BPG reageert op waterschapsverordeningen Brabantse waterschappen
Brabants Particulier Grondbezit (BPG) heeft zienswijzen ingediend op de gewijzigde waterschapsverordeningen van de drie Brabantse waterschappen: Brabantse Delta, De Dommel en Aa en Maas. BPG onderschrijft de ambitie om te komen tot een robuust en klimaatbestendig watersysteem, maar vraagt nadrukkelijk aandacht voor de praktische uitvoerbaarheid van de regels en de gevolgen voor particuliere grondeigenaren.
De waterschapsverordeningen bevatten regels die moeten bijdragen aan het beter vasthouden van water, het tegengaan van verdroging en het beperken van wateroverlast. Doelstellingen die BPG van harte ondersteunt. Particuliere grond- en landgoedeigenaren spelen immers een belangrijke rol in het Brabantse waterbeheer. Zij beheren grote delen van het buitengebied en hebben dagelijks te maken met de gevolgen van droogte, hoge grondwaterstanden en extreme neerslag.
Eerder riepen wij onze leden op om de ontwerpverordeningen te bekijken en waar nodig zelf een zienswijze in te dienen. Ook BPG heeft de voorstellen uitgebreid beoordeeld en namens de particuliere grondeigenaren op 17 september drie zienswijzen ingediend.
Ruimte voor maatwerk en praktische oplossingen
De drie verordeningen behandelen grotendeels dezelfde onderwerpen. Zo bevatten ze nieuwe of aangepaste regels voor het aanleggen van duikers, het dempen en graven van watergangen, peilbeheer, onderbemaling, grondwateronttrekkingen en het aanleggen van poelen.
In onze zienswijzen vragen wij onder meer aandacht voor de volgende punten:
- Watergangen en duikers: vaste normen mogen niet leiden tot onnodige beperkingen. De werking van het watersysteem moet bepalend zijn, met ruimte voor alternatieve oplossingen.
- Aanleg van poelen: de voorgestelde vergunningplicht voor poelen vanaf 1.000 m² mag natuurontwikkeling en biodiversiteitsherstel op particuliere gronden niet onnodig belemmeren.
- Peilbeheer en onderbemaling: er moet ruimte blijven voor lokaal maatwerk, bijvoorbeeld wanneer maatregelen nodig zijn om schade aan landbouwgronden, natuur of gebouwen te voorkomen.
- Grondwater en infiltratie: water vasthouden en infiltreren is belangrijk, maar moet passen bij de bodemgesteldheid en lokale omstandigheden.
- Integrale gebiedsontwikkeling: waterbeheer moet in samenhang worden bekeken met natuur, landbouw, landschap en cultuurhistorie. Daarbij moeten ook de economische gevolgen voor grondeigenaren worden meegewogen.
Samenwerken aan een toekomstbestendig watersysteem
Een belangrijk uitgangspunt in alle drie de zienswijzen is dat regelgeving voldoende ruimte moet bieden voor gebiedsgerichte oplossingen. Wat op de ene locatie goed werkt, kan elders juist tot problemen leiden. BPG pleit daarom voor duidelijke waterdoelen, maar met flexibiliteit in de manier waarop deze worden bereikt.
Ook benadrukken wij dat de maatschappelijke wateropgave niet eenzijdig bij particuliere grondeigenaren mag worden neergelegd. Vrijwillige samenwerking, passende stimuleringsregelingen en aandacht voor de gebruiksmogelijkheden en waarde van grond zijn essentieel om eigenaren actief bij de watertransitie te betrekken.
Wij blijven hierover graag in gesprek met de drie Brabantse waterschappen.