17. Samenwerking van landgoederen

Samenwerking van landgoederen en buitenplaatsen staat in veel regio’s nog in de kinderschoenen. Dat belemmert het overleg met gemeenten en provincies. Ook een beroep op fondsen zoals de Postcodeloterij zou bij samenwerking meer kans van slagen hebben. Nu steunen fondsen nauwelijks particuliere landgoederen, maar alleen stichtingen en instituten.
In de evaluatie van het Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012 staat samenwerken centraal, bijvoorbeeld in de vorm van netwerken en een landelijk platform. De initiator van het Themajaar, René Dessing, begon in februari 2014 met een restant van de opbrengsten van het Themajaar een digitaal platform onder de vlag van de stichting Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen. Zie: skbl.nl.
Het bekendste voorbeeld van samenwerking heet Nieuw Gelders Arcadië met de landgoederenzone op de Veluwezoom. Het Landschap Erfgoed Utrecht heeft het initiatief genomen tot het Utrechts Platform Buitenplaatsen, voor uitwisseling van kennis en ervaring, gedeelde problemen analyseren en aanpakken.

In de gemeenten Rheden en Stichtse Vecht met als grootste dorpen Breukelen en Maarssen, heeft samenwerking geleid tot specifiek beleid voor buitenplaatsen. In ’s Graveland werken buitenplaatsen, Natuurmonumenten en de gemeente aan een visie op het beheer van de buitenplaatsen, uitmondend in een samenwerkingsverband.

Landgoed De Wiersse in Bronckhorst, deelnemer aan het Bronckhorster Buitenplaatsen Beraad. Foto: Esther Westerveld / Flickr

Voorbeelden. De zestien eigenaren van buitenplaatsen en landgoederen in het Gelderse stadje Bronckhorst hebben zich verenigd in BBB, het Bronckhorster Buitenplaatsen Beraad, met als doel om tot samenwerking te komen, zowel onderling als met de overheden, om behoud en ontwikkeling van dit erfgoed mogelijk te maken. Bijzonder is dat zowel terreinbeherende organisaties als particulieren meedoen. Het project krijgt steun van provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel. Het eerste BBB-product is het boekje ‘Kroonjuwelen van Bronckhorst – een gezamenlijke verantwoordelijkheid’, dat eind november 2013 aan het gemeentebestuur is aangeboden. De trekkers zijn Nel Viersen (’t Enzerinck), Evert-Kees en Jennine van de Plassche (De Wyldenborch), Age Fennema (De Wiersse), Leo Cleiren (Geldersch Landschap en de Kieftskamp), Gerrit Jan Liet (’t Zelle), Harald van den Akker (Natuurmonumenten en Hackfort).

Het Gelders Genootschap heeft in 2013 het gebiedsinitiatief De Graafschap genomen. Dat project moet de evenknie worden van Gelders Arcadië op de Veluwezoom en heeft wel wat weg van het landgoederenproject in Beetsterzwaag. De idee is dat De Graafschap een programmaopzet krijgt, waarbij Bronckhorst een subprogramma is, waaronder een aantal individuele projecten vallen, maar ook een aantal gezamenlijke projecten worden uitgevoerd op het gebied van erfgoed, cultuurhistorie, landschap, water, natuur en economie. De focus ligt op functieverandering in combinatie met restauratie en behoud, en op het ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal economisch profiel waarbinnen de buitenplaatsen en landgoederen ontwikkelingsruimte krijgen.

