20. Beleggingsfonds Natuurmonumenten 

Natuurmonumenten belegt in een fonds van ruim €200 miljoen, met twee doelen. Het rendement gaat naar aankoop en beheer. Het tweede doel is om met dat geld het dagelijkse werk voort te kunnen zetten als de inkomsten terugvallen. Omdat een deel van de achterban vraagtekens zet bij een beleggingsfonds, staat op de website een verklaring en uitleg over het fonds. Deze kunt u hier terugvinden. 

21. Nieuw fonds helpt landgoederen  

Landgoederen met kleine of grote opgaves helpen in hun voortbestaan. Dat is het doel van het Holland Landgoed Fonds dat 1 januari 2016 van start ging. Participanten hebben tot begin 2017 €20 miljoen ingelegd. Directeur Arjan Jurry bespreekt de kansen met diverse landgoederen. Een ondernemingsplan met een stevige financiële basis vormt een vast onderdeel van elke overname. Bij succes gaat dit fonds een rol spelen in de landgoedsector, zowel in financiering als in het stimuleren van innovatieve economische dragers.
Frederik van Beuningen van landgoed Anderstein liep al lang rond met dit idee. Hij zag landgoederen in geldnood, zonder erfgenamen of met eigenaren die hun aandelen wilden verkopen maar geen familieleden vonden met voldoende kapitaal. Gevolg is een gestage daling van het aantal particuliere landgoederen, omdat verkoop aan een terreinbeherende organisatie (TBO) zoals Natuurmonumenten vaak het enige alternatief was.

Op landgoed Anderstein in Maarsbergen ontstond het idee voor het Holland Landgoed Fonds. Foto: Hans Dinkelberg / Flickr

