“Laten zien dat we resultaten kunnen boeken zónder opgelegde verplichtingen”
Geschreven door: Jacomien Voorhorst, redacteur De Landeigenaar
“Ik ben blij dat het nieuwe kabinet vaart maakt en koers wil houden met het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)”, stelt ze opgelucht. “Maar”, zo waarschuwt ze ook: “De nadere uitwerking is nog niet helder. Hoe verder we naar de toekomst kijken, hoe onduidelijker het wordt. We moeten de vinger aan de pols houden.”
BoerenNatuur is de koepel van de agrarische collectieven die de spil vormen tussen individuele boeren en andere agrarische grondbezitters die beheer uitvoeren in het kader van de subsidieregeling Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer.
Het vorige kabinet-Schoof verhoogde het budget voor agrarisch natuurbeheer van 120 miljoen euro per jaar met 500 miljoen euro. Fors meer geld. Het kabinet-Jetten zet die lijn voort, maar nog onduidelijk is welk deel van al die miljoenen wordt besteed via het ANLb. Volgens Klever is een deel van dat geld ook bestemd voor onder andere gebiedsspecifieke maatregelen en zaken als afwaardering van grond.

Marije Klever, voorzitter van BoerenNatuur, de koepelorganisatie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer.
Foto’s: Pim Mul
Op zoek naar nieuwe deelnemers
Hoeveel geld is er straks beschikbaar voor het agrarisch natuur- en landschapsbeheer?
“In de vorige kabinetsperiode was er sprake van circa 293 miljoen euro vanaf 2030, specifiek voor het ANLb. We weten nog niet precies wat het nieuwe kabinet ervoor uittrekt, maar ik ga er gemakshalve vanuit dat het in ieder geval niet minder wordt. Dat geld kunnen we de komende jaren nog niet direct ieder jaar wegzetten. Dat moeten we opbouwen en dat kost tijd. Onze kracht is dat we samen met de boeren kijken welk beheer waar het beste past, zowel binnen de bedrijfsvoering als ecologisch gezien. Die puzzel goed leggen kost tijd. Er komt meer ruimte voor nieuwe deelnemers, maar die moeten de kans krijgen om stap voor stap kennis te maken met het agrarisch natuur- en landschapsbeheer.
"Beheer moet voldoende omvang, intensiteit en clustering hebben"
In 2026 gaan we eerst op zoek naar nieuwe deelnemers, maar ook kijken we bijvoorbeeld naar de aanleg van nieuwe landschapselementen. Er moet namelijk wel iets te beheren zijn, dus we zetten fors in op de aanleg van kruidenrijke randen, heggen, hagen, poelen en dergelijke.
Ook is nog niet duidelijk hoe we in de toekomst het geld gaan verdelen en wat voor soort pakketten we gaan ontwikkelen. Dit jaar is de manier van werken voorlopig nog hetzelfde als voorgaande jaren. De collectieven werken zoals ze altijd gewerkt hebben, de verdeling over de provincies blijft nog een jaar zo.”
Wat gaat er volgend jaar veranderen?
“Vanaf 2027 zou bij de plannen van het vorige kabinet het geld voor het ANLb niet via de gebruikelijke verdeelsleutel worden weggezet, maar gaan Rijk en provincies naar verwachting meer gebiedsspecifiek prioriteren. Ik denk dat dit bij het nieuwe kabinet zo blijft. Maar dat is best lastig voor de collectieven. Die snappen wel dat dat nodig is gelet op de opgaven, maar het geeft ook veel onzekerheid en onduidelijkheid over wat er in de toekomst in hun werkgebied mogelijk is.”
Waar liggen de nieuwe opgaven?
“Waarschijnlijk bij de overgangsgebieden. Dat zijn de zones rondom de Natura 2000-gebieden. Prioriteit ligt er ook bij de bescherming van weide- en akkervogels en bij de veenweidegebieden. De provincies geven uiteindelijk de kaders aan. Een complicerende factor is dat provincies en Rijk niet altijd gelijk oplopen. Ik hoop en verwacht dat we als BoerenNatuur kunnen helpen om dat proces vlot te trekken. Wij weten als geen ander waar de potentie qua beheer ligt, namelijk daar waar de boeren en andere grondbezitters zitten die mee willen en kunnen doen. Daar kun je op inspelen en op die manier krijg je een proces van onderop. Sommige collectieven werken op deze manier al goed samen met de provincie, maar uiteindelijk heeft het Rijk een heel bepalende rol. Het geld voor de uitbreiding is immers landelijk geld.”

Klever: “Onze kracht is dat we samen met de boeren kijken welk beheer waar het beste past, zowel binnen de bedrijfsvoering als ecologisch gezien.”