Kruisbestuivingen kunnen ontstaan met het al langer bestaande, door de FPG overgenomen initiatief Landgoedbedrijf van Liesbeth Cremers, Kien van Hövell tot Westerflier, Charlotte Rauwenhoff en Willem de Beaufort. In een Green Deal van drie jaar heeft het Landgoedbedrijf stappen gezet in het verbeteren van de relaties met lagere overheden. Zie: hetlandgoedbedrijf.nl.
De vier initiatiefnemers willen dat landgoederen ruimte krijgen voor maatschappelijk ondernemerschap. Landgoedeigenaren hebben bij elke functie – landbouw, water, gebouwen, natuur, educatie – steeds met andere ambtenaren en andere afdelingen te maken. Een plan oogst enthousiasme bij de ene afdeling, maar botst met de andere.
De vier voorlopers spreken uit ervaring. Kien van Hövell was op haar landgoed Grootstal vijftien jaar bezig met een bouwvergunning voor een educatief centrum. Charlotte Rauwenhoff van landgoed Tongeren wilde een nieuwe boerderij ter vervanging van vijf bestaande, maar liep tien jaar tegen wet- en regelgeving aan. Willem de Beaufort werd op Beekzicht geconfronteerd met een rondweg die het landgoed zou doorsnijden. De vierde initiatiefnemer, Liesbeth Cremers van landgoed Vilsteren, kent net als de anderen diverse voorbeelden van afdelingen op een provincie of een gemeentehuis die niet voldoende met elkaar afstemmen.
Multifunctionele landgoederen bieden oplossingen in een tijd van forse bezuinigingen, stellen de vier, maar dan moet de overheid een plan als geheel beoordelen en niet afwijzen op één aspect. “Daartoe wil de groep een nieuw contract met de samenleving. Dat is de hoofdlijn”, verklaart Henk Smit van adviesbureau Wing in Wageningen, dat het initiatief begeleidde dankzij een subsidie van het ministerie van EL&I. “Anders gezegd: de landgoedeigenaren willen ambtenaren alle informatie geven in ruil voor maatwerk en meedenken.” De eerste resultaten bleken tijdens de slotmanifestatie van de Green Deal op 9 januari 2014: “In de gemeente Ommen hebben vijf landgoederen bewerkstelligd dat de gemeente voortaan een brede afweging maakt bij nieuwe initiatieven. Gestimuleerd door het Landgoedbedrijf is in de Agenda Landgoederen van de provincie Overijssel en in het nieuwe landgoederenbeleid van de provincie Gelderland ruimte gemaakt voor maatwerk bij de ontwikkeling van verdienende functies.”

De stichting Kempische Landgoederen op de grens van Noord-Brabant met België verenigt de landgoederen De Hoevens, Nieuwkerk, Wellenseind, De Utrecht, Gorp & Roovert. Samen tellen zij 4200 hectare. De landgoederen hebben om steun gevraagd voor het toezicht, vooral op drugsafval. Verder maken zij zich sterk voor economische dragers als streekproducten en woningen in erfpacht. Zie: kempischelandgoederen.nl

Inmiddels hebben de provincies Utrecht en Noord-Holland geld beschikbaar gesteld voor het opruimen van drugsafval. Zie: noord-holland.nl/Actueel/Archief/2018/Januari_2018/Subsidie_opruiming_drugsafval

 

