 januari 2012 krijgen gevers extra belastingaftrek over giften aan een instelling met een cultureel doel. Culturele Anbi-instellingen hebben bovendien meer ruimte gekregen om bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien. Voor natuurorganisaties zou dit betekenen dat zij hun verdienvermogen beter kunnen benutten. Het Nationaal Groenfonds bepleit zo’n faciliteit voor groene Anbi’s, in het rapport ‘Mogelijkheden voor private en maatschappelijke financiering voor natuur’, 2014.

Het ministerie van Financiën kan ook een willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen voor natuurbeheerders mogelijk maken (op grond is dat wettelijk verboden). Op aanschaf van een bedrijfsmiddel mag de belastingplichtige 75 procent afschrijven, net als in regelingen als Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen), Mia (Milieu-investeringsaftrek) en Eia (Energie-investeringsaftrek).

18. Overheidssteun voor duurzame investeringen


Banken, investeerders en beleggers hebben sinds 2016 meer mogelijkheden om te investeren in duurzame projecten. Zo kunnen bedrijven die groene daken aanplanten en ondernemers die werken aan de opslag van zonne-energie aankloppen voor een financiering tegen gunstige voorwaarden. De toenmalige staatssecretarissen Dijksma (Infrastructuur en Milieu) en Wiebes (Financiën) hebben met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) de Groenregeling hierop aangepast.
De Regeling Groenprojecten is in 1995 gestart om met een belastingvoordeel, investeringen in duurzame projecten interessanter te maken voor beleggers. Tot 2016 was ruim €4 miljard opgehaald dat via banken tegen een gunstig tarief is uitgeleend aan duurzame ondernemers. Deze investeringen leidden in 2015 al tot een berekende 330.0000 ton minder uitstoot van broeikasgassen, wat gelijk staat aan ongeveer 41.000 huishoudens.
Met de nieuwe regeling kunnen nog meer bedrijven duurzame innovaties registreren als groene investering, waarmee ze in aanmerking komen voor de gunstige financieringsvoorwaarden. Naast initiatieven op het gebied van recycling, biologische landbouw en natuurbescherming biedt de nieuwe regeling kansen voor bedrijven die werken aan energiebesparing of die grondstoffen uit afval halen. Ook oplossingen voor de gevolgen van de klimaatverandering, zoals de opvang van overtollig water in steden, komen in aanmerking. Bron: ministerie van Infrastructuur en Milieu, 31/03/16.


19. Geldzak-BV’s inzetten voor investeren in natuur


Het ministerie van Financiën kan de fiscale regels zodanig wijzigen dat een ondernemer die zijn bedrijf verkoopt en van die ‘geldzak-BV’ een NSW-BV maakt, geen 25% vennootschapsbelasting hoeft te betalen. Idee van Oene Gorter, landgoed Welna.

20. Vergoeding voor leidingen en masten


FPG en andere organisaties van grondbezitters pleiten er al geruime tijd voor om vergoedingen in de wet vast te leggen voor leidingen boven en onder de grond en voor (zend-)masten.

21. KennisCentrum Natuur en Leefomgeving


Het Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving (KCNL) wil een broedplaats zijn voor innovatie en vakmanschap. Het ging van start op 14 juni 2016. Toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma kondigde de komst aan in de Kamerbrief van 30 juni 2014. Zij geeft €4 miljoen mee voor de eerste 4 jaar. Vanaf 2020 moet alle financiering komen van de partners uit onderwijs, ondernemingen en natuurorganisaties.
De twee pijlers van het Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving (KNL) bestaan uit het onderwijs, van middelbaar beroeps tot universitair, en het werkveld van bedrijven en organisaties. Vragen van het werkveld legt het centrum voor aan studenten die onderzoek doen en informatie verzamelen. De resultaten van deze projecten leiden tot aanpassingen in het onderwijs zodat afgestudeerden beter passen bij de beroepseisen.
De sector heeft behoefte aan professionals die de functies van natuur combineren met water, landbouw, wonen, werken, recreatie en zorg. Daarom staat het onderwijs nu aan de lat. “Want het agrarisch onderwijs heeft te weinig aandacht voor de verbinding tussen economie en ecologie”, stelt Conny Clazing (voorheen DLG, Dienst Landelijk Gebied), leider Productteam Kennis Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer van de gezamenlijke IPO/EZ organisatie. Haar team vroeg in 25 interviews naar de gewenste kennisinfrastructuur voor het nieuwe agrarisch natuurbeheer dat een voorbeeld wil zijn voor Europa. Uitwisseling van kennis blijkt niet vanzelf te gaan. “Agrarische opleidingen moeten meer aandacht besteden aan natuurbeheer en bedrijfseconomie. Zij leiden immers de nieuwe agrarische ondernemers en hun adviseurs op.
De thema’s waarop het KCNL zich richt zijn: ontwikkeling naar een duurzame stad (klimaatbestendigheid, circulaire economie, nature based solutions), ontwikkeling naar maatschappelijk natuurbeheer (burgerparticipatie, natuurinclusieve landbouw, nieuwe technologie in de groene ruimte), integrale gebiedsontwikkeling en nieuwe functiecombinaties (building with nature, sociale innovatie en gezondheid/leefbaarheid).
Aan het hoofd staat een stuurgroep die bestaat uit onderwijs- en kennisinstellingen, zoals Hogeschool Van Hall Larenstein, Vilentum Hogeschool en partijen uit het werkveld zoals Branchevereniging VHG, Staatsbosbeheer en waterschap Rijn en IJssel. Zie: http://www.groenecoes.nl/nl/coe/kcnl.htm.

22. Natuur- en milieueducatie opnemen in schoolcurriculum


Het ministerie van Onderwijs kan natuur- en milieueducatie en een natuurproject opnemen als verplicht onderdeel van het schoolcurriculum. Zo groeien draagvlak, kennis en begrip voor natuur onder de bevolking. Er bestaan al vele initiatieven in die richting, zoals het basisschoolproject ‘Van luchtkasteel tot dassenburcht. Zie: www.vltd.nl.
Het Sociaal- en Cultureel Planbureau vulde in november 2014 dat pleidooi aan met verplichte zendtijd voor de publieke omroep in navolging van de wettelijk vastgelegde taak voor cultuur.