ANLb remt de achteruitgang
Werkt agrarisch natuurbeheer? Er is namelijk ook kritiek.
“Op regionaal en lokaal niveau worden er successen geboekt, maar de ecologische evaluatie van het ANLb laat zien dat op landelijk niveau de achteruitgang van veel soorten niet is stopgezet. Wel remt het ANLb die achteruitgang. De evaluatie maakt duidelijk dat beheer voldoende omvang, intensiteit en clustering moet hebben.
Momenteel vindt agrarisch natuurbeheer plaats op slechts circa 6 procent van het landbouwareaal en dat is gewoon veel te weinig. Het is logisch dat je daarmee niet de hele biodiversiteitsachteruitgang kunt stoppen. Er moet meer gebeuren en dat kost publiek geld, of je het nu met of zonder boeren doet. Maar het mooie van samen met de boer is dat versterking van de natuur, voedselproductie en het voortbestaan van familiebedrijven dan hand in hand gaan. Daar gaan wij voor.”
Energieke sfeer
Marije Klever is daarom trots op BoerenNatuur en de collectieven. Er heerst binnen de burelen volgens haar een positieve, energieke sfeer rond het agrarisch natuurbeheer: ”Wij zijn opgericht om boeren de keuze en mogelijkheid te geven om natuurinclusief te werken. We zijn trots, hebben er zin in en zien dat agrarisch natuurbeheer werkt op landschapsniveau, ondanks de onzekerheden.”
“Mijn grootste zorg is de oproep vanuit Brussel om natuurbeheer meer dwingend vast te leggen”
Ook het draagvlak onder boeren en andere organisaties zoals de terreinbeherende organisaties wordt groter, al zijn er volgens Klever lokaal weleens wrijvingen. Bijvoorbeeld in weidevogelgebieden. Dan zijn er soms andere inzichten. ”Natuurbeheer blijft mensenwerk, ook lokaal. Maar het lukt steeds beter om elkaar te versterken.”
Wat kan en moet er beter?
“De vergoedingen die we nu betalen, zijn eigenlijk te laag en de laatste jaren onvoldoende aangepast. Dat besef is wel ingedaald. Wij zien wel ruimte voor meer en willen ons daarvoor inzetten. Maar een sterke verhoging is lastig in verband met de staatssteunregels. Die moeten wat ons betreft herzien worden om groenblauwe diensten daadwerkelijk te kunnen belonen.
We willen ook dat er langduriger afspraken met deelnemers gemaakt kunnen worden waar dat zinnig is. Bijvoorbeeld voor het onderhoud van het landschap. Ook voor sommige andere pakketten is dat heel wenselijk. Voor vogelbeheer is dat niet altijd logisch, omdat flexibiliteit en maatwerk nodig zijn. Biotopen veranderen snel en daardoor ook de vogelstand. Soms is het ecologisch gezien logischer om pakketten tussentijds aan te passen of te verleggen.”
Is agrarisch natuurbeheer voor iedere grondbezitter aantrekkelijk?
“Uit onderzoek van de WUR blijkt dat bedrijven die tot circa 20 procent hun agrarische grond in het agrarisch natuurbeheer hebben, daarmee goed uit de voeten kunnen. Het is dan goed inpasbaar in de hele bedrijfsvoering. Meer wordt lastiger, want dan gaan boeren er financieel op achteruit en dat kan flink oplopen. Gemiddeld hebben boeren tussen de 5 en 20 procent natuurbeheer. Tussen de 20 en 60 procent komt minder voor en bij meer dan 60 procent staat je bedrijf meer ten dienste van natuurbeheer dan van voedselproductie. Zulke bedrijven zijn er wel, maar niet veel.”
Samenhang per gebied
“Hectares en percentages zeggen overigens niet alles. Wil je grutto’s op je land, dan moet je meer dan 40 procent in beheer hebben; en vooral ook voldoende zwaar beheer met genoeg samenhang op gebiedsniveau, anders werkt het niet. Juist grondeigenaren die niet afhankelijk zijn van inkomsten uit voedselproductie kunnen daar een rol in spelen. Zij kunnen het zware beheer doen, zodat boeren met lichter beheer kunnen blijven boeren. Zo vorm je op het gebied van weidevogelbeheer samen een mozaïek.
Het gebeurt ook elders al in de praktijk. Ik zag laatst een mooi voorbeeld. Een particuliere grondeigenaar legde een grote poel aan met zwaar agrarisch natuurbeheer. De boeren met grond daaromheen pasten hun beheer ook aan, zij het in lichtere vorm. Maar het sloot er mooi bij aan. Op die manier kun je samen de doelen op gebiedsniveau bereiken.”
Wat betekenen de extra middelen voor collectieven?
