Federatie Particulier Grondbezit

Terugblik op bijeenkomst Natuurbrandpreventie Gelders Particulier Grondbezit

7 juli 2026 door FPG

Gelderland zet in op natuurbrandpreventie: "De brandweer is het sluitstuk, niet de oplossing"

Extreme droogte, hittegolven en steeds meer neerslag in korte, hevige buien: het klimaat verandert, en daarmee ook het risico op natuurbranden in Nederland. Reden voor GPG (Gelders Particulier Grondbezit) om op zaterdag 4 juli haar leden bijeen te brengen bij Emma's Oord op de Kroondomeinen, en te laten zien hoe provincie Gelderland en de Gelderse veiligheidsregio's samen werken aan een brandveiliger Gelderland.


Natuurbrand is niet langer een ver-van-je-bed-show

Waar natuurbranden lang een verschijnsel leken dat vooral in Zuid-Europa voorkwam, laten de cijfers een ander beeld zien. Alleen al in 2025 registreerde Nederland 835 natuurbranden. In de laatste week van april ontstonden op sommige dagen 20 tot 30 nieuwe branden. De oorzaak: een combinatie van hoge temperaturen, harde wind en extreem lage luchtvochtigheid, na een winter en voorjaar waarin veel biomassa was gegroeid en vervolgens uitdroogde.

Sprekers Hans Takke (provincie Gelderland) en Klaas Noorland (gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing, veiligheidsregio Noordoost-Gelderland) benadrukten dat zulke omstandigheden zich steeds vaker voordoen. Meer hitte, meer droogte, maar ook meer extreme buien zorgen voor snellere groei van kruiden en gras, dat bij aanhoudende droogte in korte tijd tot brandstof verandert.

Mens is bijna altijd de aanleiding
Een belangrijke boodschap van de middag: natuurbranden ontstaan zelden vanzelf. Naar schatting 70 tot 90 procent van alle branden is terug te voeren op menselijk handelen — bewust of onbewust. Denk aan een auto die op droog gras parkeert (een hete katalysator kan dat laten ontbranden), weggegooide sigarettenpeuken, kampvuur of barbecue in droge periodes, en maaisel dat op een hoop gaat broeien en vanzelf vlam vat. Ook techniek speelt een rol, zoals een klapband of hete remonderdelen langs het spoor. En helaas komt ook opzettelijke brandstichting voor.

Daarom kiest Gelderland niet voor verboden, maar vooral voor bewustwording, gerichte voorlichting en concrete maatregelen op de meest risicovolle plekken.

Twee sporen: risicovolle objecten én landschapsinrichting
De Gelderse aanpak natuurbrandpreventie bestaat uit twee sporen die hand in hand gaan:

  1. Risicovolle objecten voor campings, zorginstellingen, woonwijken tegen natuurgebieden en energie-infrastructuur worden, samen met gemeenten, plannen van aanpak gemaakt. Denk aan extra bluswatervoorzieningen, betere bereikbaarheid voor de brandweer en advies over de directe omgeving van gebouwen.
  2. Landschapsinrichting; de provincie brengt in kaart hoe het landschap zo kan worden ingericht dat een brand zich niet ongecontroleerd kan uitbreiden. Door gebieden op te delen in hoofd- en subcompartimenten, gescheiden door snelwegen, spoorlijnen of andere natuurlijke barrières, en door gerichte maatregelen zoals het variëren van loof- en naaldhout (de zogeheten "brandtrap"), kan een brand beter beheersbaar blijven.


De Veluwe krijgt als eerste prioriteit, te beginnen bij de Veluwezoom en de omgeving Harderwijk-Putten-Ermelo, vanwege de omvang van het gebied en de aanwezigheid van veel campings en zorginstellingen.
Het Rijk van Nijmegen fungeerde als pilotgebied; de Achterhoek volgt later omdat de risicogebieden daar over het algemeen kleiner zijn.

Ondersteuning voor eigenaren en beheerders
Landgoedeigenaren en terreinbeheerders hoeven dit niet alleen te doen. Via de provincie kunnen zij in contact komen met een gespecialiseerd adviesbureau dat helpt bij het opstellen van een plan op maat. Voor de uitvoering van maatregelen is vanuit het Rijk geld beschikbaar gesteld dat via de provincies wordt verdeeld.
Voorbeelden zoals Landgoed Tongeren, die al actief aan de slag zijn gegaan met compartimentering, laten zien dat dit ook kansen biedt voor natuurherstel.
Daarnaast komt er dit najaar een landelijk expertisecentrum natuurbrand bij Staatsbosbeheer, en is er de campagne "Verkoelen, vervlechten, zijn natuur" gericht op recreanten en bewoners.

Blijvend samenwerken
Structurele financiering vanuit het Rijk is nog niet geregeld, al is er een Kamermotie aangenomen die de minister oproept dit verder op te pakken. Ook wordt gewerkt aan een aanscherping van de zorgplicht in de Omgevingswet. Tot die tijd zetten provincie, veiligheidsregio's, gemeenten en terreinbeheerders gezamenlijk de schouders eronder: met onderzoek, advies, oefeningen met de lokale brandweer en concrete maatregelen in het landschap.

In het veld
Na de presentaties en lunch trok het gezelschap naar buiten voor een excursie, waarbij de sprekers concrete voorbeelden van genomen en geplande maatregelen in het veld lieten zien, van de aanpak van takkenrillen tot de manier waarop loof- en naaldhout elkaar afwisselen om een brand af te remmen.


Bel gewoon eens de brandweer!

Dat was misschien wel de meest laagdrempelige oproep van de dag: nodig de plaatselijke brandweer uit op uw terrein en loop samen de omgeving door, de bluswaterputten, de toegankelijkheid, waar de kansen liggen en waar de risico's zitten. Landgoederen die dit al deden, vertelden hoe verbindend zo'n bezoek werkt.

Wie meer wil weten over de aanpak, de cijfers en de discussie tijdens de bijeenkomst, kan de presentatie en het volledige verslag van de dag raadplegen.

Heeft u vragen over natuurbrandpreventie op uw eigen terrein? Neem gerust contact op met GPG, de provincie of uw veiligheidsregio.