Het Holland Landgoed Fonds gaat investeren in landgoederen met een fiscaal gunstige NSW-status (Natuurschoonwet) van minimaal twintig hectare. Fondsdirecteur Arjan Jurry verwacht een rendement van 1 à 2% na aftrek van inflatie en kosten. Opbrengsten haalt het fonds uit huur, pacht en bosbouw. Waardestijging van vastgoed is niet opgenomen in de rendementsverwachting.
Tegenover dat bescheiden rendement staat een lager risicoprofiel, want grond blijkt als belegging minder volatiel dan aandelen en valuta’s. Bovendien krijgt dat kapitaal een maatschappelijk nuttige rol, namelijk het mooi en vitaal houden van het buitengebied. Jonkheer Hector de Beaufort, voorzitter van de Raad van Toezicht: “De kwaliteit van natuur en landschap staat onder druk als gevolg van de dalende overheidssubsidies. Een stijging ligt de komende jaren niet in de verwachting, eerder een verdere daling.”
Waarin investeert het Holland Landgoed Fonds? Hector de Beaufort: “Hele landgoederen, omdat we opsplitsing willen voorkomen. Dat kan zelfs met gesloten beurzen. De familie krijgt dan participaties in het Holland Landgoed Fonds ter waarde van het ingebrachte landgoed.” Maar het fonds accepteert ook een minderheidspositie. De Beaufort: “Als bijvoorbeeld twee neven hun aandeel in een NSW-BV willen verkopen maar de drie andere neven hebben niet genoeg geld, dan kunnen wij inspringen.” Hij ziet nogal wat landgoederen worstelen met illiquide aandelen.
“Ook bij erfenissen kunnen wij helpen”, vult De Beaufort aan. “Als bijvoorbeeld een erfgenaam geen aandelen wil, maar geld. Dan kan het geheel in stand blijven, zonder dat er aandelen in handen komen van een buitenstaander met misschien wel een heel andere visie dan de familie.” Het Holland Landgoed Fonds ziet ook mogelijkheden in potentiële NSW-landgoederen, dus landgoederen die na aanpassingen een NSW-status kunnen krijgen.
Directeur Arjan Jurry zegt met nadruk: “We gaan niet actief ondernemen. We beperken ons tot investeringen die passen binnen de NSW-status. We zijn een besloten fonds voor gemene rekening.” Families kiezen vaak voor zo’n fonds om een deel van het familiekapitaal af te zonderen met als doel dit vermogen van generatie op generatie over te dragen. In een dergelijk fonds is de verhandelbaarheid van de participaties beperkt, want ze mogen alleen verkocht worden aan het fonds zelf, bloed- en aanverwanten.
In alle gevallen komt er een landgoedplan dat duurzame instandhouding als doel heeft. Met een glimlach richting interviewer wijst Hector de Beaufort naar een exemplaar van het boek Ondernemen met Natuur. “We gaan zeker putten uit de vele modellen en voorbeelden uit dat boek. Want een landgoed moet renderen met eigen inkomstenbronnen, zonder afhankelijkheid van subsidies.”
Zo’n landgoedplan zoekt naar functiekoppelingen tussen natuur, economie, landbouw, zorg, recreatie en meer, meldt het prospectus, aansluitend op de Rijksnatuurvisie die er naar streeft dat natuur en economie van elkaar profiteren. Het prospectus noemt bronnen van waardecreatie als zorgconcepten, natuurbegraafplaatsen, recreatie, duurzame energie, biologische landbouw en natuurontwikkeling.
Participanten kunnen deelnemen met een minimum van €200.000. Deze beleggingen vallen buiten het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten, omdat de AFM bij zulke grote bedragen verwacht dat de investeerder voldoende kennis heeft om de risico’s in te schatten. Het Holland Landgoed Fonds is wel AFM-geregistreerd. Prospectus en structuur van het fonds voldoen aan de AFM-eisen.
Voorzitter De Beaufort signaleert interesse bij particuliere stichtingen die hun beleggingsrisico willen spreiden, bij goededoelenfondsen voor wie deze investering past in hun beleggingsbeleid en bij particulieren die iets moois willen doen met hun kapitaal. Deze laatste groep van natuurmecenassen of groene filantropen investeert nu vaak in het buitenland. De Beaufort verwacht bij concrete projecten interesse van vermogende Nederlanders. “Het fonds vormt een intermediair tussen vermogenden en goede plannen. Zij krijgen behalve dividend met een laag risico ook een netwerk van interessante mensen."
“De kosten hebben we tot nu toe uit eigen zak betaald”, vertelt directeur Arjan Jurry. “Straks krijgen directie en Raad van Toezicht een beloning in contanten en in participaties. Daarmee geven we aan dat we er zelf ook vertrouwen in hebben. Per participatie rekenen we 1% emissiekosten ter dekking van de gemaakte kosten.”
In april 2016 begon Jurry met een toer langs diverse rentmeesters om hun interesse te peilen. “We beginnen bij 20 hectare, liefst een combinatie van bos, natuur, landbouw en vastgoed. Ook nieuwe landgoederen onderzoeken we, mits van voldoende oppervlakte, dus geen kleintjes van 6 hectare.” Hector de Beaufort onderstreept dat het fonds in het begin behoefte heeft aan een paar goede, aansprekende projecten.
Arjan Jurry is eigenaar van De Wilde Tuinconsultants dat adviezen geeft aan vermogende particulieren in Nederland, België, Frankrijk en Engeland. Hij is directeur van private equity maatschappij Esse Non Videri Investments van de familie Van Beuningen, voorzitter van het Elise Mathilde Fonds, een goededoelenstichting van de familie Van Beuningen. Als fondsdirecteur lopen zijn belangen in lijn met die van de participanten omdat de familie Jurry en diens familiestichting 10% van het fondsvermogen heeft toegezegd.
Hector de Beaufort kijkt naar het fonds als een professional, maar overweegt ook: “Als je je een beetje nuttig wil maken, is dit goed bestede tijd.” De Beaufort is senior partner van advocatenkantoor Clifford Chance LLP en onder meer voorzitter raad van commissarissen Credit Europe Bank NV, voorzitter raad van commissarissen landgoed Den Treek-Henschoten BV bij Amersfoort en voorzitter van het Von Gimborn Arboretum te Doorn.
Deskundigheid zit in de Raad van Advies met Frederik van Beuningen (1949) en Erik Somsen (1950), beëdigd rentmeester NVR, tot zijn pensionering medio 2016 directeur Landelijk Vastgoed van ASR Vastgoed Vermogensbeheer. Nog meer kennis en ervaring zit in de Raad van Toezicht die fungeert als klankbord voor de hoofdlijnen van het beleid. Naast De Beaufort zitten er in die Raad van Toezicht de CCO van Heineken NV, jonkheer Jan Derck van Karnebeek en jonkheer John Loudon, CEO en dagelijks bestuurder van de Commonland Foundation die werkt aan wereldwijde landschapsrestauratie. Loudon is ook treasurer van het Prins Bernhard Natuur Fonds en gedelegeerd internationaal bestuurslid van de Peace Parks Foundation. Meer informatie en prospectus: hlfonds.nl. Zie artikel in De Landeigenaar.

