FPG heeft grote zorgen over positie verpachte landbouwgronden in nieuwe Box 3
In aanloop naar het wetgevingsoverleg Wet werkelijk rendement box 3 op 19 januari a.s., heeft FPG vandaag haar standpunten in een position paper met de Kamerleden van de Vaste Commissie Financiën gedeeld. Daarbij hebben we aangegeven dat het wetsvoorstel op een aantal cruciale punten grote negatieve gevolgen kunnen hebben voor onze leden met verpachte landbouwgronden.
Veel van de landbouwgronden bij onze leden zijn langdurig verpacht en kennen een functie die verder reikt dan alleen een belegging. Met het beheer van deze landbouwgronden dragen zij, vaak al generaties, bij aan voedselproductie, duurzaam landschapsbeheer, natuurontwikkeling en sociaaleconomische samenhang van het landelijk gebied.
FPG heeft grote bezwaren tegen voorstellen in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 om bij overdracht van duurzaam onroerende zaken, waaronder langdurig verpachte landbouwgrond, vermogenswinst te belasten omdat:
- het langdurig verpachten van landbouwgronden onaantrekkelijker wordt;
- de voorstellen de kansen van jonge en ontwikkelende agrarische ondernemers om grond te pachten verkleint;
- langdurige verpachting die nodig is om investeringen in duurzaam grondgebruik te stimuleren fiscaal wordt ontmoedigd, waardoor extensivering en vormen van meer natuurinclusief ondernemen.
FPG stelt daarom voor dat in het nieuwe wetsvoorstel opgenomen wordt dat:
- een toepassing komt voor verpachte landbouwgrond onder dezelfde voorwaarden zoals in de Natuurschoonwet 1928 is opgenomen. Op grond waarvan de ontstane vermogenswinst bij schenking of vererving voorwaardelijk geheel of gedeeltelijk wordt vrijgesteld en gedwongen verkoop bij generatiewisseling te voorkomen;
- Invoering van een inflatiecorrectie bij de bepaling van de belastbare vermogenswinst op onroerende zaken, eventueel na een minimale bezitsperiode;
- Een substantiële vermindering, afbouw of het vervallen van de heffing over vermogenswinst bij langdurige aanhouding.
De zorgen over gedwongen verkoop
Het wetsvoorstel voorziet in de invoering van een vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken, waarbij naast dat het ontvangen direct rendement (pachtinkomsten) wordt belast, bij vervreemding ook de waardestijging wordt belast. Van vervreemding is sprake in elke situatie waarin een onroerende zaak op enig tijdstip niet meer tot de bezittingen van de belastingplichtige behoort. Dat is bijvoorbeeld bij verkoop, maar ook bij overdracht naar een nieuwe generatie of overgang tussen partners/echtgenoten, schenking van de onroerende zaak, maar ook (uiterlijk) bij overlijden.
Erfopvolging en schenking worden dus gezien als “realisatiemomenten” terwijl de landbouwgrond wellicht nog binnen dezelfde familie blijft. Het gevolg is dat erfgenamen het risico lopen op een aanzienlijke fiscale claim over waardestijging die ontstaan is over een lange periode zonder dat er liquide middelen zijn om die claim uit te voldoen. Dit kan leiden tot gedwongen verkoop van grond, onbedoelde beëindiging van langdurige pachtrelaties of verlies van continuïteit voor pachters (vaak jonge/duurzame boeren).
Langdurig verpachte landbouwgrond is duurzaam en toekomstbestendig
De landbouw staat voor grote transities op het gebied van klimaat, stikstof, waterkwaliteit en biodiversiteit. Deze opgaven vragen om langjarige investeringen en beheermaatregelen. Langdurige verpachting sluit hier direct op aan doordat het stabiliteit, zekerheden, vertrouwen en continuïteit biedt.
Waar kortlopende contracten vooral sturen op maximale opbrengst per jaar, stimuleert langdurige verpachting keuzes die gericht zijn op behoud en verbetering van de grond op lange termijn. Dat is essentieel voor een toekomstbestendige voedselproductie. Langdurige verpachting bevordert samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid voor bodemkwaliteit, landschap en duurzaamheid. Dit maakt het mogelijk om afspraken te maken over beheerdoelen die verder gaan dan één teeltcyclus.
Oproep aan de Tweede Kamer
De FPG roept de Tweede Kamer op om bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel nadrukkelijk onderscheid te maken tussen korte termijn beleggingen en langjarig aangehouden onroerende zaken, in het bijzonder langdurig verpachte landbouwgrond.
Veel andere landen doen dat ook: bij een langere bezitsperiode (‘holdingperiod’) blijft de heffing over waardestijging van privé-onroerende zaken achterwege, eventueel na een afbouwperiode. Zo kent Frankrijk bijvoorbeeld een afbouw na 13 jaar en is de heffing nihil na 22 jaar. Deze landen houden aldus toch rekening met de inflatiecomponent als het gaat om de waardestijging van onroerend goed op de langere termijn. Een dergelijke benadering zou zeer wel passen bij ‘lange termijn-vastgoed’ zoals verpachte landbouwgronden. Het is bijzonder dat er rondom het wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 met geen woord hierover wordt gerept. Ook wordt niets gedaan met de samenloop van de voorgestelde ‘capital gain-tax’ met de erfbelasting (‘inheritance-tax’) bij overlijden, anders dan in bepaalde andere landen.
Het hele position paper is hieronder te lezen