FPG reactie Ontwerp-Nota Ruimte: erkenning nodig van de spelers in het landelijk gebied
Eind vorig jaar heeft het Rijk haar Ontwerp-Nota Ruimte gepresenteerd. FPG heeft daarop haar reactie gedeeld over de zorgen en kansen voor onze achterban. In de Ontwerp-Nota Ruimte staan de keuzes van het Rijk voor de inrichting van Nederland tot 2050, met een doorkijk naar 2100.
De Nota geeft richting aan hoe we wonen en werken, maar ook aan de inrichting van de natuur, landbouw, energievoorziening, bereikbaarheid, water en bodem. Dit alles moet met elkaar in balans zijn en omdat de ruimte in Nederland schaars is, zijn daarvoor scherpe, toekomstbestendige keuzes nodig.
Druk Nederland in balans
FPG herkent zich in het beeld van een drukker Nederland waarin een groot aantal functies strijden om de ruimte. Er zijn hoge ambities en complexe ruimtelijke opgaven. Deze moet als aangegeven, in balans plaatsvinden. Wonen, werken en voorzieningen en nutsvoorzieningen moeten met elkaar in samenhang ontwikkeld worden. Echter, in de Ontwerp-Nota ontbreekt een concreet uitvoeringskader met bijbehorende instrumenten.
Landgoederen zijn essentieel onderdeel landelijk gebied
Ook merkt FPG op dat in de ontwerp-nota er geen aandacht is voor landgoederen. Deze vormen echter een belangrijk onderdeel van ons cultureel en monumentaal erfgoed. De landgoederen geven mede vorm aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. De samenhang van landhuizen en kastelen met de zichtassen, lanen, waterpartijen, natuurgebieden en de open ruimten met onder meer landbouwgrond bepalen hoe het geheel werkt en hoe het eruitziet, maar vooral dragen ze het cultuurhistorische en geschiedkundige verhaal van de plek. Verstoring ervan kan het karakter en de historische leesbaarheid ernstig schaden.
Water en bodem
FPG ondersteunt van harte het in de ontwerp nota genoemd streven om bij nieuwe bebouwing zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van ruimte, de bodem zo min mogelijk af te dekken en de bodem waar mogelijk te herstellen. Daarbij wordt ingezet op zoveel mogelijk hergebruik van grond en realisatie van (inheems) stedelijk groen om de vitaliteit van bodems te bevorderen, de leefbaarheid van de stedelijke omgeving te verbeteren en kansen voor toekomstbestendig bouwen en functiecombinaties met natuur en recreatie te benutten.
FPG benadrukt dat bij ruimtelijke planvorming ten behoeve van drinkwaterproducties ook de grondeigenaren, onder wiens gronden vaak drinkwater wordt onttrokken of de invloed ervan merken door bijvoorbeeld droogteschade, moeten worden betrokken.
Natuur en landbouw
FPG benadrukt dat met name in de zogenoemde overgangsgebieden rondom N2000-gebieden er meer nodig is. FPG vindt dat ondernemers en eigenaren actief moeten kunnen inspelen op de ingrepen in deze gebieden. Door extensivering van het grondgebruik neemt de verdiencapaciteit voor de ondernemers en grondeigenaren doorgaans af. Afwaardering en beheersubsidies kunnen dat (enigszins) compenseren maar beter is dat economisch duurzame bedrijfsmodellen ontwikkeld en mogelijk gemaakt worden zoals een multifunctioneel agrarisch bedrijf.
FPG heeft hiervoor het model van een boerenlandgoed ontwikkeld. De essentie is een duurzaam multifunctioneel agrarisch bedrijf waarin landbouw, natuur, wonen en andere functies samen komen.
Daarnaast wijst FPG op de Bouwsteen Natuur die onlangs door natuurorganisaties, FPG, IPO, Unie van Waterschappen en VNG is ondertekend. Daarin wordt benadrukt dat om Nederland van het slot halen er een samenhangend natuurbeleid nodig is met natuurbeheer, natuurherstel en agrarisch natuurbeheer. Hiervoor is jaarlijks 200 mln. euro extra nodig voor natuurbeheer.
Economie en energie
Voor de economische ontwikkeling is energie cruciaal. Door middel van een duurzame energie voorziening wordt leveringszekerheid geborgd. FPG wijst er op dat de aanleg, onderhoud en ombouw van leidinginfrastructuur veelal plaats vindt in particuliere gronden.
Reeds jaren is er met het Rijk en leidingbeheerders discussie over afspraken bij aanleg en compensatie voor de inbreuk in het particulier grondeigendom. FPG stelt hierbij vast dat het overleg moeizaam en onbevredigend verloopt. Grondeigenaren verkeren vaak in een ongunstige positie. Zij willen doorgaans medewerking verlenen en zien het economisch en publiek belang.
Een gebruiksvergoeding voor de grondeigenaar – een recht waarin de wetgever in zulke situaties heeft voorzien - blijft echter vaak achterwege. In de praktijk leidt deze onredelijke situatie tot weerstand bij grondeigenaren en -gebruikers met vertraging in de aanleg tot gevolg.
Hieronder vindt u onze volledige reactie.