“Die moeten doorontwikkelen en een professionaliseringsslag maken. Kijken wat nodig is om de groei te faciliteren. Ze krijgen daarbij financiële ondersteuning vanuit het Rijk. Elk collectief kijkt wat er nodig is om klaar te zijn voor de stappen die eraan komen, dat zijn verschillende zaken. Zo zijn er collectieven die hun werkorganisatie of bestuur anders inrichten. Ook zijn er collectieven die gaan fuseren om alles beter behapbaar te maken.”
We hebben als collectieven een kleine overhead, rond de 18 procent. Dat is een stuk lager dan toen de overheid nog zelf aan het roer stond om individuele afspraken te maken met boeren over de uitvoering van agrarisch natuurbeheer. Toen lag dat op zo’n 40 procent. We proberen dat klein te houden, maar er komen ook extra taken bij, bijvoorbeeld meer monitoring. Als collectieven willen we heel graag voortvarend aan de slag met de uitbreiding, maar het wordt wel spannend als de budgetten per regio gaan verschillen. We denken daarom ook na over financiering van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer door het bedrijfsleven. Bedrijven die willen vergroenen en dat via de collectieven doen; zij kunnen investeren in collectieven die minder budget krijgen.”
Wat is uw belangrijkste boodschap voor de nieuwe minister?
“Mijn grootste zorg zit hem in de oproep vanuit Brussel om natuurbeheer meer dwingend vast te leggen. Goede intenties en mooie plannen zijn niet langer genoeg. Nederland heeft te vaak en te lang, en niet alleen op het dossier natuur, beweerd aan de slag te gaan met opgaven zonder echt resultaten te boeken. Dat werkt ons nu tegen. Brussel wil garanties: minder vrijwilligheid en meer verplichtingen. Dat willen wij juist voorkomen, want als agrarisch natuurbeheer verplicht zou worden, gaat dat ten koste van het draagvlak.
Paradox
Wij zijn ervan overtuigd dat vrijwillig, maar niet vrijblijvend, agrarisch natuurbeheer een belangrijk onderdeel is van de oplossing, mits de overheid de juiste randvoorwaarden creëert om het ANLb maximaal in te kunnen zetten, zoals concurrerende vergoedingen, langjarige contracten en voldoende ondersteunend beleid, zoals op het vlak van waterbeheer en predatie.”
Waarom?
“Wij denken dat het meer dwingend vastleggen van agrarisch natuur- en landschapsbeheer uiteindelijk een averechts effect zal hebben. Ik noem dat de ‘agrarisch natuurbeheer paradox’. Want als je er zelf geen stem in hebt hoe je natuurbeheer het beste kunt combineren met je bedrijfsvoering én je er geen eerlijke vergoeding voor krijgt, neemt het animo voor natuurbeheer logischerwijs af. Via het ANLb kunnen boeren namelijk alleen een vergoeding krijgen voor bovenwettelijke inspanningen. Zodra beheer verplicht wordt, mag er niet meer voor worden betaald. Dan verliest de boer zijn verdienmodel en zijn motivatie, en net die twee maken dat een boer, boer wil en kan zijn. En zonder boeren geen agrarisch natuurbeheer.
Daarom moeten we een manier vinden om te laten zien dat agrarisch natuur- en landschapsbeheer vrijwillig kan worden opgeschaald en dat je daarbij niet op bedrijfs- of perceelsniveau alles tot in de eeuwigheid moet vastleggen, maar wel dat we op gebiedsniveau onszelf aan doelen committeren. Die doelen moeten in combinatie met langjarige contracten en certificering ook een duurzaam bedrijfsmodel in zich dragen en borgen. Dat is een effectief en doelmatig antwoord op het Brussels wantrouwen.
We moeten echt stappen zeten in het veld. Laten zien dat we kunnen opschalen en resultaten boeken zónder opgelegde verplichtingen.”
Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
BoerenNatuur bundelt ANLb-collectieven
Wie is Marije Klever?
Deel dit bericht
Over de Landeigenaar
In dit maartnummer van De Landeigenaar gaan we in gesprek met Marije Klever, voorzitter van BoerenNatuur, over de toekomst van het agrarisch gebied. Ook spreken we met Pipie Smits van Oyen, voorzitter van Biohuis, over biologische landbouw en met Gerbrand van ’t Klooster, directeur FPG, over de pachtherziening.
Verder in dit nummer:
- Gezocht: de stem van de natuur in het waterschap
- Nederland als testcase voor Europa
- Landbouwexport groeit, maar import stijgt sneller
- Tool geeft eigenaren van landgoederen inzicht in klimaatrisico’s
- Bottom-up input voor een succesvol gebiedsproces
De Landeigenaar is een uitgave van Uitgeverij De Landeigenaar B.V.
Leden van de FPG zijn automatisch geabonneerd op De Landeigenaar.