18. Samenwerking Natuurmonumenten met bedrijven 

Het plan van Natuurmonumenten voor de aanleg van de Marker Wadden bij de Houtribdijk in het Markermeer is om meer redenen bijzonder. Natuurmonumenten wordt geen eigenaar. De rijksoverheid geeft 3300 hectare in erfpacht à €1 per hectare. Het Markermeer is een Natura 2000-gebied, maar als gevolg van een slibprobleem lijken de doelen voor natuur en recreatie onhaalbaar. Dat zet het hele gebied op slot, want vrijwel elke uitbreiding van bijvoorbeeld een jachthaven mag niet. Dus hebben watersportsector, beroepsvisserij en overige recreatie er belang bij dat het ecologisch probleem wordt opgelost. De aanleg van de Marker Wadden maakt allerlei economische activiteiten mogelijk. Een incidentele investering kan dus tot structurele inkomsten leiden.
Na €15 miljoen van de Postcodeloterij, €1 tot maximaal €5 miljoen van provincie Flevoland en €30 miljoen van de ministeries EZ en I&M was nog bijna €25 miljoen nodig. EZ heeft in september 2016 nog eens €4 miljoen toegewezen. Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat hopen op €9 miljoen van de Europese Unie.
Projectdirecteur Natuurmonumenten Roel Posthoorn denkt voor de resterende veertig procent aan diverse bronnen, zoals de beroepsvisserij die profiteert van de groeiende visstand als het slib is vastgelegd in de eilanden, de water- en recreatiesector die weer kan groeien. De animo van deze sectoren om mee te investeren is, tot teleurstelling van Natuurmonumenten, nog gering.
Maar in maart 2017 kwam er goed nieuws. Vanaf 8 maart begon Boskalis in opdracht van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten met het tweede eiland, dat in juli werd opgeleverd. daarna volgden het derde, vierde en vijfde natuureiland. In de zomer van 2018 vallen de nieuwe eilanden droog en krijgt moerasvegetatie de kans. In 2020 vindt de laatste afwerking plaats en vanaf dat moment blijft de natuur ongemoeid. Achter een kilometers lange zanddam liggen de eilanden beschermd tegen storm. Het eerste eiland meet 250 hectare, de vier nieuwe eilanden samen worden ongeveer 750 hectare groot. Bij elkaar een eilandengroep van 1000 hectare.

De bouw van de Marker Wadden werd uiteindelijk mogelijk dankzij publieke en private bijdragen van de ministeries van Economische Zaken en Infractructuur en Milieu, de provincies Flevoland en Noord-Holland, de Postcode Loterij, het Wereld Natuur Fonds,  Vogelbescherming, Sportvisserij Nederland, Arcadis, Boskalis, RHDHV, Adessium Foundation, ING en Natuurmonumenten. Aanleg van het hoofdeiland kostte €50 miljoen. Aanleg van de overige eilanden is door dit baken een stuk goedkoper. In totaal kost de beoogde archipel met 5 eilanden €75 miljoen.
Naast het geld voor de aanleg komt er ook geld voor wetenschappelijk onderzoek naar het bouwen met slib en het verbeteren van de natuur- en waterkwaliteit van het Markermeer. Minister Melanie Schultz maakte tijdens haar werkbezoek op 8 maart 2017 bekend dat zij daarvoor een extra bijdrage van €1,5 miljoen beschikbaar stelt: “Marker Wadden gaan ons een unieke schat aan nieuwe informatie opleveren. Daarmee versterken we de internationale koppositie van Nederland op het gebied van waterbouw en natuur. Nieuwe praktische en fundamentele kennis van ‘building with nature’ kunnen we wereldwijd toepassen.” Ook Deltares, stichting Ecoshape en Natuurmonumenten investeren in het onderzoek.
Marker Wadden is vanwege het innovatieve karakter en de verwachte nieuwe kennis onderdeel van de Topsector Water. Diverse bedrijven willen de vereiste technieken hier uitproberen om ze later te kunnen exporteren en vermarkten.

Recreatie zal niet genoeg opleveren, verwacht Ben Viveen, alliantiemanager van Rijkswaterstaat. De alliantie van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten denkt aan verhuur van hooguit 24 ligplaatsen, een aanlegplaats voor een toeristenboot die bijvoorbeeld vanuit de Bataviahaven in Lelystad heen en weer zal varen en enkele ecolodges op het grootste eiland. Andere voorzieningen: een recreatiestrand, wandel- en knuppelpaden, speelnatuur, vogelkijkpunten en De Steltloper, een 12 meter hoge uitkijktoren. De toegankelijkheid beperkt zich tot het hoofdeiland. De vier achterliggende, kleinere eilanden zijn voor vogels.  Zie: Marker Wadden.