Achtergrond en voorbeelden

  • Een van de weinige fondsen waar particulieren kunnen beleggen in grond heet Rhoon, Pendrecht en Cortgene (RPC). De gefortuneerde familie Van Beuningen raakte in 1995 bij het fonds betrokken, samen met enkele stichtingen. De overdracht vond plaats tegen ƒ330 per aandeel. Sindsdien is de koers gestegen tot €602, naast een dividenduitkering in die periode van €140. “We hebben daarmee beter gescoord dan het gemiddeld rendement op de beurs”, zegt beheerder Frederik van Beuningen. Die sterke groei van de waarde dankt RPC aan het opschudden van het enigszins ingeslapen fonds. Het fonds vond in het Kadaster percelen en wegen waarvan niet bekend was dat ze toebehoorden aan RPC. Ook zijn erfpachtcontracten herzien, met een canon die in veertig jaar niet was verhoogd. En in Barendrecht kon het fonds een perceel van vijftig hectare bestemd voor woningbouw verkopen aan het Bouwfonds.
    Zulke uitschieters verwacht Frederik van Beuningen de komende jaren niet meer. RPC biedt beleggers naar verwachting een inflatiebestendige investering en een beperkt dividend, maar meer niet. Jaarlijks wordt minder dan 1% van de aandelen onderling verhandeld, meestal vanwege overlijden van een deelnemer.
    “Het bezit van grond biedt goede nachtrust en ook een beetje rendement”, ervaart Van Beuningen. Een forse rente­stijging ziet hij als grootste risico. Dan stappen beleggers wellicht over naar vastrentende waarden. Maar zijn geloof in agrarisch vastgoed zal daardoor niet wankelen. “Je moet een beetje eigenwijs zijn. Grond blijft altijd een onderdeel van mijn beleggingsportefeuille.”
    Wat vooral zekerheid biedt, is dat landbouwgrond nooit ongebruikt blijft liggen en altijd wel geld opbrengt. Dit in tegenstelling tot kantoren waar leegstand kan optreden. Nederlandse akkers voorzien in een groeiende wereldwijde behoefte aan hoogwaardig voedsel. Een goed voorbeeld is pachter Evert Rienks in Flevoland, vertelt Van Beuningen. Rienks zag de exploitatie van zijn bedrijf verbeteren na de overschakeling in 1996 op biologische teelt. Hij verbouwt voornamelijk broccoli, bloemkool, peen en ui. Hij levert de producten op basis van jaarcontracten aan supermarkten. De arbeidsintensieve bewerking van biologische producten wordt meer dan goedgemaakt door de hogere opbrengstprijs ten opzichte van de gangbare landbouw. Van Beuningen: “De kracht van de kavel is een gezonde bodem. De grond wordt gevoed met groenbemesting, niet met kunstmest. Het is topgrond.” Bron: Financieele Dagblad.
    Diverse deskundigen onderbouwen met cijfers dat de aankoop van grond een rendabele investering is, ook als de grond een natuurbestemming heeft en ook vergeleken met aandelen, grondstoffen en valuta. In een interview voor het boek Ondernemen met Natuur berekent Erik Somsen, toenmalig directeur Landelijk Vastgoed van ASR hoe hij op een gemiddeld rendement van meer dan 6% komt. Ook Hein van Beuningen, directeur NSW-BV Anderstein spreekt positief over het rendement van grond.
  • Voor particuliere beleggers liggen er mogelijkheden als het beleggingsfonds Fagoed ook voor hen toegankelijk wordt. Nu haalt Fagoed alleen geld op bij institutionele beleggers. Fagoed koopt cultuurgrond (totaal 5500 hectare) en vestigt tegelijk zakelijk recht van erfpacht. Voordelen: canon en transactiekosten zijn fiscaal aftrekbaar voor de inkomsten- en de vennootschapsbelasting, bovendien geen overdrachtsbelasting. De erfpachter heeft het recht van terugkoop en kan dus profiteren van grondprijsstijging. Zie: fagoed.nl.

  • De overheid legt beperkingen op aan beleggen in dergelijke fondsen. Beleggen kan alleen met kleine bedragen, zoals adopties van een koe, een kip of een boom. Participaties hoger dan €50.000 kunnen zonder dure toets van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het kabinet-Rutte wil dit grensbedrag verdubbelen tot €100.000 om een grotere groep beleggers te beschermen. Uitzonderingen zijn er alleen voor groenfondsen, maar die krijgen steeds minder fiscale steun, of een subfonds onder een AFM-getoetst paraplufonds. Bron: MFL-rapport ‘Beleggen in grond voor Multifunctionele Plattelandsondernemingen en de Fiscus’. Zie: multifunctionelelandbouw.net/system/files/documenten/rapport_beleggen.pdf.

22. Mix van beleggen en schenken

Een mix van schenking en belegging zit in het project ‘Duurzaam investeren in cultuurlandschap’. Jaap Dirkmaat van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) heeft samen met vermogensbeheerder Optimix een fiscaal gunstige beleggingsvorm ontwikkeld, profiterend van de Anbi-status van VNC. Geïnteresseerden schenken geld voor herstel en onderhoud van bijvoorbeeld een dassenburcht, een houtwal of een heg. Een deel van het geld gaat naar herstel, een tweede deel naar tien jaar onderhoud, de rest belegt Optimix. De vermogensbeheerder verwacht dat het rendement van die belegging na tien jaar groot genoeg is voor het onderhoud van nog eens tien jaar. Het belegde bedrag wordt dus niet aangesproken. Bij normale economische omstandigheden biedt dit model een nooit eindigende bron voor het onderhoud. Waarschijnlijk als gevolg van de crisis, blijkt de animo nog niet groot, meldt toenmalig VNC-adjunct-directeur Egbert Jaap Mooiweer in februari 2014. 
Twee jaar later blijkt Egbert Jaap Mooiweer bezig met een nieuwe vorm van beleggen in de natuur. Hij sprak in juli 2016 op BNR Nieuwsradio over plannen om samen met de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) een fonds op te zetten, inclusief beursnotering, waar beleggers kunnen investeren in landbouwgrond, boeren kunnen vergroenen en de biodiversiteit bevorderd wordt. 


23.
Groen beleggen en sparen

Het benutten van spaar- of beleggingsgeld voor projecten die een positief effect op natuur en milieu hebben, wordt door de overheid gestimuleerd via de fiscale Regeling Groenprojecten. Doordat de overheid een belastingvoordeel geeft aan groene beleggers en spaarders, kunnen banken een lening tegen een lager rentetarief verstrekken voor diverse categorieën projecten, waaronder natuur. Projecten die een zogenaamde groenverklaring hebben, kunnen tegen een lager rentepercentage geld lenen. Groen beleggen geeft dus een lager rendement voor beleggers, wat gecompenseerd wordt door belastingvoordelen – nu oplopend tot 1,9% - voor groen beleggen. Het eerste kabinet-Rutte was van plan de regeling geheel af te bouwen, namelijk vanaf 2010 in 3 jaar tot nihil. In 2012 stopte het kabinet deze afbouw. De belangstelling voor groenfondsen neemt de laatste jaren weer toe, melden zowel ASN Bank als Triodos. Dat komt omdat de afbouw van het fiscale voordeel is gestopt en de overheid toch nog 1,9% belastingvoordeel garandeert. Bron: ‘Mogelijkheden voor private en maatschappelijke financiering voor natuur’, Nationaal Groenfonds, 2014.

De Belastingdienst heeft ongeveer tien groene fondsen aangewezen, waaronder fondsen van alle grote banken met bijbehorende voordelen. De fiscale vrijstelling van 1,2% in box 3 (vermogensrendementsheffing) blijft. Ook de heffingskorting van 0,7% blijft, in tegenstelling tot eerdere plannen. De vrijstelling is in 2017 gemaximeerd op €57.385 en met fiscale partner op €114.770. ABN Amro, ING en Rabobank beschikken over groencertificaten om het fiscaal gunstige groene sparen aan te bieden. Zie: website van  Belastingdienst, Groene Beleggingen en de aangewezen fondsen.