 

19. Gebiedsaanpak met veel partijen


Twintig partijen uit de sectoren overheid, land- en tuinbouw, bedrijfsleven en natuur hebben een bestuursovereenkomst getekend voor een investering van €76 miljoen in de kwaliteit van het gebied langs de A59 tussen Den Bosch en Waalwijk, de zogenaamde Oostelijke Langstraat. Hiermee gaat de regio er fors op vooruit in infrastructuur, natuur, water en leefbaarheid. De bedrijvenplatformen van Waalwijk en Heusden vinden de gebiedsontwikkeling van zo’n groot belang dat op hun verzoek het bedrijfsleven in die gemeentes via een vrijwillige verhoging van de OZB €15 miljoen bijdraagt.
De gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat bestaat uit een groot aantal projecten die de oost-west-doorstroming over de A59 bevorderen. Door volwaardige knooppunten te bouwen bij Drunen-West en Den Bosch-West kunnen vier zeer korte afritten gesloten worden. Door het afmaken van de parallelstructuur wordt regionaal verkeer van de snelweg geweerd. Ook zal Rijkswaterstaat de brug bij het Drongelens kanaal vervangen, wat snellere doorstroming mogelijk maakt.
De gebiedsontwikkeling betreft projecten die natuurverbindingen onder de A59 bevorderen. Het gaat om ontbrekende schakels tussen natuurgebieden ten noorden en ten zuiden van de A59, namelijk het Vlijmens Ven/Moerputten, Loonse en Drunense Duinen, Hooibroeken, Sompen en Zooislagen. Het gaat om zones van 25 meter tot soms 80 meter breed. Op twee plaatsen kunnen dieren onder de A59 door: in de Baardwijkse Overlaat bij Waalwijk ligt inmiddels een tunnel, bij Vlijmen wordt er ook een aangelegd. De laatste dient om in gevallen van extreem hoogwater in de Aa en de Dommel, veel water te kunnen afvoeren.
De twintig partijen zijn de provincie Noord-Brabant, waterschap Aa en Maas, de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Heusden en Waalwijk, ZLTO-afdeling Oostelijke Langstraat, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Brabantse Milieufederatie, MKB Heusden, Bedrijvenplatform Waalwijk, Kamer van Koophandel Brabant, Recron Brabant, Eigen Vervoerders Organisatie (EVO), Transport en Logistiek Nederland (TLN), Brabants Particulier Grondbezit, Fietsersbond de Langstraat, Heusdens Bedrijvenplatform en Brabants-Zeeuwse Werkgeversvereniging.
Bron: Provincie Noord-Brabant, 26/09/13.

Ander voorbeeld. Een groot gebied in de Kempen van Noord-Brabant gaat tot 2025 op de schop. De gebiedsopgave bestaat uit de aanleg van een nieuwe N69, lokale maatregelen om sluipverkeer tegen te gaan en investeren in natuur, water, landbouw, landschap en recreatie. Onder het zogenaamde Impuls-uitvoeringsconvenant voor Grenscorridorgebied N69 hebben bestuurders van provincie Noord-Brabant, gemeenten Bergeijk, Eersel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre, ZLTO, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en waterschap De Dommel eind 2016 hun handtekening gezet.
Hiermee leggen de partijen vast hoe zij gezamenlijk de voorbereiding en uitvoering van de projecten die voortvloeien uit de gebiedsopgave op elkaar afstemmen. De partijen investeren samen €24 miljoen. Daarvan komt de helft van provincie Noord-Brabant. Waterschap De Dommel coördineert het programma. Dat bestaat uit acht deelprogramma’s met maatregelen in het Dommeldal de Hogt, Dommel-Zuid, De Run, Einderheide, de Keersop, de Malpie en deelprogramma’s fiets- en wandelpaden en een programma voor landbouw. Per deelprogramma organiseerde het waterschap voor de zomer van 2017 bijeenkomsten voor partijen en bewoners uit het gebied om samen te komen tot een schetsontwerp. Bron: waterschap De Dommel, 01/12/16. Zie: grenscorridorn69.nl.